Heraclitus over de natuur/Methode van onderzoek

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Hendrik ter Brugghen - Heraclitus.jpg
Heraclitus over de natuur

  • De Efeziër deelt ons mede wat van belang is te weten als de onderzoeker wil beginnen met zijn werk. In de eerste plaats is het nodig het volgende te doen:
(grc)
« χρὴ γὰρ μάλα πολλῶν ἵστορας εἶναι. »
(nl)
« Want het is nodig zeer veel onderzoek te doen. »
(Heraclitus, fragment DK 22 B 35.)

De te onderzoeken zaken zijn veelvuldig, terwijl die alle in het onderzoek moeten worden meegenomen, teneinde inzicht te verwerven in het geheel der dingen.

  • Doxografisch commentaar:
    • Clemens van Alexandrië, Stromata, V, 140, 6: χρὴ γὰρ εὖ μάλα πολλῶν ἵστορας φιλοσόφους ἄνδρας εἶναι καθ᾽ Ἡράκλειτον. “Want het is nodig flink en zeer veel onderzoek te doen voor wijsgerige mannen volgens Heraclitus.”
    • Porphyrius, De abstinentia, II, 49: ἵστωρ γὰρ πολλῶν ὁ ὄντως φιλόσοφος. “Want een werkelijke wijsgeer is een onderzoeker van veel.”
  • Een voorbeeld van een dergelijke onderzoeker was Thales van Milete, die een zonsverduistering voorspeld zou hebben:
(grc)
« Θαλῆς (δοκεῖ πρῶτος ἀστρολογῆσαι). »
(nl)
« Thales (schijnt als eerste de sterrenkunde te hebben beoefend). »
(Heraclitus, fragment DK 22 B 38.)

In tegenstelling tot Homerus, die een aantal eeuwen eerder leefde dan Thales, en die Heraclitus ook sterrenkundige noemde (zie: De onbekwame leermeesters), was Thales daarentegen een man die deze kwalificatie echt verdiende. De Efeziër noemt in de overgeleverde fragmenten Anaximander en Anaximenes niet, maar zal waarschijnlijk, net als over Thales, in positieve zin over hen gesproken hebben. Want hij lijkt in de traditie van de Milesische natuurfilosofen te staan, zoals verderop zal blijken. Heraclitus noemde in ieder geval Thales, maar of hij hem ook de eerste sterrenkundige noemde, is volgens de formuleringen van Diogenes Laërtius, waarvan het betreffende fragment vandaan komt, verre van zeker.

  • In de archaïsche tijd werd, blijkens het volgende fragment, een aanzet gegeven tot een methode van onderzoek, waarbij gebruik wordt gemaakt van hypotheses:
(grc)
« ἐὰν μὴ ἔλπηται, ἀνέλπιστον οὐκ ἐξευρήσει, ἀνεξερεύνητον ἐὸν καὶ ἄπορον. »
(nl)
« Indien het onverwachte niet verwacht wordt zal hij het niet ontdekken, het blijft onnaspeurbaar en ontoegankelijk. »
(Heraclitus, fragment DK 22 B 18.)

Zonder veronderstellingen die de onderzoeker niet aanvaard en waar hij niet vooraf rekening mee houdt, is de waarheid, die wij immers adequaat voorstellen, niet te vinden of bereiken. Want door gebruik te maken van de hypothese, verkregen door een intuïtief en creatief denkproces, vinden wij eerder de aard der dingen dan door louter waarneming, die immers leidt tot relatief weinig inzichten.

  • Het is hierbij nodig zijn vertrouwen te stellen in wat de onderzoeker navorst, daar vertrouwdheid ook bij aandachtigheid hoort:
(grc)
« ἀπιστίῃ γάρ διαφυγγάνει μὴ γιγνώσκεσθαι. »
(nl)
« Want bij onvertrouwdheid ontsnapt het aan de aandacht en wordt dan niet gekend. »
(Heraclitus, fragment DK 22 B 86.)

Waaraan geen aandacht wordt gegeven, daar is men immers ook niet mee vertrouwd. Vertrouwd zijn betekent: langdurig de aandacht op iets gevestigd hebben. Anderzijds is het ook zaak vertrouwen te stellen in het verkregen inzicht aangaande de werkelijkheid, omdat dit inzicht anders aan ons ontsnapt. Want dat waarin de onderzoeker geen vertrouwen heeft, laat hij spoedig terzijde liggen. Alleen door vertrouwd te zijn met het inzicht en het kenobject is dus adequate kennis van het geheel der dingen mogelijk.

  • Doxografisch commentaar:
    • Clemens van Alexandrië, Stromata, V, 88, 5: ἀλλὰ τὰ μὲν τῆς γνώσεως βάθη κρύπτειν ἀπιστίη ἀγαθὴ καθ᾿ ῾Ηράκλειτόν• ἀπιστίῃ γὰρ διαφυγγάνει κ. τ. λ. “Maar de kennis pleegt zich bij onvertrouwdheid diep in goedheid te verbergen volgens Heraclitus: want bij onvertrouwdheid ontsnapt het aan de aandacht etc.”
    • Plutarchus, Vita Coriolanum, 38: ἀλλὰ τῶν μὲν θείων τὰ πολλὰ καθ᾿ ῾Ηράκλειτον ἀπιστίῃ διαφυγγάνει μὴ γιγνώσκεσθαι. “Maar het merendeel van het goddelijke, volgens Heraclitus, ontsnapt bij onvertrouwdheid aan de aandacht etc.”
  • Het is hierbij voordelig dat deze dingen voor ons openbaar zijn:
(grc)
« τὸ μὴ δῦνόν ποτε πῶς ἄν τις λάθοι; »
(nl)
« Hoe zou ooit iemand wat nooit ondergaat kunnen ontgaan? »
(Heraclitus, fragment DK 22 B 16.)

