Plato/Leven en werk van Plato

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Plato-raphael.jpg
Plato

La scuola di Atene.jpg

Plato was de zoon van Ariston en Perictione. Hij werd geboren in Athene of misschien in Aegina omstreeks 428 v.Chr., een jaar na de dood van de grote staatsman Pericles. Zijn familie behoorde aan beide zijden tot de voornaamste van Athene. Van Ariston werd gezegd dat hij beweerde af te stammen van de zeegod Poseidon via Codrus, de laatste koning van Athene. De moeder van Plato was verwant met Solon, de Vroeg-Griekse wetgever, en van Critias, een van de 30 tirannen. Niets is geweten over de omstandigheden van de dood van Plato's vader. Waarschijnlijk stierf hij toen Plato nog een jongen was. Perictione trouwde dan met haar oom Pyrilampes, een bekend aanhanger van Pericles, en Plato werd waarschijnlijk in het huis van Pyrilampes opgevoed. Oorspronkelijk zou zijn naam 'Aristokles' geweest zijn, die later veranderd werd in Plato ('de brede') omwille van zijn zijn brede voorhoofd of zijn brede schouders.

Introductie[bewerken]

Iets zinnigs vertellen over het leven van Plato blijft een hachelijke zaak. Alles staat of valt immers met de betrouwbaarheid van de bronnen waar we over beschikken. Welke zijn die bronnen dan wel?

  • in de eerste plaats Plato's leerling en tijdgenoot Aristoteles, waarschijnlijk de betrouwbaarste bron waarover we beschikken. Hij geeft ons informatie over Plato's intellectuele achtergrond. Van hem weten we bijvoorbeeld dat Plato beïnvloed was door de heraclitische filosoof Cratylus (en natuurlijk door Socrates) (Met. 987a32-b10) en geïnteresseerd was in zijn voorgangers, de natuurfilosofen.
  • Diogenes Laërtius (200 na Chr.) citeert in zijn 'Levens' onder meer Speusippus, Plato's neef, over het verhaal met de bijen. De 'Levens' staan echter vol roddels, legendes en fictie, wat het tot een weinig betrouwbare bron maakt. Daarbij komt dan nog dat Diogenes Laërtius zijn 'Levens van belangrijke filosofen' zo'n 600 jaar na Plato schreef... [1]
  • de 'Brieven' van Plato worden inmiddels voor het grootste deel niet meer aan hem toegeschreven en blijven dus een verdachte bron van informatie. Zelfs de 'Zevende Brief', [2] die wel authentiek lijkt en vertelt over Plato's bemoeienis met de politiek van Syracuse in Sicilië. Plato verwijst voor de rest heel weinig naar zichzelf. Een uitzondering daarop zijn de dialogen Apologie van Socrates (38b6) en de Phaedo (59b10)

Weinig is dus bekend over Plato's vroege leven en scholing vanwege de schaarse verslagen die daarover te vinden zijn. Wat wel vaststaat, is dat de filosoof tot een van de rijkste en meest politiek actieve gezinnen in Athene behoorde. Antieke bronnen beschrijven hem als een pientere hoewel bescheiden jongen die uitmuntte in zijn studie. Zijn vader deed er alles aan om zijn zoon een goede opleiding te bezorgen en Plato moet dus onderwezen zijn in grammatica, muziek,[3] gymnastiek en filosofie door enkele van de meest vooraanstaande docenten van zijn tijd.

Geboortedatum en geboorteplaats[bewerken]

De exacte geboortedatum van Plato is niet bekend. Zich baserend op oude bronnen, schatten de meeste moderne geleerden dat Plato werd geboren tussen 428 en 427 v.Chr. De grammaticus Apollodorus van Athene betoogt in zijn Kronieken dat Plato werd geboren in het eerste jaar van de achtentachtigste Olympiade (427 v.Chr.), op de zevende dag van de maand Thargelion; volgens deze traditie werd de god Apollo geboren op deze dag. [4] Volgens een andere biograaf, Neanthes, was Plato vierentachtig bij zijn overlijden. [4] Als wij Neanthes' versie aanvaarden, was Plato zes jaar jonger dan Isocrates, waardoor het aannemelijk is dat hij geboren werd in het tweede jaar van de 87e Olympiade, het jaar dat Pericles overleed (429 v.Chr.) [5]

