Sociale geschiedenis van het Romeinse rijk/Notabel gedrag

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Inhoudsopgave
  1. Inleiding
  2. Ouders
  3. Kinderen
  4. Slaven
  5. Huisgenoten
  6. Vrijgelatenen
  7. Beschermheerschap
  8. Openbare ambten
  9. Mecenaat
  10. Werk
  11. Technologie
  12. Vermogen
  13. Rechtspraak
  14. Publieke opinie
  15. Vermaak
  16. Keuken
  17. Kleding
  18. Seksualiteit
  19. Notabel gedrag
  20. Magie
  21. Religie
  22. Filosofie
  23. Bronnen en links

19. Notabel gedrag

Afstand[bewerken]

Er was een enorme afstand tussen de notabelen en het volk.

  • De notabele vond het soms van goede smaak getuigen om tegen iemand van eenvoudige komaf een beledigende toon aan te slaan. Zo kon men het verschil in stand benadrukken. Het werd door het publiek echter gewaardeerd als ze "gewoon" bleven en bijvoorbeeld terug groetten. Het ware kenmerk van een man met status was zijn gereserveerde houding.
  • Tegenover mensen van gelijke stand moest hij niet plat of verwaand doen.
  • Eenvoudige mensen gedroegen zich onderdanig tegenover iedereen die voornamer was dan zij. Zij moesten vaak knielen als zij een notabele benaderden.
  • Mensen van stand moesten tegenover mensen van een hogere stand respect betonen, maar wel op een ongedwongen en eenvoudige wijze.

Stress[bewerken]

Een notabele moest op correcte en harmonieuze wijze met zijn gelijkwaardigen kunnen omgaan als hij de publieke zaken van de stad regelde. En daarvoor was een correct taalgebruik nodig. Hij moest goed in het openbaar kunnen spreken, en daar hoorde bij dat hij de juiste gebaren maakte, op de goede manier stond, op de juiste manier keek en zelfs op de correcte manier adem haalde. Notabelen registreerden dit soort details feilloos bij elkaar. Het moest allemaal precies zo zijn zoals het hoorde. Een geslaagd man ging onder hoge verwachtingen en druk gebukt.

Deze harmonieuze, goed onderrichte persoonlijkheid liep voortdurend gevaar. Hij kon het slachtoffer worden van morele corruptie door buitensporige emoties en handelingen. Deze strookten niet met zijn hoge status, maar zijn onontwikkelde ondergeschikten beschouwden ze als normaal.

De welgestelden werden daar hypochondrisch van. Ze lazen veel in de werken van de medicus Galenus. Deze stelde dat het lichamelijke welzijn en het openbare optreden bij elkaar hoorden. Het lichaam was een subtiel evenwicht tussen vier lichaamssappen. Door een van die sappen te verliezen of door stolling van overtollige sappen, werd de gezondheid geschaad. Deze onevenwichtigheden in de lichaamssappen veroorzaakten emoties en die emoties veroorzaakten verstoringen in het uitgebalanceerde gedrag van de welopgevoede persoon. Het lichaam werd dus gezien als een graadmeter voor een correcte openbare houding. De welgestelde Romein moest dus lichaamsoefeningen doen, de juiste voeding nemen en zich baden. Wie zijn lichaam op de juiste manier verzorgde, zou een correcte openbare houding hebben.

In de loop van de tweede eeuw verspreidde zich een nieuwe moraal. Door slapheid, door zichzelf niets te ontzeggen, door te zwelgen in luxe en ontucht (luxuria) zou de man zijn ‘hitte’ en energie verspillen, daardoor zou zijn invloed op het openbare leven afnemen en zou uiteindelijk de maatschappij ten gronde gaan. Voor echte mannelijkheid was het beter om je te onthouden van seksueel verkeer. Seksualiteit op zich werd niet verworpen, maar het was een bron van mogelijke morele corruptie. Teveel eraan toegeven kon leiden tot verwijfdheid en daardoor zijn morele superioriteit uithollen.

Vooraanstaande mannen stonden vanaf de tweede eeuw onder zware druk. Het stadsleven was weliswaar geborgen, maar Rome was een wereldrijk gegrondvest op en in stand gehouden door geweld. Veroverde gewesten waren voortdurend blootgesteld aan de interventie door Romeinse gouverneurs en hun legionairs die zware leren laarzen droegen. De wrede gladiatorengevechten vonden in elke stad plaats. Dan werd de bloeddorstige heerszucht van de Romeinse elite duidelijk. Zelfs de dobbelspelen die het volk speelde op de hoeken van het forum waren in feite oorlogsspelletjes. Op de fiches stonden teksten als: "de Parthen worden gedood", "de Britten zijn verslagen", "Rome is aan zet". De status quo van het wereldrijk moest gehandhaafd worden. Dat verlangde discipline van de elite en die elite moest het volk onder de duim houden.

Houding tegenover het volk[bewerken]

De aristocraten hadden een strenge seksuele gedragscode en dicipline, maar in tegenstelling daarmee overlaadden ze het volk met spelen, toneelstukken en schilderingen van een uitgesproken wreedheid en obsceniteit. Deze gecultiveerde aristocraten bevorderden het ontstellende bloedvergieten van de gladiatorspelen in de tweede eeuw. Het opkomende Christendom bracht daar niet veel verandering in.

Theodora, de vrouw van Justinianus was stripteasedanseres in Constantinopel geweest. Voor een duizendkoppig publiek hadden ganzen graankorrels van haar geslacht gepikt. Dit was dus een vrouw uit het volk. De elitaire code van morele zelfbeheersing sloeg niet op het volk. Maar de aristocratische heren hebben eeuwenlang tot roem van henzelf en de stad dergelijke voorstellingen gefinancierd.

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.