Naar inhoud springen

Nederlands/Grammatica/Persoonlijke voornaamwoorden/Ik

Uit Wikibooks

Inleiding

[bewerken]

Lezen

[bewerken]

Schrijven

[bewerken]

Spreken en luisteren

[bewerken]

Grammatica

[bewerken]

Spelling

[bewerken]

Toets

[bewerken]

Fictie

[bewerken]

Toetsenbank Nederlands

[bewerken]

Centraal Schriftelijk Eindexamen

[bewerken]

Ik is in het Nederlands het persoonlijk voornaamwoord dat wordt gebruikt als de spreker zichzelf wil aanduiden. Op deze regel is één uitzondering, die wordt besproken onder het kopje Focalisatie.

Vorm en klank

[bewerken]

In de spreektaal wordt de vorm van verkort tot een "k", geschreven als "'k":

  • 'k Ga mee!,

die onder invloed van assimilatie door een naburige klank ook als de stemhebbende /g/ kan klinken:

  • 'k Ben thuis!

Daartegenover staat in de spreektaal een benadrukte vorm, ikke:

  • Nou, ikke niet hoor!
  • "Wie doet 't?" "Ikke!"

Ikke wordt ook wel als lichtelijk grappig of als kindertaal gebezigd.

Grammatica

[bewerken]

Onderwerp

[bewerken]

Het woord komt normaal gesproken alleen als onderwerp van de zin voor. Enkele bijzondere gevallen worden hieronder besproken.

Ellips

[bewerken]

Dit gebruik van ik kan moeilijkheden opleveren; soms wordt als onderwerp van de zin mij gebruikt, en hoewel dat op het eerste gezicht verbazend kan lijken, maken de volgende voorbeelden het aannemelijker. Het gaat daarbij om zogenaamde elliptische zinnen, d.w.z. zinnen van het type waarbij een "gat" in de zin optreedt doordat een reeds gebruikte woordgroep niet herhaald wordt:

  • George begrijpt Merel beter dan ik.
  • George begrijpt Merel beter dan mij.

Beide zinnen zijn grammaticaal en semantisch correct. In dit soort constructies valt wel te achterhalen waar het gat is gelaten, en dus ook welke zin moet worden gebruikt. Men doet dit door het gelaten "gat" op te vullen met de correcte woorden:

  • George begrijpt Merel beter dan ik Merel begrijp. (ik is onderwerp van het "gat".)
  • George begrijpt Merel beter dan George mij begrijpt. (mij is lijdend voorwerp van het "gat".)

De twee alternatieve interpretaties werken als contrast en maken juist daardoor het betekenisverschil duidelijk.

Wel hebben sprekers moeite met constructies als

  • Pierre is langer dan ik.

Er is nu geen alternatieve constructie met een andere betekenis en hier kan dus geen betekenisverschil als test fungeren. De enig juiste interpretatie is, als men het "gat" opvult:

  • Pierre is langer dan ik ben.

Ook mogelijk is:

  • Pierre is langer dan mij.

De alternatieve constructie is:

  • Pierre is langer dan mij voorkomt.

Toch wordt in zo'n zin wordt vaak mij gebruikt, terwijl ik toch onderwerp is van het "gat". Een mogelijke verklaring is dat dan hier vaak wordt opgevat als een voorzetsel, waarmee de weg naar dan mij open ligt. (Zoals in naar mij, met mij, waarin mij natuurlijk wél correct is.)

Verdubbeling

[bewerken]

In sommige regiolecten, met name in [West- en Oost-Vlaanderen en Brabant, komt het onderwerp ik in een enkelvoudige zin tweemaal voor. Ook de drievoudige vorm van ik wordt daar soms aangetroffen:

  • Dat weet ik ik niet...
  • Da hem ekik ni gevraagd.
  • Ik zal ekik ook 'ns komen.

Dit is geen alternatieve vorm van het woord: die vorm blijft "ik", maar hij wordt twee- of driemaal gebruikt. Het betreft dus geen variant van de woordvorm, maar van de zinsbouw.

Focalisatie

[bewerken]

Soms fungeert het woord ik niet als onderwerp van de zin. In de psychologie en de verhaaltheorie wordt het woord ik nog gebruikt, vaak in zelfnoemfunctie, om naar de centrale, belevende instantie te verwijzen. Vaak valt dit onmiddellijk op doordat we dan van het ik (psychologie) of van de ik (verhaaltheorie) spreken.

  • Hij begon het eigen ik te voelen. (de eigen identiteit)
  • Altijd zat dat ik me in de weg. (die zelfzucht van mij)
  • De ik is een vrouw die haar hele wereld in scherven ziet vallen. (de ik-figuur in het verhaal, degene door wiens ogen we zien, wier gedachten we te lezen krijgen).

In deze gevallen fungeert het woord ik niet langer als voornaamwoord: door zijn zelfnoemfunctie vervult het nu de functie van zelfstandig naamwoord. Dit blijkt ook uit de zinsbouw: er kan nu een lidwoord (de, het), een voornaamwoord (dat) of een andere bepaling (eigen) aan worden verbonden.

