Amerikaanse literatuur/20e eeuw Dichters van het modernisme

Uit Wikibooks
Ga naar: navigatie, zoek
Amerikaanse literatuur


Gertrude Stein in 1935
E.E. Cummings, zelfportret, ca. 1920
Archibald MacLeish

De uiteindelijke totstandkoming van een echte inheemse Engelstalige poëzie in de Verenigde Staten was het werk van twee 19e-eeuwse dichters: Walt Whitman (1819-1892) en Emily Dickinson (1830-1886). Met hen brak de Amerikaanse poezie los van het Engelse formalisme en kreeg zo een eigen gezicht. De directe toespraken van Whitman in het vrije vers en de aforistische en ironische stijl van Dickinson zouden de Amerikaanse poëzie van de 20e eeuw diepgaand beinvloeden. Dit nieuwe idioom, gecombineerd met de studie van de 19e-eeuwse Franse poëzie, vormde de basis voor de 20e-eeuwse Engelstalige modernistische poezie. De leidende figuren in die tijd waren Ezra Pound (1885 - 1972) en T.S. Eliot (1888-1965), met hun afwijzing van de traditionele (victoriaanse) poëtische vorm en meter. Beiden stuurden de Amerikaanse poëzie in de richting van een grotere compactheid, moeilijkheid en gelaagdheid, met de nadruk op technieken zoals fragmentatie, weglating en toespeling. Ezra Pound, in het bijzonder, zou de Amerikaanse poëzie openstellen voor diverse invloeden, met inbegrip van de traditionele poëzie van China en Japan.

Talrijke andere dichters leverden belangrijke bijdragen in deze voor de poëzie revolutionaire tijd, onder meer: Gertrude Stein (1874-1946), Wallace Stevens (1879-1955), William Carlos Williams (1883-1963), Hilda Doolittle (HD) (1886-1961), Marianne Moore (1887-1972), E. E. Cummings (1894-1962) en Hart Crane (1899-1932).

Andere dichters uit deze periode, zoals Archibald MacLeish (1892-1982), experimenteerden met modernistische technieken, maar werden ook aangetrokken tot de meer traditionele vormen van schrijven. Weer anderen, zoals Robinson Jeffers (1887-1962), maakten in hun gedichten gebruik van de modernistische vrijheid, terwijl ze zich toch afzijdig hielden van modernistische groeperingen en programma's.

De modernistische fakkel werd in de jaren 1930 overgenomen door een groep dichters die bekendstaat als de objectivisten. Deze omvatten Louis Zukofsky (1904-1978), Charles Reznikoff (1894-1976), George Oppen (1908-1984), Carl Rakosi (1903-2004), en later ook Lorine Niedecker (1903-1970). Kenneth Rexroth, die werd opgenomen in de Objectivist Anthology, was samen met Madeline Gleason (1909-1973), een voorloper van de San Francisco Renaissance. Veel van de objectivisten kwamen uit stedelijke gemeenschappen van nieuwe immigranten, die vanuit hun taal en achtergrond een verrijkende invloed hadden op de Amerikaanse poëzie.

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.