Naar inhoud springen

Duits/Grammatica/Werkwoorden/Modale werkwoorden

Uit Wikibooks

Duits

Inleiding
Lessen
Grammatica naamvallen
Grammatica Naamwoorden
Grammatica Werkwoorden
Toetsen
Overig

In het Duits zijn er zeven modale werkwoorden. Dit zijn werkwoorden die in een zin aangeven met welk gevoel iets gebeurt. In het Duits zijn dit de woorden dürfen, können, mögen, müssen, sollen, wollen en wissen. Hieronder in het schema staan de vervoegingen.

Persoon dürfen (mogen) können (kunnen) mögen (houden van, lusten) müssen (moeten) sollen (moeten) wollen (willen) wissen (weten)
ich darf kann mag muss soll will weiß
du darfst kannst magst musst sollst willst weißt
er/sie/es darf kann mag muss soll will weiß
wir dürfen können mögen müssen sollen wollen wissen
ihr dürft könnt mögt müsst sollt wollt wisst
Sie/sie dürfen können mögen müssen sollen wollen wissen

Je ziet dat bij elk van deze werkwoorden, op sollen na, de ich, du en er/sie/es vormen anders zijn dan de onderste drie.

Informatie afkomstig van Wikibooks NL, een onderdeel van de Wikimedia Foundation.