Nederlands/Grammatica/Persoonlijke voornaamwoorden/Jou of jouw

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Eerste hulp bij Nederlands
Eerste hulp bij Nederlands


Keer terug naar het menu "Eerste hulp" door hier te klikken


Twee woorden die soms hetzelfde uitgesproken worden, hebben een verschillende schrijfwijze, omdat ook hun betekenissen verschillen.

Het gaat hier om de voornaamwoorden van de tweede persoon enkelvoud: net als mij en mijn, verschillen ook jou en jouw (en u en uw) van elkaar.


Zoals je ook vindt op de pagina over hen, hun of zij, hebben de Nederlandse voornaamwoorden drie vormen:

  • een onderwerpsvorm: ik
  • een voorwerpsvorm: mij
  • een bezitsvorm: mijn


Voor de tweede persoon enkelvoud zijn de vormen:

  • onderwerpsvorm: jij, je, u (gij, ge)
  • voorwerpsvorm: jou, je, u
  • bezitsvorm: jouw, je, uw


De onderwerpsvormen gebruiken we als het voornaamwoord het onderwerp van de zin is:

ik zing een lied   →  
jij zingt een lied, je zingt een lied, u zingt een lied


De voorwerpsvormen gebruiken we als het voornaamwoord als lijdend of meewerkend voorwerp voorkomt en ook na voorzetsels:

Lisa groet mij   →  
Lisa groet jou, Lisa groet je, Lisa groet u
mijn vrienden wachten op mij   →  
mijn vrienden wachten op jou, mijn vrienden wachten op je, mijn vrienden wachten op u


De bezitsvormen gebruiken we niet apart maar bij een zelfstandig naamwoord:

dat is mijn broek   →  
dat is jouw broek, dat is je broek, dat is uw broek



We vinden dus volgende belangrijke conclusies:

  • je verandert nooit van vorm
  • jou en u zijn de voorwerpsvormen van jij en u, in deze betekenis is er nooit een eind-w
  • jouw en uw zijn de bezitsvormen van jij en u, in deze betekenis is de eind-w verplicht


Heckert GNU.png Deze pagina is vrijgegeven onder de GNU Free Documentation License (GFDL) en nog niet onder CC-BY-SA. Klik hier voor meer informatie.
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.