Engelse literatuur/John Keats

Uit Wikibooks
Ga naar: navigatie, zoek
Engelse literatuur


John Keats, miniatuur (olieverf op ivoor) door zijn vriend Joseph Severn, 1819.

John Keats (Londen, 31 oktober 1795 – Rome, 23 februari 1821 was een Engels romantisch dichter. Samen met Lord Byron en Percy Bysshe Shelley was hij een van de sleutelfiguren in de tweede generatie van de romantische beweging, ondanks het feit dat zijn werk slechts vier jaar voor zijn dood in publicatie was. Tijdens zijn leven werden zijn gedichten over het algemeen niet goed ontvangen door critici, maar na zijn dood groeide zijn reputatie in die mate aan dat hij aan het einde van de 19e eeuw een van de meest geliefde Engelse dichters was. Hij had een grote invloed op heel diverse latere dichters en schrijvers: Jorge Luis Borges, bijvoorbeeld, getuigde dat zijn eerste ontmoeting met Keats de belangrijkste literaire ervaring van zijn leven was geweest.

De poëzie van Keats wordt gekenmerkt door sensuele beelden, met name in de reeks odes. Vandaag de dag behoren de gedichten en brieven van Keats tot de meest populaire en geanalyseerde teksten uit de Engelse literatuur.

Leven en werk[bewerken]

Jeugd en vroege carrière[bewerken]

John Keats werd geboren als oudste van vier kinderen. Hij verloor zijn beide ouders op jonge leeftijd. Zijn vader, een stalhouder, overleed toen Keats acht was, zijn moeder stierf zes jaar later aan tuberculose. Na de dood van zijn moeder benoemde zijn grootmoeder van moeders kant twee Londense kooplieden, Richard Abbey en John Rowland Sandell, als voogden. Abbey, een welvarende theemakelaar, nam het grootste deel van deze verantwoordelijkheid op zich, terwijl Sandell slechts een ondergeschikte rol speelde. Toen Keats vijftien was, haalde Abbey hem van de Clarke School in Enfield. Keats ging in 1911 in de leer bij een apotheker-chirurg en begon aan een studie geneeskunde in een Londens ziekenhuis. Hij onderbrak zijn opleiding in 1814 en ging in Londen wonen, waar hij werkte als 'dresser', een 'junior huischirurg', in de Guy's en St. Thomas ziekenhuizen. Zijn eerste volwassen gedicht was het sonnet "On First Looking Into Chapman's Homer" (1816), geïnspireerd na het enthousiast lezen van de klassieke 17de-eeuwse vertaling die George Chapman maakte van de Ilias en de Odyssee. Na 1817 wijdde Keats zich uitsluitend nog aan de poëzie.

Oriëntatie op literatuur[bewerken]

Rond deze tijd ontmoette Keats Leigh Hunt, een invloedrijk redacteur van de Examiner, die zijn sonnetten 'On First Looking into Chapman's Home" en "O Solitude" publiceerde. Hunt introduceerde Keats ook in literaire kringen en zo maakte hij kennis met de dichters Percy Bysshe Shelley en William Wordsworth. De invloed die deze groep uitoefende stelde Keats in staat om zijn eerste bundel "Poems by John Keats" in 1817 uit te geven.

Shelley, die hield van Keats en van zijn poëzie, raadde hem nu aan om eerst een meer omvangrijk oeuvre te ontwikkelen alvorens aan een volgende publicatie te denken. Keats negeerde echter zijn advies en het volgende jaar verscheen "Endymion", een 4000 regels lange erotisch-allegorische romance gebaseerd op de Griekse mythe met de dezelfde naam. Het gedicht vertelt van de liefde van maangodin Diana (of van Cynthia) voor Endymion, een sterfelijke herder, maar Keats legt de nadruk op Endymions liefde voor Diana in plaats van andersom. Twee van de meest invloedrijke kritische tijdschriften van de tijd, de Quarterly Review en Blackwood's Magazine, gaven een vernietigend oordeel over Keats' gedichten. De romantische verzen van de literaire kring rond Hunt noemde Blackwood's "de Cockney school van poëzie", en Endymion was "nonsens". Ze raadden Keats zelfs aan om de poëzie maar helemaal op te geven. Shelley, die zelf ook een hekel had aan Endymion, erkende echter Keats' genie en schreef een lovende recensie, die echter nooit werd gepubliceerd. Shelley overdreef hierin het effect dat de kritiek had op Keats, en schreef diens afnemende gezondheid gedurende de volgende jaren toe aan een door de negatieve recensies gebroken geest. In de periode 1817-1818, vlak na Endymion, schreef Keats ook "Isabella, or the Pot of Basil", een bewerking van het verhaal over de "Pot met Basilicum" uit de Decamerone (dag IV, verhaal 5).

