Naar inhoud springen

Duits/Grammatica/Werkwoorden/HabenSeinWerden

Uit Wikibooks

Duits

Inleiding
Lessen
Grammatica naamvallen
Grammatica Naamwoorden
Grammatica Werkwoorden
Toetsen
Overig

Hieronder vindt u het vervoegingsoverzicht van de werkwoorden sein (zijn), haben (hebben) en werden ("worden" en "zullen"). Deze drie werkwoorden komen het vaakst voor in de gesproken taal. Met name de tegenwoordige tijd van sein kent veel onregelmatigheden. Als een hulp om deze werkwoorden te vervoegen kunt u het woord feesttenten gebruiken, (fe)-e-st-t-en-t-en. Je gebruikt de stam van deze werkwoorden en dan plak je één van die uitgangen aan de stam.[1]

haben (hebben) sein (zijn) werden (worden/zullen)
ich stam + e stam + e stam + e
du stam + st stam + st stam + st
er/sie/es/man stam + t stam + t stam + t
wir stam + en stam + en stam + en
ihr stam + t stam + t stam + t
sie stam + en stam + en stam + en
Sie stam + en stam + en stam + en
haben (hebben) sein (zijn) werden (worden/zullen)
ich habe bin werde
du hast bist wirst
er/sie/es/man hat ist wird
wir haben sind werden
ihr habt seid werdet
sie haben sind werden
Sie haben sind werden

Merk met name op dat werden zowel het Duitse woord is voor "worden" als voor "zullen"! Werden kan soms ook worden vertaald als "gaan" (als dit in het Nederlands "zullen" betekent, zoals in "ik ga iets doen").

Referenties

  1. www.colanguage.com, tegenwoordige tijd in het Duits. Geraadpleegd op 3 december 2022.
Informatie afkomstig van Wikibooks NL, een onderdeel van de Wikimedia Foundation.