Nederlands/Spelling/Interpunctie/Koppelteken

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het koppelteken is in geschreven Nederlands een leesteken dat de vorm heeft van het kortste liggende streepje, aldus: -.

Vorm[bewerken]

De kortste vorm, ook wel divisie genaamd, wordt niet alléén als koppelteken gebruikt, maar ook als afbreekstreepje en als weglatingsteken. Een ander teken, het gedachtestreepje, is langer: – of —.

Gebruik[bewerken]

Het is een conventie van het Nederlandse schrift dat woorden los van elkaar worden geschreven. Maar twee woorden kunnen worden samengevoegd en drukken dan een nieuwe betekenis uit. Dit samenvoegen levert in de spelling soms problemen op. Het koppelteken vormt een van de oplossingen voor zulke problemen. Om die problemen te kunnen onderkennen, dienen we allereerst te onderscheiden tussen woordgroepen, samenstellingen en samenkoppelingen. Ook afleidingen zijn van belang. Deze begrippen worden allereerst besproken.

Vier hoofdgroepen: woordgroep, samenstelling, samenkoppeling, afleiding[bewerken]

Woordgroep[bewerken]

Hoofdregel 1: De woorden in woordgroepen schrijven we los van elkaar

Een zeer elementaire zin kent geen woordgroepen:

  • Rust roest.

maar zodra we met iets uitgebreider zinnen te maken krijgen, treffen we woordgroepen aan:

  • Het rode en het groene team vochten op leven en dood om de felbegeerde trofee.

Het zijn combinaties van woorden die op de ene of andere manier bij elkaar horen, en over de indeling ervan kan men van mening verschillen. Maar ze hebben dit gemeen: omdat ze groepen van woorden zijn, blijven het aparte woorden, die we los van elkaar schrijven.

Samenstelling[bewerken]

Hoofdregel 2: Samenstellingen schrijven we aaneen

Een samenstelling echter is opgebouwd (letterlijk “samengesteld”) uit twee woorden die tezamen een nieuwe betekenis vormen:

  • gijzelingsdrama, periodeoverzicht, militaryruiter, Bosmanarrest.

Doorgaans gaat het om twee zelfstandige naamwoorden, samengevoegd tot één. Samenstellingen schrijven we aaneen (ook als ze met een eigennaam beginnen). Alleen waar dat nodig is, wordt een koppelteken gebruikt.

Samenkoppeling[bewerken]

Hoofdregel 3: Samenkoppelingen schrijven we met koppeltekens

Soms bevriest een woordgroep tot een vaste uitdrukking:

  • het staakt-het-vuren,

waarmee we zo vertrouwd zijn dat zij bijna één woord is geworden. Dit noemen we een samenkoppeling. Zulke samenkoppelingen schrijven we met koppeltekens.

Afleiding[bewerken]

Hoofdregel 4: Afleidingen schrijven we aaneen

Een afleiding bestaat uit een woord waaraan een achtervoegsel of een voorvoegsel is toegevoegd:

  • zwemmer, zwemster
  • onding

Een afleiding kan meerdere voor- en achtervoegsels bevatten:

  • onomkeerbaarheid.

Het is dus geen samenstelling, want achter- en voorvoegsels zijn zogeheten gebonden morfemen, wat wil zeggen dat ze niet als zelfstandig woord (lexeem) kunnen voorkomen.

In afleidingen hoeven doorgaans geen koppeltekens te staan, al mag het soms wel: zowel vicepremier als vice-premier zijn goed, net als pseudowetenschappelijk en pseudo-wetenschappelijk. Een koppelteken is hier slechts in 2 gevallen verplicht:

  • Als het gedeelte na het voorvoegsel met een hoofdletter begint: anti-Brits, pro-Duits .
  • Als het weglaten van het koppelteken in klinkerbotsing zou resulteren: privé-instructeur (maar: privékliniek).
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.