Verloving en laatste levensjaren[bewerken]

Keats bracht de zomer van 1818 door met een wandeltocht, samen met zijn vriend Charles Brown, in het noorden van Engeland (het Lake District), en Schotland. Hij keerde terug naar huis om voor zijn broer Tom te zorgen, die leed aan tuberculose. In de periode dat hij zijn broer verpleegde, ontmoette Keats Fanny Brawne, een naaste buur uit Hampstead, op wie hij al snel hopeloos en tragisch verliefd werd. Na de dood van Tom (zijn andere broer George was al naar Amerika vertrokken), nam Keats zijn intrek in Wentworth Place met zijn vriend Charles Brown, en in april 1819 werden Brawne en haar moeder zijn buren. In oktober 1819 verloofde Keats zich met Fanny.

Tussen 1818 en 1819 schreef hij enkele van zijn mooiste gedichten. Hij werkte vooral aan "Hyperion", een door Milton geïnspireerd epos in blank vers van de Griekse scheppingsmythe. Hij stopte met het schrijven van "Hyperion" na de dood van zijn broer, nadat hij nog maar een klein gedeelte ervan had voltooid, maar eind 1819 keerde hij terug naar het stuk en herschreef het als "The Fall of Hyperion (niet gepubliceerd tot 1856). Diezelfde herfst liep Keats tuberculose op, en de daaropvolgende maand februari voelde hij dat zijn dood nabij was, verwijzend naar het heden als zijn "postume bestaan."

In juli 1820 publiceerde hij zijn derde en beste poëziebundel, "Lamia, Isabella, The Eve of St. Agnes, and Other Poems". De drie titelgedichten behandelen mythische en legendarische thema's uit oude, middeleeuwse en renaissancetijden. Zij zijn rijk aan beelden en frasering. Het boek bevat ook het onvoltooide "Hyperion," en drie gedichten die beschouwd worden als behorend tot de mooiste die in het Engels zijn geschreven: "Ode on a Grecian Urn", "Ode on Melancholy", en "Ode to a Nightingale". Het boek ontving lovende kritieken van Hunt, Shelley, Charles Lamb en anderen, en in augustus schreef Frances Jeffrey, de invloedrijke redacteur van de Edinburgh Review, een review die zowel het nieuwe boek als Endymion prees.

Het fragment "Hyperion" werd door Keats' tijdgenoten beschouwd als zijn grootste prestatie, maar tegen die tijd was zijn ziekte al in een vergevorderd stadium. Hij bleef corresponderen met Fanny Brawne, en toen hij het niet langer kon opbrengen om rechtstreeks naar haar te schrijven, stuurde hij zijn brieven naar haar moeder. Uiteindelijk belette zijn slechte gezondheid dat ze zouden trouwen. Op advies van zijn dokter moest Keats een warm klimaat opzoeken voor het winter werd, en hij vertrok met zijn vriend, de kunstschilder Joseph Severn, naar Rome. Hij overleed er op 23 februari 1821, op de leeftijd van vijfentwintig, en werd begraven in het protestantse kerkhof.

Bibliografie (selectie)[bewerken]

Poëzie
  • Poems (1817)
  • Endymion: A Poetic Romance (1818)
  • Lamia, Isabella, The Eve of St. Agnes, and Other Poems (1820)
  • Collections: The Poetical Works of Coleridge, Shelley, and Keats (1831)
  • The Poetical Works and Other Writings of John Keats (1883)
  • The Poems of John Keats (1970)
  • The Poems of John Keats (1978)
Proza
  • Life, Letters, and Literary Remains of John Keats (1848)
  • The Letters of John Keats (1958)
  • Letters of John Keats: A New Selection (1970)
Drama
  • King Stephen: A Dramatic Fragment (1819)
  • Otho The Great: A Dramatic Fragment (1819)

Externe links[bewerken]

Wikimedia Commons Meer afbeeldingen over dit onderwerp vindt u in Categorie John Keats op Wikimedia Commons
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.