Nederlands/Stijlfiguren

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Inleiding[bewerken]

Lezen[bewerken]

Schrijven[bewerken]

Spreken en luisteren[bewerken]

Grammatica[bewerken]

Spelling[bewerken]

Toets[bewerken]

Fictie[bewerken]

Toetsenbank Nederlands[bewerken]

Centraal Schriftelijk Eindexamen[bewerken]



Hyperbool[bewerken]

De inhoud van de mededeling wordt hierbij overdreven vergroot.

Voorbeelden hiervan:

  1. Tjonge, het duurt nog tot Kerst voordat die minuut verstreken is!
  2. Ik weet niet wat voor windkracht het is vandaag, maar ik denk wel windkracht 80!
  3. Ik verveel me dood.
  4. Ik schrok me kapot
  5. Ik heb me rot geamuseerd

Omdat hyperbolen dagelijks worden gebruikt, is het speciale effect van de overdrijving vaak aan slijtage onderhevig.

Understatement /parabool[bewerken]

Dit is het tegenovergestelde van de hyperbool: iets wordt bewust overdreven afgezwakt weergegeven. Hierdoor ontstaat een veelal spottend, soms ook (zoals bij het eufemisme) relativerend effect.

Voorbeelden :

  1. Als je een één voor die toets hebt gekregen, zul je wel een paar foutjes gemaakt hebben.
  2. Die regisseur heeft met zijn speelfilms ongetwijfeld een paar centjes verdiend.
  3. Mijn steenrijke oom heeft een stulpje aan de Rivièra gekocht.
  4. Het ging wel een beetje mis. Door een navigatiefout heb je meer dan vijf uur langer geploegd door oneindige prachtbossen, met alsmaar meer zuigende modder geworsteld, en dan begon het ook nog eens te regenen.[1]
  5. Hitler was geen aardige kerel (kan eventueel ook als een litotes worden beschouwd, zie onder).

Eufemisme[bewerken]

Een verzachtende uitdrukking die niet spottend bedoeld is voor iets pijnlijks, onaangenaams of iets in de taboesfeer (ziekte, dood, lichamelijke afscheidingen). Je wilt aldus voorkomen dat de mededeling hard of onaangenaam overkomt. Het eufemisme wordt dus gebruikt om bepaalde zaken fraaier over te laten komen dan ze in werkelijkheid zijn.

Voorbeelden

  1. Na een lange lijdensweg ging hij heen. (doodgaan)
  2. Volgens mij is er aan jou een steekje los! (gek)
  3. De examinator heeft onzorgvuldig gehandeld. (grote fouten gemaakt)
  4. Ik ga even mijn handen wassen/naar het kleinste kamertje. (naar de wc)
  5. De slachtoffers van de etnische zuivering. (volkerenmoord)
  6. Creatief met de waarheid omgaan. (liegen)

Doordat eufemismen nogal veel gebruikt worden, zijn ze net als hyperbolen behoorlijk aan slijtage onderhevig. Het gebeurt dan ook vaak dat een eufemisme op den duur alle verzachtende connotatie verliest en daardoor weer moet worden vervangen door een nieuw eufemisme (dit verschijnsel wordt ook wel de "tredmolen van het eufemisme" genoemd). Iets dergelijks heeft zich bijv. voorgedaan bij woorden als overlijden (waarin lijden de verouderde betekenis gaan heeft), een uitdrukking als om zeep (oorspronkelijk gezegd van iemand die even wegging om nieuwe zeep te halen) en gastarbeider, dat vervolgens eerst werd vervangen door allochtoon, een woord dat op zijn beurt ook geen eufemisme meer is en daarom is vervangen door woorden als medelander en rijksgenoot.[2]

Dysfemisme[bewerken]

Dit is het tegenovergestelde van het eufemisme; iets wordt bewust in overdreven sterke bewoordingen weergegeven, bijv. om de gesprekspartner te shockeren of om een negatieve emotie (woede, ergernis, frustratie) te uiten:

  1. Sodemieter op! of (Vlaams) bol het af! (ga weg)
  2. Je hebt het goed verkloot. (het is je helemaal niet gelukt)
  3. Blijf er met je poten af. (niet aankomen)
  4. Dat dier is moddervet. (dik)

Litotes[bewerken]

Er wordt een mededeling gedaan die wordt versterkt door het tegenovergestelde te ontkennen. Deze stijlfiguur vertoont enige overeenkomst met de parabool.

Voorbeelden

  1. Mijn vriend Mickey is niet vies van een haring. (gek op haring)
  2. Dat is geen slecht idee. (goed/zeer goed idee)
  3. Hij is niet achterlijk. (slim/zeer slim)
  4. Hun economische situatie is niet zo best; Laura werkt in de keuken van een pizzeria en Adriana werkt niet, omdat ze terminaal ziek is.[3]

Paradox[bewerken]

Een schijnbare tegenstelling. Bij eerste lezing denk je dat de mededeling niet klopt, maar bij nadere bestudering blijkt deze toch waar te zijn.

Voorbeelden

  1. Vele eersten zullen de laatsten zijn.
  2. Het is vervelend beroemd te zijn, als niemand je herkent.
  3. De rust in dat verlaten bos is beklemmend.

Retorische vraag[bewerken]

Een mededeling in de vorm van een vraag waarop geen antwoord verwacht wordt.

Voorbeelden

  1. Hebben wij het hier niet geweldig?
  2. Je denkt toch niet dat ik gek ben?
  3. Denk je dat we dit allemaal goed vinden?

Toets[bewerken]

Bij dit onderdeel hoort een toets, zie Toets Nederlands/Stijlfiguren

Bronnen, noten en/of referenties
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.