Onderwijstechnologie/Klastechnologie/Presentatietips

Uit Wikibooks
Ga naar: navigatie, zoek
Inhoudsopgave onderwijstechnologie
Hoofdstukken
  1. ICT in het verleden
  2. Waarom onderwijstechnologie gebruiken?
  3. Doelgroepen in het gebruik van ICT
    1. ICT en jongeren
      1. ICT en sekse
    2. ICT en kansengroepen
    3. ICT in ontwikkelingslanden
    4. ICT en ouderen
      1. ICT en ouderen| De Verhalentafel
    5. ICT en kleuters
  4. Juridische basis en kwesties
  5. Inbedding van ICT in het onderwijs
    1. ICT-eindtermen
    2. Vakgerichte ICT
    3. Digitale leermaterialen
    4. Educatieve software, games, hardware en websites
    5. Elektronische leeromgevingen
    6. Actieve games
    7. Second Life
  6. Klastechnologie
    1. Presentatietips
    2. Videoprojectoren
    3. Digitale schoolborden
    4. Digitale schooltafels
    5. Digitaal toetsen
  7. ICT en afstandsonderwijs in het Vlaamse onderwijs
  8. ICT en beperkingen
    1. ICT en leerstoornissen
    2. ICT en 'doven en slechthorenden'
    3. ICT en mindervalide leerlingen
    4. ICT en laaggeletterden
  9. ICT aspecten
    1. Veiligheid online
    2. Computer onderhouden
    3. Ergonomie
  10. Voorbeelden onderwijstechnologische realisaties
  1. Bewegings-, energie- en lifestyle monitoring systeem
  2. Webhosting
  3. Computer anxiety
  4. Lexicon


Op deze pagina vind je allerhande tips terug om geslaagde digitale presentaties te maken en te presenteren.

Creëren van een presentatie[bewerken]

Start op papier[bewerken]

Bouw je presentatie op met papier en potlood of met kleefbriefjes. Zo behoud je het overzicht en loop je niet verloren in de details van de software. Maak je presentatie in grove lijnen en vul dan pas de details in met de presentatiesoftware.

==Bronnen==
Bron(nen):

http://www.klasse.be/leraren/blog.php?q=17957

1-6-6 regel[bewerken]

De 1-6-6 regel staat voor: één slide per onderwerp, elke slide mag zes regels bevatten en elke regel zes woorden. Het is beter om wat meer slides te hebben met bondige kernwoorden dan één slide volgepropt met informatie. Verkies kernwoorden boven volzinnen, en vermijd lidwoorden, koppelwoorden, enz. De presentatie is immers bedoeld om jou te ondersteunen. Je hele verhaal hoeft dus niet in de presentatie te staan. Je kunt probleemloos ook slides hebben zonder een letter tekst, met enkel een foto of grafiek. Gebruik de slide dus om je kernpunt te illustreren of gebald samen te vatten.

==Bronnen==
Bron(nen):

http://www.klasse.be/leraren/blog.php?q=17957

Lettertype[bewerken]

In presentaties wordt het afgeraden om gebruik te maken van onderlijnen, cursief of drukletters, omdat het de leesbaarheid niet bevordert. Maak liefst ook geen gebruik van lettertypes met schreven, zoals Times New Roman. Kies een schreefloos lettertype zoals Arial.

Indien je niet vanaf je eigen computer of laptop kan presenteren, moet je er rekening mee houden dat op de computer die je ter beschikking wordt gesteld misschien niet dezelfde exotische lettertypes aanwezig zijn als die welke jij hebt gebruikt!

Lettergrootte[bewerken]

In tekstverwerkers zijn lettertypes op 12 punten de norm, maar in presentaties is dit veel te klein. Het beste werk je met 30 punten of groter. 16 Punten is een strikt minimum. Bij voorkeur wissel je binnen de presentatie niet te veel af in lettergroottes, voorzie een aantal niveaus van belangrijkheid die overeenkomen met een bepaalde lettergrootte.

Te klein is niet goed, te groot kan echter ook storend werken! Probeer dus een goed compromis te vinden.

