Duits/Woordenlijst Nederlands-Duits

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hier staat de woordenlijst Nederlands-Duits. Hierin staan een heleboel basiswoorden, dit zijn de woorden die vaak gebruikt worden in het Duits en/of handig zijn om te weten. Sommige woorden hebben een twee vertalingen. Deze staan beide weergeven en worden gescheiden door middel van het woord of (in cursief). Van de werkwoorden staat alleen het infinitief weergeven, dus het hele werkwoord.

Na een zelfstandig naamwoord volgt steeds eerst het juiste geslacht (m = mannelijk, v = vrouwelijk, o = onzijdig) en daarna de regel voor de meervoudsvorming. Krijgt het meervoud een aparte uitgang (bijv. -n of -e), dan is deze uitgang steeds aangegeven. Een "+" betekent dat het woord in het meervoud een Umlaut krijgt.

Hiernaast bestaat er nog een Woordenlijst Duits-Nederlands.

Nederlands - Duits[bewerken]

Inhoudsopgave:

A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z

A[bewerken]

aankomst - Ankunft v
aardappel - Kartoffel v, -n
alles - Alles
alstublieft - bitte
appel - Apfel m, +
avond - Abend m, -e
avondeten - Abendessen o

B[bewerken]

bank (bedrijf) - Bank v, -en
bedankt - danke
beetje - Bisschen
bericht - Nachricht v, -e
bier - Bier o, -e
bij voorbaat - im Vorhaus
boerderij - Bauernhof, m, -e +
brood - Brot o, -e
bus - Bus m, -se
buur(man) - Nachbar m, -n

C[bewerken]

D[bewerken]

dag (begroeting) - Auf Wiedersehen
dag (etmaal) - Tag m, -e
dak - Dach o, -er +
dat (voegwoord)- dass
dankjewel - Danke
dessert - Dessert o, -s
dicht - geschlossen
drankje - Getränk o, -e

E[bewerken]

eten - essen

F[bewerken]

fruit - Frucht v of Obst o

G[bewerken]

geachte heer - geehrter Herr
geachte mevrouw - geehrte Frau
geduld - Geduld v
geïnformeerd - informiert
goed - gut of richtig
goedendag - Guten Tag
graag - gern
groente - Gemüse o

H[bewerken]

hallo - Hallo
hebben - Haben
heer - Herr, m, -en
hen (persoonlijk voornaamwoord) - Ihnen of Sie
het - die/der/den/das
heten - heißen
hotel - hotel o
hij - er
huis - Haus, o, -er +
huiswerk - Hausaufgaben v, meerv.
hun (bezittelijk voornaamwoord) - Ihr
hun (persoonlijk voornaamwoord) - Ihnen

I[bewerken]

iJs - Eis o
ik - Ich

J[bewerken]

ja - ja
jij, je - du
jawel, toch wel - doch
jullie (onderwerpsvorm) - Ihr
jullie (voorwerpsvorm) - Euch

K[bewerken]

kaartje (voor openbaar vervoer) - Farhkarte v, -n
kamer - Zimmer o
kerk - Kirche v, -n
koffie - Kaffee m
klant - Kunde m, -n
klantenservice - Kundendienst m, -e

L[bewerken]

luchthaven - Flughafen m, +
lunch - Mittagessen o

M[bewerken]

man - Mann m, +, -er
metro - U-bahn v, -en
mevrouw - Frau
middag - Mittag m
morgen - Morgen m
muziek - Musik

N[bewerken]

nacht - Nacht m
nagerecht - Nachtisch m of Dessert o
nee - nein

O[bewerken]

ontbijt - Frühstück o
ons - uns
oom - Onkel m
op - auf
open/geopend - offen, geöffnet of auf

P[bewerken]

paard - Pferd o, -e
pardon (tussenwerpsel) - Enschuldigung
parkeerplaats - Parkplatz m
paspoort - Reisepaß m, -e
postkantoor - Post v, -en
politie - Polizei m, -en

Q[bewerken]

R[bewerken]

rekening - Rechnung v, -en
rekeningnummer - Kontonummer v, -n
reservatie - Reservierung v, -en

S[bewerken]

salade - Salat m, -e
sap - Saft m
slecht - schlecht
station - Bahnhof m, -e +

T[bewerken]

thee - Tee m
trein - Zug m, -e +

U[bewerken]

u (persoonlijk voornaamwoord) - Sie
uw - Ihre

V[bewerken]

veel - viel
vegetarisch - vegetarisch
verkeerd - falsch
verontschuldigen - entschuldigen
vertrek - Anfahrt v
vliegveld - Flughafen m, +
voor - für
vrouw - Frau v, -en

W[bewerken]

wachten (w.w.) - warten
Wanneer - wann
was (ovt van zijn) - war
water - Wasser o
weinig - wenig
wij - wir
wijn - Wein m, -e
worden - werden

X[bewerken]

Y[bewerken]

Z[bewerken]

zij (zowel enkelvoud als meervoud) - sie
zijn (werkwoord) - sein
zijn (bezittelijk voornaamwoord) - sein
zullen - werden

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.