Nieuwgrieks/Les 8

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nieuwgrieks
Nieuwgrieks

Alfabet en uitspraak
Lessen: 1 · 2 · 3 · 4 · 5 · 6 · 7 · 8 · 9 · 10 · 11 · 12 · 13 · 14 · 15 · 16 · 17 · 18 · 19 · 20

Μήνες και εποχές[bewerken]

1 - Τι ωραία μέρα σήμερα! Τέλος Νοεμβρίου και νομίζεις ότι είναι καλοκαίρι.

2 - Πραγματικά. Φέτος είχαμε πολύ καλό καιρό το φτινόπωρο, ενώ το καλοκαίρι ήταν μάλλον δροσερό. Βροχές τον Ιούνιο, άνεμος τον Ιούλιο και ζέστη μόνο λίγες μέρες στην αρχή Αυγούστου.

3 - Τώρα τελευταία ο καιρός αλλάζει απότομα, και δεν καταλαβαίνουμε ούτε άνοιξη ούτε φτινόπωρο. Ο παππούς μου λέει την παροιμία «από Αύγουστο χειμώνα κι από Μάρτη καλοκαίρι» και μάλλον δίκιο έχει.

4 - Έτσι λέω κι έγω και νομίζω ότι σιγά θα έχουμε μόνο δυο εποχές, καλοκαίρι και χειμώνα.

5 - Και η άνοιξη με τη δροσιά και το γλυκό καιρό δε θα υπάρχει;

6 - Ε, η άνοιξη, η εποχή των λουλουδιών με το γαλανό ουρανό και τον ήλιο που λάμπει κάθε μέρα, θα υπάρχει μόνο στα βιβλία.

7 - Σωστά, θα είναι κι αυτή σαν το χιόνι, γιατί χρόνια τώρα χιονίζει μόνο στα βουνά, κι εμείς εδώ στην πόλη χιόνι ακούμε και χιόνι δε βλέπουμε.

8 - Δες έξω νυχτώνει... κι είναι ακόμη νωρίς, μόνο τεσσερισήμισι. Χειμώνας, βλέπεις, και οι μέρες είναι μικρές και οι νύχτες μεγάλες.


Vertaling[bewerken]

Maanden en seizoenen

1. Wat een mooie dag vandaag! Eind (van) november en je denkt dat het zomer is.

2. Echt. Dit jaar hebben we veel mooi weer gehad in de herfst, terwijl de zomer eerder fris was. Regens in juni, wind in juli en hitte enkel weinige dagen aan het begin van augustus.

3. Nu eindelijk verandert het weer plotseling, en we begrijpen noch de lente noch de herfst. Mijn grootvader zegt me het spreekwoord "vanaf augustus winter en vanaf maart zomer" en hij heeft wel gelijk.

4. Zo zeg ik en denk ík ook dat langzaamaan we enkel nog twee seizoenen zullen hebben, zomer en winter.

5. En de lente met (de) koelte en het zachte weer zal er niet meer zijn?

6. Eh, de lente, het seizoen van de bloemen met de blauwe hemel en de zon die elke dag schijnt, dat zal enkel nog in boeken voorkomen.

7. Juist, deze (lente) zal als de sneeuw zijn, omdat het nu (al) jaren enkel sneeuwt in de bergen en wij hier in de stad (over) sneeuw horen maar (sneeuw) niet zien.

8. Zie het wordt buiten nacht... en het is nog vroeg, pas halfvijf. De winter, zie je, zowel de dagen zijn kort als de nachten lang.


Overzicht[bewerken]

De maanden zijn: ο Ιανουάριος, ο Φεβρουάριος, ο Μάρτιος, ο Απρίλιος, ο Μάιος, ο Ιούνιος, ο Ιούλιος, ο Αύγουστος, ο Σεπτέμβριος, ο Οκτώβριος, ο Νοέμβριος, ο Δεκέμβριος.

Let op: Μάιος bevat de tweeklank αϊ "aai" en niet de "e"-klank αι. Dit zie je omdat het accent op de α staat en niet op de ι.


De seizoenen zijn: ο χειμώνας "de winter", η άνοιξη "de lente", το καλοκαίρι "de zomer", το φτινόπωρο "de herfst".

Soms zie je voor "herfst" ook de alternatieve schrijfwijze: φθινόπωρο.

Grammatica[bewerken]

Opmerkingen:

  • Het woordje ότι begint een bijzin die uitdrukt wat iemand denkt, hoopt, zegt, ...
  • het werkwoord υπάρχει wordt gebruikt om "er is" uit te drukken.
  • και ... και wordt gebruikt om "zowel ... als" uit te drukken, in het negatief vinden we ούτε ... ούτε "noch ... noch".


de verleden en de toekomende tijd van hebben[bewerken]

έχω   hebben
Verleden tijd Toekomende tijd
1ste pers. Enk. είχα θα έχω
2de pers. Enk. είχες θα έχεις
3de pers. Enk. είχε θα έχει
1ste pers. Mv. είχαμε θα έχουμε
2de pers. Mv. είχατε θα έχετε
3de pers. Mv. είχαν θα έχουν

De toekomende tijd wordt ook hier gevormd door het woordje θα voor de tegenwoordige tijd te plaatsen.


samengetrokken werkwoorden[bewerken]

Deze werkwoorden hebben uitzonderlijke uitgangen in de tegenwoordige tijd. In deze les vind je λέω "zeggen" en ακούω "horen".

De andere werkwoorden die deze uitgangen krijgen, zijn:

τρώω   "eten"
κλαίω   "huilen"
καίω   "branden"
φταίω   "schuld hebben"

Verder ook een van beide alternatieve vormen van het werkwoord "gaan":

πάω   "gaan"


λέω ακούω
1ste pers. Enk. λέω ακούω
2de pers. Enk. λες ακούς
3de pers. Enk. λέει ακούει
1ste pers. Mv. λέμε ακούμε
2de pers. Mv. λέτε ακούτε
3de pers. Mv. λένε ακούνε

Behalve bij ακούω hebben de vormen van de tweede persoon enkelvoud slechts één lettergreep, ze dragen dus geen accent.


bijvoegelijke naamwoorden[bewerken]

De Griekse bijvoeglijke naamwoorden staan in dezelfde naamval en hetzelfde getal (enkelvoud of meervoud) als het zelfstandig naamwoord waar ze bijhoren.
Ze hebben ook andere uitgangen volgens het geslacht van het zelfstandig naamwoord.
In totaal zijn er dus heel wat verschillende vormen.


Gelukkig volgen de meeste bijvoeglijke naamwoorden in het mannelijk de verbuiging van de zelfstandige naamwoorden op -ος en in het onzijdig de verbuiging op -ο. Bovendien verspringt het accent nooit, het staat in alle vormen op dezelfde lettergreep.
We maken dus enkel onderscheid tussen de vormen in het vrouwelijk.


Het overzicht bekijk je best op de pagina over adjectieven onder groepen 1, 2 en 3.


Les 7   ←   →   Les 9


>> Nieuwgrieks >> Les 8

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.