Beelden en grafieken[bewerken]

Als je woorden door beeld kunt vervangen, doe dit dan! Illustraties maken een presentatie alleen maar aantrekkelijker. Een foto of prent zegt soms meer dan een tekst. Maak bijvoorbeeld gebruik van het logo van het merk in plaats van het merk voluit te schrijven. Vermijd wel de standard clip-art. Je leerlingen hebben die illustraties vast al gezien en ze dragen niet bij tot je les. Let er wel op dat wanneer je beelden gebruikt van internet, de resolutie voldoende hoog is en hou rekening met het feit dat niet alle beelden gratis zijn voor gebruik. Gebruik bijvoorbeeld foto's van Wikicommons en Flickr, die vol staan met afbeeldingen die je mag gebruiken. Of maak zelf foto's met een digitale camera: deze zijn goedkoop en hebben een hoge resolutie. Hou er ook rekening mee dat kleuren na projectie vager kunnen zijn dan op je computerscherm. Ook zijn zwarte letters op een blauwe achtergrond onleesbaar voor het publiek. Zorg er dus voor dat je bij de voorbereiding van je presentatie je slides al eens kan projecteren, zodat je eventueel nog veranderingen kan aanbrengen in je kleurenschema.

Grafieken die je projecteert, vereenvoudig je het best tot de absolute essentie. De details en uitgebreide grafieken staan meestal in de cursus of het handboek. Zelf grafieken maken is niet altijd eenvoudig en ze inscannen of van een website plukken geeft zelden een goed resultaat in je presentatie. Met grafiektool.nl kan je snel online aan de slag zonder dat je moet gaan tekenen. Heb je specifieke grafieken nodig, probeer dan het gratis Inkscape of Google Documents. In programma's als Excel of OpenOffice Calc heb je ook de mogelijkheid om grafieken te maken, zo eenvoudig of ingewikkeld als je zelf wilt.

==Bronnen==
Bron(nen):

http://www.klasse.be/leraren/blog.php?q=17957

KISS regel[bewerken]

‘Keep it short and simple’. Voor presentaties geldt: hoe eenvoudiger, hoe beter. Gebruik geen toeters en bellen. Bewegende overgangen, bijhorende geluidjes, enz. worden afgeraden. Ze leiden af en geven een groot kitschgehalte aan een presentatie.

Paginanummering of inhoudschema[bewerken]

Zorg ervoor dat je publiek zich op ieder ogenblik een beeld kan vormen van waar je je ongeveer in je presentatie bevindt. Je kan dit doen aan de hand van een paginanummering, waarbij het nummer van de huidige slide samen met het totaal aantal slides wordt weergegeven.

Een andere mogelijkheid is een schematische voorstelling: een balkje dat bij iedere slide of bij ieder volgend onderwerp een beetje meer ingekleurd wordt, een klokje waarbij de wijzers telkens een beetje verspringen, enz.

Stiptheid[bewerken]

Als je een digitale presentatie geeft, zorg dan dat je voor het publiek aanwezig bent. Op die manier kan je ongestoord je computer aansluiten op de beamer. Prutsen voor een publiek komt rommelig over en zorgt dat je kostbare tijd verliest. Indien mogelijk neem je best je eigen laptop mee, om te voorkomen dat bepaalde bestanden waar je naar linkt plots ontbreken.

Neem plaats op de achterste rij[bewerken]

Als het goed is, is de presentatie zo ontworpen dat de mensen op de achterste rij alles nog goed kunnen zien. Vaak zijn beamers niet altijd van een degelijke kwaliteit waardoor dunne lijnen of lettertypen in de presentatie achterin de zaal onzichtbaar worden.

Hoe ver weg is de achterste rij, hoe groot zien de mensen het scherm en de spreker? Hoe verder weg de achterste rij, hoe groter het beeld vooraan moet zijn, de bewegingen vooraan moeten zijn om ‘over te komen’ en om een overtuigende indruk achter te laten in de zaal.

Backup[bewerken]

Technologie is, spijtig genoeg, niet steeds even betrouwbaar. Zorg er daarom voor dat je niet met je mond vol tanden staat als de technologie het laat afweten. Er wordt van jou verwacht dat je iets komt presenteren, met of zonder projectie: hou dus steeds een alternatieve presentatie zonder computerondersteuning in het achterhoofd.

