Italiaans/Grammatica

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Italiaans

Inleiding
  1. Inleiding op de cursus
Lessen
  1. Alfabet en uitspraak
  2. Regelmatige werkwoorden
  3. Lidwoorden en venire
  4. Voltooid tegenwoordige tijd en delend lidwoord
  5. Wederkerende werkwoorden
  6. Bijvoeglijk naamwoord, bezittelijk voornaamwoord
  7. Andare, teksten lezen en klokkijken
  8. Getallen, tenere en dovere
  9. Voorzetsel, rimanere, uscire en stare
  10. Meewerkend voorwerp, vraagwoorden en dare
  11. Bijwoord, onbepaald voornaamwoord, toekomende tijd
  12. Gebiedende wijs, rangtelwoorden
  13. Verleden tijd
  14. Vergelijking en bere
  15. Ci en ne
  16. Onvoltooid deelwoord
  17. Persoonlijk voornaamwoord
  18. Congiuntivo en passivum
  19. Condizionale en voegwoorden
  20. Afsluitend examen
  21. Einde
Toetsen
  1. Toets les 2 en 3
  2. Eindexamen
  3. Luistertoets
Overig
  1. Nuttige woorden
  2. Grammatica
  3. Grammatica-overzicht
  4. Woordenlijst
  5. Cultuur en eetgewoonten van Italië
  6. Huurcontract
  7. Meningen
  8. Antwoordenboek
Auteurs
  1. Dion
  2. Hansmuller



<Inhoudsopgave--Nuttige woorden--Grammatica--Grammatica-overzicht--Woordenlijst--Cultuur en eetgewoonten van Italië--Huurcontract--Meningen>


Persoonlijke voornaamwoorden[bewerken]

  • ik: io
  • jij: tu
  • hij: lui
  • zij: lei
  • u: Lei
  • wij: noi
  • jullie: voi
  • zij (mv.): loro
  • u (mv.): Loro

In de schrijftaal bestaan ook de volgende vormen: egli (hij, uitspraak "elji"), ella (zij, enkelvoud vrouwelijk), esso (het, mannelijk), essa (het, vrouwelijk), essi (zij, mannelijk meervoud), esse (zij, vrouwelijk meervoud).

Werkwoorden[bewerken]

Alle werkwoorden in de onvoltooid tegenwoordige tijd zijn verbogen. Normaal gesproken wordt geen persoonlijk voornaamwoord gebruikt, enkel om nadruk te leggen of om verwarring te voorkomen.

Onvoltooid tegenwoordige tijd[bewerken]

Werkwoorden op -are[bewerken]

  • In het Italiaans zijn er een paar verbuigingen. De meeste regelmatige werkwoorden worden volgens één van die verbuigingen vervoegd. Voor al die werkwoorden geldt: neem de stam en voeg de uitgang toe. De stam vind je door de uitgang "-are" weg te doen bij de infinitief (onbepaalde wijs), dan voeg je, afhankelijk van de persoon, "o", "i", "a", "iamo", "ate" of "ano" toe.

parlare (praten)

  • parlo
  • parli
  • parla
  • parliamo
  • parlate
  • parlano

Werkwoorden, die vervoegd worden zoals "parlare", zijn: telefonare (telefoneren), chiamare (opbellen), trovare (vinden), riposare (rusten), giocare (spelen), suonare (bespelen van een instrument), enzovoorts.

  • Bij werkwoorden die eindigen op -gare of -care wordt er in de 2e persoon enkelvoud en 1e persoon meervoud een tussen "h" ingevoegd. Dit is om een verandering van uitspraak te voorkomen. De "g" of "gh" blijft dus uitgesproken als een Franse "g" zoals in garçon en de "c" als een "k".

pagare (betalen)

  • pago
  • paghi
  • paga
  • paghiamo
  • pagate
  • pagano

cercare (zoeken)

  • cerco
  • cerchi
  • cerca
  • cerchiamo
  • cercate
  • cercano

Werkwoorden op -giare, zoals "mangiare", worden niet aangepast. Je vindt dus gewoon de stam "mangi" plus de gewone uitgangen terug.

mangiare (eten)

  • mangio
  • mangi (let op: geen dubbele i)
  • mangia
  • mangiamo
  • mangiate
  • mangiano

Werkwoorden op -ere[bewerken]

  • Het systeem is hetzelfde als bij de werkwoorden op -are, alleen zijn er geen veranderingen voor de uitspraak nodig.
  • Opvallende verschillen met de werkwoorden op -are zijn: de uitgang "e" in de 3de persoon enkelvoud, de uitgang "ete" in de 2de persoon meervoud en "ono" in de 3e persoon meervoud.

vivere (leven)

  • vivo
  • vivi
  • vive
  • viviamo
  • vivete
  • vivono

Werkwoorden die zoals "vivere" vervoegd worden, zijn conoscere (kennen), riconoscere (herkennen), vedere (zien), leggere (lezen), enzovoorts.

