Italiaans/Les04

Uit Wikibooks

Ga naar: navigatie, zoek
<Inhoudsopgave - Les 3 - Les 4 - Les 5>

Inhoud

[bewerken] Onderwerp les 4

In deze les (Lezione Quattro) wordt een verleden tijd en het delend lidwoord behandeld. Dit is aardig veel. Vanzelfsprekend komt er ook een aantal woorden bij, aangezien een goede woordenschat één van de belangrijkste dingen om een taal te leren is.

[bewerken] Voltooid tegenwoordige tijd

In deze les wordt één verleden tijd behandeld: De voltooid tegenwoordige tijd. De voltooid tegenwoordige tijd wordt gebruikt om aan te geven dat iets geweest is en dus niet meer aan de gang is. De voltooid tegenwoordige tijd wordt (meestal) als volgt gevormd:

Een vorm van 'essere' of 'avere' + een infinitief met -re eraf en -to, -ta, -ti of -te erachter. Voorbeeld: 'fumare' wordt 'fumato' '

De uitgang erachter wordt bepaald door het hulpwerkwoord waar het mee vervoegd wordt.

[bewerken] Werkwoorden die vervoegd worden met avere

Deze werkwoorden zijn het gemakkelijkst, want de uitgang is regelmatig. De vorm eindigt altijd op -to. Als het werkwoord op -ere eindigt, haal je -ere eraf en plak je er -uto achter. Of je werkwoorden met 'essere' of 'avere' vervoegd, moet je simpelweg leren. Meestal kun je het afleiden uit het Nederlands. De werkwoorden uit de voorgaande lessen worden in het leeroverzicht met de stam weergegeven. De stam is namelijk niet van elk werkwoord even regelmatig.

Voorbeeld:

Credere = geloven, wordt 'creduto'

Ho creduto = Ik heb geloofd
Hai creduto = Jij hebt geloofd
Ha creduto = Hij/zij/u heeft geloofd
Abbiamo creduto = Wij hebben geloofd
Avete creduto = Jullie hebben geloofd
Hanno creduto = Zij hebben geloofd

Veelgebruikte werkwoorden die vervoegd worden met 'avere' zijn: (LET OP: Deze werkwoorden zijn leerstof voor de toets).

fare -- fatto (doen/maken)

potere -- potuto (kunnen)

dire -- detto (zeggen)

vedere -- visto (zien)

rispondere - risposto (antwoorden)

ridere -- riso (lachen)

aprire -- aperto (openen)

leggere -- letto (lezen)

prendere -- preso (nemen/pakken)

scrivere -- scritto (schrijven)

chiudere -- chiuso (sluiten)

NB. Een aantal van deze werkwoorden is onregelmatig. U hoeft ze nog niet te kunnen vervoegen in de onvoltooid tegenwoordige tijd, wel in de voltooid tegenwoordige tijd.

[bewerken] Werkwoorden die vervoegd worden met essere

Deze zijn ingewikkelder. De vormen kunnen eindigen op:

-o
-a
-i
-e

Hoe deze vormen gebruikt worden, leg ik nu uit:

-o als het onderwerp mannelijk enkelvoud is
-a als het onderwerp vrouwelijk enkelvoud is
-i als het onderwerp mannelijk meervoud is
-e als het onderwerp vrouwelijk meervoud is

Voorbeeld:

Partire = vertrekken

Sono partito = ik ben vertrokken als het onderwerp mannelijk enkelvoud is.
Sei partita = jij bent vertrokken als 'jij' vrouwelijk enkelvoud is.
Siamo partiti = wij zijn vertrokken als iedereen bij 'wij' mannelijk is. (mannelijk meervoud)
Siete partite = jullie zijn vertrokken als iedereen bij 'jullie' vrouwelijk is. (vrouwelijk meervoud)

Het hele rijtje:

Sono partito/partita
Sei partito/partita
È partito/partita
Siamo partiti/partite
Siete partiti/partite
Sono partiti/partite

Houd bij deze werkwoorden goed in de gaten of 'Sono' meervoud of enkelvoud is.


