Italiaans/Les14
Uit Wikibooks
Inhoud |
[bewerken] Onderwerp van les 14
In les 14 zullen de trappen van vergelijking worden behandeld. Weer een nieuw werkwoord, ´bere´ (drinken) zal ook behandeld worden.
[bewerken] Trappen van vergelijking
De basisregel voor een bijvoeglijk naamwoord in de trappen van vergelijkin is:
Bijvoeglijk naamwoord : Stellende trap più + bijvoeglijk naamwoord : Vergrotende trap il/la più + bijvoelijk naamwoord : Overtreffende trap
Daarnaast is er ook een speciale vorm voor als je wilt zeggen:
Heel/Erg (bijvoeglijk naamwoord; mooi, lelijk, groot, klein etc.)
Dan gebruikt u:
Stam bijvoeglijk naamwoord (zonder o,a,i of e dus) + -issimo
Voorbeeld:
Brutto / brutta : Lelijk
Più brutto / più brutta : Lelijker
Il più brutto / la più brutta : Het lelijkst
Bruttissimo: Heel/Erg lelijk
Je hebt ook voor de vergelijkingen van 'minder' aparte vormen:
Bijvoeglijk naamwoord: Stellend Meno + bijvoeglijk naamwoord: Verkleinend Il/La meno/a + bijvoeglijk naamwoord: Kleinst
Weer een voorbeeld:
Brutto / brutta : Lelijk
Meno brutto / meno brutta : Minder lelijk
Il meno brutto / la meno brutta : Minst lelijk
Je kunt ook vergelijkingen maken met 'even'. Dan gebruikt u het verbindingswoord 'come':
Sono buono come mio nonno.
Vertaling:
Ik ben even goed als mijn opa.
Nog één:
La pioggia è utile come il sole.
Vertaling:
De regen is even nuttig als de zon.
Vergelijkingen met de vergrotende en de overtreffende trap werken als volgt:
Paolo è più giovane di Mario
Vertaling:
Paolo is jonger dan Mario
Nog één:
Anna è la più vecchia
Vertaling:
Anna is de oudste
[bewerken] Het werkwoord ´bere´ (drinken)
Het werkwoord ´bere´ betekent ´drinken´. De tabel luidt
| bere | |
| io | bevo |
| tu | bevi |
| lui/lei | beve |
| noi | beviamo |
| voi | bevete |
| loro | bevono |
Het voltooid deelwoord van ´bere´ luidt ´bevuto´ en het wordt vervoegd met ´avere´ om de verleden tijden passato prossimo, trapassato remoto en trapassato prossimo te krijgen.
[bewerken] Woordenlijst
600. l'aria m - de lucht
601. purtroppo - helaas
602. anche - ook
603. la ditta - het bedrijf
604. la moglie - de echtgenote (uitspraak: la mol-je)
605. in vacanza - op vakantie, met vakantie
606. il telefono - de telefoon
607. però - maar
608. forse - misschien
609. rotto - kapot
610. il bagno - het baden, het toilet, de badkamer
611. il marito - de echtgenoot
612. riparare - repareren
613. la doccia - de douche
614. qui - hier
615. a sinistra - links
616. abbastanza - genoeg
617. la carta di credito - de creditcard
618. fare colazione - ontbijten
619. ci sono - er zijn
620. a destra - rechts
621. dritto - rechtdoor
622. il cameriere - de ober
623. il latte - de melk
624. da mangiare - iets te eten
625. la torta di mele - de appeltaart
626. il panino - het broodje
627. i servizi - de dienstverlening, de toiletten
628. pulito - schoon
629. il conto - de rekening
630. il Bancomat - de geldautomaat
631. passare - langskomen, bezoeken
632. la farmacia - de apotheek
633. la lavanderia - de stomerij
634. il grande magazzino - het warenhuis
635. il calcio - de voetbal
636. l'autobus (m) - de bus
637. il parrucchiere - de kapper
638. dopo - na
639. uffa! - hemeltje lief! - pfff!
640. fino a - tot
641. più tardi - later
642. ecco - hier is, hier zijn
643. le spese - de boodschappen
644. non importa - het doet er niet toe, geen probleem (lett: Het heeft geen belang)
645. la borsa - de tas
646. vicino a - dichtbij, naast, vlakbij
647. il commesso/la commessa - de verkoper, de verkoopster
648. simpatico - aardig
649. conveniente - gunstig, voordelig, passend, goedkoop
[bewerken] Oefeningen
1. Lees de volgende tekst en beantwoord daarna de vragen.
La Slovenia (Repubblica Slovena; Republika Slovenija in sloveno) è uno stato dell'Europa centrale, che confina con Italia a ovest, Austria a nord, Ungheria ad est, Croazia a sud e ad est ed è bagnata dal Mar Adriatico a sudovest (Golfo di Trieste). La capitale è Lubiana. In Slovenia c'è un'importante presenza italiana nella parte istriana, ungherese ad est ed una crescente immigrazione serba e bosniaca. La moneta è l'euro, che dal primero gennaio 2007 è subentrato al tallero sloveno. La festa nazionale ricorre il venticinque giugno, anniversario della dichiarazione d'indipendenza del mille novecento novantuno.
1.1. Wat is het 'parte istriana'?
1.2. En wat wordt daarover gezegd?
1.3. Waarom is 25 juni de nationale feestdag?
1.4. Welke munteenheid werd op 1 januari 2007 vervangen door de euro?
2. Vertaal de volgende vormen.
1. Sono il più vecchio.
2. Lui è buono come lei.
3. Anna è meno brutta di Carla.
3. Vertaal de volgende vormen van 'bere'.
1. Ho bevuto
2. Bevono
3. Bevo
4. Vertaal de volgende zinnen van het Italiaans naar het Nederlands.
1. Il marito ripara la bicicletta per sua moglie.
2. Cameriere, vogliamo fare colazione con i panini.
3. A sinistra ci sono due negozi con dei bagni.
4. Uffa! Il parrucchiere ripara le borse!
5. Il Bancomat è stato visitato a Milano.
5. Vertaal de volgende zinnen van het Nederlands naar het Italiaans.
1. De geldautomaat is dichtbij het postkantoor.
2. De man met zijn echtgenote waren bij de kapper.
3. Jij moet rechtdoor om bij het bedrijf te komen.
4. Helaas, ik heb de melk en de broodjes niet.
5. De appeltaart is betaald met de creditkaart.
De antwoorden zijn hier te vinden.