De Kroniek van Eusebius noemt het vierde jaar van de 88e Olympiade als zijnde het jaar van Plato, het jaar dus dat Stratocles archon werd, terwijl de Alexandrische kroniek daarentegen de negenentachtigste Olympiade noemt, toen Isarchus archon was. [6] Volgens de Suda [7] werd Plato geboren in Aegina tijdens de 88e Olympiade te midden van de voorbereidingen op de Peloponnesische oorlog, en zou 82 jaar geleefd hebben. [8] Sir Thomas Browne is ook van mening dat Plato werd geboren in de 88e Olympiade. [9] Renaissanceplatonisten vierden Plato's geboorte op 7 november. [10] Ulrich von Wilamowitz-Moellendorff schat dat Plato werd geboren toen Diotimos archon werd, namelijk tussen 29 juli 428 en 24 juli 427 v.Chr. [11] De Griekse filoloog Ioannis Kalitsounakis is van mening dat de filosoof werd geboren op 26 of 27 mei van het jaar 427 v.Chr. terwijl Jonathan Barnes 428 v.Chr. als Plato's geboortejaar beschouwt. [12]. Wat Debra Nails betreft, zij houdt vast aan 424/423 v. Chr. [10]

Plato's geboorteplaats is ook omstreden. Diogenes Laërtius beweert dat Plato "werd geboren, volgens sommige schrijvers, in Aegina in het huis van Phidiades, de zoon van Thales". Als een van zijn bronnen noemt Diogenes de Universele Geschiedenis van Favorinus. Volgens Favorinus werden Ariston en de rest van Plato's gezin door Athene naar het eiland Aegina gezonden om zich daar te vestigen als cleruchs (kolonisten die hun Atheense burgerschap behielden). Daar werden ze echter na Plato's geboorte verdreven door de Spartanen. [13] Nails wijst er echter op dat er geen schriftelijke bron bestaat over zulke veronderstelde verdrijving van Atheense burgers uit Aegina door Spartanen in de periode tussen 431 en 411 v.Chr. [14] Daarbij komt nog dat bij de Vrede van Nicias Aegina onder Atheense controle bleef, en het zou tot de zomer van het 411 duren voor de Spartanen het eiland veroverden. [15] Daarom concludeert Nails dat "Ariston mogelijk een cleruch was, mogelijk in 431 naar Aegina ging, en dat Plato mogelijk werd geboren op Aegina, maar geen van deze veronderstellingen maakt een precieze datering van Aristons dood of Plato's geboorte mogelijk. [14] Aegina wordt ook door de Suda beschouwd als Plato's geboorteplaats. [8]

Familie[bewerken]

Plato's vader was Ariston, van de deme van Colytus. Volgens een traditie, vermeld door Diogenes Laërtius maar betwist door Wilamowitz-Moellendorff, beriep Ariston zich op zijn afstamming van Codrus, de koning van Athene, en van Melanthus, de koning van Messenia, [16] Dit argument komt echter niet voor in de dialogen van de filosoof. [17] Plato's moeder was perictione, wiens familie zou afstammen van de beroemde Atheense wetgever en lyrische dichter Solon. [18] Perictione was de zus van Charmides en nicht van Critias, beiden prominente figuren onder de dertig tirannen tijdens het korte oligarchisch regime, dat volgde op de ineenstorting van Athene aan het einde van de Peloponnesische oorlog (404-403 v.Chr.) [19]

Naast Plato zelf, hadden Ariston en Perictione drie andere kinderen: twee zonen, Adeimantus en Glaucon, en een dochter, Potone, de latere moeder van Speusippus (de neef en opvolger van Plato als hoofd van zijn filosofische Academie). [19] Volgens de dialoog 'De Staat' waren Adeimantus en Glaucon ouder dan Plato. De twee broers onderscheidden zich in de Slag van Megara toen Plato niet ouder kon zijn dan 5 jaar. [20] Niettemin presenteert Xenophon in zijn Memorabilia Glaucon als jonger dan Plato. [21]

