Sociale geschiedenis van de vroege middeleeuwen/Magie

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Inhoudsopgave
  1. Inleiding
  2. Koning, vazal, ridder, volk
  3. Recht en belasting
  4. Eigendom en omheining
  5. Bevolkingsgroepen
  6. Bevolkingsopbouw
  7. Ziekten
  8. Vraat- en hebzucht
  9. Huis en tuin
  10. Kleding en verzorging
  11. Gezin
  12. Buitenechtelijke seksualiteit
  13. Liefde
  14. Jacht
  15. Geweld
  16. Graf
  17. Hiernamaals
  18. Magie
  19. Kerk
  20. Kloosterleven
  21. Vrouwen
  22. Bronnen en links

18. Magie

Magie was voor de heidenen het aanwenden van bovennatuurlijke krachten ten goede of ten kwade.

Kwaad dat door een heks op bovennatuurlijke wijze werd gedaan (maleficia), werd tot halverwege de veertiende eeuw hetzelfde bestraft als kwaad dat op een natuurlijke wijze was aangericht. Dus een moord met behulp van magie werd even zwaar bestraft als een moord die gepleegd was met een bijl.

Hoewel de kerk bezwaar had tegen het uitoefenen van de magie en haar verbood, kwam zij er slechts zelden daadwerkelijk tegen in actie[1].

Christelijke magie[bewerken]

Hoewel sinds 391 het christendom in het hele Westen de staatsgodsdienst was geworden, waren nog lang niet alle heidenen bekeerd. Er werden ook steeds nieuwe gebieden veroverd met nieuwe heidenen. De Franken waren onder leiding van Clovis overgegaan tot het christendom en zij zouden grote delen van Europa veroveren (en kerstenen).

Een van de manieren van de kerk om heidenen te bekeren, was om haar heiligen te presenteren als almachtige, wonderen verrichtende tovenaars, machtiger dan de heidense goden. Daarmee introduceerde de kerk echter zelf een vorm van magie, net zoals zij dat ook deed met de consecratie (de verandering van brood en wijn in het lichaam en bloed van Christus) tijdens de mis en met de magische werking van wijwater, kruisbeelden, kerkklokken, gebeden, processies etcetera.[1].

Verchristelijking[bewerken]

Sommige heidense magische praktijken werden verchristelijkt, soms door de heidenen zelf, om ze op die manier te kunnen blijven uitoefenen, maar meestal door de christenen die niet al die heidense praktijken wilden en konden verbieden maar ze onschadelijk maakten door ze te integreren in het christendom[1].

Het concilie van Leptines in 744 liet waarschijnlijk de laatste heidense tempels ('fana') op het platteland sluiten. Magie werd min of meer verboden, maar veel heidenen en zelfs christenen bleven het uitoefenen. De bisschoppen klaagden tot zeker in de tiende eeuw voortdurend dat de heidense praktijken maar bleven voortbestaan, vooral in het noorden en in Friesland en Saksen, want deze gebieden waren door de Franken het laatst veroverd en gekerstend.

Feitelijk werd magie tot in het begin van de achttiende eeuw op grote schaal gepraktiseerd. In de achttiende en negentiende eeuw heeft de magie vooral op het platteland een enigszins kwijnend bestaan doorgemaakt maar in onze eigen tijd is het zeker nog niet verdwenen[1].

Bezweringen[bewerken]

Er waren heidense bezweringsformules in potjeslatijn tegen bloedingen, waterzucht, oogkwalen enzovoort.

De bekeerde heidenen snapten (tot diep in de zeventiende eeuw) over het algemeen niet veel van de christelijke liturgie behalve dat zich daar bijzonder krachtige magie voordeed. Men probeerde dit te imiteren door gebeden en zegeningen uit te spreken (liefst in het Latijn) of door hosties uit de kerk te stelen en op het land te leggen of aan zieke dieren te geven enzovoort[1].

Heksen[bewerken]

Het geloof in heksen was mogelijk al zeer oud. Zij waren zeer gevreesd want zij zouden het bloed van mensen opzuigen en zelfs mensen opeten. Heksen zouden ook mensen doden om de binnenkant van een ketel met hun bloed in te smeren, want hiermee konden zij voorspellingen doen.

Waarzeggerij[bewerken]

De Germanen geloofden in voortekenen. Als een raaf een reiziger links voorbijvloog en daarbij krijste, kondigde hij een voorspoedige reis aan. Als men gerstekorrels in de hete as van de haard gooide en ze sprongen hoog op, beduidde dat gevaar. Men bestudeerde nauwlettend het niezen en de ontlasting van paarden en koeien om het geluk of de tegenspoed van de dag te voorspellen.