Als je in je presentatie naar een internet-site wil verwijzen, zorg er dan voor dat je een lokale back-up maakt van deze site indien de verbinding met het internet in het presentatielokaal het laat afweten.

Beschikbare software[bewerken]

De lijst van beschikbare software is eindeloos. Daarom worden twee varianten met elkaar vergeleken. Het gaat om PowerPoint van Windows en OpenOffice Impress. Deze laatste heeft enkele features voor op de eerste. Ten eerste is Impress opensourcepresentatiesoftware. Daarvan kan je een gratis download maken. Daarenboven is het toegestaan een dergelijk programma aan te passen. Ten tweede biedt Impress een zogenaamde Eyedropper tool. Deze stelt je in staat kleuren uit een foto, enz. over te nemen. PowerPoint ontbeert zo’n tool, zodat je eerst Photoshop dient te gebruiken. Ten derde maakt de open source variant het mogelijk slides die in PowerPoint werden ontworpen naar Impress om te vormen. Daarnaast kan je de hele slideshow als PowerPoint opslaan. Ten vierde is het moeilijk om PowerPointPresentations op het internet te plaatsen. Impress biedt daarvoor een oplossing: slides die met dit programma werden gemaakt, kunnen naar Flash worden omgezet. Vanuit Flash kunnen presentaties dan eenvoudig op het web worden geplaatst. Een nadeel daarbij: Flash is niet zo gemakkelijk in gebruik als de vergeleken programma’s. Ten vijfde wordt cropping van foto’s en andere beelden vereenvoudigd in Impress met een tool die je wijzigingen en hun afmetingen zichtbaar maakt.

Presentatietools en online mogelijkheden[bewerken]

Niet alle presentatietools zijn gelijk, maar ze zijn wel in staat om presentaties te maken en deze te delen met anderen. Presentatietools omvatten over het algemeen functies waarmee de gebruiker tekst, audio, foto's en video's als geheel te hanteren om de toehoorder maximaal te betrekken bij de presentatie en tezelfdertijd de presentatie aantrekkelijker te maken.

Nemen we als voorbeeld SlideShare. www.slideshare.net is een sociaal netwerk voor het delen van presentaties en documenten. SlideShare stelt gebruikers in staat om de presentaties die gemaakt zijn met behulp van PowerPoint, Keynote, of een andere presentatie-maker als Word-en PDF-documenten op te laden op het internet. Zodra een showcase is ontwikkeld, kan de gebruiker stemopname of muziek mee opladen met het oog op een meer professionele en aangename presentatie te maken.

Er zijn tegenwoordig ook tools waarmee men online presentaties kan maken, die men ook kan delen en voorzien van commentaar. Via een zoekopdracht op het internet worden naast PowerPoint van Microsoft en Keynote van Apple heel wat andere mogelijkheden aangeboden.

==Bronnen==
Bron(nen):

http://www.presentationhelper.co.uk/is-open-office-impress-better-than-powerpoint-94.htm, geraadpleegd op 16 december 2008.

Byfield, Bruce (2004), ‘Microsoft PowerPoint versus OpenOffice.org Impress,’ geraadpleegd via http://www.linux.com/articles/40736 op 16 december 2008.

Het presenteren[bewerken]

Goed begonnen is half gewonnen[bewerken]

Hoe een les zal lopen, valt niet te voorspellen. Hoe het begint echter wel. Op enkele seconden beslissen de leerlingen of zij het lesonderwerp al dan niet de moeite waard vinden. Daarom moet je ervoor zorgen dat de eerste slide aantrekkelijk oogt en aangepast is aan de leeftijd van je doelgroep. Goede openingsslides bestaan uit een beeld en de titel van het onderwerp van de les. Deze slide kan niet zonder een korte uitleg die altijd uit drie elementen bestaat:
1. stel het onderwerp voor (assertief en duidelijk)
2. druk je gevoel uit ('Ik ben blij jullie...')
3. communiceer het doel van de les
Denk hierbij aan je non-verbale communicatie!

