Heraclitus over de natuur/Het woord

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Hendrik ter Brugghen - Heraclitus.jpg
Heraclitus over de natuur

  • Het eerste fragment heeft precies de kenmerken van aanhef, zoals die in de tijd van Heraclitus voor wetenschappelijke literatuur werd opgesteld:
(grc)
«  Ἡράκλειτος Βλόσωνος Ἐφέσιος τάδε λέγει• τοῦ δὲ λόγου τοῦδ' ἐόντος ἀεὶ ἀξύνετοι γίνονται ἄνθρωποι καὶ πρόσθεν ἢ ἀκοῦσαι καὶ ἀκούσαντες τὸ πρῶτον. »
(nl)
« Heraclitus, zoon van Bloson, uit Efeze, deelt het volgende mede: van het woord dat hier werkelijk is, eeuwig, blijken zonder begrip te zijn: de mensen, en wel vóór zij daarvan horen, én eenmaal gehoord hebbende. »
(Heraclitus, fragment DK 22 B 1a.)

Eerst noemde men zijn naam, gevolgd door een algemene omschrijving en het geven van waarheidspretentie. Hecataeus laat zijn geschrift aanvangen met de volgende woorden: “Hecataeus van Milete spreekt aldus: ik schrijf het volgende (tade, ‘dit hier’) zoals het mij waar lijkt te zijn. De logoi van de Grieken zijn immers uiteenlopend en lachwekkend…”. Bij Heraclitus is echter de naamaanduiding door de overlevering weggevallen. Daarom is die in de bezorging alsnog toegevoegd. Als er in een dergelijke aanhef van het begrip logos wordt gesproken, wordt daarmee dus bedoeld ‘dat wat wordt verteld’. De vertaling met het begrip “woord” lijkt dus in het geval van Heraclitus inderdaad adequaat te zijn. De term logos wordt echter vaak vertaald als “Rede”, “Wetmatigheid”, of “Formule der dingen”. Dit zijn echter niet de betekenissen die in de tijd van Heraclitus aan het begrip logos werden toegekend.[1] De vertaling “woord” dekt de meeste lading. Het woord is er werkelijk, letterlijk uit het Grieks “als zijnde”. Dat betekent in het Grieks ook: in waarheid. Het werkelijke woord is ook eeuwig. Het was altijd en zal altijd geldig zijn. Maar de mensen begrijpen tot in de eeuwigheid deze waarheid niet. Heraclitus lijkt dus zijn leer al tijdens zijn leven aan de mensen hebben voorgelegd, die de leer niet begrepen. Het lijkt erop dat hij op veel onbegrip is gestuit. Want waarom zou hij anders tot de slotsom komen dat de mensen zijn leer niet begrijpen, zowel voor zij hem horen als wanneer zij hem eenmaal gehoord hebben?

  • Doxografisch commentaar:
    • Sextus Empiricus, Adversus Mathematicos, VII, 132: ἐναρχόμενος γοῦν τῶν Περὶ φύσεως ὁ προειρημένος ἀνὴρ καὶ τρόπον τινὰ δεικνῦς τὸ περιέχον φησί• λόγου τοῦδ᾿ ἐόντος κ. τ. λ. “Aan het begin van Over de natuur toont de tevoorschijn komende man aldus ook iets van zijn karakter, terwijl hij zijn uitleg erbij geeft, hij zegt: van het woord dat hier werkelijk is etc.”
    • Hippolytus, Refutatio in omnium haeresium, IX, 9, 1: ὅτι δὲ λόγος ἐστιν ἀεὶ τὸ πᾶν καὶ διὰ παντὸς ὤν, οὕτως λέγει• τοῦ δὲ λόγου τοῦδ' ἐόντος ἀκοῦσαι καὶ ἀκούσαντες τὸ πρῶτον. “dat echter het woord eeuwig het al is en door alles het zijn, hij verklaart zelf: van het woord dat hier werkelijk is hebben zij gehoord en horen zij voor het eerst.”
    • Aristoteles, Rethorica, Γ5. 1407b 11-18: τὰ γὰρ ῾Ηρακλείτου διαστίξαι ἔργον διὰ τὸ ἄδηλον εἶναι ποτέρῳ πρόσκειται, τῷ ὕστερον ἢ τῷ πρότερον, οἷον ἐν τῇ ἀρχῇ αὐτῇ τοῦ συγγράμματος• φησὶ γὰρ τοῦ λόγου τοῦδ᾿ ἐόντος ἀεὶ ἀξύνετοι ἄνθρωποι γίγνονται• ἄδηλον γὰρ τὸ ἀεί, πρὸς ποτέρῳ <δεῖ> διαστίξαι. “Want het werk van Heraclitus is niet goed te ontleden, daardoor is het onduidelijk bij welk [zinsdeel] een woord gesitueerd moet worden, bij wat ervoor komt of bij wat erna komt. En dit geldt voor bij het begin van zijn opstel; want hij zegt: van het woord dat hier werkelijk is, eeuwig, blijken de mensen zonder begrip te zijn: het is immers onduidelijk bij welke twee [zinsdelen] ‘eeuwig’ gesitueerd <moet> worden.”
    • Clemens van Alexandrië, Stromata, V, 111, 7 (1—3): ἄντικρυς δὲ ὁ μὲν Ἡράκλειτος• τοῦ λόγου τοῦδ έοντος αἰεί, φησίν, ἀξύνετοι γίγνονται ἄνθρωποι, καὶ πρόσθεν ἢ ἀκοῦσαι καὶ ἀκούσαντες τὸ πρῶτον. “Maar daartegenover staat Heraclitus: van het woord dat hier werkelijk is, eeuwig, zegt hij, blijken zonder begrip te zijn: de mensen, en wel vóór zij daarvan horen én eenmaal gehoord hebbende.”

Noot[bewerken]

  1. Mansfeld, Aldus sprak Heraclitus, commentaar bij dit fragment.


> Vorige pagina: Heraclitus over de natuur/Het woord, het ene wijze, het universele, het particuliere
> Volgende pagina: Heraclitus over de natuur/De analyse van woorden en werken
> Terug naar: Heraclitus over de natuur/Gedetailleerde inhoudsopgave
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.