Italiaans/Les12

Uit Wikibooks

Ga naar: navigatie, zoek
<Inhoudsopgave - Les 11 - Les 12 - Les 13>

Inhoud

[bewerken] Onderwerp van les 12

Deze les gaat over de gebiedende wijs, nationaliteiten en rangtelwoorden. Ook het werkwoord ´sapere´ (weten) zal behandeld worden.

[bewerken] Gebiedende wijs

De gebiedende wijs of imperatief wordt gebruikt om een bevel te geven, bijvoorbeeld:

 Luister, Peter!

of:

 Zit, Nero!

In het Nederlands is er maar 1 vorm voor de gebiedende wijs. In het Italiaans zijn er 5. Alleen de 1e persoon enkelvoud heeft (vanzelfsprekend) geen gebiedende wijs-vorm. Hier zijn ze in een tabelletje weergegeven, de -are, -ere en -ire vorm en de twee onregelmatige werkwoorden essere en avere.

parlare credere partire essere avere
1e persoon enkelvoud - - - - -
2e persoon enkelvoud parla credi parti sii abbi
3e persoon enkelvoud parli creda parta sia abbia
1e persoon meervoud parliamo crediamo partiamo siamo abbiamo
2e persoon meervoud parlate credete partite siate abbiate
3e persoon meervoud parlino credano partano siano abbiano

Hieronder een aantal voorbeeldzinnen met een gebiedende wijs (Imperativo in het Italiaans)

 Sii paziente, Pedro!

betekent:

 Wees geduldig, Pedro!

Nog één:

 Parlate Italiano, Pedro e Carla!

betekent:

 Spreek Italiaans, Pedro en Carla!

De laatste:

 Partite in Italia, tutti e due!

betekent:

 Vertrek naar Italië, allebei!

[bewerken] Rangtelwoorden

Rangtelwoorden gebruik je als je wilt rangschikken, bijvoorbeeld hier:

 Milano is eerste geworden, Lazio tweede, Torino derde.....

Rangtelwoorden zijn vrij simpel:

eerste = primo

tweede = secondo

derde = terzo

vierde = quarto

vijfde = quinto

zesde = sesto

zevende = settimo

achtste = ottavo

negende = nono

tiende = dècimo

elfde = undicèsimo

twaalfde = dodicèsimo

enzovoorts


twintigste = ventèsimo

dertigste = trentèsimo

enzovoorts


honderdste = centèsimo

duizendste = millèsimo

enzovoorts

Afwijkende vormen zijn vet gedrukt.

[bewerken] Nationaliteiten

Hier leert u de namen van een aantal landen en hun bewoners.


Algeria - algerino/ -ina = Algerije - Algerijn(se)

America - americano/ -ana = Amerika - Amerikaan(se)

Australia - australiano/ -ana = Australië - Australiër/Australiaanse

Belgio - belga = België/Belg

Brasile - brasiliano/ -ana = Brazilië - Braziliaan(se)

Cipro - cipriota = Cyprus - Cyprioot

Danimarca - danese = Denemarken - Deen(se)

Filippine - filippino/ -ina = Filippijnen - Filippijner(se)

Francia - francese = Frankrijk - Fransman/Française

Germania - tedesco/ a = Duitsland - Duitser/Duitse

Giappone - giapponese = Japan - Japanner/Japanse

Inghilterra - inglese = Engeland - Engelsman/Engelse

Italia - italiano/ -ana = Italië - Italiaan/Italiaanse

Marocco - marocchino/ -ina = Marokko - Marokkaan(se)

Messico - messicano/ -ana = Mexico - Mexicaan(se)

Olanda - olandese = Nederland - Nederlander/Nederlandse

Polonia - polacco/ a = Polen - Pool(se)

Portogallo - portoghese = Portugal - Portuge(e)s(e)

Russia - russo = Rusland - Rus/Russische

Senegal - senegalese = Senegal - Senegale(e)s(e)

Spagna - spagnolo = Spanje - Spanjaard/Spaanse

Svizzera - svizzero = Zwitserland - Zwitser(se)

Tunisia - tunisino/ -ina = Tunesië - Tunesiër/Tunesische

Turchia - turco = Turkije - Turk(se)

Venezuela - venezuelano/ -ana = Venezuela - Venezolaan(se)

Vietnam - vietnamita = Vietnam - Vietnamees/Vietnamese


1: De laatste vormen in het Italiaans zijn natuurlijk ook als bijvoeglijke naamwoorden te gebruiken. Ze worden dan wel verbogen.

2: Let goed op de vorm van Duitsland (Germania) - Duitser (tedesco). Het lijkt totaal niet op elkaar.


[bewerken] Het werkwoord ´sapere´ (weten)

Het werkwoord ´sapere´ betekent ´weten´. Het rijtje gaat als volgt

sapere
io so
tu sai
lui/lei sa
noi sappiamo
voi sapete
loro sanno

Het voltooid deelwoord van ´sapere´ is ´saputo´ en ´sapere´ wordt gewoon met ´avere´ vervoegd.