Een aantal werkwoorden die met 'essere' vervoegd worden:

essere -- stato/stata/stati/state (zijn)

morire -- morto/morta/morti/morte (sterven)

venire -- venuto/venuta/venuti/venute (komen)

rimanere -- rimasto/rimasta/rimasti/rimaste (blijven)

nascere -- nato/nata/nati/nate (geboren worden)

scomparire -- scomparso/scomparsa/scomparsi/scomparse (verdwijnen, heengaan=overlijden)

NB: Deze werkwoorden zijn onregelmatig. U hoeft van de werkwoorden alleen de infinitief weten en ze kunnen vervoegen in de onvoltooid tegenwoordige tijd.

[bewerken] Lijdend voorwerp in de voltooid tegenwoordige tijd

Ook als het hulpwerkwoord avere is, wordt soms de voltooid tegenwoordige tijd verbogen:

L'hai visto? (Heb je hem/het gezien?)
L'hai vista? (Heb je haar gezien?)
Li hai visti? (Heb je ze (m of gemengd gezelschap) gezien?)
Le hai viste? (Heb je ze (alleen v) gezien?)

en ook:

Hai dato la lista a Giorgio? - Sì, gliel'ho data. (Hier gaat het om het meewerkend voorwerp gli (aan hem) + la = gliela ho wordt gliel'ho.)

Uit de eerste twee voorbeelden blijkt precies waarom: Lo en la worden voor een klinker ingekort tot l', maar dan is niet meer duidelijk of het om een mannelijk of vrouwelijk persoon gaat. Geen probleem, dat is toch al te horen door een verbuiging van het participio passato (voltooid deelwoord). Ook als het partikel "ne" wordt voorgeplaatst wordt het participio passato verbogen, afhankelijk van waar het op slaat.

[bewerken] Het delend lidwoord

Het delend lidwoord is een lidwoord dat je in het Nederlands niet vertaalt. Het Italiaans gebruikt delende lidwoorden als het gaat om enkele.

Een voorbeeldzin in het Nederlands waarin een Italiaan een delend lidwoord zal gebruiken:

 Hij heeft sinaasappels.

Hier zou in deze zin het delend lidwoord moeten staan:

 Hij heeft (delend lidwoord) sinaasappels


Je gebruikt in het Italiaans GEEN delend lidwoord in de volgende gevallen:

  1. In opsommingen
  2. Na een woord van hoeveelheid
  3. Bij een onbeperkte hoeveelheid.


voor mannelijk enkelvoud:

Del voor mannelijke woorden die beginnen met een medeklinker (behalve door een 's' die gevolgd wordt door een medeklinker of een 'z', zie onder)
Dell' voor mannelijke woorden die beginnen met een klinker
Dello voor mannelijke woorden die beginnen met een 's' die gevolgd wordt door een medeklinker of een 'z'


voor vrouwelijk enkelvoud:

della voor vrouwelijke woorden die beginnen met een medeklinker
dell' voor vrouwelijke woorden die beginnen met een klinker


voor het mannelijk meervoud:

dei voor mannelijke woorden die beginnen met een medeklinker (behalve bij een 's' die gevolgd wordt door een medeklinker of een 'z', zie onder)
dell' voor mannelijke woorden die beginnen met een klinker
degli voor mannelijke woorden die beginnen met een 's' die gevolgd wordt door een medeklinker of een 'z'


voor het vrouwelijk meervoud:

delle voor vrouwelijke woorden die beginnen met een medeklinker
dell' voor vrouwelijke woorden die beginnen met een klinker

[bewerken] Woorden

De klemtoon is vet aangegeven.

56. i giorni = de dagen

57. domenica = zondag

58. lune = maandag (denk om accent op de i bij de dagen!)