Ariston lijkt te zijn overleden in Plato's kindertijd, hoewel de precieze datering van zijn dood moeilijk is. [22] In de tijd dat Ariston overleed was het vrouwen door de Atheense wet verboden om juridisch zelfstandig te zijn, waardoor Perictione werd uitgehuwelijkt aan Pyrilampes, de broer van haar moeder. (Plato zelf noemt hem de oom van Charmides). [23] Pyrilampes had vaak dienst gedaan als ambassadeur voor de Perzische rechtbank en was een vriend van Pericles, de leider van de democratische fractie in Athene. [24] Hij had een zoon uit een eerder huwelijk, Demus, die beroemd was om zijn schoonheid. [25] Perictione schonk het leven aan Pyrilampes' tweede zoon, Antiphon, de halfbroer van Plato, die in de dialoog Parmenides, verschijnt. Daarin zegt hij de filosofie te hebben opgegeven om de rest van zijn leven te besteden aan paarden. [26] Zo werd Plato opgevoed in een huishouden met ten minste zes kinderen met een stiefbroer, een zus, twee broers en een halfbroer. [27]

In tegenstelling tot zijn terughoudendheid om over zichzelf te praten, liet Plato zijn verwanten in zijn dialogen optreden en beschrijft ze daarbij vrij nauwkeurig. Charmides heeft een naar hem vernoemde dialoog; Critias neemt zowel de Charmides als in de Protagoras het woord; Adeimantus en Glaucon spelen een belangrijke rol in de Staat. [28] Op basis van deze en andere verwijzingen (die wijzen op een zekere familietrots) kan Plato's stamboom gereconstrueerd worden. Volgens Burnet is "de openingsscène van de Charmides een verheerlijking van de familierelaties ..." Plato's dialogen zijn dus blijkbaar niet alleen een gedenkteken aan Socrates, maar ook aan gelukkiger dagen van zijn eigen familie. "[29]

Naam[bewerken]

Volgens Diogenes werd de filosoof vernoemd naar zijn grootvader Aristocles, maar zijn worstelleraar, Ariston van Argos, noemde hem "Platon", "de brede", op grond van zijn robuuste figuur. [30] Diogenes noemt drie bronnen voor de naam van Plato (Alexander Polyhistor, Neanthes van Cyzicus en niet nader genoemde bronnen), volgens welke de naam van Plato afgeleid zou zijn van de breedte (platutês) van zijn welsprekendheid, of anders aan zijn erg brede (platus) voorhoofd. [30] Al deze bronnen van Diogenes dateren uit de Alexandrische periode waarin veel van de biografische informatie door peripatetische voorlopers werd verstrekt. [31] In de 21e eeuw weerspraken een aantal geleerden Diogenes en voerden aan dat Plato de oorspronkelijke naam van de filosoof was en dat de legende over zijn naam als Aristocles ontstaan was in de Hellenistische periode. WKC Guthrie wijst erop dat Ρlato een gewone naam was in het oude Griekenland, waarvan er nog 31 gevallen bekend zijn in Athene alleen. [32]

Legenden[bewerken]

Volgens bepaalde fantasierijke verhalen van antieke schrijvers, werd Plato's moeder zwanger door een goddelijke visioen: Ariston had geprobeerd Perictione voor zich te winnen en met haar te slapen, maar slaagde niet in zijn doel. Toen verscheen de oude Griekse god Apollo aan hem in een visioen, en daardoor liet Ariston Perictione verder ongestoord. Pas toen Perictione van Plato moest bevallen, had haar man betrekkingen met haar. Een andere legende in dat verband vertelt dat, terwijl Plato als kind lag te slapen op de berg Hymettus (waar zijn ouders een offer brachten aan de muzen en nimfen), er bijen waren neergedaald op zijn lippen, een voorteken van de zoetheid van stijl waarmee hij later filosofische discours zou houden. [33]

Onderwijs[bewerken]

