Sociale geschiedenis van het Romeinse rijk/Kleding

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Inhoudsopgave
  1. Inleiding
  2. Ouders
  3. Kinderen
  4. Slaven
  5. Huisgenoten
  6. Vrijgelatenen
  7. Beschermheerschap
  8. Openbare ambten
  9. Mecenaat
  10. Werk
  11. Technologie
  12. Vermogen
  13. Rechtspraak
  14. Publieke opinie
  15. Vermaak
  16. Keuken
  17. Kleding
  18. Seksualiteit
  19. Notabel gedrag
  20. Magie
  21. Religie
  22. Filosofie
  23. Bronnen en links

17. Kleding

Romeinse toga
Romeinse lictor
Gevonden in Pompeï

Nieuwe kleren en schoenen kopen was een luxe voor de eenvoudige Romeinen. Het volk kocht de afgedragen kleding en schoenen van de rijken.

Een adellijke Romeinse jongen verruilde rond zijn veertiende zijn kinderkleren voor de mannenkleren. Aanvankelijk gebeurde dat als zijn vader en opvoeder de tijd rijp achtten, in de loop van de tweede eeuw kwam er een wettelijke leeftijd waarop hij volwassen werd.

De kleding van de aristocratische dames in de tweede eeuw was weliswaar duur, maar sober. In latere eeuwen kregen ze een grote ceremoniële praal.

Mannenkleding[bewerken]

Een belangrijke functie van de kleding was het tonen van de sociale status. De imponerende toga werd enkel door burgers gedragen en bestond uit wol. Daaronder droegen de mannen een lendendoek met tunica (een hemd), in feite twee lappen stof met drie gaten, die ze ook als nachtkleding gebruikten. De tunica mocht niet te lang zijn, anders werd dat als 'verwijfd' aanzien. Zij was meestal wit wolkleurig. Senatoren onderscheidden zich door een purperen boord. Bij ridders was dit een fijn paars bandje, en de keizers waren helemaal in het paars. Zwarte of donkerbruine toga's werden gedragen als rouwkledij. In de periode voor de verkiezingen droegen de kandidaten een super spierwitte toga candida (candidus betekent wit). Men gebruikte kalk om hem wit te maken.

Mannen uit de lagere klassen hadden een tunica en mantel van donkere kleur, vanwege de zeer hoge kostprijs voor het reinigen van stoffen.

De toga pura (of toga virilis) kon wel 5 meter lang zijn, maar was meestal 3 meter lang. Men gooide de lap over de linker schouder en ging hem dan overplooien. De assistentie van een bekwame en snelle slaaf was daarbij onontbeerlijk. Priesters trokken de toga deels over het hoofd. Het nadeel van de toga was dat de linker kant vreselijk verzwaard was en ook dat hij gauw vuil werd. In plaats van de toga was er dan ook een kapmantel, die vooral bij de gewone Romeinen in gebruik was.

Het dragen van lange broeken was uit de mode in Rome, maar ze werden wel in de winter onder de toga gedragen. De haarsnit was kort. Hadrianus had een korte baard. Maar in de tijd voor hem was de mode compleet gladgeschoren en geëpileerd. Haar verven en een pruik dragen was eerder verwijfd, ook parfumeren.

Vrouwenkleding[bewerken]

De vrouwen droegen als ondergoed een lendendoek en een soort BH-band. Daarover de tunica, het hemd, langer dan die van de mannen maar niet tot op de grond. Dit was ook bij hen tegelijk de nachtkleding. De stola was een wijde lange elegante versie van de tunica, met lange mouwen en beschikbaar in allerlei kleuren, soms uit zijde, en ze werd tot op de grond gedragen. Daarboven droegen de dames een palla of kapmantel.

De gewone vrouwen hadden geen stola of palla. Prostituees waren verplicht een toga in kleur te dragen en zij liepen harder geschminkt en met de haren los. Het haar van de Romeinse vrouwen was altijd lang, maar helemaal opgestoken, volgens de mode eventueel met een dotje ofzo. Op munten was het kapsel van de keizerin te zien. Er werden er vaak nieuwe geslagen.

Soms droegen zij haarnetjes. Hoeden werden niet gedragen, tenzij op het platteland. En er waren veel juwelen. Mannen droegen er geen, tenzij een zegelring in de hogere klassen.

Schoenen waren er in veel modellen: sandalen, fijne stoffen sandaaltjes voor thuis...

Er was volop make-up. Al bij het ontwaken verscheen de ornatrix, de slavin die voor het schminken en voor het kapsel zorgde. Make-up bestond in die tijd uit kalk of wit loodpoeder op de wenkbrauwen. Houtskool of andere grondstoffen dienden als oogschaduw. Als rouge en lippenstift golden rood loodpoeder, oker of andere roodkleurige natuurlijke stoffen. De dames gebruikten parfum en parfumflessen werden voor vrouwen ook als grafgift meegegeven.

Bibliografie[bewerken]

  • Carcopino, J., 1941: Daily Life in Ancient Rome, London
  • Casson, L., 1998: Everyday Life in Ancient Rome (Revised and expanded ed.), Baltimore
  • Dupont, F., 1989: La vie quotidienne du citoyen romain sous la République, Paris
  • Gardner, F., 1995: Women in Roman Law and Society, London
  • Huskinson, J. (ed.), 2000: Experiencing Rome - Culture, Identity and Power in the Roman Empire, London
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.