Italiaans/Les01
Inhoud |
[bewerken] Onderwerp
In les 1 (Lezione Uno of La prima lezione) van de cursus Italiaans worden alfabet, uitspraak en klemtoon behandeld. Er komt geen toets over les 1, maar dit is wel zeer belangrijke stof.
[bewerken] Alfabet met uitspraak
A ('a'), B ('bi'), C ('tsji'), D ('di'), E ('ee'), F ('effe'), G ('dzji'), H ('acca'), I ('i'), J ('ie loenga'), K ('kappa'), L ('elle'), M ('emme'), N ('enne'), O ('oo'), P ('pi'), Q ('koe'), R ('erre'), S ('esse'), T ('ti'), U ('oe'), V ('woe'), W ('doppia woe'), X ('ieks'), Y ('iepsilon' of 'i greca'), Z ('zeta')
→ Wat valt er op?
- Aan de klank van sommige letters wordt "ie" toegevoegd: B (uitspraak 'bi'), C('tjsi'), D ('di'), P ('pi'), T (ti), X (ieks')
- Zoals meestal in het Italiaans eindigt (de uitspraak van) een woord met een klinker.
- Enkele benamingen van letters zijn afgeleid uit het Grieks, zoals 'kappa'(K) en 'zeta'(Z).
- De 'y' heeft twee benamingen, 'iepsilon', vergelijkbaar met het Nederlandse 'ipsilon' en 'i greca' of 'Griekse ij'.
- De 'w' heet 'doppia woe' (dubbele v), vergelijkbaar met het Engelse 'double u' voor de 'w'.
Van oorsprong Italiaanse woorden worden geschreven met maar 21 letters. De k, w, x, y in vreemde woorden worden zoveel mogelijk vervangen door respectievelijk c, v, s en i. Bijvoorbeeld capoc (kapok), chilometro (kilometer), vodca (wodka), senofobia (xenofobie) maar yogurt (yoghurt). De j wordt niet meer gebruikt in de moderne spelling van Italiaanse woorden.
[bewerken] Uitspraak
De uitspraak van het Italiaans is erg simpel en consequent, maar niet alle gesproken verschillen tussen woorden komen tot uiting in de schrijfwijze. De italiaanse spelling volgt de uitspraak zoveel mogelijk (fonetisch), met als extreem voorbeeld cesperiano = Shakesperiaans (de Engelse schrijver/dichter Shakespeare).
Het alfabet verraadt al een beetje de uitspraak van de meeste letters, de moeilijkste zet ik toch nog even op een rijtje. De klemtoon is vet aangegeven.
- ce = tsje, vb. cerco (ik zoek, uitspraak tsjerko)
- ci = tsjie, vb. cioccolata (chocolade), città (stad), ciao (hoi tegen vrienden, kinderen en toeristen, uitspraak tsjiao)
- ge = dsje, vb. Gerardo (Gerard, uitspraak Dsjerardo, met korte o)
- gi = dzjie, vb. mangiare (eten), girare (afslaan, draaien)
→ Wanneer er tussen de 'c' en de 'i' of de 'g' en de 'i' een 'h' wordt geplaatst, ontstaat een keelklank: chi, che, ca, co,... = ki, ke, ka, ko,... ghi, ghe, ga, go,... = gi, ge, ga, go,... (voorbeeld: ghetto, met gh zoals de franse 'g' in 'garçon')
vb. ghiaccio (ijs = bevroren water, gi-a-tsjo)), chiacchierare (babbelen, uitspraak 'kijakjerare') Uit de regels voor ce en ci volgen:
- sce = sje, vb. conoscere (weten, kennen, leren kennen, konosjere)
- sci = sji, vb. lo sciopero (de staking, lo sjiopero)
Verder
- gli = lji, vb. tagliatelle (de tagliatelle, tal-jia-telle)
→ Opgepast voor dubbele klinkers:
- ie = ie-e, vb. grazie (dank je/u, uitspraak graa-tsie-je)
- ui = oe-ie, vb. gratuito (gratis, uitspraak graa-toe-ieto met korte o)
- eu = e-oe, ew vb. Europa (uitspraak Ewropa)
Het Nederlands kent meer klanken dan het Italiaans, bijvoorbeeld onze "ui" (Italiaanse uitspraak wordt "oe-ie") en eu (wordt "e-oe" in Europa, E-oew-ropa = Ewropa). Voor Italianen zijn dit dus twee losse klinkers achter elkaar, net als 'ie' in 'grazie'. (Vergelijk maestro = ma-estro = meester) Daarom is het voor Nederlanders makkelijker om Italiaans uit te spreken dan omgekeerd.
→ Om de uitspraak van de letter C makkelijk te onthouden is er een ezelsbruggetje: Kaa, Koo, Kuu, TSJe, TSJie. Dus als er na de C bijvoorbeeld een A staat spreek je de C uit als K. Maar als er na de C een E komt, spreek je de C uit als TSJ.
[bewerken] Klemtoon
Meestal moet men uit het hoofd leren waar de klemtoon (vet aangegeven) in het woord ligt, over het algemeen ligt de klemtoon op de voorlaatste lettergreep, maar ook vaak op de twee na laatste lettergreep. Voor sommige zaken zijn er regels, bijvoorbeeld bij de werkwoorden.
Voorbeeld: 'parlare' (spreken, praten) in de onvoltooid tegenwoordige tijd
parlo (ik spreek), parli (jij spreekt), parla (zij/hij/het spreekt) & parlano (zij spreken)
→ In het enkelvoud en de 3de persoon meervoud ligt de klemtoon altijd op de eerste lettergreep bij de regelmatige werkwoorden op -are, -ire en -ere.
parliamo (wij spreken), parlate (jullie spreken)
→In de 1ste en 2de persoon meervoud ligt de klemtoon altijd op de tweede lettergreep van achteren.
Als de klemtoon op de laatste lettergreep valt, wordt dit door een accent aangegeven.
Net als in het Nederlands, zijn er in het Italiaans woorden waarvan de klemtoon in het spraakgebruik aan het verschuiven is. Zo kun je tegenwoordig zowel "soddisfa" horen als "soddisfa" (vroeger de enige correcte uitspraak, betekenis "hij/zij/het voldoet, is bevredigend").