Italiaans/Grammaticaoverzicht

Uit Wikibooks

Ga naar: navigatie, zoek

Inhoud

[bewerken] Inleiding

Dit blok is er gekomen vanwege een idee van iemand bij 'Meningen'. Het overzicht kan helpen bij het leren van toetsen. Werkwoorden zijn één van de belangrijkste dingen bij het leren van een taal. Je geeft er mee aan wat er gebeurt, wat iemand doet, wat er geweest is, noem maar op. Daarom worden ze hier uitgebreid behandeld.

[bewerken] Regelmatige werkwoorden

Gelukkig zijn de meeste werkwoorden in een taal regelmatig. Het Italiaans heeft drie uitgangen van regelmatige werkwoorden:

     -are

     -ere

     -ire

Maar dan zijn we er nog niet. Zo ongeveer elke mogelijkheid heeft nog weer afwijkende vormen. Dus beginnen we maar met de werkwoorden op -are:

[bewerken] op -are

De meeste werkwoorden op -are gaan als volgt:

parlare = praten

parlo = ik praat
parli = jij praat
parla = hij/zij/u praat
parliamo = wij praten
parlate = jullie praten
parlano = zij praten

Dus de uitgangen zijn:

-o
-i
-a
-iamo
-ate
-ano

Maar als je een werkwoord op 'gare' of 'care' hebt, wordt het rijtje anders gespeld om de uitspraak te behouden:

pagare = betalen

pago
paghi
paga
paghiamo
pagate
pagano

Dit is om het samensmelten van de g/c en de i te voorkomen.

Nu spreek je het uit als pagiamo. Als er pagi of pagiamo stond, zou je het uitspreken als padzji en padzjamo. Dit is dus fout.

Nog een afwijkende vorm hebben werkwoorden op -giare, zoals 'mangiare' (eten).

Bij deze werkwoorden word er bij elke vorm een i tussen de stam en de uitgang gezet. Hier moet de uitspraak die hier boven staat aangegeven dus wel.

Het rijtje voor 'mangiare' wordt dus:

mangiare = eten

mangio = ik eet
mangi = jij eet
mangia = hij/zij/u eet
mangiamo = wij eten
mangiate = jullie eten
mangiano = zij eten

Als er al een 'i' in de uitgang staat, word er vanzelfsprekend niet nog een 'i' tussengepropt. Dat kan niet in het Italiaans.

[bewerken] op -ere

De werkwoorden op -ere gaan als volgt:

Als voorbeeld nemen we het werkwoord 'credere' (geloven).

credere = geloven

credo = ik geloof
credi = jij gelooft
crede = hij/zij/u gelooft
crediamo = wij geloven
credete = jullie geloven
credono = zij geloven

Bij de werkwoorden op -ere zijn er geen uitzonderingen van betekenis.

[bewerken] op -ire

De werkwoorden op -ire kennen een aantal verschillende vormen. Deze worden zsm behandeld.

partire = vertrekken

parto
parti
parte
partiamo
partite
partono

Er is nog een afwijkende vorm, de werkwoorden zoals 'capire':

capire = begrijpen

capisco
capisci
capisce
capiamo
capite
capiscono

[bewerken] Een aantal regelmatige werkwoorden

comprare - kopen

chiudere - sluiten
mettere - plaatsen
prendere - nemen
scrivere - schrijven
vedere - zien
vendere - verkopen
vivere - leven

dormire - slapen
aprire - openen
offrire - aanbieden
partire - vertrekken

[bewerken] Onregelmatige werkwoorden

essere: zijn
avere: hebben
potere: kunnen
volere: willen

essere avere potere volere
io sono ho posso voglio
tu sei hai puoi vuoi
lui/lei è ha può vuole
noi siamo abbiamo possiamo vogliamo
voi siete avete potete volete
loro sono hanno possono vogliono

Overige onregelmatige werkwoorden:

andare: gaan
bere: drinken
dare: geven
dire: zeggen
dovere: moeten
fare: doen/maken
sapere: weten
stare: staan/zich voelen
tenere: houden
venire: komen

andare bere dare dire dovere fare sapere stare tenere venire
io vado bevo do dico devo faccio so sto tengo vengo
tu vai bevi dai dici devi fai sai stai tieni vieni
lui/lei va beve da dice deve fa sa sta tiene viene
noi andiamo beviamo diamo diciamo dobbiamo facciamo sappiamo stiamo teniamo veniamo
voi andate bevete date dite dovete fate sapete state tenete venite
loro vanno bevono danno dicono devono fanno sanno stanno tengono vengono

[bewerken] Voltooid deelwoorden

aprire openen aperto (vertaling: geopend)
accendere aansteken acceso (aangestoken)
bere drinken bevuto
chiedere vragen chiesto
chiudere sluiten chiuso
confondere verwisselen/in de war brengen confuso
correre rennen corso
dire zeggen detto
essere zijn stato
fare maken/doen fatto
leggere lezen letto
morire sterven morto
mettere zetten, plaatsen, leggen messo
nascere geboren zijn nato
offrire aanbieden offerto
perdere verliezen perso
piangere huilen pianto
prendere nemen preso
ridere lachen riso
rispondere antwoorden risposto
rimanere blijven rimasto
rompere kapotmaken rotto
scrivere schrijven scritto
spegnere uitmaken spento
succedere voorvallen successo
vedere zien visto
venire komen venuto
vincere winnen vinto
vivere leven vissuto

<Italiaans/Meningen--Italiaans/Grammaticaoverzicht--Italiaans/Nuttige woorden--Italiaans/Inhoudsopgave>
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.
Persoonlijke instellingen