Onderwijstechnologie/Juridisch

Uit Wikibooks
Ga naar: navigatie, zoek
Inhoudsopgave onderwijstechnologie
Hoofdstukken
  1. ICT in het verleden
  2. Waarom onderwijstechnologie gebruiken?
  3. Doelgroepen in het gebruik van ICT
    1. ICT en jongeren
      1. ICT en sekse
    2. ICT en kansengroepen
    3. ICT in ontwikkelingslanden
    4. ICT en ouderen
      1. ICT en ouderen| De Verhalentafel
    5. ICT en kleuters
  4. Juridische basis en kwesties
  5. Inbedding van ICT in het onderwijs
    1. ICT-eindtermen
    2. Vakgerichte ICT
    3. Digitale leermaterialen
    4. Educatieve software, games, hardware en websites
    5. Elektronische leeromgevingen
    6. Actieve games
    7. Second Life
  6. Klastechnologie
    1. Presentatietips
    2. Videoprojectoren
    3. Digitale schoolborden
    4. Digitale schooltafels
    5. Digitaal toetsen
  7. ICT en afstandsonderwijs in het Vlaamse onderwijs
  8. ICT en beperkingen
    1. ICT en leerstoornissen
    2. ICT en 'doven en slechthorenden'
    3. ICT en mindervalide leerlingen
    4. ICT en laaggeletterden
  9. ICT aspecten
    1. Veiligheid online
    2. Computer onderhouden
    3. Ergonomie
  10. Voorbeelden onderwijstechnologische realisaties
  1. Bewegings-, energie- en lifestyle monitoring systeem
  2. Webhosting
  3. Computer anxiety
  4. Lexicon


Auteursrechten[bewerken]

Geschiedenis[bewerken]

Het reproduceren van werken was ooit het werk van monniken en daarvoor zelfs van slaven. Dit alles gebeurde met de hand maar met de ontwikkeling van de boekdrukkunst in de 15de eeuw, kreeg men de mogelijkheid om grootschalige werken te gaan reproduceren. Hiervan werd misbruik gemaakt door de uitgeverijen. Om dit misbruik tegen te gaan, werd bescherming van de auteur uiterst noodzakelijk. De eerste wet betreffende auteursrechten ontstond in 1710 in Groot-Brittannië "for the encouragement of learning". Auteurs konden een reproductieprivilege aanvragen voor een periode van 14 jaar. Vervolgens kon men deze periode verlengen met nogmaals 14 jaar, eveneens op aanvraag. Als voorwaarde moest van het werk één kopie beschikbaar worden gesteld voor elke koninklijke en academische bibliotheek in het land. Na het verstrijken van de termijn kwam het werk in het publieke domein. Vervolgens duiken in 1790 de eerste auteursrechten op in de Verenigde Staten, "to promote the progress of science and useful arts by securing for limited times to authors and inventors the exclusive right to their respective writings and discoveries".

Algemene maatschappelijke en juridische context[bewerken]

Creaties van de geest nemen in onze maatschappij een belangrijke plaats in. Meestal denken we hierbij aan boeken, films of beeldende kunst. Uitvindingen, chips, elektronische schakelingen en merken vallen echter eveneens onder de noemer 'creaties van de geest'. Deze werken hebben een 'artistieke, culturele en/of economische waarde' (Vanhees, p. 11). Algemeen kan men stellen dat alle voornoemde creaties van de geest kunnen worden beschouwd als intellectuele cultuurproducten.

Intellectuele eigendomsrechten[bewerken]

De intellectuele eigendomsrechten beschermen dergelijke intellectuele cultuurproducten. In België bestaat deze groep rechten uit verschillende takken die elk een specifieke context beschermen. Het auteursrecht maakt deel uit van deze algemene categorie van de intellectuele eigendomsrechten. Andere takken van deze rechten zijn het octrooirecht (voor de bescherming van uitvindingen), het merkenrecht (beschermt merken en diensten), de chipswetgeving (ter bescherming van elektronische schakelingen) en het kwekersrecht (plantenrassen kunnen eveneens beschermd worden) (Vanhees, p. 11).

