Italiaans/Les07
Uit Wikibooks
Inhoud |
[bewerken] Onderwerp van les 7
Les 7 ('La settima lezione') gaat over vaardigheden, zoals klokkijken en lezen. Ook een nieuw werkwoord, het werkwoord 'andare'. Vanzelfsprekend komen er weer een aantal woorden bij.
[bewerken] Het werkwoord 'andare' (gaan)
Het werkwoord 'andare' betekent 'gaan'.
Het rijtje van 'andare' in de onvoltooid tegenwoordige tijd luidt:
| andare | |
| io | vado |
| tu | vai |
| lui/lei | va |
| noi | andiamo |
| voi | andate |
| loro | vanno |
'ANDARE' WORDT VERVOEGD MET 'ESSERE
Het voltooid deelwoord van 'andare' is 'andato'
Het rijtje van de voltooid tegenwoordige tijd is dus:
| andare (voltooid tegenwoordige tijd) | |
| io | sono andato/andata |
| tu | sei andato/andata |
| lui/lei | è andato/andata |
| noi | siamo andati/andate |
| voi | siete andati/andate |
| loro | sono andati/andate |
Let er ook hier weer goed op welke betekenis 'sono' heeft: 1e enkelvoud of 3e meervoud.
[bewerken] Lezen
In de voorgaande twee lessen waren er teksten in het oefenblok. Deze zullen blijven (1 per oefenblok, soms 2), maar de vorige waren ter introductie. Op scholen blijkt vaak dat de een ze erg makkelijk vindt, en de ander ze erg moeilijk vindt. Moeilijk of niet moeilijk, lezen is een van de belangrijkste dingen om een taal te leren. Voor wie de vorige twee moeilijk vond, is hier een stappenplan om ze toch een beetje te kunnen:
1. Als je de betekenis van een woord niet weet, kijk dan naar het zinsverband (context). Zo kun je veel woorden makkelijk raden.
2. Als je Frans of Latijn hebt (of gehad), kijk dan terug naar die talen om te kijken of een bepaald woord op een woord uit de Franse of Latijnse taal erg op dat woord lijkt. LET OP: Deze regel niet te vaak toepassen. Het kan zo zijn dat een woord erg op een Frans of Latijns woord lijkt, maar dat niet betekent.
3. Als je het echt niet weet, ga dan gokken! Dit moet je bij grammatica niet doen, maar bij teksten kan dit wel. Het geeft geen garantie dat het goed is, maar altijd beter dan niets. Als u niks invult, is het sowieso fout.
4. Oefen met teksten. Oefening baart kunst. Als u niet weet hoe u woorden moet afleiden, begin dan met gewoon Nederlandse teksten.
5. In teksten komen bijna altijd woorden voor die u niet kent of niet heeft gehad. Dit is expres, om u beter met de taal te leren omgaan.
[bewerken] Klokkijken
In het Italiaans wordt alleen het telwoord gebruikt bij het aangeven van een tijd op de klok, dus niet het woord 'uur'. Ze zeggen dus niet: 'Sono le due ore' om 'het is 2 uur' te zeggen, maar ze zeggen 'Sono le due' . Om te zeggen dat het een halfuur over het uur is, zeggen ze bijvoorbeeld 'Sono le due e mezza' ('Het is half drie'). Dit is dus anders dan in het Nederlands: 'Half na twee' in plaats van 'half drie'. Om te zeggen dat het een kwartier na het uur is, zeggen ze bijvoorbeeld 'Sono le due e un quarto' . Om te zeggen dat het 3 kwartier na het uur is, kunnen ze 2 dingen zeggen: 'Sono le due e tre quarti' of 'Sono le tre meno un quarto' . Zo zit het ook een beetje met de minuten: Om te zeggen 'Het is twintig voor drie', kunnen de Italianen ook 2 dingen zeggen: 'Sono le due e quaranta' OF 'Sono le tre meno venti' .
Een belangrijke, maar logische uitzondering hierop is 'het is één uur'. Dan zeggen de Italianen niet 'Sono le uno' , maar 'È l' una'
Aan tijd kunt u bepaalde dingen toevoegen:
di/della mattina = 's ochtends di/del pomeriggio = 's middags di/della sera = 's avonds di/della notte = 's nachts
Dan zeg je bijvoorbeeld als het twee uur 's nachts is:
Sono le due di notte.
of:
È l'una di pomeriggio.
[bewerken] Woorden
De klemtoon is vet aangegeven.
251. Permesso! = Pardon! (Mag ik er langs, enzovoorts)
252. i rifiuti = het afval
253. giá = al
254. diverso = anders
255. la carota = de wortel
256. il vino = de wijn
257. cosa? = wat?
