Italiaans/Les05

Uit Wikibooks

Ga naar: navigatie, zoek
<Inhoudsopgave - Les 4 - Les 5 - Les 6>

Inhoud

[bewerken] Onderwerp van les 5

Les 5 (La Lezione Cinque) gaat over de wederkerende werkwoorden en de onregelmatige werkwoorden volere en potere. Vanzelfsprekend komen er ook weer woorden bij. Na deze les is er ook weer een toets.

[bewerken] Wederkerende werkwoorden

Wederkerende werkwoorden zijn werkwoorden zoals 'zich wassen'. Als een werkwoord in het Nederlands niet wederkerend is, kan dat in het Italiaans wel zo zijn, zoals 'heten' is in het Nederlands niet wederkerend, maar in het Italiaans wel: chiamarsi. In de infinitief is het achtervoegsel -si de aanleiding dat een werkwoord wederkerend is. Ze worden in het Italiaans als volgt gevormd:

(evt.) persoonlijk voornaamwoord + wederkerend voornaamwoord + vervoegd werkwoord

De wederkerende voornaamwoorden zijn:

mi = mij

ti = je

si = zich (enkelvoud)

ci = ons

vi = jullie

si = zich (meervoud)

Wederkerende werkwoorden in het Italiaans zijn bijvoorbeeld:

chiamarsi = heten

riposarsi = rusten

svegliarsi = wakker worden

incontrarsi = ontmoeten

lavarsi = zich wassen


Het rijtje van 'chiamarsi' in de onvoltooid tegenwoordige tijd:

chiamarsi = heten

mi chiamo = ik heet

ti chiami = jij heet

si chiama = hij/zij/u heet

ci chiamiamo = wij heten

vi chiamate = jullie heten

si chiamano = zij heten

[bewerken] Voltooid tegenwoordige tijd

De voltooid tegenwoordige tijd van wederkerende werkwoorden wordt (net als in het Frans) vervoegd met 'essere'. Dit betekent dat u goed moet letten op de uitgangen.

Dan wordt het rijtje van chiamarsi:

mi sono chiamato/chiamata = ik heb geheten

ti sei chiamato/chiamata = jij hebt geheten

si è chiamato/chiamata = hij/zij/u heeft geheten

ci siamo chiamati/chiamate = wij hebben geheten

vi siete chiamati/chiamate = jullie hebben geheten

si sono chiamati/chiamate = zij hebben geheten

[bewerken] De werkwoorden 'volere' (willen) en 'potere' (kunnen)

'Volere' betekent 'willen' en 'potere' betekent 'kunnen'.

Beide werkwoorden worden gewoon vervoegd met 'avere'.

volere potere
io voglio posso
tu vuoi puoi
lui/lei vuole può
noi vogliamo possiamo
voi volete potete
loro vogliono possono


Het voltooid deelwoord van potere is potuto.

Het voltooid deelwoord van volere is voluto.

[bewerken] Woorden

De klemtoon is vet aangegeven

127. nero = zwart

128. bianco = wit

129. grigio = grijs

130. giallo = geel

131. rosa = roze

132. marrone = bruin

133. arancione = oranje

134. viola = paars

135. il computer = de computer (meervoud: i computer). Of: il PC (il pie-tsjie)

136. l'indirizzo m = het adres

137. il posto = de plaats

138. la piazza = het plein

139. la pizza = de pizza

140. tutto = alles

141. ottimo! = prima!

142. la cucina = de keuken

143. la piscina = het zwembad

144. nuotare = zwemmen

145. oggi = vandaag

146. ieri = gisteren

147. domani = morgen

148. per = voor (voorzetsel)

149. il dio = de god

150. la scuola = de school

151. tirare = trekken, (schot) lossen, (boek) drukken

152. la socie = de maatschappij, de vereniging, het bedrijf

153. riservare = reserveren, opzij leggen

154. il sole = de zon

155. solo = alleen

156. il pesce = de vis

157. la carne = het vlees

158. quanto? = hoeveel?