Schepper en gebruiker[bewerken]

De thematiek van het auteursrecht kan worden benaderd vanuit twee fundamentele standpunten (Vanhees, p. 11). Enerzijds vanuit de bekommernis van de schepper (auteur, componist, kunstenaar) en anderzijds vanuit zijn publiek (gebruiker, lezer, kunstliefhebber, cultuurconsument).

Voor de schepper van het werk is het van belang hoe zijn creaties kunnen worden beschermd, bv. tegen het namaken of het kopiëren ervan. Ook een leerkracht die zijn cursus, lesvoorbereidingen of syntheseteksten wenst te publiceren, komt in aanraking met het auteursrecht vanuit het standpunt van de auteur.

Voor de gebruiker is het van belang op welke manier zij het werk mag gebruiken 'zonder toestemming' (Vanhees, p. 11). Dit betekent dat er met behulp van het auteursrecht eveneens duidelijkheid dient te worden geschapen omtrent het 'consumeren' van cultuurproducten. Mogen cd's worden gekopieerd? Mogen boeken worden uitgeleend aan vrienden? Mogen we op een feestje films projecteren, muziek draaien, enz.? Mogen cd's worden omgezet in mp3-formaat en vervolgens op een mp3-speler worden afgespeeld? In de onderwijspraktijk krijgen we vanuit het standpunt van de gebruiker dan bijvoorbeeld te maken met volgende vragen: mag de leerkracht in zijn/haar klas zonder meer integrale teksten uitdelen? Mogen deze teksten veranderd worden? Mag er in de leraarskamer naar de radio geluisterd worden 'zonder toestemming' en zonder een bijdrage te hoeven betalen aan de componist en de uitvoerende artiesten?

Naburige rechten[bewerken]

Een belangrijk onderdeel van het auteursrecht bestaat uit de 'naburige rechten'. Deze rechten beschermen prestaties die 'niet auteursrechtelijk beschermd worden, maar waarvoor krachtens de auteurswet een eigen specifiek beschermingsregime werd voorzien.' (Vanhees, p. 12)

De naburige rechten beschermen de prestaties van uitvoerende kunstenaars: acteurs, zangers, musici, producers, regisseurs, enz. In de klas krijgt de leerkracht te maken met deze rechten, indien zij bv. films wil laten zien of cd's wenst te gebruiken in haar lessen.

Gemeenschappelijke bepalingen voor het auteursrecht en de naburige rechten[bewerken]

  • Regelingen inzake het kopiëren voor eigen gebruik van geluid- en audiovisuele werken.

Hier kan de auteur zich niet verzetten tegen de reproductie van deze genoemde werken die in familiekring plaatsvindt en alleen daarvoor bestemd is en wanneer zijn werken op een geoorloofde wijze openbaar gemaakt zijn (= thuiskopie) (art. 35 § 1, lid 3 Auteurswet).

  • De houders van naburige rechten kunnen zich ook niet verzetten tegen de reproductie van hun prestaties die in familiekring geschiedt en alleen daarvoor bestemd is (Dirix, Montangie en Vanhees, Handels- en economisch recht in hoofdlijnen,intersentia, 2005).

De Auteurswet[bewerken]

In België kan men de regels aangaande de bescherming van auteurs en de houders van naburige rechten terugvinden in de auteurswet van 30 juni 1994, in werking getreden op 01 augustus 1994. De wet betreffende de auteursrechten en naburige rechten werd echter opgenomen in Titel 5, Boek IX van het Wetboek Economisch Recht. In deze titel voorziet de Belgische Wetgever in de omzetting van richtlijn 2001/29. Noteer wel dat er voor computerprogramma's een aparte wet bestaat: de softwarewet van 30 juni 1994, in werking getreden op 06 augustus 1994.

Het auteursrecht[bewerken]

Wat is beschermd door het auteursrecht?[bewerken]

Het auteursrecht beschermt elk werk dat oorspronkelijk is en in een bepaalde vorm is gegoten. De creatie moet aan twee voorwaarden voldoen wil het door het auteursrecht beschermd zijn. Deze twee voorwaarden zijn "De oorspronkelijkheidsvoorwaarde" en "De vormgevingsvoorwaarde".

