Italiaans/Les06

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Italiaans

Inleiding
  1. Inleiding op de cursus
Lessen
  1. Alfabet en uitspraak
  2. Regelmatige werkwoorden
  3. Lidwoorden en venire
  4. Voltooid tegenwoordige tijd en delend lidwoord
  5. Wederkerende werkwoorden
  6. Bijvoeglijk naamwoord, bezittelijk voornaamwoord
  7. Andare, teksten lezen en klokkijken
  8. Getallen, tenere en dovere
  9. Voorzetsel, rimanere, uscire en stare
  10. Meewerkend voorwerp, vraagwoorden en dare
  11. Bijwoord, onbepaald voornaamwoord, toekomende tijd
  12. Gebiedende wijs, rangtelwoorden
  13. Verleden tijd
  14. Vergelijking en bere
  15. Ci en ne
  16. Onvoltooid deelwoord
  17. Persoonlijk voornaamwoord
  18. Congiuntivo en passivum
  19. Condizionale en voegwoorden
  20. Afsluitend examen
  21. Einde
Toetsen
  1. Toets les 2 en 3
  2. Eindexamen
  3. Luistertoets
Overig
  1. Nuttige woorden
  2. Grammatica
  3. Grammatica-overzicht
  4. Woordenlijst
  5. Cultuur en eetgewoonten van Italië
  6. Huurcontract
  7. Meningen
  8. Antwoordenboek
Auteurs
  1. Dion
  2. Hansmuller


<Inhoudsopgave - Les 5 - Les 6 - Les 7>

Onderwerp van les 6[bewerken]

Les 6 (Lezione Sei) gaat over de bijvoeglijke naamwoorden en hoe deze zich aanpassen aan het zelfstandig naamwoord, de ontkenning en het werkwoord fare.

Het bijvoeglijk naamwoord[bewerken]

Het bijvoeglijk naamwoord (l'aggettivo in het Italiaans) past zich, anders dan in het Nederlands, aan het zelfstandig naamwoord aan. Het bijvoeglijk naamwoord staat meestal tussen het lidwoord en het zelfstandig naamwoord. Zo is het niet

  La bello figlia

maar

  La bella figlia

Ook in het meervoud verandert het bijvoeglijk naamwoord.

Het is niet

  I buono limoni

maar

  I buoni limoni

Het werkt hetzelfde bij de bezittelijke voornaamwoorden:

Het is

  Tua casa

en niet

  Tuo casa

Bezittelijke voornaamwoorden[bewerken]

Enkelvoud
Mannelijk

Vrouwelijk
Meervoud
Mannelijk

Vrouwelijk
Vertaling
mio mia miei mie mijn
tuo tua tuoi tue jouw
suo sua suoi sue zijn/haar
Suo Sua Suoi Sue uw
nostro nostra nostri nostre ons/onze
vostro vostra vostri vostre jullie
loro loro loro loro hun (mv)

Een paar belangrijke dingen over de bezittelijke voornaamwoorden:

  • 1. In het meervoud wordt 'mio' miei (mannelijk meervoud) of mie (vrouwelijk meervoud). Voorbeelden:
    • il libro (het boek) => i miei libri (mijn boeken),
    • la macchina (de auto) => le mie macchine (mijn auto's).
  • 2. Het meervoud vrouwelijk wordt gevormd door van de stam de –o af te halen en de –e erbij te doen.
  • 3. Het vrouwelijk enkelvoud wordt gevormd door de –o eraf te halen en deze te vervangen door een –a.
  • 4. Het bezittelijk voornaamwoord ´loro´ verandert niet.

In de woordenlijst stond, en straks ook nog, de mannelijke vorm van het woord. Dus bijvoorbeeld buono, bello enz. Het is de bedoeling dat u ze aan kunt passen tot buono (mannelijk enkelvoud), buona (vrouwelijk enkelvoud), buoni (mannelijk meervoud), buone (vrouwelijk meervoud). (Wat boffen we toch met Nederlands, waar dit allemaal niet hoeft ;-))

De ontkenning[bewerken]

De ontkenning is in het Italiaans redelijk simpel: zet non voor het belangrijkste werkwoord.

Voorbeeld

  Fumo – Ik rook. 

Nu in de ontkenning

  Non fumo – Ik rook niet.

Nog een belangrijke ontkenning:

  Non (lo) so - Ik weet het niet.

Het werkwoord 'fare' (doen/maken)[bewerken]

Het werkwoord 'fare' betekent doen of maken. Als u Frans kent, kunt u dat misschien wel afleiden aan het Franse werkwoord 'faire'. De persoonlijke voornaamwoorden (io, tu, lui enz.) staan tussen haakjes, want ze worden alleen gebruikt als nadruk nodig is.

fare doen, maken
(io) faccio ik doe/maak
(tu) fai jij doet/maakt
(lui/lei) fa hij/zij/het/U doet/maakt
(noi) facciamo wij doen/maken
(voi) fate jullie doen/maken
(loro) fanno zij doen/maken


Het voltooid deelwoord van 'fare' is fatto (gedaan/gemaakt).