Een andere vorm van waarzeggerij was het oproepen van doden. De waarzegger ging 's nachts bij een kruispunt zitten op een stierenhuid. De bebloede zijde daarvan was naar onderen gericht want daardoor moesten de demonen bovengronds in de heilige ruimte van het kruispunt komen. De waarzegger kon dan van hen de uitkomst van een twist of de oorzaak van een ramp vernemen. Dit oude Gallische en Keltische gebruik werd nog rond 1010 beschreven.

Ook werden natuurgebeurtenissen geïnterpreteerd. In 585 was een kroonpretendent (Gündewald) bijna van het schild gevallen waarop de krijgslieden hem op hun schouders droegen. Tegelijkertijd was er een aardbeving en verscheen er een zuil van vuur met een ster er boven. Men voorspelde daarop dat de kroonpretendent een gewelddadige dood zou sterven.

Vaak werden vrouwen als medium gebruikt. De Keltische waarzegsters konden orakels geven omtrent veldslagen. Germaanse media voorspelden het lot met behulp van runentekens[2]. Deze runen stonden op stokjes gekerfd en het medium trok een willekeurig stokje uit een bundel bij wijze van lotsvoorspelling:

  • y betekende rijkdom en gunst
  • n ellende en ongeluk
  • t overwinning
  • j een goede oogst of een rijk jaar.

Velen geloofden ook nog na hun kerstening in deze vorm van waarzeggerij en zelfs veel geestelijken hadden er geen bezwaar tegen en noemden het 'sortes sanctorum' ofwel 'de loten der heiligen'.

Een christelijke vorm van waarzeggerij was dat kinderen of geestelijken de bijbel opensloegen op een willekeurige bladzijde en dan de eerste de beste regel voorlazen. Aan deze regel werd een voorspellende waarde gehecht[3]. Van de 46 bekende boeteboeken [4] keurden er 26 deze vorm van waarzeggerij niet expliciet af.

Zowel de christelijke als de heidense vormen van waarzeggerij gingen blijkbaar dus uit van een door God of de goden gewenste onafwendbaarheid. De mens had noch bij de heidenen, noch bij de christenen enige vrijheid om zijn lot te veranderen.

Waarzeggers en ook astrologen omzeilden dit vaak door te zeggen, dat het orakel slechts een tendens aangaf en dat de mens, door hard te werken en veel te bidden, deze tendens kon ombuigen[1].

Amulet[bewerken]

Amuletten werden meegegeven aan de doden[5] maar ook de levenden droegen ze (de kristal die Karel de Grote om zijn hals droeg, is wel de bekendste). Op ceintuurgespen stonden versieringen tegen een kwaad lot.

Bosjes kruiden, aan armen of benen vastgemaakt, zouden geluk brengen.

Eed[bewerken]

Men zwoer wel eens bij iemands (hoofd)haar of baard en als degene die de eed had afgelegd dan toch loog, zou hij bestraft worden door de vitale kracht die van het betreffende hoofd uitging.

Magische geneeskunst[bewerken]

Men verbrandde zelfs wel eens het hoofd van een dode en het aftreksel van de as gaf men aan een zieke te drinken als medicijn. Men trachtte elke bovennatuurlijke krachtsuitvloeiïng van levende en dode wezens op te vangen en ergens voor te gebruiken.

Om een ziek kind te genezen legde de moeder het wel bij een kruispunt in een kuil en dekte het toe met distels. Dan zou het kind in de moederschoot van de aarde teruggekeerd zijn. De onderaardse wereld zou dan het kwaad (de ziekte) uit het kind trekken en het vasthouden. Zo gauw het kind ophield met huilen, zou het genezen zijn.

Kinderen met kinkhoest werden in een uitgeholde boomstam gelegd.

Medicinale kruiden[bewerken]

Geneeskrachtige kruiden en planten plukte men onder het uiten van bezweringen op een vaste dag in de maand. Dit gebruik werd verchristelijkt door de bezweringen te vervangen door christelijke gebeden.

Liefdesdrankjes en doodsdrankjes[bewerken]

Men geloofde op grote schaal in magische drankjes, want er zijn veel wetsteksten bewaard gebleven waarin het gebruik ervan als een vergrijp werd beschreven met een vaststaande boete. Deze drankjes konden weldadig zijn of kwaadaardig.

Doodsdrankjes[bewerken]

26 van de 46 boeteboeken [4] vermeldden vergiften bestaande uit (onder andere) Belladonna en Kamperfoeliebessen die de dood of een abortus konden veroorzaken.

