Nederlands/Grammatica/Bijvoeglijke naamwoorden

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Inleiding[bewerken]

Lezen[bewerken]

Schrijven[bewerken]

Spreken en luisteren[bewerken]

Grammatica[bewerken]

Spelling[bewerken]

Toets[bewerken]

Fictie[bewerken]

Toetsenbank Nederlands[bewerken]

Centraal Schriftelijk Eindexamen[bewerken]



Bijvoeglijke naamwoorden (adjectieven) staan altijd bij een zelfstandig naamwoord (zelfst. nmw.). Ze vertellen ons iets over dat zelfst. nmw., bijvoorbeeld hoe het is, welke kleur het heeft, ... Verwar een adjectief nooit met een bijwoord!

Voorbeelden van adjectieven:

  • Groen, geel, appelblauwzeegroen, ... (kortom, alle kleuren zijn adjectieven);
  • Groot, klein, warm, koud, ....

Vorming[bewerken]

De/ het[bewerken]

Als er een "de" of "het" voor het zelfst. nmw. staat, zetten we altijd een -e aan het adjectief. Voorbeelden:

  • De blauwe fiets;
  • De mooie gsm;
  • Het platte boek;
  • Het zieke meisje.

Een[bewerken]

  • Als er een "een" voor het zelfst. nmw. staat en het zelfst. nmw. heeft "de" als lidwoord, dan komt er een eveneens een -e bij het adjectief. Voorbeelden:
  • Een kleine jongen. (De jongen -> + -e);
  • Een zwarte bladzijde. (De bladzijde -> + -e).
  • Als er een "een" voor het zelfst. nmw. staat en het zelfst. nmw. heeft "het" als lidwoord, dan verandert er niets aan het adjectief. Voorbeelden:
  • Een lelijk eendje. (Het eendje -> niets verandert);
  • Een lang woord. (Het woord -> niets verandert).

Meervoud[bewerken]

Als het zelfst. nmw. in het meervoud staat, krijgt het adjectief altijd een -e. Voorbeelden:

  • Groene blaadjes. (Het blad);
  • Sterke mannen. (De man).

-> Sowieso geen verandering.

Extra spellingsregels[bewerken]

Regel 1:

De rode fiets.

Zoals je ziet, kunnen we niet enkel een -e achter "rood" zetten. Dan zouden we "de roode fiets" bekomen, en dat is incorrect. Omdat de uitspraak niet verandert als één -o- verdwijnt, moeten we er eentje weglaten.

Algemeen: ook bij adjectieven schrijven we lange klinkers (/oo/, /aa/, /ee/, /uu/ [/ii/ komt niet voor]) in een gesloten lettergreep dubbel en in een open lettergreep enkel. Voorbeelden:

  • Rood -> de rode fiets;
  • Grijs -> de grijze daken.


Regel 2:

Het grijze dak.

Als het adjectief op een -s eindigt en je zet een -e achter het adjectief, dan verandert de -s in een -z. Voorbeelden:

  • Ambitieus -> het ambitieuze plan;
  • Mysterieus -> mysterieuze verhalen.


Regel 3:

De creatieve mannen.

Als het adjectief op een -f eindigt en je zet een -e achter het adjectief, dan verandert de -f in een -v. Voorbeelden:

  • Foutief -> het foutieve antwoord;
  • Lief -> een lieve jongen.


Regel 4:

De lamme man.

Als de laatste klinker van een adjectief een a, e, i, o of u is en je zet een -e achter het adjectief, dan verdubbelt de laatste medeklinker van het adjectief. Als de '-m' in het vorig voorbeeld niet verdubbeld zou zijn, dan kwam de '-a' in een open lettergreep terecht ("de lame man"). Dit is incorrect. Voorbeelden:

  • Mak -> het makke paard (ipv. het make paard);
  • Dom -> de domme leerling (ipv. de dome leerling).


Combinatie:

  • Draadloos -> draadloze verbinding.
  1. Regel 1;
  2. Regel 2.

Stoffen en materialen[bewerken]

Als het adjectief stoffen of materialen (zoals papier, lood, katoen, ...) uitdrukt, krijgt het adjectief een -en achteraan. Zet er in geen geval een -e bij. Voorbeelden:

  • Het papieren bootje;
  • Loden kogels;
  • Katoenen doeken.

Sommige adjectieven die stoffen of materialen uitdrukken krijgen helemaal géén achtervoegsel. Voorbeelden:

  • De plastic zak;
  • De nylon kousen.

Zelfstandig naamwoord weglaten[bewerken]

Als duidelijk is waarnaar het bijvoeglijk naamwoord verwijst, kan je het zelfstandig naamwoord weglaten. Voorbeelden:

  • Welk boek ben je verloren?
-Ik ben het groene verloren.
  • Is het een plastic of papieren zak?

In zo'n geval spel je het adjectief alsof het zelfst. nmw. nog steeds in de zin zou staan.

  • Het boek -> het groene boek -> het groene;
  • Een zak -> Een plastic zak -> een plastic (Zie stoffen en materialen)

Een bijvoeglijk naamwoord nader bepalen met een zelfstandig naamwoord[bewerken]

Met een zelfstandig naamwoord (vaak in combinatie met een telwoord) kan een bijvoeglijk naamwoord nader bepaald of gekwantificeerd worden. Voorbeelden:

  • Henk is 90 kilo zwaar.
    • 90 = telwoord bij kilo
    • kilo = zelfstandig naamwoord, in dit geval een eenheid (kilogram)
    • zwaar = bijvoeglijk naamwoord
  • De film is 130 minuten lang.
    • 130 = telwoord bij minuten
    • minuten = zelfstandig naamwoord, in dit geval een eenheid
    • lang = bijvoeglijk naamwoord

In sommige gevallen kan deze constructie ook gebruikt worden om een persoonlijke mening te kwantificeren:

  • Dat spel is wel cool, maar niet 150 euro cool.
    • "150 euro" kwantificeert "cool" (is het spel cool genoeg om 150 euro waard te zijn?)
  • Twee weken naar Eindhoven? Nou, Eindhoven is heel leuk, maar niet twee weken leuk.
    • "twee weken" kwantificeert "leuk" (is Eindhoven leuk genoeg om er voor twee weken heen te gaan?)
  • Een Hema-taart voor mijn bruiloft? Taarten van de Hema zijn wel lekker, maar niet trouwdag-lekker.
    • "trouwdag" bepaald nader over welke mate van "lekker" het gaat (is de taart lekker genoeg om te serveren op een trouwdag?)
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.