De Oorspronkelijkheidsvoorwaarde: Wanneer een werk nu 'oorspronkelijk' genoemd kan worden, is een moeilijke kwestie. Er bestaat namelijk geen wettelijke definitie voor het oorspronkelijkheidscriterium. Men spreekt in de rechtsleer van "een oorspronkelijk werk", wanneer de auteur in zijn werk zodanig zijn persoonlijkheid heeft gelegd dat het werk ontegensprekelijk de vrucht lijkt te zijn van zijn intellectuele inspanning. De beoordeling of een werk al dan niet oorspronkelijk is, ligt uiteindelijk bij de rechter. Men zal hierbij nagaan of de auteur een bepaalde mate van vrijheid heeft genoten bij het maken van zijn werk. Zo niet, dan kan het werk niet oorspronkelijk genoemd worden. In dezelfde lijn ligt het idee om tevens na te gaan of de auteur voldoende de mogelijkheid heeft gehad om zelf keuzes te maken omtrent de vorm van zijn werk.

De vormgevingsvoorwaarde: Het werk moet met de zintuigen waargenomen kunnen worden al dan niet met de hulp van een toestel (computer). Ideeën, methodes of stijlen kunnen dus niet auteursrechtelijk worden beschermd. (Uit: BUYDENS M; 'Auteursrechten en internet', pp. 14-15)

Wat is niet beschermd door het auteursrecht?[bewerken]

- Werken in het publieke domein: bijvoorbeeld na het verstrijken van de beschermingsduur komt een werk in het publieke domein terecht. Deze werken worden aldus niet beschermd door de auteurswet. Officiële akten van de overheid zoals wetteksten, beslissingen van rechtbanken, ideeën of wiskundige methodes vallen evenmin onder het auteursrecht.

- Natuurlandschappen, de zee, bomen etc zijn niet auteursrechtelijk beschermd (in tegenstelling tot een foto waarop iets dergelijks is vastgelegd).

- Vormen die uitsluitend door een machine zijn verwezenlijkt en 'slaafse' reproductie van iets dat al bestaat, zijn niet beschermd.

- Informatie op zich, onbewerkte informatie, is niet auteursrechtelijk beschermd. Men heeft het hier over pure, onversneden informatie zoals zijn biografische gegevens; geboortedatum, adres of het aantal bezoekers van een museum of de omvang van een werk. De manier van presenteren van die gegevens en de selectie ervan vallen dan weer wel onder het auteursrecht. (Uit: BUYDENS M.: 'Auteursrechten en internet' p. 15)

Welke rechten zijn beschermd?[bewerken]

Zowel de morele als de vermogensrechten van een auteur worden beschermd.

A) Morele rechten hebben te maken met: het recht van de auteur om te beslissen of hij zijn werk al dan niet bekend maakt of publiceert; het recht op vaderschap van het werk, namelijk het recht om zijn werk op te eisen; het recht op eerbied voor zijn werk: dit impliceert dat de auteur zich kan verzetten tegen wijzigingen van zijn werk; het recht op verzet tegen elke wijziging die zijn eer of reputatie zouden kunnen schaden. Morele rechten zijn niet overdraagbaar.

B) De vermogensrechten (of patrimoniale- of exploitatierechten) kunnen we opdelen in twee categorieën namelijk: de reproductierechten en de mededelingsrechten.

  • Reproductierechten:

Bij reproductierechten gaat het over het ‘opslaan’ of verveelvuldigen van een auteursrechterlijk beschermd werk op een drager. Men mag dus niet zomaar een werk verveelvuldigen. Bij reproductierecht houdt men geen rekening met de wijze van reproductie of de vorm van reproductie. Verschillende wijzen van reproductie zijn: het manueel overschrijven, inscannen, typen; fotograferen, drukken, fotokopiëren; vertalen, adapteren en het elektronisch opslaan. Verschillende vormen van reproductie zijn: op papier, in boekvorm, in pocketuitgave; op magneetbanden (zoals geluids- en beelddragers); op harde schijven, cd, dvd, geheugenkaart, mp3-speler, floppydisk, …

  • Mededelingsrechten:

Mededelingsrechten zijn rechten die te maken hebben met het openbaar en publiek waarneembaar maken van een auteursrechterlijk beschermd werk. Een werk openbaar of publiek maken kan door voorstellingen, lezingen, …; via materiële of technische hulpmiddelen; het online beschikbaar stellen van werken, … Belangrijk is dat het voor de wet echter niets uitmaakt op welke manier je iets publiek maakt.

