Naar inhoud springen

Nederlands/Grammatica/Persoonlijke voornaamwoorden/Jij

Uit Wikibooks

Inleiding

[bewerken]

Lezen

[bewerken]

Schrijven

[bewerken]

Spreken en luisteren

[bewerken]

Grammatica

[bewerken]

Spelling

[bewerken]

Toets

[bewerken]

Fictie

[bewerken]

Toetsenbank Nederlands

[bewerken]

Centraal Schriftelijk Eindexamen

[bewerken]

Jij of in de onbeklemtoonde vorm je is een Nederlands persoonlijk voornaamwoord dat gebruikt wordt in de tweede persoon enkelvoud, als onderwerp van de zin. Er kan bijvoorbeeld tegen iemand gezegd worden: "Ik wil dat jij ..."

Voor de tweede persoon meervoud wordt als persoonlijk voornaamwoord jullie gebruikt.

Jij is over het algemeen familiair. Bij het hanteren van de beleefdheidsvorm, zoals bij het aanspreken van ouderen, onbekenden, et cetera, wordt U gebruikt. In plaats van jij kan ook gij worden gebruikt. Dit is in het Standaardnederlands niet gebruikelijk en komt veelal ouderwets over, maar in België en het zuiden van Nederland (m.n. in Noord-Brabant en het noorden van Limburg) wordt gij wel gebruikt in de spreektaal. Daar is "jij" zelfs zeer ongebruikelijk in de informele spreektaal, zodat het voor velen gekunsteld aandoet.

De gij/jij-isoglosse valt grotendeels samen met de dialectgrens tussen het Hollands en het Brabants. De Hollandse vorm jij komt niet uit het Frankisch, maar is van Fries/Ingveoonse oorsprong.

Tweede persoon vervangt ik

[bewerken]

Een bepaalde afstandelijkheid kan door de spreker worden gecreëerd wanneer hij de onbeklemtoonde vorm je gebruikt ter vervanging van ik:

Tja, je wilt toch wat betekenen voor je medemens!
Als je de bal zo slecht aangespeeld krijgt, kun je hem nooit goed doorgeven aan de spits.

In beide gevallen wordt hier het woord je in algemene zin gebruikt, als equivalent van men. Het is vergelijkbaar met het je in "Je weet maar nooit". Alleen, in deze gevallen verwijst het niet naar mensen in algemene zin, maar wel degelijk naar de spreker zelf. De generalisatie schept echter ook hier een zekere afstand van de spreker tot zichzelf: hij spreekt over zichzelf alsof het een algemene wet gold, voor iedereen toepasselijk, en zijn mededeling wordt daardoor wat minder persoonlijk, wat minder intiem. Dit gebruik van je kan voor mededelingen gebruikt worden die een positief standpunt over het eigen ik impliceren (zoals in het eerste voorbeeld); maar ook in mededelingen die (voorbeeld twee) verontschuldigend zijn bedoeld.

Juist in de emotionele situatie van de psychotherapie is dit gebruik van de tweede persoon een middel om zich te distantiëren. In de therapie wordt de cliënt wel gestimuleerd dichter bij de eigen beleving te komen door dit "je" te vervangen door "ik". Soms is dat in het dagelijkse taalgebruik van de cliënt constateerbaar: uit zijn taaldaden blijkt dat hij heeft geleerd zich te corrigeren:

Ja, daar ben je... daar was ik toch wel kapot van!

Het komt voor dat dit zelfcorrigerend gedrag weer vervlakt naarmate de therapie langer geleden heeft plaatsgevonden. De ex-cliënt keert dan weer terug naar het gebruik van "je".

Geschiedenis

[bewerken]

Oorspronkelijk was het Middelnederlandse persoonlijk voornaamwoord voor de tweede persoon enkelvoud du (met de "u" op zijn Nederlands uitgesproken, niet op zijn Duits) of doe, zoals nu nog in het Fries, Stadsfries, Gronings en Limburgs.

In de latere middeleeuwen kwam in Vlaanderen de alternatieve vorm "ghi" of "gi" op, waarvan de uitspraak in de 16e eeuw evolueerde naar "gij". Deze was van een beleefdheidsvorm (in de tweede persoon meervoud) geëvolueerd naar een echte tweede persoon enkelvoud. De Hollandse dialectische variant op "gij" was "jij". De accusatief van "gij" en "jij" was "u". Het feit dat "jij" ontstaan is uit een tweede persoon meervoud is nog steeds te zien in de uitgangen van werkwoorden vervoegd in de tweede persoon enkelvoud: de oorspronkelijke '-st'-uitgang van de tweede persoon enkelvoud (vergelijk met het Duits: du sprichst) maakte plaats voor een '-t'-uitgang (Duits: ihr sprecht (jullie spreken); Nederlands: jij spreekt).

Voor het meervoud ging men de vorm "gijlieden" gebruiken, die later tot jullie is geëvolueerd. In Vlaanderen zegt men in de omgangstaal nog steeds 'gij-le' (In het Brabants: 'gullie').

In de 17e of 18e eeuw ontstond de behoefte aan een (nieuwe) beleefdheidsvorm. Dat werd "Uedele", later afgekort tot U.

Wikipedia
Wikiwoordenboek heeft een pagina over jij
Informatie afkomstig van https://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.