Heksenvervolging in Europa (1300-1720)/Ontstaan van de heksenvervolging/Keith Thomas. Ontstaan van de heksenvervolging

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Inhoudsopgave
  1. Inleiding
  2. Begin
  3. Rechtsgang
  4. Toename
  5. Reformatie en protestantisme
  6. Heksensabbat
  7. Waterproef
  8. Martelen
  9. Wurgen en verbranden
  10. Hoogtepunt
  11. In Europa en Amerika
  12. In Nederland
    1. Amersfoort en Utrecht
    2. Asten
    3. Roermond
  13. Ontstaan
    1. Dresen-Coenders
    2. Keith Thomas
    3. Joseph Klaits
  14. Verheviging
    1. Dresen-Coenders
    2. Joseph Klaits
  15. Aflopen
    1. Dresen-Coenders
    2. Keith Thomas
    3. Joseph Klaits
  16. Malleus maleficarum
  17. Bronnen en Links

13.2 Keith Thomas. Ontstaan van de heksenvervolging

Heksenvervolging was in feite een klassenstrijd tussen tamelijk arme aanklagers en nog armere beschuldigden. Meestal leefden ze in hetzelfde dorp. Je werd weliswaar eerder van maleficiën beschuldigd als je een lichamelijk gebrek had of als je lelijk was. Ook als je overspelig of promiscue was. Maar de sociale situatie van armoede en machteloosheid was primair.

In de vijftiende eeuw verdween geleidelijk de feodale maatschappij waarin burenhulp (volgens Keith Thomas) nog een sociale plicht was. Door de opkomst van de gilden kwam er een kapitalistische en individualistische maatschappij met privébezit, commercialiteit, specialisatie en verstedelijking. Het motto werd: "help uzelf dan helpt u God". Vooral oudere, alleenstaande vrouwen hadden daar last van (de meeste heksen waren tussen de 55 en 65). Zij moesten vaak gaan bedelen. Bedelen werd echter in de zestiende eeuw op veel plaatsen verboden. In plaats daarvan kwam er een ondersteuning (bedeling) aan de armen door landeigenaren en rijke kooplieden. Daar konden de armen echter vaak niet van rondkomen.

De rijkeren zagen de hulp aan bedelaars wel als hun christelijke plicht maar ook als een last. Men gaf vaak alleen maar iets aan die oude vrouwtjes omdat men bang was dat ze anders wraak zouden nemen via een beheksing. Anderen riepen dat je een bedelares niets moest geven en haar weg moest jagen. Soms werd de bedelares geslagen. Dus enerzijds joeg men bedelaressen weg maar anderzijs voelde men zich daar schuldig over.

Bedelares[bewerken]

In Engeland was de meest voorkomende oorzaak van een aanklacht wegens hekserij de volgende:

de aanklager had een bedelares weggestuurd zonder haar iets te geven en daarover had hij een schuldgevoel. Als er dan later iets fout ging met hem of zijn familie, vee, gewassen of spullen, dan gaf hij haar de schuld. Als hij bijvoorbeeld geen (zelfgebreide) sokken van haar had gekocht en later kreeg hij last van zijn voeten, dan was het wel duidelijk aan wie hij dat te danken had. De aanklager moest dus (vreemd genoeg) kunnen aantonen dat hij de heks slecht behandeld had om aannemelijk te maken dat zij zich op hem gewroken had.

Vervolgens ging de benadeelde 'dromen' en in die droom zag hij de heks haar boze daden uitvoeren. Hij 'wist' dus al wie de schuldige was. Als hij niet zeker wist wie hem behekst had, dan ging hij naar een witte magiër of naar een astroloog. Deze magiër moest aan zijn broodwinning denken en ging niet zomaar iemand aanwijzen. Hij 'hengelde' net zo lang tot hij wist wie zijn cliënt nu feitelijk verdacht. En die naam noemde hij (als dat tenminste niet iemand was met een hoge functie). Deze verdachte (meestal een arme, oude vrouw) werd daarmee tot zwarte heks bestempeld en we zien het merkwaardige feit dat de zwarte heks in het belang was van de witte magiër, want ontheksen was zijn broodwinning.