Wie geniet bescherming?[bewerken]

De oorspronkelijke auteursrechthebbende is de natuurlijke persoon die het werk heeft gecreëerd. De vermogensrechten kunnen echter overgedragen worden naar de werkgever. Dit moet dan wel uitdrukkelijk vermeld worden in de arbeidsovereenkomst. In de praktijk ziet men dat uitgeverijen vaak over de vermogensrechten beschikken. Een uitzondering zien we bij de rechten die betrekking hebben op software en databanken. Hierbij is de werkgever rechtstreeks de rechthebbende van de rechten.

De auteur geniet bescherming tot 70 jaar na zijn dood. Onder auteurs worden ook regisseurs, scenarioschrijvers, tekstschrijvers en muziekschrijvers verstaan.

Wanneer gelden auteursrechten?[bewerken]

Auteursrechten gelden van zodra het werk ontstaat, wanneer er een concrete uitdrukkingswijze wordt gegeven aan het idee. Men moet dus geen formulieren of dergelijks invullen. Het moet gaan om een uitdrukking van de persoonlijkheid van de auteur. Deze uitdrukking moet tevens in een concrete vorm zijn gegoten. Deponering is enigszins wel mogelijk maar is niet noodzakelijk. Ook de vermelding van “copyright" is niet nodig en niet verplicht. Daarentegen kan dit wel nuttig zijn om plagiaat uit onwetendheid te vermijden. Het recht ontstaat in hoofde van de persoon die voor het eerst iets ontwerpt. Onder persoon verstaan we hier een natuurlijk persoon: uitvoerder van een opdracht of werknemer of ambtenaar. Alleen een mens, een natuurlijk, fysiek persoon kan dus auteur zijn!

Verschil tussen auteursrecht en copyright[bewerken]

Bij auteursrechten gaat de aandacht naar diegene die het werk heeft gemaakt. Zoals reeds vermeld, komen ze automatisch tot stand: geen procedure en geen deponering nodig en enkel natuurlijke personen kunnen auteursrechten bezitten. Copyright daarentegen geeft aandacht naar de reproductie van het voorwerp ongeacht de maker ervan! Hier wordt enkel de vorm beschermd (niet het idee).

Waar gelden auteursrechten?[bewerken]

Auteurswetten worden nationaal geregeld. De meeste landen hebben wel de conventie van Bern ondertekend maar de beschermingstermijnen zijn daarom nog niet in alle landen gelijk. Eens een land is toegetreden tot dit verdrag genieten de onderdanen van het toetredend land die voor het eerst een werk in een ander land exploiteren ten minste de bescherming die toegekend wordt in het land van exploitatie. Het verdrag van Bern bevat ook een aantal minimumbeschermingsregels: bijvoorbeeld m.b.t. de aard van de werken die beschermd worden...

Uitzonderingen op de vermogensrechten[bewerken]

Wanneer een werk op geoorloofde wijze is gepubliceerd, dan kan de auteur zich niet verzetten tegen: actualiteitsverslaggeving; een karikatuur, parodie en pastiche; citaten; kosteloze privé-uitvoering in familiekring, in het kader van schoolactiviteiten of in het kader van een publiek examen; openbaar uitleenrecht voor cultuur- en onderwijsdoeleinden; ter bewaring van het artistieke patrimonium; reproductie voor privégebruik, ter illustratie bij onderwijs of voor wetenschappelijk onderzoek van werken.

