Sociale geschiedenis van de vroege middeleeuwen/Liefde

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Inhoudsopgave
  1. Inleiding
  2. Koning, vazal, ridder, volk
  3. Recht en belasting
  4. Eigendom en omheining
  5. Bevolkingsgroepen
  6. Bevolkingsopbouw
  7. Ziekten
  8. Vraat- en hebzucht
  9. Huis en tuin
  10. Kleding en verzorging
  11. Gezin
  12. Buitenechtelijke seksualiteit
  13. Liefde
  14. Jacht
  15. Geweld
  16. Graf
  17. Hiernamaals
  18. Magie
  19. Kerk
  20. Kloosterleven
  21. Vrouwen
  22. Bronnen en links

13. Liefde

Amor vincit Omnia, Carravagio, 1602
Sophia Hedwig als Caritas, Moreelse

Amor versus caritas[bewerken]

De zintuiglijke liefde (amor) werd door de Germanen niet erg gewaardeerd. Men zag haar als een onweerstaanbare en destructieve hartstocht, of als een verslindend verlangen dat door de goden gezonden was. De Germanen noemden haar ook wel 'libido'.

Volgens de christenen moest er in het huwelijk tederheid, respect en vriendschap zijn (caritas). Men diende trouw te zijn met een belangeloze toewijding aan elkaar. De vrouw moest respect betonen aan haar man en haar kinderen liefhebben. De geslachtsgemeenschap diende eerzaam en ingetogen te zijn en alleen gericht op de voortplanting. Het mòcht plezierig zijn, maar dit hoorde geen doel op zich te worden. Matigheid en kuisheid moesten de norm zijn.

De christenen stelden dat de begeerte van Satan kwam en ze eisten van iedereen dat ze haar zouden onderdrukken. Sommige ontwikkelde leken slaagden daar inderdaad in. Verder waren er huwelijken waarbij de echtelieden (na hun voortplantingsplicht vervuld te hebben) uit elkaar gingen om ieder naar een klooster te gaan. Er waren ook een paar mannen en vrouwen die zowel de problemen als de vreugden van zowel de fysieke als de spirituele liefde beleefden. Maar dit waren uitzonderingen.

Vrouwen[bewerken]

De Germanen meenden dat de 'libido' bij de vrouw hoorde, bijvoorbeeld bij de vrouw die door haar man in de steek was gelaten of bij de jonge weduwe. De libido kon ervoor zorgen dat een vrouw ontrouw werd. Ze verloor daardoor haar rechten, het huwelijk werd ontbonden en ze kon de doodstraf krijgen. Libido was daarom verachtelijk. Het werd nog verergerd door de kruidendrankjes, talismannen en andere magische hulpmiddelen die vrouwen gebruikten om de liefde van de echtgenoot in stand te houden of de liefde van een te veroveren man op te wekken. Het waren allemaal vrouwenkunsten.

Vrouwen werden geacht bij de maan te horen, aangezien hun menstruatiecyclus van 28 dagen even lang was als de cyclus van de maan. Daardoor zouden vrouwen tevens bij de nacht en de hel horen[1].

De christelijke geestelijkheid was bekend met het werk 'De Natura rerum' van Isidorus van Sevilla en deed zich moeite om de vrouw voor te stellen als een menselijk in plaats van als een maan-wezen. Tijdens het concilie van Leptinus werd echter gesteld dat sommige vrouwen zich (net als de heidenen) aan de maan uitleverden om het hart van een man te kunnen veroveren[2].

Noten[bewerken]

  1. Het volk was erg bang als er een maansverduistering was, ze vreesden dat de wereld dan stil zou gaan staan en de vrouwen geen kinderen meer zouden kunnen krijgen. Er was dan ook een ceremonie ('Vince luna', Overwin, maan!) om de maan te helpen weer uit het duister tevoorschijn te komen. Deze ceremonie werd in 744 door een concilie verboden.
  2. Men gaf pasgetrouwden wel een beker mede die hen moest helpen hun hartstochten te overwinnen. De Franse uitdrukking 'Lune de miel', dit betekent 'honingmaan' voor 'wittebroodsweken' heeft hiermee te maken.
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.