Zo ontgaat ons bijvoorbeeld het licht van de zon niet, zodat dit kan worden gekend. Anderzijds echter hebben de mensen geen aandacht voor de dingen en moeten zij het adequate inzicht missen, zodat hen veel ontgaat.

  • Doxografisch commentaar:
    • Clemens van Alexandrië, Paedagogus, II, 99, 5: λήσεται μὲν γὰρ ἴσως τὸ αἰσθητὸν φῶς τις, τὸ δὲ νοητὸν ἀδύνατον ἐστιν, ἢ ὡς φησιν Ἡράκλειτος• τὸ μὴ δῦνόν ποτε πῶς ἂν τις λάθοι; “Want enerzijds vergeet iemand op gelijke wijze het zintuiglijk waarneembare licht, terwijl anderzijds het denkbare onvermogend is, of, zo zegt Heraclitus, hoe zou iemand wat nooit ondergaat kunnen ontgaan?”
  • De bekwame onderzoeker moet in staat zijn dat wat openbaar is op te merken, hoewel de eigenlijke aard (phusis) der dingen, zich in tegenstelling tot het waarneembare dat aan de dingen eigen is, zich voor ons aanvankelijk verborgen houdt:
(grc)
« φύσις κρύπτεσθαι φιλεῖ. »
(nl)
« Natuur pleegt zich te verbergen. »
(Heraclitus, fragment DK 22 B 123.)

De aard der dingen kan alleen gevonden worden door inzicht te hebben in de dingen, zodat de adequate voorstelling die deze dingen ons geven overeenkomt met de aard der dingen op zich. Heraclitus is dus niet een zuivere empirist, daar de waarneming niet de enige kenbron is. Want wij kunnen, terwijl wij waarnemen, de aard der dingen niet vinden. Dit schijnt volgens de Efeziër namelijk alleen te kunnen door inzicht te verwerven in de waarneembare dingen.

  • Doxografisch commentaar:
    • Themistius, Orationes, 5: φύσις δὲ καθ' Ἡράκλειτον κρύπτεσθαι φιλεῖ καὶ πρὸ τῆς φύσεως ὁ τῆς φύσεως δημιουργὸς, ὃν διὰ τοῦτο μάλιστα σεβόμεθα καὶ τεθήπαμεν. “Maar natuur, volgens Heraclitus, pleegt zich te verbergen, en boven de natuur de schepper der natuur, die wij daardoor het meest vereren en waardoor wij verblufd staan.”
    • Porphyrius bij Proclus, In Platonis rem publicam commentarii, II, p. 107, 6 Kroll: ἡ φύσις κρύπτεσθαι φιλεῖ καθ᾿ ῾Ηράκλειτον. “De natuur pleegt zich te verbergen, volgens Heraclitus.”
    • Julianus, Orationes, 7, 206 = Ad Heracleionem Cynicum de natura, 11: φιλεῖ γὰρ ἡ φύσις κρύπτεσθαι. “Want natuur pleegt zich te verbergen.”
    • Filon Alex., De fuga et inventione, 179: φύσεως τῆς κρύπτεσθαι φιλούσης. “Voor de natuur is het zich verbergen een liefhebberij.”
  • Om de aard der dingen te vinden is het nodig de waarheid te benaderen. De Efeziër spreekt hier van:
(grc)
« ἀγχιβασίην. »
(nl)
« … naderbijtreding. »
(Heraclitus, fragment DK 22 B 122.)

Dit fragment, waarvan ons slechts één woord is overgeleverd en dat door Heraclitus zelf is gevormd en bedacht volgens de originele bron (de Suda), lijkt echter in de context te passen van wat in dit hoofdstuk aan de orde komt. Want door het waarneembare te benaderen (letterlijk: dichtbij komen), bereiken wij de aard der dingen die slechts door te denken toegankelijk is, zodat wij dus ook te rade moeten gaan bij ons verstand en dit dus ook bij wijze van spreken moeten benaderen.

  • Hier geeft de Efeziër dus een leer die het onderzoek van de natuurvorsers betreft, en die kan beschouwd worden als een archaïsche vorm van wetenschapsfilosofie, een discipline die Heraclitus zeker niet verwaarloost, daar hij in een alomvattend systeem aan alle deelgebieden van de filosofie aandacht tracht te schenken.


> Vorige pagina: Heraclitus over de natuur/Verstandig zijn
> Volgende pagina: Heraclitus over de natuur/De strijd, het zich afzonderende, het sturende en de rechtvaardigheid
> Terug naar: Heraclitus over de natuur/Gedetailleerde inhoudsopgave
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.