Bij citaten moeten we echter verwijzen naar het citaatrecht. Men heeft het recht om te citeren uit een werk zonder dat hiervoor de toestemming nodig is. Hieraan zijn enkele voorwaarden verbonden: zo moet het werk reeds geoorloofd openbaar zijn gemaakt. Het citaatrecht geldt enkel voor korte aanhalingen en dus niet voor hele stukken tekst. Verder moet de naam van de auteur en de bron van het werk vermeld worden. Het citaatrecht is van toepassing in het kader van kritiek op het werk, polemiek, een recensie, onderwijs of wetenschappelijke werkzaamheden.

Vandaag, een verstoorde balans?[bewerken]

Vandaag de dag zijn de meeste onderwijs-en wetenschapsdoelen vervangen door economische motieven. De auteursrechten bevinden zich tegenwoordig vooral bij de uitgeverijen en niet bij de auteur zelf. Doorheen de geschiedenis werd de beschermingsduur van de auteur telkens verlengd. Momenteel bedraagt de beschermingsduur 70 jaar tot na de dood van de auteur. Reproductieprivileges worden automatisch toegekend. Het is niet nodig om deze aan te vragen, er zijn geen formaliteiten. Er zijn ook geen initiatieven van de overheid om de keuze aan de auteur zelf te laten.

In het kader van de auteursrechten heeft men wel uitzonderingen gemaakt voor privégebruik, onderwijsgebruik en wetenschapsgebruik. Toch zien we nog dat bijvoorbeeld wetenschappelijke artikels zeer moeilijk toegankelijk zijn. De toegang tot deze artikels zijn vaak beperkt en zijn soms ook zeer duur, vooral dan voor de derde wereld en niet-wetenschappers.

Ook worden de wettelijke uitzonderingsregels en het openbaar domein gehinderd door technologische beveiligingen zoals bijvoorbeeld DRM (Digital Rights Management).

De free society-beweging biedt met haar vrije licenties hierop een mogelijk antwoord.

Auteursrechten in het onderwijs[bewerken]

In het onderwijs krijg je vroeg of laat ook te maken met één van de auteursrechten verenigingen. De belangrijkste zijn natuurlijk Sabam, Reprobel en SEMU. Maar wanneer moet je nu betalen en wanneer niet? En mag een auteur zich verzetten tegen het gebruik van zijn werk in het onderwijs? In de Wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en naburige rechten (bijgewerkt en gecoördineerd t/m 10 september 2007) is daarover het volgende te vinden: :Afdeling 5 - Uitzondering op de vermogensrechten van de auteur

Artikel 21
§1 Het Citeren uit een werk dat op geoorloofde wijze openbaar is gemaakt, ten behoeve van kritiek, polemiek, recensie, onderwijs of in het kader van wetenschappelijke werkzaamheden, maakt geen inbreuk op het auteursrecht, voorzover zulks geschiedt overeenkomstig de eerlijke beroepsgebruiken en het beoogde doel zulks wettigt. Het citeren bedoeld in het vorige lid moet de bron en de naam van de auteur vermelden tenzij dit niet mogelijk blijkt

Dat betekent dus dat in principe elk werk mag gebruikt worden voor doeleinden in het onderwijs.

§2 Voor het samenstellen van een bloemlezing bestemd voor het onderwijs dat niet het behalen van een direct of indirect economisch of commercieel voordeel nastreeft is de toestemming vereist van de auteurs uit wier werk op die manier uittreksels worden samengebracht. ...

Een bloemlezing is een verzameling van korte literaire fragmenten uit romans, toneelstukken... Om opgenomen te worden in zo'n werk is er dus expliciete toestemming van de auteur nodig. Om een tekst voor te lezen in de les heb je deze expliciete toestemming niet nodig.

Artikel 22
§1 Wanneer het werk op geoorloofde wijze openbaar is gemaakt, kan de auteur zich niet verzetten tegen:
1° de reproductie en de mededeling aan het publiek, met het oog op informatie, van korte fragmenten uit werken of van integrale werken van grafische of beeldende kunst in een verslag dat over actuele gebeurtenissen wordt uitgebracht;
3° de kosteloze privé-uitvoering in familiekring of in het kader van schoolactiviteiten''

Dit artikel spreekt voor zich.


