Italiaans/Les19

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Italiaans

Inleiding
  1. Inleiding op de cursus
Lessen
  1. Alfabet en uitspraak
  2. Regelmatige werkwoorden
  3. Lidwoorden en venire
  4. Voltooid tegenwoordige tijd en delend lidwoord
  5. Wederkerende werkwoorden
  6. Bijvoeglijk naamwoord, bezittelijk voornaamwoord
  7. Andare, teksten lezen en klokkijken
  8. Getallen, tenere en dovere
  9. Voorzetsel, rimanere, uscire en stare
  10. Meewerkend voorwerp, vraagwoorden en dare
  11. Bijwoord, onbepaald voornaamwoord, toekomende tijd
  12. Gebiedende wijs, rangtelwoorden
  13. Verleden tijd
  14. Vergelijking en bere
  15. Ci en ne
  16. Onvoltooid deelwoord
  17. Persoonlijk voornaamwoord
  18. Congiuntivo en passivum
  19. Condizionale en voegwoorden
  20. Afsluitend examen
  21. Einde
Toetsen
  1. Toets les 2 en 3
  2. Eindexamen
  3. Luistertoets
Overig
  1. Nuttige woorden
  2. Grammatica
  3. Grammatica-overzicht
  4. Woordenlijst
  5. Cultuur en eetgewoonten van Italië
  6. Huurcontract
  7. Meningen
  8. Antwoordenboek
Auteurs
  1. Dion
  2. Hansmuller


<Inhoudsopgave - Les 18 - Les 19 - Les 20>

Onderwerp van les 19[bewerken]

Deze les (Lezione Dicianove) gaat over de condizionale en voegwoorden.

Condizionale[bewerken]

De condizionale presente is de voltooid toekomende tijd. Je gebruikt hem als je wilt zeggen dat je iets zou gaan doen. Voorbeeld:

Ik zou daar wonen.

wordt:

Abiterei là. 

De condizionale presente wordt ook in de volgende situaties gebruikt.

Als je een wens uitdrukt:

mangerei volentieri una fetta di torta = ik zou graag een stuk taart eten.

Als je iemand iets op een beleefde manier wil vragen:

Scusi, mi aiuterebbe con questo esercizio? = Pardon, zou u mij kunnen helpen met deze opdracht?

Als je iemand advies geeft:

Dove posso trovare un parrucchiere? Io andrei da Jan Jansen. = Waar kan ik een kapper vinden? Ik zou naar (kapper) Jan Jansen gaan.

Als je een twijfel wil uitdrukken:

Tra questi pantaloni non saprei quale scegliere = Ik zou niet weten welke broek ik tussen deze zou kiezen.

Als je een actie/gebeurtenis beschrijft die afhangt van een andere actie/gebeurtenis:

Non ho la macchina ora, altrimenti vi darei un passaggio = Ik heb de auto nu niet, anders zou ik jullie een rit geven.

Tabel:

parlare credere partire essere avere
(io) parlerei crederei partirei sarei avrei
(tu) parleresti crederesti partiresti saresti avresti
(lui/lei) parlerebbe crederebbe partirebbe sarebbe avrebbe
(noi) parleremmo crederemmo partiremmo saremmo avremmo
(voi) parlereste credereste partireste sareste avreste
(loro) parlerebbero crederebbero partirebbero sarebbero avrebbero

Onregelmatigheden:

andare: andrei, andresti, andrebbe, andremmo, andreste, andrebbero

rimanere: rimarrei, rimarresti, rimarrebbe, rimarremmo, rimarrebbero

tenere: terrei, terresti, terrebbe, terremmo, terreste, terrebbero

venire: verrei, verresti, verrebbe, verremmo, verreste, verrebbero

volere: vorrei, vorresti, vorrebbe, vorremmo, vorreste, vorrebbero

Condizionale passato[bewerken]

De condizionale kent ook een verleden tijd, zeg maar een voltooid verleden toekomende tijd.

Regel voor de vorming: condizionale van essere/avere + volt. deelw.

Je gebruikt hem als je zegt:

Ik zou daar gewoond hebben.

wordt:

Avrei abitato là.

Tabel:

parlare credere sentire
(io) avrei parlato avrei creduto avrei sentito
(tu) avresti parlato avresti creduto avresti sentito
(lui/lei) avrebbe parlato avrebbe creduto avrebbe sentito
(noi) avremmo parlato avremmo creduto avremmo sentito
(voi) avreste parlato avreste creduto avreste sentito
(loro) avrebbero parlato avrebbero creduto avrebbero sentito

De voltooide deelwoorden worden net als anders wel vervoegd!

<Inhoudsopgave - Les 18 - Les 19 - Les 20>
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.