Maar een goede openingszin is ook het begin van een goede presentatie

Veel sprekers maken geen gebruik van een goede openingszin. Zij beginnen vaak met “Hartelijk welkom”, “Dank voor uw komst” gevolgd door een gedetailleerde agenda en het waarom van zijn aanwezigheid en van het publiek. Er ontbreekt originaliteit, spanning of verrassing. Een saaie opening voorspelt meestal een saaie presentatie. Aan het begin van een presentatie heeft men maar 30 tot 60 seconden om de aandacht van het publiek te trekken en te bewijzen dat het de moeite waard is om naar de spreker te luisteren. Onder de meest gehoorde verkeerde openingszinnen valt het excuus: zoals “Ik ben niet echt een expert op dit gebied, maar…..” of “Ik ben net begonnen dit vak te geven, dus…” of “Ik presenteer niet dagelijks, dus ik ben een beetje zenuwachtig”.

Men verliest met deze opmerkingen het vertrouwen van het publiek en waarschijnlijk ook van uzelf.

Afgedrukte slides[bewerken]

Maak je publiek duidelijk dat ze de slides niet hoeven over te pennen, maar dat je ze na de presentatie ter beschikking zal stellen (bijvoorbeeld op een leerplatform, via e-mail, een gedrukte versie). Wacht met het uitdelen van een afdruk van je slides echter tot na de presentatie, om je leerlingen niet nodeloos af te leiden. De meesten zullen immers al verder beginnen te bladeren terwijl je aan het vertellen bent. Als document heeft zo'n afdruk bovendien weinig zin, want het bevat onvoldoende informatie. Het is een slechte strategie om cursus en presentatie in één document te combineren. Ofwel stop je te veel informatie in je presentatie, ofwel is de cursus te beknopt. Benader papier en projectie dus apart. Als leraar heb je het voordeel dat er meestal een handboek of cursus beschikbaar is met volledige informatie waarnaar je kunt verwijzen.

==Bronnen==
Bron(nen):

http://www.klasse.be/leraren/blog.php?q=17957

Transparanten[bewerken]

Druk je presentatie voor de zekerheid ook af op transparanten. Loopt er iets mis met de projector, dan kun je nog je toevlucht nemen tot een overheadprojector.

Zwart scherm[bewerken]

In presentatiesoftware zoals OpenOffice Impress en Microsoft PowerPoint kun je je scherm snel volledig zwart maken door op 'z' (zwart - Nederlandstalige software) of 'b' (black - Engelstalige software) te drukken. Het beeld komt weer terug als je weer op 'z of 'b' drukt.

De truc met het zwarte scherm is zeer handig wanneer je je presentatie begint. Eens de presentatie geprojecteerd wordt op scherm laat je het zwart scherm verschijnen zodat het binnenkomende publiek nog niet kan beginnen te lezen. Als je dan je presentatie start en op 'z' of 'b' drukt, staat alles klaar en vertrek je met een vlotte start.

Als de techniek het toelaat kun je de computer zo instellen dat de beamer als tweede beeldscherm gebruikt wordt.

Het zwarte scherm wordt ook gebruikt om de aandacht bij te spreker te leggen. Door te werken met een digitale presentatie zijn de ogen van het publiek soms enkel op de digitale presentatie gericht. Even een zwart scherm en alle ogen zijn weer op de spreker gericht.

Indien je geen gebruik maakt van een zwart scherm, zorg er dan voor dat je bureaublad opgeruimd is. Zo voorkom je dat iedereen je documenten en pictogrammen te zien krijgt. Dit geeft immers een rommelige indruk aan je publiek.

Niet voorlezen, maar vertellen[bewerken]

Lees je slides niet letterlijk voor. Om te beginnen is het saai voor de toehoorder. Ten tweede maak je zo geen contact met je publiek. Door te werken met kernwoorden in je slides ben je als presentator ook verplicht om je verhaal te vertellen. Probeer dit bovendien op een aantrekkelijke manier te doen. Iedereen houdt van een spannend verhaal. Bouw daarom een spanningsboog in, werk met mysteries en oplossingen. Gebruik voorbeelden en anekdotes uit je eigen ervaring, de leefwereld van je leerlingen, de actualiteit... In je presentatie kun je die ondersteunen met videofragmenten, foto's of ander multimedia-materiaal.