Welke rechten worden er dan wel betaald door een school?[bewerken]

Aan Sabam

Na onderhandelingen tussen Sabam en de onderwijskoepels en het kabinet van minister Vandenbroucke bestaat er nu een jaartarief zodat het mogelijk wordt om voor het overgrote deel van de activiteiten een jaarcontract af te sluiten. Activiteiten die door derden, bv. ouderverenigingen, georganiseerd worden, vallen nooit onder dit jaartarief. Hiervoor moet een afzonderlijke aangifte gebeuren. Concreet gaat het over het gebruik van mechanische achtergrond- en voorgrondmuziek, levende muziek, lezingen, filmvoorstellingen en toneelopvoeringen die op initiatief van en binnen de schoolinstellingen:

op regelmatige basis worden uitgezonden of georganiseerd, bv. op de speelplaatsen, in leraarslokalen, gangen, ontvangstruimte, toegangshallen ...

op occasionele basis worden uitgezonden of georganiseerd in het kader van gelegenheidsmanifestaties (bv. concerten, toneeluitvoeringen, mechanische muziek tijdens maaltijden met de familie van de leerlingen, fancy fairs, filmvertoningen, kerstmarkten, leerlingenshows, sinterklaas-, kerst-, eindeschooljaar-, carnaval-, ouder- en/of grootouderfeestjes, open dagen, sportdagen en alle andere uitzendingen/evenementen buiten het kader van de onderwijsactiviteit).

Dit geeft dan voor gemiddelde leerlingenaantallen:

Jaartarief Occasioneel gebruik Regelmatig en occasioneel gebruik
Basisonderwijs (275 lln.) € 174, 90 € 233, 20
Secundair onderwijs (750 lln.) € 715,50 € 954

De keuze voor een afzonderlijke aangifte per activiteit blijft ook mogelijk als dit voordeliger is voor de school.

Reprobel

De vergoeding voor reprografie is een zogenaamde wettelijke licentie: dit systeem bestaat erin dat er zonder toestemming van de auteur (of een andere rechthebbende) mag worden gekopieerd uit beschermde werken: artikels, werken van beeldende kunst, korte fragmenten uit boeken, partituren ... In ruil betaalt men een vergoeding voor reprografie aan Reprobel. De tarieven die Reprobel hanteert, zijn wettelijk vastgelegd en worden jaarlijks geïndexeerd. Momenteel bedraagt het tarief voor zwart-witkopieën voor onderwijsinstellingen 0,0132 euro per kopie (exclusief 6 % btw). Ofwel werkt men met een afzonderlijke aangifte, ofwel via een (meerjaren)contract.

SEMU

Wie een kopie van een partituur wil nemen die het korte fragment overschrijdt, heeft hiervoor de toestemming nodig van de rechthebbende. In de praktijk zal dit meestal de beheersvennootschap SEMU zijn. SEMU biedt een licentie-overeenkomst aan die de voorwaarden bevat waaronder partituren mogen worden gekopieerd. Op dit moment wordt er in het deeltijds kunstonderwijs (studierichtingen muziek en dans) gebruikgemaakt van deze licentieovereenkomst om het gebruik van kopieën van partituren te regelen. De kostprijs voor een muziekacademie met 1000 leerlingen bedraagt momenteel 3485 euro per jaar. De inrichtende macht beslist natuurlijk vrij of ze zo’n licentieovereenkomst afsluit. Wie geen licentieovereenkomst heeft afgesloten, zal in de praktijk geen gebruik kunnen maken van kopieën van beschermde partituren waarvan SEMU de rechten beheert, tenzij slechts korte fragmenten. Wat onder een kort fragment wordt verstaan, wordt aan het oordeel van de rechter overgelaten, maar het moet alleszins restrictief worden geïnterpreteerd. Algemeen zou men het kunnen definiëren als: maximaal een tiende deel van een in een geschrift opgenomen muziekwerk of een afgerond deel van een muziekwerk, zijnde een muziekpartij of -partituur, met of zonder woorden. SEMU wil nu ook een licentie aanbieden voor het leerplichtonderwijs (kleuter- en lager onderwijs en secundair onderwijs). Met de koepels en het ministerie van Onderwijs en Vorming is al onderhandeld over de prijs hiervan, maar tot nu toe hebben deze onderhandelingen nog niet tot een resultaat geleid.