Beeld van Socrates in het Louvre, Parijs

Apuleius informeert ons dat Speusippus Plato's "bescheidenheid en snelheid van geest" prees toen hij jong was, en verder dat hij "de eerste vruchten van zijn jeugd verdiend had met hard werken en liefde voor de studie. " [34] Volgens Diogenes zou Plato later zelf de volgende eigenschappen karakteriseren als geschenken van de natuur: het gemak om te leren, het geheugen, de wijsheid, de snelheid van begrip, de jeugdige geest en de pracht van de ziel. [35] Het onderricht van Plato omvatte, zoals bij elke andere Atheense jongen, zowel het fysieke als het mentale; hij werd onderwezen in grammatica (lezen en schrijven), muziek, schilderen en turnen door de meest vooraanstaande docenten van zijn tijd. [36] Hij muntte uit in fysieke oefeningen en Dicaerchus schreef in het eerste deel van zijn Levens, dat Plato worstelde op de Isthmische spelen en alom bekend was om zijn prestaties. [37] Apuleius beweert dat de filosoof ook deelnam aan een openbare wedstrijd op de Pythische spelen. [34] Plato had ook cursussen filosofie gevolgd voor hij Socrates ontmoette. Eerst maakte hij kennis met Cratylus (een leerling van Heraclitus, een prominente presocratische Griekse filosoof) en met de Heraclitische doctrines. [38]

Volgens de antieke schrijvers bestond er een overlevering dat Plato's favoriete bezigheid in zijn jonge jaren poëzie was. Hij schreef gedichten, eerst dithyramben en daarna lyrische gedichten en drama's (een tetralogie), maar toen hij Socrates ontmoette keerde hij deze passie de rug toe en verbrandde al zijn gedichten om zich met uitsluiting van al het andere op de filosofie te richten. [39] Er ging ook een verhaal dat Socrates, op de dag Plato aan hem werd toevertrouwd, zou gezegd hebben dat er een zwaan aan hem was geleverd. [8] Er zijn ook enkele epigrammen toegeschreven aan Plato, maar deze worden nu door sommige geleerden als twijfelachtig beschouwd. [40] Moderne wetenschappers denken dat Plato waarschijnlijk nog een jongen was toen hij kennismaakte met Socrates. Deze beoordeling is gebaseerd op het feit dat Critias en Charmides, twee naaste familieleden van Plato, vrienden waren van Socrates. De enige schriftelijke documentatie over Socrates' onderricht zijn niet geschreven door Socrates zelf, maar door zijn leerling Plato.

Publieke zaken[bewerken]

"Sommige mannen van autoriteit riepen onze kameraad Socrates op voor de rechtbank, en beschuldigden hem van de meest onheilige zaken die Socrates van alle mannen het minst verdiende. Want het was op beschuldiging van goddeloosheid dat die mannen hem hadden opgeroepen en daarvoor veroordeelden de anderen hem en slachtten hem - dezelfde man die toen zij zelf beschuldigd waren en in verbanning leefden, hen had verdedigd en geweigerd had een vriend van hen te arresteren. " (Plato (?), Zevende Brief (325b-c))

Volgens de Zevende Brief, waarvan de authenticiteit is omstreden, zag Plato toen hij wat ouder was voor zichzelf een publieke functie weggelegd. [41] Hij was zelfs uitgenodigd door het regime van de dertig tirannen (Critias en Charmides waren onder hun leiders) om toe te treden tot het bestuur, maar hij ging er niet op in. Hij hoopte dat onder een nieuw leiderschap de stad rechtvaardiger zou bestuurd worden, want hij verafschuwde de gewelddadige acties van het regime. [42] Hij was vooral teleurgesteld en geschokt toen de Dertig probeerden Socrates te betrekken in het gevangennemen van de democratische generaal Leon van Salamis, die ze wilden laten executeren. [43]

In 403 v.Chr. werd de democratie hersteld na de hergroepering van de democraten in ballingschap. Zij drongen de stad binnen via Piraeus en confronteerden het leger van de dertig bij de Slag van Munychia, waarbij zowel Critias als Charmides werden gedood. [44] In 401 v.Chr. vielen de democraten Eleusis aan en doodden de resterende oligarchische aanhangers, die ze verdachten van het inhuren van huurlingen. [45] Na de omverwerping van de dertig, werd Plato's politieke ambitie weer even aangewakkerd maar Socrates' veroordeling bracht daar een einde aan. [46] In 399 v.Chr. verlieten Plato en andere aanhangers van Socrates tijdelijk Athene en verbleven op Megara bij Euclides van Megara, oprichter van de Megarische filosofische school.