258. aspettare = wachten
259. il fuoco = het vuur
260. pieno = vol
261. l'uccello = de vogel
262. volare = vliegen
263. il dito = de vinger, meervoud le dita (onregelmatig woord)
264. la partenza = het weggaan
265. vendere = verkopen
266. lontano = ver
267. spesso = vaak
268. il giardino = de tuin
269. lo zio = de oom (hier lo omdat l van il en z van zio anders botsen. Spreek uit als lo dzio))
270. la zia = de tante
271. la tenda = de tent
272. la lingua = de taal
273. la voce = de stem
274. la neve = de sneeuw
275. bravo = slim
276. le scarpe = de schoenen
277. noioso = saai
278. rotondo = rond
279. il resto = de rest, het wisselgeld
280. frenare = remmen
281. il viaggio = de reis
282. la radio = de radio
283. privato = privé
284. spedire = sturen
285. la posta = de post (maar il posto = de plaats, de baan)
286. il gatto = de kat
287. mettere = plaatsen
288. il dolore = de pijn
289. il passaporto = het paspoort
290. stanco = moe
291. la luna = de maan
292. l'aria = de lucht
293. il chilo = de kilo
294. il chilometro = de kilometer
295. meno = minder
296. vecchio = oud
297. l'olio = de olie
298. il cugino = de neef
299. la cugina = de nicht
300. il ferro = het ijzer
U kent nu maar liefst 300 woorden!
[bewerken] Oefeningen
1. Lees de volgende tekst en beantwoord daarna de vragen.
Leoni
Il leone (Panthera leo) è un carnivoro della famiglia dei Felidi. Dopo la tigre, è il più grande dei quattro grandi felini del genere Panthera. Il suo areale, esteso in tempi storici a gran parte dell'Eurasia e dell'Africa, e in tempi preistorici anche all'America del Nord, è oggi ridotto quasi esclusivamente all'Africa subsahariana; il continuo impoverimento del suo habitat naturale e il protrarsi della caccia di frodo ai suoi danni ne fanno una specie vulnerabile secondo la IUCN.
Uit de Italiaanse Wikipedia
1.1. De hoeveelste grootste kat is de leeuw?
A. 1e (de grootste) B. 2e C. 3e
1.2. Waar leefde de leeuw ooit?
A. In Afrika B. In Afrika en Azië C. In Afrika en Noord-Amerika D. In Afrika, Eurazië en Noord-Amerika
1.3. Welke status heeft de leeuw op de lijsten van de IUCN? (Schrijf bij voorkeur in het Nederlands op, anders in het Italiaans)
2. Lees de volgende tekst en beantwoord daarna de vragen
Italiano
L'italiano è la lingua ufficiale e la più parlata in Italia, Città del Vaticano, San Marino, Canton Ticino e Canton Grigioni nella Svizzera. La prima parte di questo libro interessa gli studenti stranieri, in seguito invece si approfondirà la grammatica, che ha uno sviluppo contemporaneo agli esercizi: La lingua italiana è parlata anche in: Italia, San Marino, Città del Vaticano, Svizzera, Slovenia, Croazia, Francia, Principato di Monaco, Libia, Tunisia, Eritrea, Etiopia, Somalia, Malta, Albania, Canada, Argentina, Brasile, Messico, Venezuela e presso le comunità di emigrati che vivono all'estero. La parlano in tutto circa 70 milioni - 125 milioni di persone. Secondo alcuni studi, gli italofoni (compresi coloro che lo parlano come seconda lingua) sono 200 milioni.
Uit de Italiaanse Wikibooks
2.1. In hoeveel landen is Italiaans een officiële taal?
A. 2 B. 4 C. 6
2.2. Noem 8 andere landen waar ook veel Italiaanssprekenden wonen
2.3. Hoeveel mensen spreken Italiaans als tweede taal?
2.4. Hoeveel mensen spreken Italiaans als moedertaal?
A. 70-125 miljoen mensen B. 70-200 miljoen mensen C. 125-200 miljoen mensen
3. Zet het werkwoord 'andare' in de gevraagde vorm.
1. 1e persoon meervoud, voltooid tegenwoordige tijd
2. 2e persoon enkelvoud, onvoltooid tegenwoordige tijd
3. 2e persoon enkelvoud, voltooid tegenwoordige tijd
4. 3e persoon meervoud, onvoltooid tegenwoordige tijd
5. 1e persoon enkelvoud, onvoltooid tegenwoordige tijd
4. Schrijf de volgende digitale tijden voluit (met dagdeel-aanduiding)
1. 08:25
2. 13:30
3. 24:00
4. 18:00
5. 15:00
5. Vertaal de volgende woorden en zinnen naar het Nederlands.
1. Hai i rifiuti?
2. Ho un cugino e una cugina.
3. All'una di pomeriggio Carla viene.
4. È il tuo letto.
5. La Svizerra? È un chilometro!
6. Vertaal de volgende woorden en zinnen naar het Italiaans.
1. Het mooie Italië.
2. De verre weg is privé.
3. Ik heb niet van de wortels gehouden, maar nu houd ik van de wortels!
4. Ik verkoop geen wijn, wortels en afval.
5. De plaatsen zijn vol.
De antwoorden zijn hier te vinden: Italiaans/Les07_Antwoorden