Vrije licenties[bewerken]

De bedoeling van vrije licenties is tweeledig. Enerzijds wensen de auteurs hun werk te publiceren onder een licentie die de vrijheid van de tekst garandeert. Anderzijds achten velen het echter niet wenselijk om de tekst zonder meer in het publiek domein te publiceren, omdat er op die manier nauwelijks nog bescherming kan worden afgedwongen.

Vrijheid van de tekst[bewerken]

Met de vrijheid van de tekst wordt er doorgaans het volgende bedoeld. De tekst mag door iedereen worden gekopieerd, aangepast en gepubliceerd, met -meestal- als beperking dat de oorspronkelijke auteur dient te worden vermeld. Op die manier is het mogelijk om teksten aan de specifieke locale context aan te passen, fouten te verbeteren, de tekst aan te vullen, enz. en hierbij geen inbreuk te plegen op de wetgeving. Het ontstaan van deze gedachte van de vrije kennis binnen de vrije maatschappij, moet voornamelijk worden gezien binnen de context van de vrije softwarebeweging en de ontwikkeling van het internet.

Dat op die manier informatie en kennis voor iedereen toegankelijk gemaakt wordt, sluit nauw aan bij de gedachte omtrent onderwijs voor iedereen in een democratie.

GNU Free Documentation License en Creative Commons[bewerken]

De twee meest gebruikte licenties voor documentatie en teksten zijn de GFDL (GNU Free Documentation License) en CC (Creative Commons).

Ook voor teksten in het onderwijs lijken deze twee licenties de meest interessante. Leerkrachten krijgen hier op twee manieren mee te maken: ten eerste kan worden opgemerkt dat veel bruikbare informatie die op het internet beschikbaar is, valt onder een van deze licenties. Wikipedia kan worden aangehaald als voorbeeld voor een project dat zelfs overweegt om een 'dubbele' licentievorm te gaan hanteren (zowel GFDL, als CC). Daarnaast kan de leerkracht zich ook afvragen hoe zijn eigen, oorspronkelijke teksten kunnen worden gepubliceerd: lesvoorbereidingen, syntheseteksten, enz. Een vrije licentie staat het toe om bepaalde wijzigingen aan een tekst toe te staan, maar toch nog bescherming te genieten.

GFDL[bewerken]

De GFDL is ontstaan vanuit de vrije softwarebeweging die is geïnitieerd door Richard Stallman en zijn Free Software Foundation (FSF) (www.gnu.org). De GPL (GNU General Public License) is een licentie die het vrij verspreiden van computerprogramma's waarborgt, terwijl de GFDL als haar tegenhanger kan worden beschouwd op vlak van de documentatie van deze programma's.

Dit betekent echter niet dat de GFDL enkel geschikt zou zijn als licentie voor technische handleidingen. Ook Wikipedia maakt gebruik van de GFDL. Daarnaast is het materiaal op Wikipedia echter (vaak) eveneens beschermd door een Creative Commons-licentie. Op termijn streeft Wikipedia ernaar alle beschikbare informatie onder deze dubbele licentievorm aante bieden.

De pagina's in Wikibooks zijn over het algemeen reeds op die manier gelicentieerd. Deze Wikicursus is overigens een voorbeeld van materiaal dat dubbel gelicentieerd is. De tekst helemaal beneden op deze pagina wijst hierop.

Creative Commons[bewerken]

Terwijl de klemtoon van de GFDL voornamelijk op teksten ligt, is het de bedoeling van de Creative Commons om creatief werk te verspreiden met behulp van een vrije licentie. Opnieuw staat het vrij delen van informatie, kennis en cultuurproducten centraal.

