Heksenvervolging in Europa (1300-1720)/Ontstaan van de heksenvervolging/Dresen-Coenders. Ontstaan van de heksenvervolging

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Inhoudsopgave
  1. Inleiding
  2. Begin
  3. Rechtsgang
  4. Toename
  5. Reformatie en protestantisme
  6. Heksensabbat
  7. Waterproef
  8. Martelen
  9. Wurgen en verbranden
  10. Hoogtepunt
  11. In Europa en Amerika
  12. In Nederland
    1. Amersfoort en Utrecht
    2. Asten
    3. Roermond
  13. Ontstaan
    1. Dresen-Coenders
    2. Keith Thomas
    3. Joseph Klaits
  14. Verheviging
    1. Dresen-Coenders
    2. Joseph Klaits
  15. Aflopen
    1. Dresen-Coenders
    2. Keith Thomas
    3. Joseph Klaits
  16. Malleus maleficarum
  17. Bronnen en Links

13.1. Dresen-Coenders. Ontstaan van de heksenvervolging (rond 1486)

Er waren rond 1486 problemen op 3 gebieden.

  1. Geloofs- en gezagsproblemen.
  2. Sociaal-economische problemen.
  3. Problemen op het gebied van de seksualiteit en de huwelijksmoraal.

Geloofs- en gezagsproblemen[bewerken]

De duivel werd als een steeds groter gevaar gezien. Hij zou de wereld willen overnemen. De geestelijkheid en de burgers legden steeds meer nadruk op burgerlijke waarden als gehoorzaamheid, zedigheid en bescheidenheid, vooral bij de vrouw.

Onder paus Sixtus IV groeide de corruptie in Rome naar een hoogtepunt. Er werd grof geld verdiend met de handel in aflaten.

Sociaal-economische problemen[bewerken]

Overal in Europa waren veel misoogsten. Daardoor waren de graanprijzen hoog en was er regelmatig hongersnood onder de bevolking. Deze misoogsten waren al circa 1560 begonnen naar aanleiding van een klimaatsverandering (de kleine ijstijd) en ze vonden hun hoogtepunt rond 1595. Niet de kleine ijstijd maar de heksen kregen echter de schuld van de problemen.

De rijken speculeerden met het graan: zij kochten het als de prijs laag was, sloegen het op in hun voorraadschuren en verkochten het als de prijs hoog was. Ook de geestelijken en zelfs de bedelordes (Franciscanen en Dominicanen) deden hieraan mee. De boeren konden hun schulden niet meer betalen en hadden honger. Er volgden boerenopstanden die bloedig werden neergeslagen. De levensomstandigheden van het volk waren zeer slecht. De levensverwachting was laag, er waren hongersnoden en epidemieën zoals de pest.

Tot 1400 werkten de meeste mannen als keuterboertjes. De vrouwen deden thuiswerk als bierbrouwen, boter en kaas maken, en linnen of wol weven. Door de opkomst van de gilden vond er overal specialisatie en schaalvergroting plaats. De productiemiddelen, de handel en het kapitaal kwamen in handen van een steeds kleiner en rijker wordende groep mensen. Het thuiswerk en de keuterboertjes verdwenen steeds meer.

  • Op het platteland kwamen de grote hereboeren op, veel vroegere keuterboertjes werden landarbeiders in loondienst bij deze hereboeren of (als dat niet lukte) werden ze zwervers.
  • In de stad kwamen de rijke burgers op (internationaal opererende kooplieden, bekende doktoren, notarissen, rechters enzovoort). De kleine burgers waren ambachtslieden, winkeliers en handelaren. Het gewone volk bestond uit handwerkslieden, arbeiders, kleine ambtenaren, dienaren en werkeloze paupers.
  • Rond 1486 raakten veel mensen van het volk werkloos, vooral vrouwen. Vrouwen gingen toen vaak uit huis werken als dienstmeisje.

Problemen op het gebied van de seksualiteit en de huwelijksmoraal[bewerken]

Tot circa 1450 trouwde men jong en bleef daarna vaak nog een tijd bij de ouders inwonen. Toen na 1450-1500 de vrouwen eerst als dienstmeisje uit huis gingen werken, trouwden ze later en waren onafhankelijker.

Door de vele oorlogen was er een vrouwenoverschot ontstaan. Mannen hadden de keus en profiteerden daarvan. Ze lieten vrouwen eerder in de steek voor een ander. Vrouwen namen risico's om aan de man te komen want vrouwen alleen stonden zeer zwak in de maatschappij en moesten vaak gaan bedelen. De seksuele moraal werd daardoor losser. Vrouwen vervielen vaak tot prostitutie om in hun levensonderhoud te voorzien. Er werd abortus en kindermoord gepleegd, niet alleen door alleenstaande vrouwen, maar ook door getrouwde vrouwen. De reden hiervoor was zeer waarschijnlijk dat deze mensen te arm waren om eventuele kinderen te kunnen opvoeden[1]. Binnen het huwelijk vond eerder overspel plaats.

In de Malleus maleficarum van 1486 werd al geschreven dat vrouwen inferieur waren aan de man en ontvankelijker waren voor Satan. Arme en door hun man bedrogen vrouwen werden geacht het meest ontvankelijk voor Satan te zijn. In hun nood vielen vrouwen vaak terug op een informeel circuit van koppelaarsters en vroedvrouwen. Omdat vrouwen sociaal en economisch afhankelijker waren, werden zij eerder van hekserij beschuldigd dan mannen. Vrouwenhaat heeft duidelijk een rol gespeeld bij de heksenvervolging.

De heks werd mogelijk gebruikt als een afschrikwekkend voorbeeld: als hoer (die gemeenschap met de duivel had) en vernietigster van leven (zij zou baby's doden en verslinden) was ze het tegendeel van de voortreffelijke, zedige en toegewijde maagd die in de burgerlijke moraal als ideaal werd aangeprezen.

Noten[bewerken]

  1. Kindermoord en verstoting in Toscane, 1300-1500.
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.