159. quasi = bijna

160. viaggiare = reizen

161. Salve! = Dag!

162. il minuto = de minuut

163. il secondo = de seconde, de tweede

164. la toilette/la toletta = het toilet, de wc

165. Italiano = Italiaans

166. contento = 1. blij 2. tevreden, voldaan

167. la banana = de banaan

168. pagare = betalen*

169. la lettera = de brief

170. la canzone = het lied

171. ora/adesso = nu

172. il nome = de naam

173. ma = maar

174. il tè = de thee

175. la finestra = het raam

176. la testa = het hoofd

177. l'edificio m= het gebouw

178. se = als

179. dietro = achter

180. la sera = de avond

181. la notte = de nacht

182. la famiglia = het gezin, de familie

183. bere = drinken

184. sempre = altijd

185. il pollo = de kip

186. il giornale = de krant

187. il biglietto = het kaartje

188. buono = goed/lekker


U kent nu al 188 woorden!

[bewerken] Oefeningen

In dit oefenblok wordt de eerste tekst geïntroduceerd. Dit is, net als woordkennis en grammatica, een belangrijk onderdeel van het Italiaans.


1. Lees de volgende tekst en beantwoord daarna de vragen.

I Paesi Bassi

I Paesi Bassi (Nederland - spesso indicati come Olanda) sono uno Stato dell'Europa occidentale confinante a sud con il Belgio, a est con la Germania e a nord e a ovest con il Mare del Nord. Essi costituiscono la parte principale del Regno dei Paesi Bassi, che comprende anche le isole caraibiche delle Antille Olandesi e di Aruba.

Uit de Italiaanse Wikipedia.

1.1. Wat wordt er gezegd over Nederland?

   A. Dat de Nederlanders veel kaas eten. 
   B. Dat Nederland in het zuiden aan België, in het oosten aan Duitsland en in het noorden en 
      westen aan de Noordzee grenst. 
   C. Dat de hoofdstad van Nederland Amsterdam is

1.2. Wat hoort volgens deze tekst nog meer bij Nederland?


1.3. Is Nederland (volgens deze tekst)...

   A. Een Europees land
   B. Een van de rijkste landen ter wereld
   C. Een groot land


2. Vul de juiste vorm van het werderkerige werkwoord in.

1. Chiamarsi (1e meervoud, voltooid tegenwoordige tijd)

2. Lavarsi (2e enkelvoud, onvoltooid tegenwoordige tijd)

3. Svegliarsi (2e meervoud, voltooid tegenwoordige tijd)

4. Incontrarsi (1e meervoud, onvoltooid tegenwoordige tijd)

5. Chiamarsi (1e enkelvoud, onvoltooid tegenwoordige tijd)


3. Vertaal de volgende vormen van 'volere' en 'potere'

1. puoi

2. vogliono

3. voglio

4. possiamo

5. vuole


4. Vertaal de volgende woorden en zinnetjes in het Nederlands

1. Mi piace il té.

2. La pizza è ottima!

3. Ieri, ho avuto del pollo.

4. Il biglietto è bello.

5. Riservo la prima colazione.


5. Vertaal de volgende woorden en zinnen in het Italiaans

1. Nu!

2. Het bed is bruin.

3. Ik heb gisteren een pizza gehad.

4. Ik wil een pizza, twee citroenen en aardbeien.

5. De thee is lekker.


De antwoorden zijn hier te vinden: Italiaans/Les05/Antwoorden

[bewerken] Toets

Over niet al te lange tijd, kunt u weer uw kennis testen met behulp van een toets. Deze zal nu gaan over les 4 tot en met 8. Dit is anders dan in les 1 vermeld staat, maar anders kan de maker blijven doorgaan met het maken van toetsen.


<Inhoudsopgave - Les 4 - Les 5 - Les 6>
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.
Persoonlijke instellingen