Sociale geschiedenis van Toscane (1300-1500)/Kleding

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Inhoudsopgave
  1. Inleiding
  2. Bevolkingsopbouw
  3. Het huis
  4. In en rond het huis
  5. Inrichting van het huis
  6. Het gezin
  7. Gezinsleven
  8. Huwelijk
  9. Sociaal netwerk
  10. Sociale contacten
  11. Conflicten
  12. Huispersoneel en slaven
  13. Geboorte en opvoeding
  14. Ouderdom, ziekte en dood
  15. Schilderkunst, brieven en kronieken
  16. Kleding
  17. Religie, magie en kerk
  18. Stadsbestuur
  19. Bronnen en links

16. Kleding

De boeren droegen binnenshuis gewoon hun werkkleding. De meest gebruikte stof was bruin of grijs grof laken (romagnolo).

De stedelingen droegen hun nieuwe kleren alleen maar op de feestdagen, op de overige dagen droegen ze gedragen kleding. Binnenshuis droegen ze versleten kleren, of qua stof en snit eenvoudige kleding, of kleren die ze geërfd hadden, of die ze bij een lommerd op de kop getikt hadden en die wel mooi waren, maar versleten of ouderwets.

Binnenshuis kon men zich ook wel (half)naakt vertonen. Men sliep naakt als het warm was en trok zich weinig aan van (in hetzelfde bed slapende) kinderen of van een overbuurman die door de open ramen aan het gluren was. Men liet zich ook naakt drogen of opwarmen voor het haardvuur.

De vrouw droeg in de veertiende eeuw (ongeacht haar milieu) de gonella die in de vijftiende eeuw de gamurra werd genoemd: een eenvoudige wollen tuniek met mouwen (die na 1450 afneembaar werden). Deze werd aangetrokken over de camicia, een lang hemd van linnen of katoen. Deze kleding droeg ze als ze het huishouden deed, of even snel een boodschap in de buurt moest doen, of een heel informeel bezoek aflegde. Als het koud was, trok ze er iets over aan.

Statiekleding[bewerken]

Maar buiten de privésfeer, als er enig vertoon vereist was, openden de welvarende vrouwen de kisten om er hun weelderigste kleding uit te halen.

"Modeshow", Lo Scheggia, rond 1445

Statiekleding, vooral van de vrouwen, werd in de loop van de vijftiende eeuw steeds weelderiger en kostbaarder. Men ging dure zijde gebruiken, omhing zich met zilver en goud, borduursels, brokaat en bont. Een vrouw kon een hoed dragen die meer kostte dan een goede metselaar in vijf jaar aan loon ontving. De kleding verwees niet meer naar de familie waar de vrouw toe behoorde, maar alleen nog maar naar haarzelf als persoon. Deze kleding was uitsluitend nog bedoeld om haar zo goed mogelijk te laten uitkomen en haar ster zo hoog mogelijk te laten rijzen. Dat was enigszins merkwaardig want in de privésfeer was ze onderworpen aan haar man.

De wat rijkere pachtboeren hadden ook feest- of uitgaanskleding die meestal volgens de stadsmode van een paar jaar eerder was.

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.