59. marte = dinsdag

60. mercole = woensdag

61. giove = donderdag

62. vener = vrijdag

63. sabato = zaterdag

64. i mesi = de maanden

65. gennaio = januari

66. febbraio = februari

67. marzo = maart

68. aprile = april

69. maggio = mei

70. giugno = juni

71. luglio = juli

72. agosto = augustus

73. settembre = september

74. ottobre = oktober

75. novembre = november

76. dicembre = december

77. le stagioni = de seizoenen

78. la primavera = de lente

79. l'estate v = de zomer

80. l'autunno m = de herfst

81. l'inverno = de winter

82. undici = elf

83. dodici = twaalf

84. tredici = dertien

85. quattordici = veertien

86. quindici = vijftien

87. sedici = zestien

88. diciassette = zeventien

89. diciotto = achttien

90. diciannove = negentien

91. venti = twintig (ventuno = eenentwintig, ventidue = tweeëntwintig)

92. trenta = dertig

93. quaranta = veertig

94. cinquanta = vijftig

95. sessanta = zestig

96. settanta = zeventig

97. ottanta = tachtig

98. novanta = negentig

99. cento = honderd

100. l'arancia v = de sinaasappel (meervoud: le arancie)

101. la mela = de appel

102. le Alpi = de Alpen

103. il letto = het bed

104. la prima colazione = het ontbijt

105. povero = arm (niet veel geld hebben), arm (zielig)

106. la birra = het bier

107. la bicicletta = de fiets

108. l'errore v = de fout

109. gratis/gratuito (uitspraak "gratoe-ieto") = gratis

110. i soldi = het geld

111. grande = groot

112. piccolo = klein

113. verde = groen

114. azzurro = blauw

115. rosso = rood

116. i nonni = de grootouders

117. il nonno = de opa

118. la nonna = de oma

119. esso = het

120. il cuore = het hart

121. il tempo = het weer, maar ook:

122. il tempo = de tijd

123. a = in (bij plaatsnamen)

124. l'anno m = het jaar

125. il formaggio = de kaas

126. il libro = het boek

Na deze les kent u al 126 woorden.

[bewerken] Oefeningen

1. Vertaal de gevraagde vorm van het werkwoord in de voltooid tegenwoordige tijd.

1. Ik heb gerookt.

2. Jij hebt gehad.

3. Jij bent geweest.

4. Jullie zijn gekomen.

5. Wij hebben geloofd.


2. Zet de werkwoorden in de gevraagde vorm (door elkaar heen!)

1. essere (voltooid tegenwoordige tijd, 1e enkelvoud)

2. credere (onvoltooid tegenwoordige tijd, 3e meervoud)

3. piacere (voltooid tegenwoordige tijd, 2e enkelvoud)

4. dire (voltooid tegenwoordige tijd, 3e meervoud)

5. venire (onvoltooid tegenwoordige tijd, 2e meervoud)


3. Vul het juiste delende lidwoord in.

1. Hai ... formaggio.

2. Hai una tasca ... arance? (tasca = tas/zak)

3. Ha ... mele.

4. Ho uno mela, ... fragole e ... tasche.

5. Hanno ... nonni.


4. Vertaal bovenstaande zinnen.

5. Vertaal de volgende woorden en zinnen naar het Nederlands.

1. È venuto a Milano.

2. Le arance.

3. Chi è Carla?

4. Il lago azzurro.

5. Hai dei letti?


6. Vertaal de volgende woorden en zinnen naar het Italiaans

1. Jij hebt aardbeien gehad.

2. Ik ben een opa.

3. Groen

4. De zee is blauw.

5. Het rode hart.

De antwoorden zijn hier te vinden: Italiaans/Les04_Antwoorden


<Inhoudsopgave - Les 3 - Les 4 - Les 5>
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.
Persoonlijke instellingen