==Bronnen==
Bron(nen):

http://www.klasse.be/leraren/blog.php?q=17957

Ken je presentatie[bewerken]

Tijdens presentaties hoor je soms opmerkingen zoals “dit heb ik al in een vorige slide gezegd, “deze slide kunnen we wel overslaan” en “dit komt eigenlijk later nog aan bod.” Het wijst erop dat je je eigen presentatie niet goed kent. Je moet de structuur van je eigen presentatie kennen.

Een goede presentatie bestaat ongeacht het publiek, het doel of de situatie uit drie onderdelen namelijk een inleiding, een kern en een slot.

INLEIDING

De richtlijnen die je in acht zou moeten nemen om een presentatie tot een goed einde te brengen, zijn samen te vatten onder het INTROS-principe. Elke letter van INTROS staat voor een belangrijke richtlijn waar rekening mee gehouden moet worden.

Interesse
Noodzaak
Tijd
Respons
Objectief
Schema

De interesse van het publiek opmerken doe je niet enkel verbaal. Je uitstraling draagt daar in belangrijke mate toe bij. Probeer daarom steeds ontspannen en vriendelijk over te komen. Vervolgens is het belangrijk een goede opening te vinden: de eerste zin is cruciaal om je publiek mee te trekken. Daarvoor kun je verschillende middelen gebruiken, zoals bv. een suggestieve opsomming, een vraag aan het publiek, een raadsel, een citaat, een stelling, een metafoor, een bepaald contrast, een verrassend feit, een treffende slogan, een verhaaltje, een anekdote, een grap, het voorleggen van een probleem, het gebruiken van beeldmateriaal.
Vervolgens is het belangrijk de redenen aan te geven waarom het belangrijk is naar je presentatie te luisteren: wat zal je publiek na afloop van de presentatie meer weten, kunnen of begrijpen dan voor zij binnen kwam. Kortom, wat is de noodzaak van je presentatie?
In de inleiding zeg je best kort: hoeveel tijd je presentatie in beslag zal nemen en wanneer er mogelijkheid is tot vragen stellen (respons).
Het doel of objectief van je presentatie sluit nauw aan bij de noodzaak ervan. Toch wordt het doel door de spreker zelf geformuleerd (waar wil je naartoe?) terwijl je bij het kijken vanuit het perspectief van de toehoorder eerder spreekt over de noodzaak van je presentatie (wat is de meerwaarde voor het publiek?). Probeer dus beide kort duidelijk te maken aan de toehoorders.
Ten slotte is het eveneens belangrijk te vermelden hoe je verhaal opgebouwd is. Schets dus kort het schema van je presentatie.

KERN

Dit is het meest informatieve gedeelte van de presentatie. Belangrijk is hier dus om je eigen verhaal te vertellen en hoofdzaken van bijzaken te onderscheiden zodat ook het publiek je verhaal kan volgen. Herhaal regelmatig je kernpunten in andere woorden zodat de kern van je verhaal blijft hangen. Geef voldoende voorbeelden en gebruik illustraties.

SLOT

Net zoals bij de inleiding, kun je ook de richtlijnen voor het slot onder een woord samenbrengen : we spreken in dit geval van het SCAR-principe.

