Naar inhoud springen

Amerikaanse literatuur/19e eeuw

Uit Wikibooks
Amerikaanse literatuur
Uncle Tom's Cabin

Wat vele pennen in de 19e eeuw in beweging bracht was de kwestie van de slavernij. De verschillende standpunten die door Noord en Zuid werden ingenomen zouden in 1861 zelfs leiden tot een verschrikkelijk bloedige burgeroorlog. Een boek dat de beweging van het abolitionisme veel zuurstof gaf, was Uncle Tom's Cabin. Het was geschreven door de 39-jarige Harriet Beecher Stowe uit Maine. Het tragische verhaal over een toegewijde slaaf die een blank kind redt en dan aan een sadistische meester wordt verkocht veroorzaakte heel wat commotie. Eerst verscheen het in 1851 als serie in het dagblad National Era en een jaar later als boek. Liefst 300.000 exemplaren werden ervan verkocht, in die tijd een absoluut record voor een Amerikaanse roman. Een maand na de publicatie werd er -zonder toestemming van Stowe- een theaterstuk van opgevoerd in Troy, New York, dat maanden liep vooraleer het naar het National Theater verhuisde. Voorstanders van afschaffing van de slavernij grepen deze belangstelling voor Stowe's werk aan om een serie essays (The Pro-Slavery Argument, 15 maart 1853) te publiceren om hun verontwaardiging te uiten over de onmenselijke toestanden.

Uncle Tom's Cabin, uitgave van 1853

Gedurende bijna 200 jaar waren Amerikaanse lezers aangewezen op Europa, vooral op wat er in Groot-Brittannië verscheen. Zo werden onder meer de Schot Robert Burns en de Engelse schrijvers Lord Byron, Percy Bysshe Shelley en John Keats veel gelezen in de Nieuwe Wereld. Het was voor Amerikaanse schrijvers ook bijzonder moeilijk om hun boeken aan de man te brengen, want van de Engelse boeken verschenen goedkope piraatversies op de markt waartegen ze moeilijk konden concurreren. Begin 19e eeuw kwam er verandering, niet in het minst doordat de Amerikaanse lezers zelf - veelal vrouwen - verlangden naar een nationale literatuur met eigen, Amerikaanse thema's. Twee bijzonder belangrijke literaire figuren die deze ontwikkeling naar een productie van eigen bodem stimuleerden waren de 'New Yorkers' Washington Irving en James Fenimore Cooper. Niet alleen New York werd een centrum van literaire activiteit. In New England ontstond bijvoorbeeld het transcendentalisme met schrijvers als Ralph Waldo Emerson. In zijn gedichten probeerde hij niet zozeer welsprekend te zijn, maar de feiten zoals hij ze ervoer weer te geven. En dan was er nog Emily Dickinson die in Massachusetts gedichten over de zin van het leven, de dood en onsterfelijkheid schreef. Zij behoorden tot de pioniers die de Amerikaanse literatuur een eigen stem en gezicht gaven.

In de loop van de 19e eeuw ontstonden op Amerikaanse bodem romans en gedichten die behoren tot het beste wat de literatuur heeft voortgebracht. De namen van een aantal auteurs die nog steeds tot de verbeelding spreken worden nu in het kort behandeld.

Washington Irving

Washington Irving, die bij het grote publiek nog het bekendst zou worden door zijn kortverhaal The Legend of Sleepy Hollow, schreef ook historische biografieën over onder meer George Washington, Oliver Goldsmith en Mohammed.

William Cullen Bryant

William Cullen Bryant schreef vroegromantische gedichten en natuurpoëzie.

Edgar Allan Poe

In 1832 begon Edgar Allan Poe kortverhalen te schrijven waaronder The Masque of the Red Death, The Pit and the Pendulum, The Fall of the House of Usher en The Murders in the Rue Morgue, mysterieuze verhalen die psychologische diepten in de menselijke psyche exploreren die voorheen onaangeroerd bleven.

Emerson en Thoreau

Ralph Waldo Emerson (1803-1882) begon in 1836 te schrijven aan het non-fictie werk Nature, waarin hij pleitte voor een buitenkerkelijke, ongeorganiseerde religiositeit door een soort spirituele eenwording met de natuur. Zijn werk betekende het begin van een beweging, gekend als transcendentalisme. Mogelijk het meest verwant aan Emerson was zijn non-conformistische vriend Henry David Thoreau (1817-1862), die in zijn boek Walden vertelde hoe hij in een hutje bij Walden Pond (vijver) twee jaar in eenzaamheid doorbracht.

Harriet Beecher Stowe

Harriet Beecher Stowe (1811 – 1896) schreef met Uncle Tom's Cabin (1852) een sterk pleidooi voor de afschaffing van de slavernij.

Walt Whitman

Een andere abolitionist, Walt Whitman (1819-1892) was een arbeider die in de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) dienst deed als verpleger. Zijn magnum opus Leaves of Grass betekende een vernieuwing in de poëzie door de vrij vloeiende versregels van onregelmatige lengte en de verering van een sterke lichamelijkheid en verbondenheid met de natuur. D.H. Lawrence zou over hem zeggen: (geparafraseerd:) "Whitman was de eerste die het oude morele concept verbrak van een superieure ziel die 'boven' het lichaam stond."

Emily Dickinson

In tegenstelling daarmee is Emily Dickinsons (1830-1886) poëzie conventioneler maar zeer geestig, doorwrocht en psychologisch sterk. Veel van haar poëzie gaat over de dood, maar met een vreemde wending, zoals haar bekende gedicht "Because I could not stop for Death" (Omdat ik geen tijd had om de Dood op te wachten).

Mark Twain

Mark Twains 1835-1910) stijl was sterk beïnvloed door zijn journalistiek werk. Hij schreef net als Henry James op een ongeornamenteerde, directe wijze, met veel aandacht voor het gewone leven en gewone mensen die hij in hun eigen dialect laat spreken.

Belangrijke literaire figuren

James Fenimore Cooper - Edgar Allan Poe - John Pendleton Kennedy - William Gilmore Simms - Seba Smith - James Russell Lowell - Ralph Waldo Emerson - Henry David Thoreau - Margaret Fuller - Harriet Beecher Stowe - Nathaniel Hawthorne - Herman Melville - Walt Whitman - Mark Twain - Theodore Dreiser - Stephen Crane - Henry James - Emily Dickinson

Informatie afkomstig van https://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.