Woorden[bewerken]

De klemtoon is vet aangegeven.

189. malato = ziek

190. salutare = groeten

191. lavorare = werken

192. l'aeroporto m = het vliegveld (spreek uit a-e-ro-porto)

193. sporco = vies

194. il pomodoro = de tomaat

195. giocare = spelen

196. la sigaretta = de sigaret

197. chiudere = sluiten

198. le scarpe = de schoenen

199. la pesca = de perzik (vergelijk il pesce, de vis)

200. la carta = het papier

201. l'oro m = het goud

202. la mano = de hand (meervoud le mani = de handen. Een vrouwelijk zelfstandig naamwoord met de onregelmatige uitgangen -o en -i!)

203. aiutare = helpen

204. il cane = de hond

205. alto = hoog

206. la casa = het huis

207. qualcuno = iemand

208. la chiesa = de kerk

209. il colore = de kleur

210. (far) bollire = koken

211. comprare = kopen

212. freddo = koud

213. basso = laag

214. ridere = lachen

215. la terra = het land

216. lungo = lang

217. lento = langzaam

218. imparare = (iets zelf) leren

219. nuovo = nieuw

220. il cognome = de achternaam (uitspraak: iel conjome)

221. respirare = ademen

222. separato = apart

223. l'auto m = de auto (maar dagelijks taalgebruik: la macchina= de auto)

224. la gamba = het been

225. l'inizio m = het begin

226. la montagna = de berg (uitspraak: la montanja)

227. la visita = het bezoek

228. per esempio = bijvoorbeeld

229. andare a trovare = bezoeken

230. il film = de film

231. il fiore = de bloem

232. l'albero m = de boom

233. la nave = de boot

234. il burro = de boter

235. bruciare = branden

236. gli occhiali = de bril

237. il ponte = de brug

238. il campeggio = de camping

239. il centro = het centrum

240. il denaro = het geld

241. là = daar

242. il villaggio = het dorp

243. le uva = de druiven (mv, onregelmatig)

244. vero = waar/echt

245. l'uovo m = het ei

246. mangiare = eten

247. la bottiglia = de fles (uitspraak: la bottielja)

248. la frutta = het fruit

249. andare (onr.) = gaan

250. la fortuna = het geluk

U kent al 250 woorden!

Oefeningen[bewerken]

1. Lees onderstaande tekst en beantwoord daarna de vragen

Il lago di Como, o Lario, è un lago lombardo di origine glaciale, appartenente alle province di Como e Lecco. Con i suoi quattrocentodieci metri di profondità (nei pressi di Argegno) è uno dei laghi più profondi d'Europa. È il terzo lago più grande d'Italia, dopo, rispettivamente, il lago di Garda ed il lago Maggiore. Ha una forma caratteristica a "Y" rovesciata.
Uit de Italiaanse Wikipedia, artikel Lago di Como.
Rovesciare = omgooien/omkeren/uitgieten.

1.1. Wat is er zo bijzonder aan het Lago di Como?

     A. Het is het grootste meer van Italië
     B. Het is een diep meer.
     C. In het meer ligt bijzonder veel afval.

1.2. Hoe diep is het Lago di Como?

1.3. In welke provincies ligt het Lago di Como?

1.4. Welke plaats neemt het in op de lijst van de grootste Italiaans meren?

    A. 1e
    B. 2e
    C. 3e

1.5. Heeft het meer een karakteristieke vorm? En zo ja, wat voor één?


2. Vul de juiste vorm van het gegeven bijvoeglijk of bezittelijk voornaamwoord in op de puntjes

1. Hai una ... figlia. (bello)

2. Sono ... limoni! (mio)

3. Le ... fragole (buono)

4. La macchina è ... . (lento)

5. La ... autostrada. (lungo)


3. Vertaal deze vormen van 'fare' in het Italiaans

1. Ik heb gedaan/gemaakt

2. Wij doen/maken

3. Zij doen/maken

4. Jij doet/maakt

5. Jullie hebben gedaan/gemaakt


4. Herhalingsoefening. Vul de juiste vorm van het onregelmatige werkwoord in.

1. Ik heb

2. Zij komen

3. Jij wilt

4. Ik kan

5. Hij is


5. Vertaal de volgende woorden en zinnen in het Nederlands

1. Non fumo.

2. La bella canzone.

3. Faccio dei letti.

4. Come ti chiami?

5. Ti lavi?


6. Vertaal de volgende woorden en zinnen in het Italiaans

1. Ik wil een ontbijt.

2. Wil je de vis?

3. Jij maakt het ontbijt.

4. Ik houd van de autosnelweg.

5. Het mooie Lago di Como.


De antwoorden zijn hier te vinden: Italiaans/Antwoorden/Les06


<Inhoudsopgave - Les 5 - Les 6 - Les 7>
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.