Samenvatting
Conclusie
Advies
Rake slotopmerking

Om ervoor te zorgen dat je presentatie zo lang mogelijk bij je publiek blijft hangen, is het belangrijk om ze goed af te sluiten. Vat daarom ten eerste je presentatie nog een keer samen: deze samenvatting bestaat uit een korte, duidelijke boodschap die de kern van je verhaal omvat. De S van Scar komt dus eigenlijk overeen met het laatste puntje van de inleiding: de S van Intros.
Het beste is om de opbouw van je samenvatting zo te maken dat de conclusies die daarop volgen er logisch uit kunnen voortvloeien. De conclusies zijn eigenlijk de verwezenlijking van het vooropgestelde doel in de inleiding: Waarmee wou je je publiek overtuigen? Waar wou je naartoe?
Het verlenen van advies aan je publiek is zeker niet altijd nodig of wenselijk. Dit hangt af van het thema van je presentatie. Indien je advies formuleert, doe dit dan zo objectief mogelijk en liefst niet in de ik-vorm.
Het belangrijkste onderdeel van je slot, is het formuleren van een rake slotopmerking. Hiervoor kun je beroep doen op de aandachtstrekker die je in je inleiding gebruikt hebt, door er bv. de ontknoping van te geven. Verder kun je ook nog beroep doen op een climax, een stelling, een belofte of het stellen van een prikkelende vraag. Vergeet ook niet om even te polsen of er nog vragen zijn.

==Bronnen==
Bron(nen):

- SCHAMPAERT, Paul, VAN HUYCK, Leo, U hebt het woord… Een inleiding tot de techniek van het mondeling presenteren, Leuven, Standaard Boekhandel, 2001.

- http://books.google.be/books?id=EkcHI_6IXM8C&pg=RA1-PA42&lpg=RA1-PA42&dq=intros+principe&source=web&ots=juN5CtEEFL&sig=oCLkI6j_e2CUATW-LlsMI972WiY&hl=nl&sa=X&oi=book_result&resnum=1&ct=result

- http://www.tips-over.nl/presentatie.php

- http://www.r20.nl/PresentatieTips_druk_01.PDF

Vragen en actief luisteren[bewerken]

Zorg dat er tijdens je presentatie een moment voor vragen wordt ingelast. Laat ook een contact- of e-mailadres achter zodat je publiek je achteraf kan contacteren met verdere vragen.

Vragen betekent niet alleen juiste antwoorden geven, het betekent ook luisteren. Door actief te luisteren naar de leerlingen zet je je eigen gekleurde bril af en kijk je door de bril van de leerlingen. Het is een garantie om misverstanden te vermijden en je lessen te optimaliseren. De leerlingen moeten ook weten dat je naar hen geluisterd hebt. Dat kun je laten blijken door empathisch met de leerling mee te denken en daarna hem/haar naar het juiste antwoord te leiden.

Non-verbale communicatie[bewerken]

Non-verbale communicatie is de communicatie door het gedrag. Het is een verzameling van zowel bewegingen, gestes, uitdrukkingen, zwijgen, enz.. Non-verbale communicatie heeft tot vijf maal meer kracht als verbale communicatie.

Mensen vertrouwen voor 7% op de letterlijke inhoud van een boodschap, voor 38% op stemeigenschappen en voor 55% op lichaamstaal. Stemgebruik en lichaamstaal mogen dus zeker niet onderschat worden! Let dus op je uitspraak en intonatie. Zorg dat je een positieve uitstraling hebt en meen wat je zegt. Indien je zelf niet gelooft in wat je verkondigt, zal het publiek het merken.

Je stem is dus een belangrijk verbaal en non-verbaal hulpmiddel bij presentaties. Ze kan verraden of je al dan niet zenuwachtig bent. Een goede, vaste stem begint bij de ademhaling: door buikademhaling zal je als spreker een volle, warme en ontspannen stem hebben. Vaak maken onervaren sprekers de fout wanneer ze luid willen praten, te trekken op hun strottenhoofd in plaats van de buikspieren te gebruiken. Hierdoor zullen ze niet alleen luider praten maar zal hun stem ook hoger klinken wat het publiek als vervelend ervaart. Luider praten betekent dus niet hoger gaan praten! Met behulp van intonatie kun je accent en levendigheid in je pleidooi brengen. Bij een grote groep wordt er aangeraden om een microfoon te gebruiken. Dit bevordert de verstaanbaarheid en geeft ook de mogelijkheid om op een optimale manier gebruik te maken van je intonatie. De afwisseling van volume en toonhoogte houdt je toespraak levendig. Een goede projectie van je stem is ook een must: spreek niet over je publiek, maar erdoor. Geef bewust richting aan je spreken en maak oogcontact met je publiek.