Later leven[bewerken]

Aanvankelijk leek Plato zoals de meeste jongeren van zijn milieu voorbestemd te zijn tot een politieke carrière. De wreedheid van de oligarchen, die toen het bewind in handen hadden, moet hem echter afgeschrikt hebben. Na de val van de oligarchie leek het tij voor de democratie te keren, maar na de veroordeling van zijn leermeester en mentor Socrates in 399 v.Chr., keerde Plato zich af van een leven als politicus en besloot zich aan de filosofie te wijden. Plato en andere Socratici weken tijdelijk uit naar Megar, waar ze onderricht kregen van Euclides. De volgende jaren zou hij naar verluidt met reizen in Griekenland en naar Egypte en Italië hebben gevuld. In zijn (niet onbetwiste) zevende brief beweert Plato dat hij op veertigjarige leeftijd Italië en Sicilië bezocht. De genotzuchtige en zinnelijke manier waarop de mensen daar leefden vond hij weerzinwekkend, maar hij vond een zielsverwant in Dion, schoonbroer van Dyonisius I en heerser van Syracuse.

Oprichting van de Academie[bewerken]

Plato's academie, muurschildering in Pompeii

Omstreeks 387 v.Chr. stichtte Plato de Akademia (Academie) als instituut voor systematisch onderricht en research in filosofie en wetenschap. Hij zou tot aan zijn dood hoofd van de Academie blijven. Zijn leerling Aristoteles was 20 jaar aan de Academie verbonden, eerst als student, later als leraar.

Syracuse: politiek intermezzo[bewerken]

Een wat vreemde periode in het leven van Plato is zijn bemoeienis met de politiek van Syracuse. Toen Dyonisius I in 367 v.Chr. stierf, nodigde Plato's vroegere vriend Dion hem uit om in Syracuse de opvoeding van de nog jonge troonopvolger, Dionysius II, op zich te nemen. Zijn plan was om zijn ideeën over de filosoof-koning in de praktijk om te zetten, en hij onderrichte Dyonisius in filosofie en wetenschap. Het plan stierf een vroegtijdige dood doordat de jonge Dyonisius uit jaloezie Plato's vriend Dion liet verbannen. Dion zou later een staatsgreep plegen, maar werd na enkele jaren gevangenisstraf in 345 v.Chr. vermoord. Plato zelf stierf in 348/347 v.Chr.

Wijsgerige stellingen[bewerken]

In de eerste plaats werd Plato beïnvloed door zijn leermeester Socrates, wat ook duidelijk blijkt uit de aanwezigheid van Socrates in de dialogen. Bovendien onderging hij ook invloed van Heraclitus, Parmenides, en de Pythagoreeërs:

  • Heraclitus invloed blijkt uit Plato's verwerping van de zintuiglijke wereld als bron van kennis. Immers, zoals Heraclitus al aangetoond had, was alles om ons heen veranderlijk. ("Panta Rei")
  • Parmenides leerde dan weer dat het Zijn onvergankelijk, één en ondeelbaar moest zijn. Een voorafschaduwing van wat Plato later met zijn Idee van het Goede en de eeuwige Vormen bedoelde.
  • Pythagoras leer van de onsterfelijkheid van de ziel en zijn getallenleer

Plato's belangrijkste filosofische denkbeelden kunnen we als volgt samenvatten:

  • zijn ontwerp van een ideale staat (zijn versie van een 'utopia'), vooral uitgewerkt in de Staat.
  • zijn ideeënleer, in Phaedo, Phaedrus, Symposium en Meno.
  • zijn opvatting van de ziel en de onsterfelijkheid, in Phaedo
  • zijn kosmologie, vooral in Timaeus
  • zijn concept van kennis als herinnering in plaats van als gewaarwording, in Theaetetus.

