Sociale geschiedenis van Toscane (1300-1500)/Inrichting van het huis

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Inhoudsopgave
  1. Inleiding
  2. Bevolkingsopbouw
  3. Het huis
  4. In en rond het huis
  5. Inrichting van het huis
  6. Het gezin
  7. Gezinsleven
  8. Huwelijk
  9. Sociaal netwerk
  10. Sociale contacten
  11. Conflicten
  12. Huispersoneel en slaven
  13. Geboorte en opvoeding
  14. Ouderdom, ziekte en dood
  15. Schilderkunst, brieven en kronieken
  16. Kleding
  17. Religie, magie en kerk
  18. Stadsbestuur
  19. Bronnen en links

5. Inrichting van het huis

Keuterboertjes op het platteland[bewerken]

De armste mensen op het platteland hadden vrijwel niets, zelfs geen bed. Ze hadden een strozak of een stromatras. Ze hadden meestal zelfs geen ijzeren gereedschap.

Pachters op het platteland[bewerken]

De inrichting van de boerderijen van de pachters was meestal nogal schamel. Deze meer welgestelde boeren vonden hun bedrijf het belangrijkste: ze hadden veel landbouwwerktuigen en vee en flinke voorraden. Voor zover ons nu bekend, hadden ze zelden schulden. Een door een notaris opgemaakte inventarisatie (voor de erfenis) bij het overlijden van een pachter in 1406 noemt de spullen van de pachter op. Hij had een groot bed (2.90 breed) waarin hij sliep met zijn vrouw en drie kinderen, beddegoed, een aantal kisten, een kneedtrog, een graankist, een grote tafel en een klein tafeltje, een ketel, een braadpan en wat pannetjes. Er werd geen melding gemaakt van stoelen, lampen, vaatwerk of tafelgerei maar het is mogelijk dat de notaris deze zaken heeft overgeslagen in zijn akte. Het is ook mogelijk dat andere boeren wat meer privéspullen hadden.

Armen in de stad[bewerken]

De armen in de stad hadden maar weinig meubels en die waren ook nog vaak gehuurd. Als zij meer geld kregen, schaften ze zich meestal wel behoorlijk meubilair aan. Zij borgen hun spullen niet op in kisten, zoals de welgestelden deden, maar hingen ze op aan de lange stangen die op halve hoogte langs de (verder kale) wanden van hun kamer liepen.

Middenstander in de stad[bewerken]

Als voorbeeld voor de inrichting van het huis van een middenstander: de inventaris van een Florentijnse leermaker (een niet zo hoog in aanzien staand ambacht), opgemaakt in 1393 door een notaris. De leermaker had 8 vertrekken in zijn huis waarvan 4 slaapkamers met 9 bedden waarvan er 5 matrassen en beddegoed hadden. Hij bezat veel kleding, 7 banken, 4 zetels, 2 tafels en 1 bureau. Verder lampen, vaatwerk en linnengoed.

Welgestelden in de stad[bewerken]

Kooplieden (mercatores) zoals laken- en bonthandelaren hadden hun huis ingericht met verschillende bedden inclusief beddegoed, zetels, eikenhouten banken, krukjes, notehouten tafels en kisten in alle vormen, maten en uitvoeringen. In deze kisten ordende men zijn spullen. Van kasten werd in de veertiende eeuw nog nauwelijks melding gemaakt. Verder waren er lampen, vaatwerk, ijzeren tafelgerei en keukengerei van hout, koper, tin en aardewerk.

Woonkamer[bewerken]

De woonkamer was karig ingericht, er stonden een of twee tafels, enkele banken en krukjes, soms wat vaatwerk en een enkel los ding als een schaakbord, een huishoudboekje of een klisteerspuit. Soms werden er voorraden in de kisten bewaard. Een enkele keer zelfs bouwmateriaal of brandhout. Er was nauwelijks enige versiering, want de woonkamer speelde slechts een kleine rol in het privéleven. Alleen in de zomer, als er gasten ontvangen werden, werden er feestmalen gehouden en werden er bloemen in gestrooid. Na 1430 kreeg de sala een wat warmer aanzien en hield men er ook gesprekken en bijeenkomsten.

