Duits/Grammatica/Der Nominativ

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De nominatief (1e naamval) wordt gebruikt als:

  • Het zelfstandig naamwoord in de zin de functie van onderwerp heeft
Bepaald lidwoord Onbepaald lidwoord
Der Mann ist alt. (De man is oud.) Ein Mann ist alt. (Een man is oud.)
Die Jacke ist schön. (De jas is mooi.) Eine Jacke ist schön. (Een jas is mooi.)
Das Kind ist müde. (Het kind is moe.) Ein Kind ist müde. (Een kind is moe.)
  • Het zelfstandig naamwoord in de zin de functie van naamwoordelijk deel van het gezegde heeft
Bepaald lidwoord Onbepaald lidwoord
Das ist der Mann. (Dat is de man.) Das ist ein Mann. (Dat is een man.)
Das ist die Jacke. (Dat is de jas.) Das ist eine Jacke. (Dat is een jas.)
Das ist das Kind. (Dat is het kind.) Das ist ein Kind. (Dat is een kind.)

Adjectief[bewerken]

We gaan telkens uit van het adjectief jung (jong):

M V O Mv
Geen lidwoord junger Mann junge Frau junges Kind junge Leute
Onbepaald lidwoord ein junger Mann eine junge Frau ein junges Kind keine jungen Leute
Bepaald lidwoord der junge Mann die junge Frau das junge Kind die jungen Leute

Algemeen[bewerken]

Bepaald lidwoord Onbepaald lidwoord
M der ein
V die eine
O das ein
  • Gebruik zoals het bepaald lidwoord: dies- (deze), welch- (welk), jed- (ieder), ...
  • Gebruik zoals het onbepaald lidwoord: kein- (geen), mein- (mijn), sein- (zijn), ...
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.