Duits/Grammatica/Werkwoorden/Klankwissel in de stam in de tegenwoordige tijd

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

We kunnen de werkwoorden met klankwissel (Umlaut) in de tegenwoordige tijd onderverdelen in drie categorieën:


Klankwissel a naar ä[bewerken]

Bij sterke werkwoorden met in de stam een "a" vindt een klankwissel plaats in de tweede en derde persoon enkelvoud van de tegenwoordige tijd. Deze wordt dan een "ä". Als voorbeeld nemen we het werkwoord fahren (rijden).

fahren
ich fahre
du fährst
er/sie/es fährt
wir fahren
ihr fahrt
sie fahren
Sie fahren

Je ziet dus dat deze klankwissel optreedt bij de du- en de er/sie/es-vorm. Sterke werkwoorden met een "au" in de stam hebben ook te maken met deze klankwisseling. Een voorbeeld is het werkwoord laufen: du läufst, er läuft.

Veelvoorkomende werkwoorden die met deze klankwisseling te maken krijgen zijn:

  • backen (bakken)
  • fahren (rijden)
  • fallen (vallen)
  • fangen (vangen)
  • graben (graven)
  • halten (houden)
  • laden (laden)
  • lassen (vertrekken)
  • laufen (lopen)
  • raten (raden)
  • saufen (drinken, borrelen, zuipen)
  • schlafen (slapen)
  • schlagen (overtreffen)
  • tragen (dragen)
  • waschen (wassen)


Klankwissel e naar i(e)[bewerken]

Als voorbeelden nemen we de werkwoorden helfen (helpen) en sehen (zien).

helfen sehen
ich helfe sehe
du hilfst siehst
er/sie/es hilft sieht
wir helfen sehen
ihr helft seht
sie helfen sehen
Sie helfen sehen

Bij deze werkwoorden krijg je dus -ie- als er een lange "e" in de stam van het werkwoord zit, en -i- als het om een korte "e" gaat. Op deze regel bestaan echter een paar uitzonderingen, bijvoorbeeld geben (geven):

geben
...
du gibst
er/sie/es gibt
...

Ook de werkwoorden nehmen en treten krijgen een korte i in de 2de en 3de persoon enkelvoud: er nimmt (geen h!); er tritt

Maar er zijn ook sterke werkwoorden zónder e/i(e)-Wechsel, zoals heben, gehen, stehen, genesen, bewegen en melken.


We kunnen dus algemeen stellen dat sterke werkwoorden die in hun stam een a of e bevatten, doorgaans een klankverandering ondergaan bij de tweede en derde persoon in het enkelvoud van de tegenwoordige tijd.


Klankwissel o naar ö[bewerken]

Bij sterke werkwoorden met in de stam een "o" treedt in de tegenwoordige tijd een klankverwisseling plaats, waardoor deze een "ö" wordt. Hieronder zie je een voorbeeld, met het werkwoord stoßen (stoten, duwen).

stoßen
ich stoße
du stößt
er/sie/es stößt
wir stoßen
ihr stoßt
sie stoßen
Sie stoßen

Je ziet dat er dus een klankverwisseling optreedt bij de du- en de er/sie/es-vorm. Behalve bij stoßen komt deze specifieke klankwisseling overigens weinig voor.

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.