Slaapkamer[bewerken]

Hemelbed met baldakijn, Carpaccio
Titiaan, Venus van Urbino,1538, inrichting met o.a. kisten, wandkleed, bedienden, huisdier en planten

Het bed was, zowel in de stad als op het platteland, het eerste meubelstuk dat men kocht. Het bed was tussen de 1.70 en 3.50 meter breed, een gemiddeld bed was 2.90 meter breed. Het bestond uit een bak van hout of soms van gebakken aardewerk, een matras, dekens, lakens, een sprei en kussens en mogelijk een peluw (een dekbed van veren). Het beddegoed werd opgeborgen in een kist in de slaapkamer. In het begin van de veertiende eeuw was het bed nog simpel, zonder hoofdeinde. Om het bed heen hingen vaak gordijnen, meestal van een goedkope stof, opgehangen aan stangen die zonder veel poespas aan het plafond waren bevestigd. Er stonden nog geen kisten omheen. Eind veertiende eeuw werd het bed wat luxueuzer. Rondom het bed stonden kisten, vaak wat lager dan het bed, zodat ze als opstap gebruikt konden worden. Om beter bij die kisten te kunnen komen, werd het bed nu niet meer in een hoek van de kamer gezet maar midden in de kamer met het nu (sterk) verhoogde hoofdeinde tegen een muur. De stangen aan het plafond voor de gordijnen werden nu netjes weggewerkt. Eind veertiende eeuw plaatste men een baldakijn boven het bed, soms zonder gordijnen en soms met zeer kostbare gordijnen voorzien van allerlei afbeeldingen.

Rond 1400 stond er van alles in de slaapkamer: banken, krukjes, tafels en veel kisten. Er hingen iconen aan de muur of aan de meubels. Er stonden heiligenbeelden. Een kist kon ook dienen als dressoir voor het tafellinnen of als buffet voor het vaatwerk. Er werden schatten opgeborgen of verstopt in de kisten. Verder legde men in de kisten de netjes opgevouwen garderobe, de huisbibliotheek (doorgaans slechts een paar boeken), de persoonlijke papieren en brieven en de juwelen. Hoewel de slaapkamer dus vol stond, was het er niet rommelig. Alles werd netjes in de kisten opgeruimd.

Versieringen in de palazzi[bewerken]

Men probeerde het huis in vrolijke kleuren aan te kleden. Men plaatste bloemen in vazen op tafel, op het buffet of op de vensterbank, of men hield een vogeltje in een rieten kooitje. Soms werden ook poezen, honden, ganzen of zelfs apen gehouden.

De rijken versierden in de late veertiende en in de vijftiende eeuw de muren van hun kamers met wandkleden of fresco's. In Genua hing men in de slaapkamers beschilderde doeken op. Beschilderde doeken en wandkleden waren in Florence in de veertiende eeuw al grote mode. De doeken lagen op tafels, stoelen en banken. De echte wandtapijten (arazzi) werden alleen op feestdagen uit de kisten gehaald, als men uit de privéwereld naar buiten trad. Dan werden ze opgehangen aan de muur of aan het hoofdeinde van het bed of aan de deur.

Muurschilderingen (fresco's of schilderingen a tempora[1]) kwamen al op het einde van de dertiende eeuw in de mode en waren minder kostbaar dan de wandtapijten waarvoor ze als surrogaat dienden. Muurschilderingen met eenvoudige geometrische vormen (vierkanten of ruiten) waren het minst kostbaar, met ingewikkelde arabesken of geraffineerde bontimitaties waren ze duurder. Ze werden vaak op een hele wand geschilderd. Er werden plooien, franjes en bevestigingen meegeschilderd, zodat het net leek (trompe-l'oeil) alsof het een wandtapijt was. Ze werden op het einde van de dertiende eeuw op grote schaal aangebracht in binnenplaatsen, gaanderijen en tussenverdiepingen, in woonkamers, loggies en zelfs in de latrines. Maar de echt welgestelden hadden eind veertiende, begin vijftiende eeuw muurschilderingen met voorstellingen van bomen, later ook van tuinen met bloemen en vogels en ten slotte zelfs van menselijke figuren in spel- en jachttaferelen of in situaties uit hoofse verhalen.

De prestigieuze palazzi[bewerken]

Omdat deze palazzi zo buitensporig grote vertrekken hadden, was het moeilijk om ze te meubileren. Van het Palazzo Strozzi waren 50 jaar na de voltooiïng nog steeds een aantal woonkamers leeg. Het Florentijnse meubilair werd in de vijftiende eeuw dan ook kolossaal om deze enorme vertrekken enigszins op te vullen zonder dat men zich belachelijk maakte. Pas later ging men er toe over deze ruimtes ook op te vullen met snuisterijen.

Noten[bewerken]

  1. Met eiwit als bindmiddel in plaats van lijnolie.
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.