Let op je houding en lichaamstaal. Zorg voor een actieve houding en laat je armen en handen naast je lichaam rusten. Gekruiste armen geven je publiek immers de indruk dat je afstand creëert en een negatieve houding aanneemt tegenover wat gezegd wordt. Handen in de zakken geven dan weer een nonchalante indruk terwijl de handen in de heupen plaatsen als eigenwijs overkomt. Veel sprekers brengen hun handen in elkaar en houden die voor zich (“het vijgenblad”). Op deze manier lijkt de spreker in een gebed en kom je erg stijf over. Deze houding maakt ook dat je weinig gebruikt maak van ondersteunende gebaren. Gebruik kleine handbewegingen om je presentatie te ondersteunen maar overdrijf niet. Om bovendien te voorkomen dat je gekruiste armen of "het vijgenblad" toegepast, kun je iets ter hand nemen zoals een pen, een boek of kopies. Zorg tot slot voor een gelijke gewichtsverdeling over beide benen, ga vooral niet 'wiebelen' of de benen over mekaar kruisen. Wat lichaamstaal betreft is het ook uitermate belangrijk om oogcontact te creëren met zo veel mogelijk toehoorders. Blijf echter niemand in de ogen staren, want dat kan als opdringerig beschouwd worden.

De grootte van de groep[bewerken]

Wanneer je je toespraak voorbereidt, is het steeds handig om te weten waar en wanneer de presentatie zal plaatsvinden en ook wat de grootte van de groep zal zijn. Hierdoor kan je op voorhand de opstelling van de groep en je eigen plaats bepalen. De grootte van de groep kan ook belangrijk zijn voor de keuze en grootte van het lettertype, alsook voor visueel materiaal tijdens je toespraak

Gebruik van de ruimte[bewerken]

Wanneer je eerder voor een beperkt publiek je voordracht houdt, is het aan te raden om de stoelen in een halve kring te plaatsen. Als spreker kun je dan in het midden van het open deel van deze kring staan. Vanuit deze positie kun je iedereen aankijken. Deze vorm zorgt ook voor een actievere deelname van het publiek, wanneer er een vraag gesteld wordt, kunnen de anderen zich makkelijk naar deze persoon richten. Bij een beperkte groep is het meestal voldoende om gewoon te staan tijdens de voordracht, terwijl de anderen zitten. Bij een grotere groep is het aan te raden dat je vanuit een hogere positie de groep toespreekt. Al zittend een presentatie geven komt niet echt overtuigend over. Af en toe eens van positie veranderen (een kleine wandeling maken) houdt je betoog levendig en zorgt voor meer dynamiek. Zorg er ook steeds voor dat er zo weinig mogelijk barricades zijn tussen jou en je publiek. Het toespreken van mensen vanachter een tafel geeft een beperkte interactie met je publiek. Vrije ruimte duidt op openheid met je publiek wat uiteraard een voordeel is.

Gebaren aanpassen aan de afstand[bewerken]

Wanneer je een grote groep toespreekt moeten je gebaren en bewegingen hieraan worden aangepast. Je gebaren en uitdrukkingen moeten nu groter, krachtiger en extremer worden gemaakt. Het effect van je mimiek kan hier ook onder lijden, je zal dus meer gebruik moeten maken van ondersteunende lichaamsbewegingen (armbewegingen).

Dynamische presentaties maken IS mogelijk[bewerken]

Vrijwel iedereen maakt gebruik van presentatiesoftware en meestal nog dezelfde software. Onderscheiden en innoveren is hierdoor bijna onmogelijk geworden. Presentaties kunnen creatiever gemaakt worden en sinds een paar jaren bestaat er een nieuwe online presentatietool (prezi.com) waarmee je alle kanten uit kan. Waar bij Powerpoint het voornamelijk over de inhoud en de volgorde gaat komt er nu een derde dimensie bij : het ontwerpen.

Het uitgangspunt bestaat niet uit losse ‘slides’ maar uit één groot digitaal scherm waar alle elementen op worden geplaatst. De presentatie begint met een groot leeg scherm, waarop men alle informatie kwijt kan. Nadien kan zeer eenvoudig ingezoomd worden op teksten, foto’s en filmpjes. Door het uitstippelen van een virtueel pad, brengt men een lijn in de presentatie.

