Amerikaanse literatuur/20e eeuw vanaf 1945

Uit Wikibooks
Ga naar: navigatie, zoek
Amerikaanse literatuur


In de periode van het einde van de Tweede Wereldoorlog tot, ruwweg, de late jaren 1960 en begin jaren 1970 verschenen enkele van de populairste werken in de Amerikaanse geschiedenis, zoals To Kill a Mockingbird van Harper Lee. De periode werd grotendeels gedomineerd door de laatste paar meer realistische modernisten samen met de wildromantische beatniks. Ten aanzien van de oorlogsroman was er sprake een literaire explosie in Amerika tijdens de periode na de Tweede Wereldoorlog. Enkele van de bekendste werken zijn Norman Mailers The Naked and the Dead (1948), Joseph Hellers Catch-22 (1961) en Kurt Vonnegut Jr's Slaughterhouse-Five (1969). Met The Moviegoer (1962) won Southern auteur Walker Percy de National Book Award. In deze roman exploreerde Percy de ontwrichting van de mens in de moderne tijd. Van J.D. Salingers Nine Stories en The Catcher in the Rye tot Sylvia Plaths The Bell Jar brachten schrijvers in hun werk de waargenomen waanzin van de stand van zaken in Amerika op de voorgrond. De beatniks ontwikkelden een eigen toon en stijl die veraf stond van hun voorgangers van de Lost Generation.

De jaren 1950-1960[bewerken]

De dichter Robert Lowell verwees naar de jaren 1950 als "the tranquilized fifties" (kalm, verdoofd) als een zelfvoldaan, onverantwoordelijk en materialistisch decennium. Het bekendste literaire werk uit deze periode is J.D. Salingers The Catcher in the Rye (1951). Andere belangrijke werken zijn Ralph Ellisons Invisible Man (1952), Norman Vincent Peale met The Power of Positive Thinking (1952), en Paul Goodmans Growing Up Absurd (1959). Met Allen Ginsbergs lezing van zijn gedicht Howl (San Francisco, 1955) startte in dit decennium ook de Beat Generation, geleid door Ginsburg, Jack Kerouac en Lawrence Ferlinghetti.

Beat Generation[bewerken]

Jack Kerouac

De Beat Generation was een literaire beweging, ook wel bekend als the Beats, die vanaf het midden van de jaren 1950 bloeide tot in de vroege jaren 1960. The Beat-beweging werd gekenmerkt door een afwijzing van de burgerlijke waarden in het Amerika van de jaren 1950, ten gunste van individuele vrijheid en spontaniteit. De meest prominente leden waren de schrijvers John Clellon Holmes (1926-1988) en Jack Kerouac (1922-1969), en de dichters Allen Ginsberg, Lawrence Ferlinghetti (geboren in 1919), Philip Whalen (1923), Gary Snyder (1930), en Gregory Corso (1930-2001). William Burroughs (1914-1997) was losjes geassocieerd met de groep, die voornamelijk was gevestigd in San Francisco en in Greenwich Village in New York. Veel Beatpoëzie werd gepubliceerd door Ferlinghetti's "City Lights" imprint, en zijn "City Lights" boekhandel in San Francisco was een belangrijke ontmoetingsplaats voor de groep. Gregory Stephenson heeft gesuggereerd dat de Beat-beweging twee verschillende fasen had: de "ondergrondse", in de periode 1944-1956, en de "publieke" fase, in de periode 1956-1962. Het was Holmes die de term 'Beat generation" introduceerde in een essay uit 1952 over zijn roman GO (1952), en later suggereerde Kerouac dat "Beat" betekende: sociaal worden gemarginaliseerd en uitgeput ("beaten down") en gezegend ("beatific"). Er zijn ook muzikale connotaties, want veel leden waren jazzliefhebbers. Maatschappelijk verheerlijkten de Beats, van wie velen homofiel of biseksueel waren, de individuele vrijheid en vielen zij aan wat zij zagen als het materialisme, militarisme, consumentisme en de conformiteit van de jaren 1950. "Amerika, waar iedereen altijd doet wat ze zouden moeten", spotte Kerouac in een van de belangrijkste werken van de Beats, de roman On the Road (1957). Daartoe kleedden zij zich non-conformistisch, praatten onconventioneel en waren openlijk antimaterialist. Ze gingen ook actief op zoek naar mystieke ervaringen door het gebruik van drugs of door meditatie.

De jaren 1960-1970[bewerken]

De jaren 1960-1970 in de literatuur worden gekenmerkt door de versoepeling van de censuur en de bespreking van onderwerpen die voordien taboe waren. Dit begint met de publicatie van D.H. Lawrence's eerder verboden Lady Chatterley's Lover in 1959. Seksuele fantasieën, avontuurlijke uitspattingen en "zwarte humor" worden nu vaak gebruikt als thema van literaire werken. Ook het journalistieke essay maakt opgang. Dit decennium wordt eveneens gekenmerkt door emanciperende bewegingen zoals Black Power, vrouwen- en homorechten.

De jaren 1970-1980[bewerken]

Kate Millet

De jaren 1970-1980 markeren de opkomst van de vrouwenbeweging vanaf de publicatie in 1970 van Sexual Politics. In dit werk valt de auteur Kate Millet mannelijke schrijvers aan voor hun vrouwonvriendelijke opstelling. Anderen die dit thema behandelen zijn Mary McCarthy, Susan Sontag, en Joan Didion.

De jaren 1980 en 1990[bewerken]

Toni Morrison

De jaren 1980 en 1990 zijn mogelijk te recent en modern voor evaluaties van literaire trends. Een groot talent is alvast Toni Morrison die in 1993 de Nobelprijs voor literatuur ontving. Op de literaire scène verschijnen ook de zogenaamde multiculturele schrijvers als Maxine Hong Kingston, Amy Tan, James Welch, Bharati Mukherjee en Sandra Cisneros.

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.