Filosofisch woordenboek/S

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
  • Scepticisme - Filosofische stroming die alleen de open feiten aanvaardt en elk oordeel met betrekking tot betekenissen of verbanden wantrouwt en verwerpt. Het tegengestelde is Dogmatisme.
  • Scholastiek - een middeleeuwse term voor de academische filosofie die van universiteiten uitgaat, in tegenstelling tot de monastieke filosofie van de Kerk. Het verwijst naar de onderwijsmethode die van de 9e tot de 15e eeuw in West-Europa in zwang was en de theologie en traditionele filosofie met elkaar verbond. Een zeer belangrijk onderdeel van de scholastiek was de universaliënstrijd (zie ook universalia).
  • Sociaal contract - verwijst naar een toestand van een mens in de moderne maatschappij waarin hij een deel van de vrijheden die hij in zijn 'natuurstaat' bezat stilzwijgend wil afstaan in ruil voor een meer beschermd bestaan. De bekendste contractfilosofen zijn Thomas Hobbes, John Locke en Jean-Jacques Rousseau. In onze tijd is John Rawls een van de voornaamste auteurs over het sociaal contract.
  • Sjamaan - zie sjamanisme
  • Sjamanisme - een religie die wordt beoefend door inheemse volkeren uit Noord-Europa en Siberië, die wordt gekenmerkt door het geloof in een onzichtbare wereld van goden, demonen en vooroudergeesten die alleen in contact treden met de sjamanen (priester-tovenaars en genezers in een gemeenschap).
  • Sjamanist - zie sjamanisme
  • Sociale antropologie -
  • Socrates - (469-399 v.Chr.) Leermeester van Plato. Griekse filosoof die brak met de traditie van de natuurfilosofen en de sofisten. Hij nam niet de natuur en niet retoriek als onderwerp van zijn filosofie, maar eerder de ethiek. Het goede, juiste leven en het nastreven van de deugd moesten centraal staan in het leven van een mens. Door zijn indringende, ironische manier van discussiëren (de 'socratische methode') kreeg hij echter zowel vijanden als bewonderaars. Hij werd ter dood veroordeeld wegens het niet eren van de goden en het bederven van de jeugd. Hij verkoos het drinken van de gifbeker in plaats van in te gaan op hulp van zijn vrienden en in verbanning te gaan.
  • Sofist - Sofisten waren Griekse filosofen die in de 5e eeuw v.Chr. burgers tegen betaling leerden hoe zij succesvol moesten spreken in de rechtbank en in de volksvergadering. In Plato's dialogen verschijnen zij als pedante leraars die niet naar waarheid zoeken zoals Socrates, maar ten koste van alles via argumentatie gelijk willen halen. Ondanks de kritiek van Aristoteles en Plato waren zij nochtans de eerste filosofen die zich met de (natuur van) de mens gingen bezighouden. Zij stelden ook de problemen van de menselijke kennis en het menselijk handelen aan de orde en bereidden zo de bloei van de Griekse filosofie met Plato en Aristoteles voor. De term "sofistiek" verwijst traditioneel naar de leer die door sofisten wordt aangehangen, terwijl sofisme negatief geassocieerd wordt met drogredeneringen.
  • Solipsisme - een filosofische denkwijze op idealistische leest geschoeid. Het gaat ervan uit dat alleen het bestaan van de eigen ‘geest’ of bewustzijn zeker is. Metafysisch solipsisme stelt zelfs dat bijgevolg alles daardoor moet ontstaan zijn als bij wijze van voorstelling en geen eigen werkelijkheid bezit. Het gaat dus om een ontologische en epistemologische opvatting dat niets bestaat of kan worden gekend dan het eigen zelf en de inhoud van het eigen bewustzijn. Solipsisme is vergelijkbaar met egoïsme dat er immers van uitgaat dat niets zo waardevol is als eigen interesses en plezier.
  • Solon (640-558 v.Chr.) - Grieks staatsman, wetgever en dichter uit het Athene van de 7e en 6e eeuw v.Chr. Hij wordt vaak als 'uitvinder' van de Atheense democratie genoemd en was een van de "zeven wijzen" van Griekenland. Zijn gedichten vormen voor historici de voornaamste bron van informatie over de economische en sociale crisis die hij het hoofd moest bieden.
  • Stoa - een filosofische school in de klassieke oudheid. Vooral vanaf 300 v.Chr. heeft zij grote invloed uitgeoefend op het Romeinse keizerrijk en het denken van de hele hellenistische wereld. De stichter van de Stoa was Zeno van Citium (gestorven ca. 290 v.Chr.) Centraal bij de Stoa staan een sobere leefwijze (aan de cynici ontleend) en het begrip 'Logos', Wereldgeest.
  • Stoïcijnen - Volgelingen van de leer van de Stoa. Een beroemde stoïcijn was de Romeinse keizer Marcus Aurelius Antoninus (121-180). Zelf was hij dan weer beïnvloed door Epictetus (ca. 50 tot ca. 130)
  • Stoïcisme - de filosofische overtuiging dat zelfbeheersing en onthechting, soms geïnterpreteerd als onverschilligheid voor plezier of pijn, het mogelijk maakt om op een onbevooroordeelde manier te argumenteren. Het is genoemd naar de plaats waar de stichter, Zeno van Citium (ca. 335-ca. 263 v.Chr.) onderwees. Stoïcijnen wantrouwden zintuigen en perceptie en beweerden dat logica (de rede) het enige middel was om de wereld echt te kunnen begrijpen. Ze ontwikkelen een materialistische fysica en een ethiek die deugd gelijkstelde aan logica. Hierbij bepleitten zij een passievrije toestand van de geest.
  • Subjectivisme- vraagt zich af of kennis van de buitenwereld mogelijk is en stelt dat de mens niets anders kan kennen dan zijn eigen geest. Subjectieve ervaring is de ultieme maatstaf voor dingen, en dingen bestaan alleen in het bewustzijn van het individu.
  • Syllogisme - Redenering die bestaat uit drie proposities: twee vooropgezette stellingen (de premissen) en een hierop gebaseerde conclusie.

A · B · C · D · E · F · G · H · I · J · K · L · M · N · O · P · Q · R · S · T · U · V · W · X · Y · Z


Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.