Werkwoorden op -ire[bewerken]

  • Het systeem is hetzelfde als bij de werkwoorden op -are, alleen zijn er geen veranderingen voor de uitspraak nodig.
  • Opvallende verschillen met de werkwoorden op -are zijn: de uitgang "e" in de 3de persoon enkelvoud, de uitgang "ite" in de 2de persoon meervoud en "ono" in de 3e persoon meervoud.

dormire (slapen)

  • dormo
  • dormi
  • dorme
  • dormiamo
  • dormite
  • dormono

Werkwoorden die zoals "dormire" vervoegd worden, zijn: partire (vertrekken), uscire (uitgaan) enzovoorts.

Wederkerende werkwoorden[bewerken]

  • De werkwoorden zijn te herkennen aan het wederkerende voornaamwoord "si", dat na de infinitief (onbepaalde wijs) komt.
  • Elk werkwoord wordt vervoegd volgens de hierboven aangeleerde regels, alleen plaatst men voor de verbogen vorm het wederkerende voornaamwoord "mi", "ti", "si", "ci" of "vi", afhankelijk van de persoon.
  • Bij zinnen met een vervoegd werkwoord + infinitief, zijn er twee mogelijkheden voor de plaatsing van het wederkerend voornaamwoord. Bijvoorbeeld "Non voglio svegliarmi." of "Non mi voglio svegliare." (= "Ik wil niet wakker worden.")
  • Sommige werkwoorden zijn in het Italiaans altijd wederkerend en in het Nederlands niet.

Pas op: si betekent ook men. Voorbeeld: si vede che non è vero (Men ziet dat het niet waar is)

chiamarsi (heten)

  • mi chiamo
  • ti chiami
  • si chiama
  • ci chiamiamo
  • vi chiamate
  • si chiamano

Wederkerende werkwoorden zijn svegliarsi (wakker worden), risporsarsi (rusten), incontrarsi (ontmoeten), enzovoorts.

Onregelmatige werkwoorden[bewerken]

essere (zijn)

  • sono
  • sei
  • è
  • siamo
  • siete
  • sono

avere (hebben)

  • ho
  • hai
  • ha
  • abbiamo
  • avete
  • hanno

venire (komen)

  • vengo
  • vieni
  • viene
  • veniamo
  • venite
  • vengono

uscire (uitgaan = naar buiten gaan)

  • esco
  • esci
  • esce
  • usciamo
  • uscite
  • escono

fare (maken, doen)

  • faccio
  • fai
  • fa
  • facciamo
  • fate
  • fanno

potere (kunnen)

  • posso
  • puoi
  • può
  • possiamo
  • potete
  • possono

stare (staan, zich voelen)

  • sto
  • stai
  • sta
  • stiamo
  • state
  • stanno

andare (gaan)

  • vado
  • vai
  • va
  • andiamo
  • andate
  • vanno

dovere (moeten, hoeven)

  • devo
  • devi
  • deve
  • dobbiamo
  • dovete
  • devono

volere (willen)

  • voglio
  • vuoi
  • vuole
  • vogliamo
  • volete
  • vogliono

preferire (verkiezen)

  • preferisco
  • preferisci
  • preferisce
  • preferiamo
  • preferite
  • preferiscono

Voltooid tegenwoordige tijd[bewerken]

Werkwoorden met Avere[bewerken]

De voltooid tegenwoordige tijd (de passato prossimo) wordt gemaakt door een hulpwerkwoord (essere of avere) en een voltooid deelwoord ("participio passato").

Bijvoorbeeld: "ik heb gegeven". "Heb" is het hulpwerkwoord en "gegeven" het voltooid deelwoord. In het Italiaans is dat precies hetzelfde. Het voltooid deelwoord maak je door van de infinitief (onbepaalde wijs) -re af te halen en er -to bij te plakken, dus: "ho dato". "Dare" is de infinitief en daar wordt -re van af gehaald, da-, en dan -to erachter = dato. Echter als het werkwoord eindigt op -ere (avere) haal je -ere eraf, om er vervolgens -uto achter te plakken, bijvoorbeeld: "hai avuto" = "jij hebt gehad".

Onregelmatige vormen zijn:
(* WERKWOORD, VOLTOOID DEELWOORD)

