Plato/Crito

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Plato-raphael.jpg
Plato

De dood van Socrates, schilderij van Jacques-Louis David

Crito (Oudgrieks Κρίτων) is een korte maar belangrijke dialoog van Plato, die zich afspeelt in de cel waar Socrates zijn executie afwacht. Het thema dat Socrates met zijn rijke vriend Crito bespreekt is rechtvaardigheid, onrechtvaardigheid en hoe met onrechtvaardigheid om te gaan. Socrates' oordeel is dat wanneer iemand je onrechtvaardig behandelt, het niet juist is dit ook met onrechtvaardigheid te beantwoorden. Deze dialoog is te beschouwen als een van de eerste uiteenzettingen over de theorie van het sociaal contract dat met een regering wordt afgesloten.

De setting van de dialoog is de cel waar Socrates na zijn veroordeling zijn nakende terechtstelling afwacht. Nog voor de dageraad aanbreekt, bezoekt zijn vriend Crito hem. Deze heeft het zo gearrangeerd dat Socrates ongemerkt uit zijn cel kan ontsnappen. Zo zou Socrates veilig in verbanning kunnen gaan en zijn executie ontlopen.

Inhoud[bewerken]

Inleiding (43-44c)[bewerken]

Aan het begin van de dialoog ontwaakt Socrates en ziet zijn vriend Crito staan. Op zijn vraag waarom deze hem niet heeft wakker gemaakt antwoordt Crito dat hij onder zulke verdrietige omstandigheden beter kan slapen. Socrates zegt dat iemand die zo oud is als hijzelf zich weinig zorgen maakt vlak voor zijn dood. Crito vertelt hem dan waarom hij is gekomen: het schip uit Delos is op komst. Dat betekent dat Socrates zijn laatste dag is aangebroken, want zijn veroordeling is zolang uitgesteld tot het schip met het gezantschap dat een dankoffer aan Apollo is gaan brengen terugkomt van Delos. Socrates vertelt hem over een droom waaruit blijkt dat het nog niet voor morgen zal zijn. [1] Dan begint Crito's eerste pleidooi om Socrates te overtuigen om met de hulp van zijn vrienden zijn straf te ontlopen. Crito zegt dat hij niet alleen een vriend zou verliezen, maar ook voor de rest van zijn leven met de schande zou moeten leven dat hij Socrates niet had gered. Mogelijk zou men hem er zelfs van verdenken dat hij er geen geld voor over had gehad. Niemand zou geloven dat Socrates er vrijwillig voor had gekozen om te blijven en te sterven.

Socrates en de massa (44c-45a)[bewerken]

Als antwoord op Crito's bezorgdheid wat de mensen wel van hem en zijn vrienden zullen denken na Socrates dood, zegt Socrates dat ze zich niets gelegen moeten laten liggen aan de mening van de massa. Immers, degenen die echt nadenken zullen wel beseffen hoe alles in zijn werk is gegaan en alleen van hun oordeel moet je je iets aantrekken. Crito werpt tegen dat de massa wel in staat is om groot kwaad te doen, zoals de onrechtvaardige behandeling van Socrates zelf aantoont.

Crito verzekert Socrates er nogmaals van dat hij zich over zijn vrienden geen zorgen moet maken dat verklikkers [2] hen last zullen bezorgen of dat ze er hun bezittingen bij kunnen inschieten als ze Socrates helpen ontsnappen.

Crito's argumenten (45a-46b)[bewerken]

  1. Een profetische droom over Pthya, het vaderland van Achilles, dat Socrates volgens een vrouw in een wit gewaad pas ten derden dage zal bereiken
  2. Socrates doelt hier op de 'sycofanten', beroepsverklikkers die hun slachtoffer chanteerden door ermee te dreigen iets over hem te verklikken bij het gerecht
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.