Volk, kerk en magie 1500-1700/Zwarte magie

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Inhoudsopgave
  1. Inleiding
  2. Levensomstandigheden van het volk
  3. Sociale controle
  4. Katholiek geloof en bijgeloof
  5. Protestanten tegen bijgeloof
  6. Gods wil
  7. De macht van de duivel
  8. Bidden
  9. Sekten, profeten, gebedsgenezers en fanaten
  10. Kerk en volk
  11. Magie
  12. Magische geneeskunde
  13. Magie om dieven te ontmaskeren
  14. Kerk tegen witte magie
  15. Recht en wetenschap tegen witte magie
  16. Zwarte magie
  17. Verdwijnen van de magie
  18. Astrologie
  19. Heksen
  20. Bronnen en links

16. Zwarte magie

Zwarte magie had de bedoeling om andere mensen ziek te maken of te laten sterven, danwel hun kinderen, hun vee en hun gewassen. Ook kon men via zwarte magie processen als kaas- en biermaken laten mislukken. Op het continent viel het ook nog onder zwarte magie om het te laten stormen, hagelen en onweren.

Vervloeking[bewerken]

Gewone mensen mochten van de Kerk niet bidden voor de ondergang van hun vijanden, of iemand vervloeken. Toch vervloekten mensen elkaar zeer vaak en daar werden soms klachten over ingediend bij de kerkelijke rechtbanken.

Als men een vervloeking of verwensing uitsprak, sprak men de hoop uit dat de ander mocht sterven, ziek worden, dat zijn bezittingen in vlammen mochten opgaan, dat zijn vee mocht sterven, zijn kinderen sterven, dat hij de pest of de pokken mocht krijgen of de straffe Gods, dat zijn nageslacht veel ongeluk zou overkomen of dat hij syfilis mocht krijgen tot in het negende geslacht. Soms werden de verwensingen ritueel gedaan. Vrouwen en mannen knielden op blote knieën midden op straat en onder publieke belangstelling voor het huis van hun slachtoffer en spraken hun verwensingen uit. Bij een heilige steen of bron uitgesproken zou een vervloeking meer kans op slagen hebben. Soms ook werd de verwensing op een steen of op een schrijftablet geschreven en begraven. Sommige mensen dachten dat er toverspreuken waren om de vlektyfus te verspreiden.

Kerkelijke vervloeking[bewerken]

Excommunicatie van Robert le Pieux. Jean-Paul Laurens
"Isaak zegent Jacob", Govert Flinck, 1638
Voodoopop met spelden

De Kerk vervloekte en excommuniceerde tot 1534 haar vijanden vier keer per jaar vanaf de kansel.

Ouderlijke vervloeking[bewerken]

Tot circa 1650 moesten kinderen dagelijks op hun knieën de zegen van hun ouders vragen. Vooral de vader moest eerbiedig behandeld worden. Als de kinderen dat weigerden, kregen ze een pak slaag. Als de kinderen daarvoor te groot waren geworden, konden hun ouders hen vervloeken en dan kon het kind ziek worden, doodgaan of gedoemd zijn een mislukt en ongelukkig leven te leiden.

Rechtvaardiging[bewerken]

Het volk geloofde dat een verwensing gedaan tegen een onschuldig slachtoffer, zich tegen de verwenser zelf zou keren. Hoe onrechtvaardiger de verwenste zich gedragen had, hoe beter de verwensing zou werken, geloofde het volk. Vooral de vervloeking van een machteloze arme tegen een rijke die bijvoorbeeld zijn land had ingepikt of hem geen aalmoes had gegeven, werd als zeer werkzaam gezien. De arme had niet het geld om een rechtszaak te beginnen en niet de lichamelijke kracht om te vechten. En hoewel het eigenlijk niet hoorde om een vervloeking uit te spreken, zou God hem tóch te hulp komen. Een vervloeking was het middel bij uitstek van een zwakke tegen een sterke.