  • accendere, acceso = aanzetten, aandoen/-steken
  • aggiungere, aggiunto = toevoegen
  • appendere, appeso = ophangen
  • aprire, aperto = openen
  • chiedere, chiesto = vragen, verzoeken
  • chiudere, chiuso = sluiten
  • convincere, convinto = overtuigen
  • condividere, condiviso = aandeel/gedeeld
  • coprire, coperto = bedekken
  • correre, corso = lopen, rennen
  • decidere, deciso = beslissen
  • deludere, deluso = teleurstellen
  • descrivere, descritto = beschrijven
  • dire, detto = zeggen
  • dipingere, dipinto = schilderen, beschrijven
  • discutere, discusso = discussieren
  • dividere, diviso = (ver)delen
  • esistere, esistito = bestaan
  • esprimere, espresso = uitdrukken
  • fare, fatto = maken
  • iscriversi, iscritto = inschrijven,intekenen
  • leggere, letto = lezen
  • mettere, messo = leggen
  • nascere, nato = geboren worden
  • nascondere, nascosto = verbergen
  • offrire, offerto = aanbieden
  • perdere, perso = vallen
  • permettere, permesso = toelaten
  • piangere, pianto = huilen
  • potere, potuto = kunnen
  • prendere, preso = nemen
  • prescrivere, prescritto = voorschrijven
  • proteggere, protetto = beschermen
  • raggiungere, raggiunto = bereiken
  • rendere, reso = terug-/weergeven, maar ook beantwoorden
  • rispondere, risposto = antwoorden
  • ridere, riso = lachen
  • riprendere, ripreso = wegnemen
  • rispondere, risposto = beantwoorden
  • rivolgersi, rivolto = omdraaien/-keren
  • scendere, sceso = uitstappen
  • scoprire, scoperto = ontdekken, onthullen
  • scrivere, scritto = schrijven
  • smettere, smetto = stoppen
  • spendere, speso = uitgeven
  • succedere, successo = slagen
  • svolgersi, svolto = zich afspelen
  • trascorrere, trascorso = voorbijlopen
  • vedere, visto = zien
  • vincere, vinto = overwinnen

Werkwoorden met Essere[bewerken]

Er zijn ook voltooid deelwoorden met essere. Bij deze voltooid deelwoorden moet je oppassen want waar het voltooid deelwoord dan op eindigt hangt af van de persoon achter de werkwoordsvorm.

Voorbeelden:

  • Carla è partita.
  • Carlo è partito.
  • Carlo e Mario sono partiti.
  • Carlo e Maria sono partiti. (mannelijke vorm wint)
  • Carla e Gianna sono partite.

Mannelijk enkelvoud eindigt dus op -o. Vrouwelijk enkelvoud op -a. Mannelijk meervoud op -i en vrouwelijk meervoud op -e.

Carlo, Maria e Gianna sono partiti. Ook als er maar één man in een heel gezelschap vrouwen zit, heeft het voltooid deelwoord de uitgang -i.

Onregelmatige vormen zijn:
(* WERKWOORD, VOLTOOID DEELWOORD)

  • essere, stato (-a, -i, -e) = zijn (stare, stato = zich voelen, staan)
  • morire, morto = sterven
  • venire, venuto = komen
  • rimanere, rimasto = blijven
  • nascere, nato = geboren worden (vertaling: "ik ben geboren")
  • scomparire, scomparso = verdwijnen
  • passare,
  • entrare,
  • scendere,
  • salire,
  • partire,
  • arrivare

Lijdend voorwerp in de voltooid tegenwoordige tijd[bewerken]

Ook als het hulpwerkwoord avere is, wordt soms het participio passato verbogen:

  • L'hai visto? (Heb je hem/het gezien?)
  • L'hai vista? (Heb je haar gezien?)
  • Li hai visti? (Heb je ze (m) gezien?)
  • Le hai viste? (Heb je ze (v) gezien?)

en ook:

  • Hai dato la lista a Giorgio? - Sì, gliel'ho data.

Uit de eerste twee voorbeelden blijkt precies waarom: lo en la worden voor een klinker ingekort tot l', maar dan is niet meer duidelijk of het om een mannelijk of vrouwelijk persoon gaat. Dit wordt gecompenseerd door een verbuiging van het participio passato (voltooid deelwoord). Ook als het partikel "ne" wordt voorgeplaatst wordt het participio passato verbogen, afhankelijk van waar het op slaat.

Wederkerende werkwoorden[bewerken]

De wederkerende werkwoorden worden in de voltooid tegenwoordige tijd, net als in het Frans, altijd met het hulpwerkwoord essere vervoegd:

lavarsi (zich wassen)

  • (Io) mi sono lavato (man)
  • (Io) mi sono lavata (vrouw)
  • (Tu) ti sei lavato
  • (Lui) si è lavato
  • (Lei) si è lavata
  • (Noi) ci siamo lavati
  • (Voi) vi siete lavati
  • (Loro) si sono lavati (mannen en eventueel vrouwen)
  • (Loro) si sono lavate (vrouwen)

Ook nu volgt de uitgang van het participio passato (-o, -a, -i of -e) het geslacht van het onderwerp omdat het werkwoord met essere wordt vervoegd.


<Inhoudsopgave--Nuttige woorden--Grammatica--Grammatica-overzicht--Woordenlijst--Cultuur en eetgewoonten van Italië--Huurcontract--Meningen>


Heckert GNU.png Deze pagina is vrijgegeven onder de GNU Free Documentation License (GFDL) en nog niet onder CC-BY-SA. Klik hier voor meer informatie.
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.