[bewerken] Woorden

De klemtoon is vet aangegeven.

501. annulare = annuleren

502. l’apparecchio m = het apparaat

503. l'appartamento m = het appartement

504. ovest = west(en)

505. nord = noord(en)

506. est = oost(en)

507. sud = zuid(en)

508. la rondine = de zwaluw

509. l’anima v = het wezen

510. tranquillo = rustig

511. insieme = samen

512. composta = samengesteld

513. il carbone = de steenkool

514. il latte = de melk

515. il progetto = het plan, het ontwerp, het project

516. l’animale m = het dier

517. il professore = de docent, professor

518. discutere = discussiëren

519. la cosa = het ding, de zaak

520. da capo = opnieuw

521. il negozio = de winkel

522. sentire = horen

523. il topo = de muis

524. nuda = naakt

525. il passero = de mus

526. avvicinarsi wed. = naderen

527. la cascata = de waterval

528. il cammino = de weg

529. il fulmine = de bliksem

530. la fattoria = de boerderij

531. i genitori = de ouders

532. antico = ouderwets

533. la bisnonna = de overgrootmoeder

534. il bisnonno = de overgrootvader

535. migliorare = verbeteren

536. il corso = de cursus

537. davanti = vooraan

538. il presidente = de president

539. il programma = het programma

540. lo squalo = de haai

541. la lampadina = de lamp

542. la terra = het land

543. dimostrare = laten zien

544. il contadino = de boer

545. la scala = de trap

546. l’ufficio m = het kantoor

547. la sedia = de stoel

548. il castello = het kasteel

549. il frumento = de tarwe

550. troppo = te

U kent nu 550 woorden.

[bewerken] Oefeningen

1. Lees de volgende tekst en beantwoord daarna de vragen.

Il Belgio

Il Belgio (België in neerlandese, Belgique in francese, e Belgien in tedesco) è uno stato dell'Europa Occidentale. Confina a nord con i Paesi Bassi, a est con la Germania e con il Lussemburgo, a sud e sud-ovest con la Francia e a nord-ovest si affaccia sul Mare del Nord. Situato al confine tra l'Europa germanofona e l'area linguistica e culturale romanza, il Belgio è diviso in tre regioni. A settentrione le Fiandre la cui popolazione di lingua neerlandese comprende circa il 58% della popolazione totale e a sud la Vallonia con il 32% della popolazione complessiva. Nel mezzo è situata la regione della città di Bruxelles, ufficialmente bilingue e nella quale risiede il 10% della popolazione.

Uit: de Italiaanse Wikipedia

1.1. Wat zou het werkwoord 'confinare' (regel 2) betekenten?

1.2. Wat is er bijzonder aan de ligging van België?

1.3. In welk deel woont het grootste deel van de Belgische bevolking?

A: Vlaanderen
B: Wallonië
C: Brussel

1.4. Wat betekent 'bilingue' (regel 7)?

2. Schrijfopdracht. Stuur een brief naar een Italiaanse camping waarin je aangeeft met hoeveel mensen je komt en hoe lang je blijft. De camping ligt aan zee, in Lazio. Min. 5 zinnen.

3. Op herhaling!

Noteer de juiste spelling van de werkwoorden.

1. Essere, 1e persoon enkelvoud, futuro

2. Parlare, 3e persoon meervoud, passato prossimo

3. Bruciare, 2e persoon meervoud, presento

4. Dormire, 2e persoon enkelvoud, passato prossimo

5. Amare, 1e persoon meervoud, futuro

4. Nationaliteiten. Vul de goede vorm in

a. Nationaliteiten bij landen:

1. Germania

2. Tunisia

3. Spagna

b. Landen bij nationaliteiten

1. Americano

2. Messicana

3. Portoghese


5. Imperativo. Vertaal de volgende vormen:

1. Sii liberamente!

2. Ama lei, Ludo!

3. Parlate Italiano, Ianna e Carla!

4. Apprendi i libri!

5. Partano nella Svizerra, tutti e due!

6. Vertaal de volgende zinnen in het Italiaans:

1. Mijn grootouders zijn ouderwets.

2. Wij hebben jullie tweede kind gezien.

3. In Toscane zijn er veel wegen.

4. Italië heeft een president en veel boeren.

5. Ik ruik de geur van een lekker brood en pizza.

7. Vertaal de volgende zinnen in het Nederlands:

1. Il primo appartamento è pieno.

2. Ho visto due negozi in questo paese.

3. Sulla fattoria, c'è tanto frumento e ci sono pochi passeri.

4. Gli animali del bosco sono molto antichi.

5. Annullo quel corso, non ho il tempo.

De antwoorden zijn hier te vinden


<Inhoudsopgave - Les 11 - Les 12 - Les 13>
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.
Persoonlijke instellingen