Voetnoten[bewerken]

  1. Heel wat 'feiten' over Plato zijn ons zo via Laërtius overgeleverd. Dat zijn naam eerst Aristocles was, die later veranderd werd naar Plato omwille van de breedte van zijn schouders of zijn breedvoerige spreekstijl, dat hij een goede worstelaar was, poëzie schreef die hij verbrandde toen hij Socrates ontmoette, aan drie veldslagen deelnam, dat hij een wat dunne stem had, dat hij naar Cyrene reisde en met Egyptische priesters converseerde, dit alles waren beweringen van Diogenes Laërtius.
  2. De Zevende Brief is een literaire en filosofische tekst uit het midden van de 4e eeuw v.Chr. (ca. 360 v.Chr.) Veel hedendaagse onderzoekers zijn geneigd om de authenticiteit van deze brief te ondersteunen en geloven dat hij ofwel door Plato zelf is geschreven ofwel door een student van hem die een directe kennis had van de gebeurtenissen die erin worden beschreven.
  3. Onder 'muziek' moet hier verstaan worden 'muzische vakken', waaronder niet alleen poëzie en muziek vielen, maar bijvoorbeeld ook meetkunde.
  4. 4,0 4,1 Diogenes Laërtius, Leven van Plato, II
  5. F.W. Nietzsche, Werke, 32
  6. W.G. Tennemann, Life of Plato, 315
  7. 10e eeuwse Grieks-Byzantijnse encyclopedie van de antieke mediterrane wereld, voordien foutief toeschreven aan een auteur met de naam Suidas
  8. 8,0 8,1 8,2 Encyclopædia Britannica: Suda
  9. T. Browne, Pseudodoxia Epidemica, XII
  10. 10,0 10,1 D. Nails, The Life of Plato of Athens, 1
  11. U. von Wilamowitz-Moellendorff, Plato, 46
  12. "Plato". Encyclopaedic Dictionary The Helios Volume V (in Grieks) 1952
  13. Diogenes Laërtius, Leven van Plato, III
  14. 14,0 14,1 D. Nails, "Ariston", 54
  15. Thucydides, 5.18
    * Thucydides, 8.92
  16. Diogenes Laërtius, Leven van Plato, III
    * U. von Wilamowitz-Moellendorff, Plato, 46
  17. D. Nails, "Ariston", 53
  18. Diogenes Laërtius, Leven van Plato, I
  19. 19,0 19,1 W. K. C. Guthrie, A History of Greek Philosophy', IV, 10
    * A.E. Taylor, Plato, xiv
    * U. von Wilamowitz-Moellendorff, Plato, 47
  20. Plato, Republic, 2.368a
    * U. von Wilamowitz-Moellendorff, Plato, 47
  21. Xenophon, Memorabilia, 3.6.1
  22. D. Nails, "Ariston", 53
    * A.E. Taylor, Plato, xiv
  23. Plato, Charmides, 158a
    * D. Nails, "Perictione", 53
  24. Plato, Charmides, 158a
    * Plutarch, Pericles, IV
  25. Plato, Gorgias, 481d and 513b
    * Aristophanes, Wasps, 97
  26. Plato, Parmenides, 126c
  27. D. Nails, The Life of Plato of Athens, 4
  28. W. K. C. Guthrie, A History of Greek Philosophy, IV, 11
  29. C.H. Kahn, Plato and the Socratic Dialogue, 186
  30. 30,0 30,1 Diogenes Laërtius, Leven van Plato, IV
  31. A. Notopoulos, The Name of Plato, 135
  32. W. K. C. Guthrie, A History of Greek Philosophy, IV, 10
    * L. Tarán, Plato's Alleged Epitaph, 61
  33. Cicero, De Divinatione, I, 36
  34. 34,0 34,1 Apuleius, De Dogmate Platonis, 2
  35. Plato, Republic, 6.503c
    * U. von Wilamowitz-Moellendorff, Plato, 47
  36. Diogenes Laërtius, Leven van Plato, IV
    * W. Smith, Plato, 393
  37. Diogenes Laërtius, Leven van Plato, V
  38. Aristotle, Metaphysics, 1.987a
  39. E. Macfait, Remarks on the Life and Writings of Plato, 7-8
    * P. Murray, Introduction, 13
    * W.G. Tennemann, Life of Plato, 315
  40. A.E. Taylor, Plato, 554
  41. Plato (?), Seventh Letter, 324c
  42. Plato (?), Seventh Letter, 324d
  43. Plato (?), Seventh Letter, 324e
  44. Xenophon, Hellenica, 2:4:10-19
  45. Xenophon, Hellenica, 2:4:43
  46. Plato (?), Seventh Letter, 325c
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.