Heraclitus over de natuur/Het goddelijke attribuut

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Hendrik ter Brugghen - Heraclitus.jpg
Heraclitus over de natuur

  • Aan wat in het vorige hoofdstuk aan de orde kwam behoort in sterke mate het volgende aan te sluiten:
(grc)
« τὰδὲ πὰντα οἰακίζει κεραυνός. »
(nl)
« Bij dit alles hier is bliksem en donder sturende. »
(Heraclitus, fragment DK 22 B 64.)

Commentaar[bewerken]

Bliksem en donder als symbolische attributen van polemos[bewerken]

Want zoals de oorlog de allen verbindende verwekker van alle dingen is en dus die positie heeft welke traditioneel aan de oppergod Zeus werd toegekend, zo wordt de bliksem in de archaïsche literatuur algemeen beschouwd als attribuut van dezelfde oppergod. Heraclitus sluit volledig bij deze traditie aan, omdat hij aangeeft dat bliksem en donder de symbolische middelen zijn waarmee alles wordt bestuurd, en bijgevolg ligt het voor de hand dat dit attribuut gehanteerd wordt door het machtigste wezen, dat wil zeggen de oppergod Zeus. Als wij dit fragment vergelijken met de hiervoor besproken uitspraak over de verwekkende en gezaghebbende rol van de oorlog, dan blijkt dat juist die bliksem en die donder attributen zijn van polemos (de oorlog), die immers dezelfde positie heeft als Zeus. Dit wordt bevestigd door het feit dat de Efeziër de allen verbindende oorlog niet alleen vader, maar ook koning van alle dingen noemt, en bij een koning hoort noodzakelijk macht die gesymboliseerd wordt door het goddelijke attribuut van de bliksem. Dit fragment over donder en bliksem als machtsmiddelen moet dus in symbolische zin worden uitgelegd, eerder dat, dan dat letterlijk het natuurlijke element van het vuur de dingen zou leiden en besturen. Als wij dit fragment dan toch in letterlijke zin willen opvatten, dan kan de bliksem beschouwd worden als een natuurlijke zaak die bijvoorbeeld de wolken scheidt, zoals in de oudheid wel vaker werd aangenomen, zodat letterlijk de bliksem op die manier een leidende rol heeft.

Doxografisch commentaar[bewerken]

Bliksem, eeuwig levend vuur en ekpurosis[bewerken]

Volgens HIPPOLYTUS, Refutatio omnium haeresium, IX, 10, 7 is de uitspraak verbonden aan de Heraclitische leer van het vuur dat het wezen van de kosmische ordening uitmaakt en waaruit alles ontstaat (DK 22 B 30). Er is volgens hem echter ook sprake van een periodieke wereldbrand (ekpurosis), waarin het heelal soms opgaat en spreekt in dit verband over een oordeel, een begrip dat ook Heraclitus aan de orde stelt (DK 22 B 66). De bliksem, vereenzelvigd met het eeuwig levende vuur (DK 22 B 30), zou dit oordeel over alles in de kosmische ordening vellen. Daarbij is de bliksem op de juiste wijze sturende: λέγει δὲ καὶ τοῦ κόσμου κρίσιν καὶ πάντων τῶν ἐν αὐτῷ διὰ πυρὸς γίνεσθαι, λέγων οὕτως• “τάδε πάντα οἰακίζει κεραυνός”, τουτέστι κατευθύνει• κεραυνὸν τὸ πῦρ λέγων τὸ αἰώνιον. “Maar hij verklaart ook dat het oordeel over de kosmische ordening en alles daarin door vuur geschiedt, hij verklaart zelf: “Bij dit alles hier is bliksem en donder sturende”, dat is wat op juiste wijze richtend is; bliksem en donder is het vuur verklaart hij, het eeuwig levende.”

Bliksem en het opperbestuur van Zeus[bewerken]

Hetzelfde vinden wij in een kortere vorm ook bij de Heraclitus – imitator CLEANTHES, Hymnus in Iovem, vs. 9 – 10, hij verbindt het echter aan de notie van het opperbestuur van Zeus; dit, en wat hij daarbij in het tiende vers illustreert mag Heraclitisch zijn: τοῖον ἔχεις ὑποεργὸν ἀνικήτοις ἐνὶ χερσὶν ἀμφήκη, πυρόεντα, ἀειζώοντα κεραυνόν. “Zo groot is de macht van uw dienaar die u in uw hand houdt: een tweesnijdend, vlammend vuur, eeuwig levende bliksem.”

Bliksem en zijn tegenhanger[bewerken]

De context waarin bij PHILODEMUS, Peri eusebeias, Papyrus 1428 D b, tafel 6a (p. 70, ed. Gomperz, 1865) de uitspraak voorkomt, is grotendeels verloren gegaan, maar deze kan oorspronkelijk verbonden zijn geweest aan de nacht als tegenhanger van de lichtende bliksem: ὤς φησιν . . . . . κεραυνὸς π(άντ’ οἰακ)ίζει καὶ . . . . ε)ἶναι νυκ(τ- . . . “. . . zo zegt . . . bliksem en donder is bij dit alles sturende . . . is de nacht.”


> Vorige pagina: Heraclitus over de natuur/De verwekkende oorlog
> Volgende pagina: Heraclitus over de natuur/De verdiensten van de gesneuvelden
> Terug naar: Heraclitus over de natuur/Gedetailleerde inhoudsopgave
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.