Volk, kerk en magie 1500-1700/Sekten, profeten, gebedsgenezers en fanaten

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Inhoudsopgave
  1. Inleiding
  2. Levensomstandigheden van het volk
  3. Sociale controle
  4. Katholiek geloof en bijgeloof
  5. Protestanten tegen bijgeloof
  6. Gods wil
  7. De macht van de duivel
  8. Bidden
  9. Sekten, profeten, gebedsgenezers en fanaten
  10. Kerk en volk
  11. Magie
  12. Magische geneeskunde
  13. Magie om dieven te ontmaskeren
  14. Kerk tegen witte magie
  15. Recht en wetenschap tegen witte magie
  16. Zwarte magie
  17. Verdwijnen van de magie
  18. Astrologie
  19. Heksen
  20. Bronnen en links

9. Sekten, profeten, gebedsgenezers en fanaten

Sekten en terugkeer magie 1640-1660[bewerken]

Tijdens de burgeroorlogen (1642-1649) en het Interregnum (1649-1660) onder Oliver Cromwell ontstonden er in Engeland veel protestantse sekten zoals: de quakers, de seekers, de wederdopers en de ranters.

Hoewel de vroege protestanten hun best hadden gedaan om zo veel mogelijk de middeleeuwse kerkelijk magie uit hun geloof te verwijderen, begonnen rond 1640 veel anglicanen, vooral de sektariërs, toch weer te geloven dat men met bovennatuurlijke middelen aardse problemen kon oplossen en begon veel van de kerkelijke magie toch weer geleidelijk aan in het protestantisme binnen te sluipen. Lang niet alle protestanten konden de zelfstandigheid opbrengen om alleen maar te bidden, vertrouwen te hebben en hun eigen geweten te onderzoeken.

De geleerden wezen deze terugkeer naar de magie af, maar op de armen oefenden deze ideeën een grote aantrekkingskracht uit. Er waren al honderd jaar verstreken sinds de reformatie en de toestand waarin het volk leefde was nog niet verbeterd. De middeleeuwse Kerk had met haar magie geprobeerd de armen te helpen met hun dagelijkse problemen, maar die magie was tijdens de reformatie overboord gegooid zonder dat er een alternatief voor in de plaats was gekomen.

Sommige sektariërs vastten veertig dagen achtereen en als zij in een diepe, religieuze vervoering verkeerden, deden ze hun profetieën en gebedsgenezingen.

Profetieën en voorspellende dromen[bewerken]

In de Middeleeuwen was het nog heel gewoon geweest om profetieën te doen. Veel kluizenaars, monniken en nonnen hadden de naam de toekomst te kunnen voorspellen. Zij kregen openbaringen uit de hemel. Tussen 1500 en 1700 geloofden de anglicanen niet meer in wonderen maar wel nog in profetieën.

Sommigen "zagen" grote rampen waarvoor ze iedereen gingen waarschuwen. Zij voorspelden bijvoorbeeld het einde van de wereld. Velen bleven hier in de achttiende en zelfs negentiende eeuw nog in geloven.

Voorspellende dromen[bewerken]

Meestal was een profetie iets dat wij nu een voorspellende droom zouden noemen. Die kon zowel van de duivel als van God komen, vond men. Al in de Middeleeuwen circuleerden er in Engeland handgeschreven boeken waarin dromen werden verklaard. Tussen 1550 en 1600 verschenen er gedrukte droomverklaringen. Ook dorpsmagiërs en astrologen verklaarden de dromen van hun cliënten. Er waren zelfs magische rituelen om voorspellende dromen op te roepen. Zo legden huwbare meisjes voorwerpen onder hun kussen om in een droom te kunnen zien met welke man ze zouden gaan trouwen.

Veel anglicanen geloofden dat de meeste dromen een lichamelijke oorzaak hadden en geen voorspellende waarde of enige betekenis hadden. De puriteinen geloofden niet in voorspellende dromen maar de sektariërs juist wel.

Profeten[bewerken]

Ontwikkelde mensen keken natuurlijk neer op profeten. Het is echter te gemakkelijk om de profeten af te doen als:

  • Psychotici. Al in de Middeleeuwen hadden sommigen de profeten geestesziek genoemd. Tussen 1500 en 1600 werden de profeten een tijdlang serieus genomen. Tussen 1600 en 1700 verklaarden weer velen de profeten geestesziek, zoals Bacon en Hobbes. Na 1700 werden profeten door de wetenschappers uitgelachen.
  • Slachtoffers van hallucinaties, veroorzaakt door hun strenge vasten.
  • Hysterici vanwege de seksuele onthouding die ze in acht namen.

Ook armen en analfabeten konden profeet worden: men hoefde er niet voor gestudeerd te hebben. Deze profeten en profetessen deden hun uitspraken vaak nadat zij zwaar hadden gevast en in een diepe, religieuze trance waren. Daarom kregen zij vaak veel aandacht en respect, hoewel dat meestal slechts tijdelijk was. Zij kregen veel meer aandacht dan zij zouden hebben gekregen als zij hun mening op een "normale" manier zouden hebben geuit.