Gebruiksregels

[bewerken]

Maar het gebruik van woorden, en zeker van een persoonlijk voornaamwoord als ik, wordt niet alleen door regels van grammatica bepaald. Er zijn ook overwegingen die met de communicatie tussen personen te maken hebben, en in die communicatie kan gekozen worden voor velerlei varianten. Men kan zichzelf buiten schot willen houden; men kan bescheiden willen zijn; men kan een zakelijke boodschap willen overbrengen of juist een sociaal-emotionele band willen benadrukken.

In al deze gevallen is het gebruik van het voornaamwoord onderhevig aan prakmatische overwegingen. De taalsituatie bepaalt wat aanvaardbaar is en wat niet, en dit is mede van de cultuur en van de sociale verhoudingen afhankelijk. Het gebruik van het woord ik is hier geen kwestie van taalbeheersing op grammaticaal en lexicaal niveau, maar van conventies omtrent sociaal aanvaard taalgebruik. Die conventies zijn regels of afspraken. Vaak worden ze geheel onbewust gehanteerd.

Transactie en interactie

[bewerken]

Het persoonlijk voornaamwoord ik is de meest directe manier waarop men over zichzelf kan spreken of schrijven. Daardoor is het zeer functioneel, maar tegelijkertijd is het met verbodsbepalingen omgeven.

Het woord is uiterst functioneel in talige transacties: dat zijn mededelingen die bedoeld zijn een uitspraak over de werkelijkheid te doen, informatie te verschaffen:

  • Ik hou niet meer van jou.

Maar taal heeft ook een interactionele functie, erop gericht de relatie tussen de deelnemers te bewaken:

  • Ik groet u.

De tweede opmerking zal de toehoorder geen nieuwe inzichten geven, in tegenstelling tot de eerste. Pas als iemand bij zijn vertrek niet groet, blijkt het nut van de interactie. Men mist iets, "Waarom zei-die nou niks?" Als zo'n interactionele uiting wordt gedaan, is zij vaak geruststellend: alles is in orde, want de spreker gedraagt zich volgens de regels, hij doet niet vreemd, nors of zwijgzaam.

Taboe en afstandelijkheid

[bewerken]

Zelfs het gebruik van het woord "ik" kan aldus een interactionele waarde krijgen. Wie vaak het woord "ik" gebruikt, of dikwijls met het woord "Ik" begint, kan geacht worden zichzelf meer centraal te stellen dan sociaal gewenst is. Maar wie het juist erg weinig gebruikt, kan de indruk wekken dat hij in algemeenheden vervalt, wellicht om zich niet bloot te geven, zich te verschuilen. Het is sterk van de situatie afhankelijk hoe het veelvuldig - of spaarzaam - gebruik van ik wordt opgevat.

Ik in volgpositie

[bewerken]
  • Nederlandstalige kinderen leren wel dat ze niet met het woord "ik" mogen beginnen als ze een aantal personen opsommen. Je hoort jezelf als laatste te noemen maar officieel is dit niet nodig:
We gaan met z'n drieën, Anna, Bert en ik.
  • Dit is cultuurgebonden. In het Nederlands is het ongepast een brief te beginnen met het woord, terwijl dat in het Engels geheel aanvaard is.

Etymologie

[bewerken]

In Germaanse talen komen vormen voor die etymologisch nauw verwant zijn aan het Nederlandse ik. Dit is gemakkelijk na te gaan voor wie beseft dat de /k/-klank hier varieert met andere klanken in andere talen, zoals de /g/ (Engels: good), de /h/, de /ç/ (Duits: sicher) en de /c/ (Engels: chess). De varianten komen in Germaanse talen veelvuldig voor, bijvoorbeeld:

  • in het Duitse ich;
  • in het Engelse I: dat laatste was in het Oudengels ic, aanvankelijk uitgesproken als "ik", later als "itj", en de tj-klank is weggevallen;
  • ook in het Deense en Noorse jeg sleet de slotmedeklinker in de uitspraak weg;
  • in het Zweeds sleet die slotmedeklinker niet weg, maar ontwikkelde zich tot een /g/: "jag".

Die /g/ valt ook te ontdekken in niet-Germaanse talen:

  • in het Griekse: ἐγὡ ("ego");
  • en in het Latijnse: ego, vanwaar het, via een overgangsvorm eyo, evolueerde tot
  • het Spaanse yo
  • het Franse je.
  • het Italiaanse io

Wie nog verder teruggaat, vindt in het Sanskriet ahám. Aldus kan een oervorm "aham" of "agham" gereconstrueerd worden, waarvan in de loop der tijden de /h/ of /γ/ (Ned. "goed") veranderingen onderging, en nu eens de begin-, dan weer de slotklinker veranderde of verdween.

Wikipedia
Wikiwoordenboek heeft een pagina over ik
Informatie afkomstig van https://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.