Geen slides en toch boeiend presenteren[bewerken]

Meestal ziet men slide-shows met heel veel informatie, tabellen, opsommingen, grafieken en soms een plaatje. Luisteraars en aanwezigen willen beelden die het verhaal ondersteunen en wachten niet op een overaanbod aan informatie die de kijker afleidt van het verhaal.

Iedereen weet dat Al Gore boeiend kan presenteren. Wat deed Al Gore om ieder aan zijn lippen te laten hangen? Drie dingen: hij sprak met passie, hij maakte slim gebruik van stilte en hij gebruikte verhalen. Bijna bij alles wat hij argumenteerde illustreerde hij met een verhaal. Dat werkt, boeit en zorgt ervoor dat het publiek aan de lippen van de spreker hangt. Bijna anderhalf uur lang, zonder slides, alleen de spreker en een podium. Al Gore is niet een uitzondering, er zijn heel wat sprekers die inzien dat slides enkel hun verhaal kunnen ondersteunen.

Sprekers hebben een verhaal te vertellen en soms ondersteunen zij dit met visuele hulpmiddelen.

Digitale presentaties omvormen naar PDF[bewerken]

Waarom omvormen naar PDF?[bewerken]

Voor het presenteren op iemand anders zijn computer, of om presentaties te delen met anderen, is het handig om PowerPoint of andere presentatiebestanden in een PDF-bestand om te vormen. Zonder PDF-conversie kan namelijk de layout op andere computers verloren gaan, wanneer bijvoorbeeld bepaalde lettertypes of stijlfiguren niet aanwezig zijn. Met PDF (Portable Document Format) ben je er zeker van dat je documenten er op elke computer hetzelfde uitzien.

Let wel op, wanneer een presentatie omgezet wordt naar PDF verdwijnen een aantal afdrukkeuzemogelijkheden. Het is dan niet meer mogelijk de achtergrond van de presentatie te verwijderen. Wanneer je presentatie een donkere achtergrond heeft, verwijder deze dan vooraleer de presentatie af te drukken.

PowerPoint bestanden omvormen naar PDF[bewerken]

Mbv Powerpoint 2007 plugin[bewerken]

Met Microsoft Office 2007 kan je in de Office programma’s zelf, dus ook met PowerPoint, je bestanden omvormen naar PDF. Om te beginnen moet je de invoegtoepassing ‘Microsoft Office Add-in: Microsoft Save as PDF or XPS’ installeren. Open het PowerPoint bestand dat je wil omvormen naar PDF. Klik op de Microsoft Office knop linksboven. Ga naar ‘Opslaan als’ en klik op ‘PDF of XPS’. Kies de gewenste naam en locatie en druk op ‘Publiceren’.

Mbv online convertors[bewerken]

Er bestaan een aantal websites waar je online je PowerPoint bestanden kan omvormen:

Op deze websites kan je een bestand van op je pc selecteren en je e-mailadres opgeven. Het bestand wordt dan via internet naar de server gestuurd, daar draait een programma dat je bestand omvormt naar PDF-formaat en vervolgens het resultaat terugstuurt naar je mailbox.

Mbv virtuele PDF-printer[bewerken]

Er bestaan eveneens een aantal gratis programma's die op je pc kunnen geïnstalleerd worden in de vorm van een printer.

Om je bestand om te vormen naar PDF-formaat kun je dan dezelfde werkwijze gebruiken alsof je het zou afdrukken. Je kiest dan in de lijst van printers de PDF-convertor in plaats van je echte printer. Je kunt dan de lokatie aanduiden waar het PDF-bestand op je pc moet opgeslagen worden.

StarOffice/OpenOffice.org/Impress bestanden omvormen naar PDF[bewerken]

OpenOffice en Staroffice hebben een ingebouwde PDF-exportfunctie. Men kan in de toolbar klikken op het PDF-exporticoon voor een snelle export, of men kan de optie 'bestand, exporteer naar PDF' kiezen voor meer keuzemogelijkheden.

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.