Je kon jezelf beschermen tegen hekserij door kruiden boven de deur te hangen, door hoefijzers op te hangen enzovoort. Als de beheksing echter al een feit was, dan ging de benadeelde soms in de weer met tegenmagie zoals het bakken van een urinetaart of het verbranden van een stukje van het (rieten) dak van de vermeende heks. Dit leek eigenlijk zelf ook op een vorm van hekserij. De bedoeling was, dat de heks daardoor gedwongen zou worden om terug te keren naar de plaats waar zij haar beheksing had gedaan en zich zo zou verraden. In die tijd kon je helemaal niets voor de buurt geheim houden, dus natuurlijk kwam de hele buurt kijken wat er aan de hand was. En hoogstwaarschijnlijk was de verdachte daar ook bij. En daarmee stond haar schuld vast.

Als op het continent iemand uit het volk zich door een heks benadeeld voelde, dan ging hij naar de vermeende heks toe en verlangde van haar een zegening (de zogenaamde ontheksing). Ging zij daar in mee, dan bekende zij feitelijk schuldig te zijn aan de beheksing. In Engeland kon de klager proberen bloed van de heks te bemachtigen door haar te krabben. Het volksgeloof zei dat het bloed van een heks haar hekserij ongedaan kon maken. Als de heks daar in mee ging, bekende ze feitelijk schuld. Maar als de heks haar medewerking weigerde, dan bleek daar uit dat ze iets te verbergen had, dus dan was ze ook schuldig.

Als alle tegenmagie om de beheksing ongedaan te maken niet hielp, dan ging de klager naar het gerecht om over de hem aangedane maleficiën te klagen. Als de rechter voor de ontstane ziekten of gebreken geen natuurlijke oorzaak kon vinden, dan verklaarde hij dat het om hekserij ging. Dat men geen natuurlijke oorzaak kon vinden voor een ziekte, kwam in die tijd echter vaak voor. Doktoren hadden voor de meeste ziekten nog geen verklaring en schreven ze daarom maar toe aan zwarte kunst. De zwarte heks was dus in het belang van de doktoren want die konden hun onkunde en onwetendheid verbergen door de patiënt behekst te noemen.

Tijdens het proces tegen de heks zocht men naar gevoelloze tekens op haar lichaam want dit waren tekenen des duivels. Dit onderzoek werd vaak uitermate nauwkeurig uitgevoerd en meestal vond men wel ergens een wrat of een moedervlek. Zo niet, dan had de duivel ze verwijderd. Als de heks een huisdier had, dan was dat haar huisgeest (de duivel in de gedaante van een dier). Als er dus tijdens het proces toevallig een vlieg door een openstaand raam binnenvloog, dan raakte iedereen in rep en roer: haar duivelse huisgeest kwam de heks bezoeken.

Als de klager inmiddels was genezen, dan dacht men dat dat door de tegenmagie was gebeurd en daarmee was de schuld van de heks gedemonstreerd: immers waar tegenmagie genas, daar moest eerst magie de kwaal hebben veroorzaakt. Als de heks bekende, dan was ze schuldig, als ze ontkende dan was ze behalve schuldig ook nog eens meinedig. Als de heks zweeg, zelfs onder de marteling, dan was het duidelijk: de duivel hielp haar. Het was soms moelijk om aan een veroordeling te ontsnappen als de zaak eenmaal aan het rollen was geraakt.

"Nut" van de hekserij[bewerken]

Als mensen ziek werden of als er dingen in hun leven fout liepen, verklaarde de geestelijken altijd dat God hen voor hun zonden wilde straffen. En als zij geen zonden hadden begaan zou God op deze manier hun geloof op de proef willen stellen (als bij Job). Maar de meeste mensen konden deze theorie toch maar moeilijk verkroppen.

Hekserij was een middel om ongelukkige gebeurtenissen als dood, ziekte en verlies te verklaren, waar op een andere manier geen verklaring voor te vinden was. Het voordeel van geloven in hekserij was:

  1. Dat je iemand de schuld kon geven van je ongeluk.
  2. Dat de zaak weer rechtgezet kon worden, want door de heks te verbranden, zou alles weer goed komen en zouden haar slachtoffers genezen.
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.