Naar inhoud springen

Duits/Grammatica/Werkwoorden/Scheidbare werkwoorden

Uit Wikibooks

Duits

Inleiding
Lessen
Grammatica naamvallen
Grammatica Naamwoorden
Grammatica Werkwoorden
Toetsen
Overig

In het Duits zijn er net als in het Nederlands scheidbare werkwoorden. Een voorbeeld van een scheidbaar werkwoord in het Nederland is aannemen. Dit bestaat uit twee delen: "aan" en "nemen".

Hieronder vind je een schema waarbij gebruik wordt gemaakt van het werkwoord anziehen (aantrekken).

Persoon Anziehen (aantrekken)
ich ziehe an
du ziehst an
er zieht an
wir ziehen an
ihr zieht an
Sie/sie zieht an

Je ziet dat "ziehen" vervoegd wordt en "an" niet. "An" is echter wel deel van het werkwoord; het volledige werkwoord is anziehen. Echter als het vervoegd wordt treedt er een scheiding op; een scheidbaar werkwoord dus.

Er zijn nog vele andere scheidbare werkwoorden. Vaak beginnen zij met een voorzetsel (bijvoorbeeld um-, ab-, auf-, an-, etc.). Hieronder vind je een lijstje met scheidbare werkwoorden:

  • abfahren (vertrekken)
  • abmagern (afvallen)
  • abreisen (vertrekken)
  • anfahren (aanrijden, uitvallen)
  • anhalten (stoppen)
  • ankommen (aankomen)
  • anlegen (investeren)
  • ansagen (aankondigen)
  • ansehen (aankijken, bekijken, aanzien)
  • anziehen (antrekken)
  • aufbauen (opbouwen)
  • aufmachen (openen, openmaken)
  • aufregen (opwinden)
  • aufstehen (opstaan)
  • aufziehen (opvoeden, opdraaien, opentrekken, organiseren)
  • loslassen (loslaten)
  • umtauschen (omruilen, verwisselen)
  • umziehen (verhuizen)
Informatie afkomstig van Wikibooks NL, een onderdeel van de Wikimedia Foundation.