  • Onbekende mensen en armen konden soms heel beroemd worden als hun profetie was uitgekomen. Helaas vielen ze daarna vaak des te dieper.
  • Nogal wat van deze profeten waren vrouwen. Vóór het uitbreken van de burgeroorlog in 1642 mochten vrouwen zich nauwelijks bemoeien met openbare zaken. Ze mochten geen hoge functies bekleden in de overheid, de Kerk of binnen de universiteiten. Ze hadden nauwelijks mogelijkheden om zich te uiten. Hun mening over de samenleving werd pas gehoord als ze die brachten als een Goddelijke openbaring. Na de burgeroorlog, rond 1650, viel een deel van die censuur weg en kwam er wat meer vrijheid van meningsuiting, ook voor vrouwen, en daalde het aantal (vrouwelijke) profeten.
  • Ook mannen vonden het vaak veiliger om hun politieke denkbeelden in de vorm van een Goddelijke openbaring te gieten. Zij bestookten de koning en zijn legerleiders met visioenen waarin God hen duidelijk maakte wat voor beslissing zij dienden te nemen.
  • Politici die de politiek of het recht wilden hervormen grepen vooral tijdens het Interregnum (1649-1660) vaak naar dit middel.
  • Profetie werd wel gebruikt door afscheidingsbewegingen en door maatschappelijke hervormers die het verschil tussen arm en rijk wilden verkleinen (de levellers). Als ze hun ideeën op een normale manier onder de aandacht zouden brengen, zouden ze zwaar bestraft worden.

Gebedsgenezers[bewerken]

Sommige sektariërs beweerden dat ze wonderen konden verrichten. Ze zouden blinden weer laten zien en kreupelen weer laten lopen. Ze zouden zieken genezen door te bidden, hen de hand op te leggen, hen onder te dompelen en hen met heilige olie te zalven. De quakers gingen het verst door te beweren dat ze mensen uit de dood konden opwekken.

Mogelijk genazen gebedsgenezers ook daadwerkelijk zieken:

  • Als men er maar hard genoeg in geloofde.
  • En als de ziekte maar voornamelijk psychisch van aard was.
  • Verder kan een gebedsgenezer met een sterke persoonlijkheid invloed uitoefenen op mentale en daardoor ook op fysieke ziekten.

Fanatisme[bewerken]

Er waren, vooral tussen 1550 en 1660, veel godsdienstige fanaten. Een enkeling beweerde dat hij Christus was, anderen beweerden een apostel te zijn, of Johannes de Doper of een van de twee getuigen. Zij beweerden profetieën te kunnen doen, het weer te beheersen, plagen op aarde te kunnen brengen, vijanden te kunnen doden en uit de dood te kunnen herrijzen. De overheid verklaarde meestal dat deze mensen "dol" waren, maar als hun activiteiten bedreigend werden voor de overheid, greep deze snel en hard in. Ze werden dan in het schandblok gezet of in de gevangenis gegooid, gegeseld en soms zelfs ter dood gebracht.

Bij het uitbreken van de burgeroorlog (1642-1649) verschenen er nog meer van dit soort pseudo-messiassen. Zij voorspelden het einde van de wereld. Tijdens de dag des oordeels zou Christus terugkeren op aarde en daarop zou een duizendjarig vrederijk volgen. Christus had beloofd na zijn dood op aarde terug te zullen keren terwijl sommigen van zijn toehoorders nog zouden leven. En hoewel hij maar niet kwam, gingen er af en toe hele golven van hoop door Europa. En omdat men dacht dat Christus graag in een vrome wereld terug zou willen keren, gingen die golven gepaard met grote "opruimacties" onder bijvoorbeeld heksen en ketters. Tegen 1600 dachten veel theologen weer dat het einde van de wereld nabij was en dat Christus zou wederkeren. Velen hielden zich bezig met het berekenen van de exacte datum van dit feit maar 1666 was de meest geliefde datum.

Koninkrijk Gods[bewerken]

Er ontstond in Engeland zelfs een politieke groepering, de "vijfde koninkrijksbeweging" die actief was gedurende het Interregnum (1649-1661) en die het duizendjarig vrederijk wilde voorbereiden. De tienden zouden worden afgeschaft, de wet zou hervormd worden, de armen verheven en de rijken vernederd. Er zou geen zwaar werk meer verricht hoeven te worden en er zouden geen hongersnood en ziekten meer voorkomen. De pretjes van het leven zouden echter eveneens verleden tijd zijn.

Na 1660[bewerken]

Na het Interregnum (1649-1660) volgde de Restauratie (1660-1700). De heersende klasse wilde de anarchie van de sekten niet langer tolereren.

  • De sekten werden vervolgd.
  • De vijfde monarchisten verdwenen van het toneel.
  • Profetieën en gebedsgenezingen kwamen na 1660 steeds minder vaak voor. Steeds meer profeten werden in het gekkenhuis opgesloten.
  • Rond 1694 werd om messiassen en aankondigers van het einde der wereld voornamelijk nog maar gelachen.
  • Tegen 1700 begonnen veel theologen te verklaren dat het duizendjarige vrederijk toch vooral als een metafoor bedoeld was en niet letterlijk moest worden opgevat. Er kwam zelfs een wet die verbood om mensen bang te maken met voorspellingen over het einde van de wereld. In 1707 werden mensen die het einde der tijden aankondigden in het blok geslagen.

Tijdens de Franse Revolutie en de tijd van Napoleon verschenen er ook in Engeland echter weer veel profeten. Nog in 1746 geloofde een heuse professor dat het duizendjarig rijk in 1766 zou aanbreken. Zelfs in de negentiende eeuw verschenen er op het Engelse platteland nog wel eens messiassen die het einde der tijden aankondigden.

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.