Uitwerking[bewerken]

Aangezien heel veel mensen geloofden dat vervloekingen ook echt werkten, konden vervloekers hun slachtoffers behoorlijk laten schrikken en hadden ze ook inderdaad wel eens resultaat. Er werden mensen ziek en er stierven mensen nadat ze vervloekt waren, soms alleen al van de stress die ze veroorzaakten. Als een vervloeking toevallig uitkwam, geloofden de vervloekers dat ze inderdaad bovennatuurlijke krachten hadden. Van sommige mensen werd gezegd dat hun vervloekingen altijd uitkwamen. Deze mensen waren vaak trots op die reputatie, maar het kon hen een aanklacht wegens hekserij opleveren, vooral als de vervloekte snel na de vervloeking overleden was.

Andere vormen van zwarte magie[bewerken]

Dit waren meestal vormen van sympathische magie.

  • Men kon proberen met een 'zwarte vasten' een tegenstander te laten sterven.
  • Men kon een kledingstuk van een tegenstander begraven en laten wegrotten met de bedoeling dat die tegenstander ziek zou worden en zou sterven.
  • Op het platteland staken huisvrouwen een gloeiende pook in de drollen die kwajongens voor hun deur hadden gelegd in de hoop dat hen dat pijn zou doen.

Afbeeldingsmagie[bewerken]

Men maakte een popje van was of klei dat de tegenstander moest voorstellen en stak daar spelden of doornen in. Deze gewoonte was wijdverbreid en werd al in de Oudheid gebruikt. Gedurende de hele zestiende eeuw waren er mensen bang hier het slachtoffer van te worden. Deze methode werd ook wel tegen vorsten aangewend. Soms, als men een dergelijk beeldje had gevonden, was men bang dat tovenaars de vorst wilden doden en werd er een zoekactie naar deze tovenaars op touw gezet.

Als een protestant een dergelijke pop vond die naar zijn beeltenis gemaakt was, dan mocht hij geen tegenmagie (laten) doen. Hij mocht alleen de pinnen eruit halen, bidden en zijn geweten onderzoeken.

Liefdesdrankjes[bewerken]

Er werden liefdesdrankjes gebrouwen om een huwelijkspartner te bemachtigen of een seksueel contact te bewerkstelligen, maar er werden ook drankjes gebrouwen om huwelijken te laten mislukken of de man impotent te maken, hoewel dit op het continent vaker voorkwam dan in Engeland.

Het boze oog[bewerken]

Hiermee kon men mensen en dieren kwaad aandoen zonder attributen of formules te gebruiken. Sommige mensen die dit boze oog bezaten, waren zich hier niet eens van bewust.

Verschil tussen witte en zwarte magie[bewerken]

Veel theologen probeerden het verschil tussen witte en zwarte magie te verdoezelen door te stellen dat beide het werk van de duivel waren.

  • Van de witte magiërs werd verondersteld dat ze slechts een stilzwijgend verbond met de duivel hadden gesloten.
  • Van de zwarte magiërs dacht men dat ze een expliciet verbond met de duivel hadden gesloten.

Het liet het volk koud dat de theologen ook de witte magiërs van een pact met de duivel beschuldigden. De meeste mensen respecteerden de wonderdokters en wijze vrouwen, vereerden hen soms zelfs en begrepen niet waarom de Kerk hen veroordeelde. De wonderdokters zelf vonden dat ze goed werk deden en dat hun gave hen door God geschonken was. Ze trokken zich dan ook weinig aan van de verwijten van de anglicaanse Kerk. Ze hadden meestal geen spirituele pretenties.

De Anglicaanse Kerk vond dat een zieke zowel op natuurlijke manier, dus met behulp van medicijnen als met gebeden geholpen moest worden. Veel magiërs vonden dat ze hieraan voldeden. Zij gebruikten alleen kruiden en religieuze gebeden om zieken te genezen en daar konden de anglicanen weinig tegenin brengen zolang er maar geen onbegrijpelijke abracadabra-gebeden bijzaten en geen gebeden van de tegenstanders van de anglicanen: de Rooms-Katholieke Kerk.

Noten[bewerken]

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.