Nieuwgrieks/Les 5

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nieuwgrieks
Nieuwgrieks

Alfabet en uitspraak
Lessen: 1 · 2 · 3 · 4 · 5 · 6 · 7 · 8 · 9 · 10 · 11 · 12 · 13 · 14 · 15 · 16 · 17 · 18 · 19 · 20

Στο ταχυδρομείο[bewerken]

1 - Ορίστε, τι θέλετε, κύριε;

2 - Θέλω αεροπορικούς φακέλους και γραμματόσημα.

3 - Πόσους φακέλους θέλετε;

4 - Όχι πολλούς, μόνο τρεις και τρία γραμματόσημα για την Ιταλία. Έχετε κάρτες;

5 - Μάλιστα, εκεί είναι.

6 - Ποιο είναι αυτό το μέρος;

7 - Η Ρόδος.

8 - Και εκείνο;

9 - Η Θεσσαλονίκη. Ποιες κάρτες θέλετε;

10 - Αυτές τις τέσσερις.

11 - Ορίστε.

12 - Πόσο κάνουν;

13 - Δυο ευρώ και εβδομήντα λεπτά.

14 - Δεν έχω ψιλά. Έχετε ρέστα για δέκα ευρώ;

15 - Βεβαίως. Ορίστε τα ρέστα σας.


Vertaling[bewerken]

Op het postkantoor

1. Dag, wat wilt u, mijnheer?

2. Ik wil luchtpostomslagen en postzegels.

3. Hoeveel omslagen wilt u?

4. Niet veel, slechts drie en drie postzegels voor Italië. Heeft u kaartjes?

5. Natuurlijk, daar zijn ze.

6. Welke landstreek is dit? (Welke is deze landsteek?)

7. Rhodos.

8. En die?

9. Thessaloniki. Welke kaartjes wilt u?

10. Deze vier.

11. Aub.

12. Hoeveel is dat (maken ze)?

13. Twee euro en zeventig cent.

14. Ik heb geen kleingeld. Heeft u wisselgeld voor 10 euro?

15. Natuurlijk. Hier uw wisselgeld.

Grammatica[bewerken]

Ορίστε is een woordje dat in veel betekenissen gebruikt wordt. Het is een beleefde vorm om dingen aan te reiken of om iemand welkom te heten.


aanwijzende voornaamwoorden[bewerken]

In deze les vinden we de aanwijzende voornaamwoorden αυτός "deze, dit" en εκείνος "die, dat". Het bijzondere is dat ze steeds voor het lidwoord staan (merk op: in het Nederlands gebruiken we na deze voornaamwoorden geen lidwoord):

αυτός ο δάσκαλος   "deze leraar"
αυτούς τους κυρίους   "deze mannen"
εκείνη η ώρα   "dat uur"
εκείνα τα παιδιά   "die kinderen"

(voor meer details kijk je best op de pagina over aanwijzende voornaamwoorden).


De verbuiging in de vormen die we tot hiertoe kennen is als volgt:

Mannelijk Vrouwelijk Onzijdig Mannelijk Vrouwelijk Onzijdig
Nom. Enk. αυτός αυτή αυτό εκείνος εκείνη εκείνο
Acc. Enk. αυτόν αυτή(ν) αυτό εκείνον εκείνην εκείνο
Nom. Mv. αυτοί αυτές αυτά εκείνοι εκείνες εκείνα
Acc. Mv. αυτούς αυτές αυτά εκείνους εκείνες εκείνα

De eind-ν van de vrouwelijke accusatief enkelvoud αυτήν gedraagt zich net als deze van het lidwoord την (zie fonologie).


vragende voornaamwoorden[bewerken]

Ook de vragende voornaamwoorden ποιος "wie, wat" en πόσος "hoeveel" worden op deze manier verbogen:

Mannelijk Vrouwelijk Onzijdig Mannelijk Vrouwelijk Onzijdig
Nom. Enk. ποιος ποια ποιο πόσος πόση πόσο
Acc. Enk. ποιον ποια ποιο πόσο πόση πόσο
Nom. Mv. ποιοι ποιες ποια πόσοι πόσες πόσα
Acc. Mv. ποιους ποιες ποια πόσους πόσες πόσα

telwoorden[bewerken]

De telwoorden drie en vier hebben een andere vorm als ze in het onzijdig voorkomen:

  • mannelijk - vrouwelijk: τρεις   onzijdig: τρία
  • mannelijk - vrouwelijk: τέσσερις   onzijdig: τέσσερα

Om te tellen gebruiken we steeds de onzijdige vormen: ένα, δυο, τρία, τέσσερα, πέντε, ...


Het adjectief πολύς "veel" wordt bijna altijd enkel in het meervoud gebruikt:

Mannelijk Vrouwelijk Onzijdig
Nom. Mv. πολλοί πολλές πολλά
Acc. Mv. πολλούς πολλές πολλά


Les 4   ←   →   Les 6


>> Nieuwgrieks >> Les 5

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.