Duits/Les 7

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Next.svg Zie Duits/Grammatica/Werkwoorden

Tegenwoordige tijd[bewerken]

De regelmatige vervoeging gaat als volgt:

Sagen Zeggen
Ich sage Ik zeg
Du sagst Jij zegt
Er/Sie/Es sagt Hij/Zij/Het zegt
Wir sagen Wij zeggen
Ihr sagt U zegt, Jullie zeggen
Sie sagen Zij zeggen, U zegt•
Man sagt Men zegt

• Sie met een hoofdletter betekent: u zegt. Sie met een kleine letter betekent: zij zeggen.

Er zijn echter een aantal werkwoorden met een onregelmatige vervoeging. Dit zijn de belangrijkste:

sein[bewerken]

Sein Zijn
Ich bin Ik ben
Du bist Jij bent
Er/Sie/Es ist Hij/Zij/Het is
Wir sind Wij zijn
Ihr seid U bent, Jullie zijn
Sie sind Zij zijn, U bent
Man ist Men is

können[bewerken]

Können Kunnen
Ich kann Ik kan
Du kannst Jij kunt
Er/Sie/Es kann Hij/Zij/Het kan
Wir können Wij kunnen
Ihr könnt U kunt, Jullie kunnen
Sie können Zij kunnen, U kunt
Man kann Men kan

haben[bewerken]

Haben Hebben
Ich habe Ik heb
Du hast Jij hebt
Er/Sie/Es hat Hij/Zij/Het heeft
Wir haben Wij hebben
Ihr habt U heeft, Jullie hebben
Sie haben Zij hebben, U heeft
Man hat Men heeft
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.