Liefdesdrankjes[bewerken]

Andere drankjes waren bedoeld om de liefde op te wekken dan wel vast te houden dan wel te verhinderen. Ze werden meestal door vrouwen gemaakt en gebruikt.

  • De gebruikelijkste methode om een man impotent te maken was om knopen te leggen in de veter die aan de kleren van de echtelieden was bevestigd. Maar deze methode had vaak niet het gewenste resultaat.
  • Een betere methode was: de vrouw bestreek haar naakte lichaam met honing en wentelde zich daarna in graan. De graankorrels waren gemalen in een handmolen die tegen de gewone draairichting in was bewogen. Het deeg werd op haar billen gekneed en daarna werd er een brood van gebakken dat de vrouw te eten gaf aan de man die ze impotent wilde maken.
  • Als de vrouw alles precies hetzelfde deed, maar het meel had gemalen door de molen de goede kant op te bewegen, werd de man op haar verliefd. Want de naaktheid, de honing [6] en de billen (dicht bij de geslachtsorganen) hadden een vruchtbaar makende werking en wekten de begeerte van de echtgenoot op of van de man die ze wilde veroveren.
  • Magie had wel vaker een negatieve werking (zwarte magie) als men de handelingen van de witte magie (of van de christelijke magie) omkeerde of bezweringen en gebeden achterstevoren opzei[1].
  • Er waren ook nog liefdesdrankjes gemaakt met menstruatiebloed, sperma of urine van de man of van de vrouw om het verlangen op te wekken. De bedoeling was steeds om levenskracht te onttrekken aan alles wat een levend wezen uitstraalde en die kracht te gebruiken.

Liefdesvis[bewerken]

Een ander procédé om een man te veroveren of vast te houden, was dat de vrouw een levende vis in haar vagina stopte en hem daarin liet doodgaan. De vis zou dan geladen zijn met levensverwekkende en zinnenprikkelende krachten. Hij werd gebakken en gekruid en aan de betreffende man te eten gegeven. Daarmee kon een vrouw verhinderen dat haar man het met een concubine zou aanleggen. Zij probeerde op deze manier niet zozeer zijn lust op te wekken maar eerder de voortplanting te bevorderen.

De gedachte achter dit procédé was mogelijk dat het leven ontstond in het water en dat de vis de eerste levensvorm was[7] en een foetus heeft in het begin van de eerste maand kieuwen.

De mannen waren ervan overtuigd dat de vrouwen beschikten over de geheimen van de liefde. De liefde werd enerzijds opgevat als een dwaasheid[8], maar was vanwege de voortplanting ook de sleutel van het leven.

Schrift[bewerken]

Tot dan toe was alle kennis mondeling overgedragen. Boeken en het schrift werden nog lang gezien als iets mysterieus en heiligs. Zelfs gewone boeken werden met ontzag bekeken alsof ze een boodschap uit het hiernamaals zouden bevatten. Het 'domesday book' (het boek van het laatste oordeel) uit 1086 door Willem de Veroveraar geproclameerd, was slechts een cijnsboek waarin de rechten van de koning en de heren nauwkeurig werden opgesomd. Bij een geschil kon men hierin het "laatste oordeel" (over dat geschil) vinden. De ongeletterden zagen het echter als een magisch en voorspellend boek.

In Karolingische handschriften stonden wel magische vierkanten om de afloop van ziekten mee te voorspellen. De letters van de naam van de zieke en de cijfers van de dag waarop hij ziek was geworden, moesten hier ingevuld worden.

Noten[bewerken]

  1. 1,0 1,1 1,2 1,3 1,4 1,5 1,6 De hoofdbron van dit boekje, Michel Rouche, stelt dat magie na de tiende eeuw slechts nog door een enkeling op het platteland werd uitgeoefend. Verder stelt hij dat de kerk elke vorm van magie streng verbood. Keith Thomas echter, stelt in "Religion and the decline of magic" dat magie tot in de achttiende eeuw veelvuldig werd beoefend en dat de kerk voornamelijk met woorden tegen de heidense magie was maar er verder niet veel tegen ondernam.
  2. Nog in de tiende eeuw gebruikten de Vikingen runentekens.
  3. Vergelijk de I Tjing
  4. 4,0 4,1 De boeteboeken waren de handboeken voor de biechtvaders. Ze waren meestal gebaseerd op de angst om door te zondigen in de hel terecht te komen.
  5. Grafgiften
  6. Magische werking van honing en mede (in de voetnoot)
  7. Visserij
  8. Amor versus caritas
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.