De non-profitorganisatie ontstond in 2001 als antwoord op de groeiende drang tot het opleggen van restricties via licenties in de hedendaagse, geglobaliseerde maatschappij. (creativecommons.org)

Het interessante aan de CC-licenties is de keuzemogelijkheid. De auteur bepaalt zelf onder welk type licentie het werk zal worden gepubliceerd. Hier heeft de auteur de keuze tussen het spectrum 'all rights reserved' en 'no rights reserved'. De auteur van een werk bepaalt dus wat er wel en wat er niet met zijn werk mag gebeuren, en onder welke voorwaarden dat moet gebeuren.

Attribution (toewijzing) verwijst naar de vraag of de naam van de auteur dient te worden vermeld. Daarnaast kan er gekozen worden voor het toelaten van commercieel gebruik zonder toestemming of niet: Commercial of Non-Commercial. Indien afgeleide werken onder een gelijkaardige licentie dienen te worden gepubliceerd, kan men de optie share alike (gelijk delen) kiezen. Dit betekent dat bijvoorbeeld samples uit een liedje mogen worden gebruikt, maar enkel indien het nieuwe liedje onder een gelijkaardige licentievorm wordt gepubliceerd.

Deze drie keuzes zorgen ervoor dat je je werk op 6 verschillende manieren kan beschermen.

1. Toewijzing. Iedereen mag je werk gebruiken, maar moet daarbij wel je naam vermelden op het gebruikte werk.

2. Toewijzing - gelijk delen. Iedereen mag je werk gebruiken en daar afleidingen van maken, maar moet je naam vermelden, en moet dit werk eenzelfde type licentie geven als het oorspronkelijke werk.

3. Toewijzing- geen afgeleiden Iedereen mag je werk gebruiken, maar je staat niet toe dat iemand er een afgeleid werk mee maakt.

4. Toewijzing- Niet Commercieel. Iedereen mag je werk gebruiken, mits vermelding van je naam, maar mag dit niet voor commerciële doeleinden gebruiken.

5. Toewijzing- niet commercieel - gelijk delen. Iedereen mag je werk gebruiken,mits vermelding van je naam, zonder commerciële doeleinden, en op dezelfde manier gelicentieerd als het oorspronkelijke werk.

6. Toewijzing- niet commercieel - geen afgeleiden. Iedereen mag je werk gebruiken, mits vermelding van je naam, maar mag dit niet voor commerciële doeleinden gebruiken en mag er ook geen afgeleiden van maken.

Hier zie je dan ook dat 1 geen beperkingen oplegt (er is maar 1 voorwaarde, om het werk op gelijk welke manier te gebruiken), terwijl 6 de gebruiker sterk beperkt. We zien hier dan ook duidelijk het spectrum tussen 'All Rights Reserved' (of in dit geval Most Rights Reserved) en 'No Rights Reserved'.

Voor de leerkracht-auteur is het interessant om enkel vrije licenties te gebruiken voor nieuw, oorspronkelijk materiaal. Op die manier kan hij/zij immers garanderen dat de informatie wordt verspreid op een vrije manier. Daarnaast kan de leerkracht-gebruiker erop letten dat het gebruikte materiaal in de mate van het mogelijke vrij beschikbaar is - en blijft - voor de leerlingen.

Daarnaast is het van belang dat elk werk met een CC-licentie, vrij kan worden gebruikt. De leerkracht die werk wil gebruiken van andere auteurs die CC gebruiken, kan dit vrij, mits de CC-licentie gerespecteerd wordt.

Mindmap Vrije Licenties[bewerken]

mindmap vrije licenties

Referenties[bewerken]

Auteursrecht

VANHEES, Hendrik, Auteursrecht in een notendop, Leuven-Apeldoorn, Garant, 1998.

http://kamer.cdenv.be/inhoud/vraag/de-auteursrechten-in-het-onderwijs

Creative Commons

Creative Commons [1]

CC op wikipedia [2]

GNU / GFDL

GNU en de Free Software Foundation [3]

GFDL op wikipedia [4]



Octrooirecht[bewerken]

Situering[bewerken]

De Belgische Octrooiwet dateert van 28 maart 1984 en trad op 1 januari 1987 in werking. Ten gevolge van de internationalisering van het octrooirecht heeft België een aantal verdragen goedgekeurd:

  • Patent Cooperation Treaty (verdrag tot samenwerking inzake verdragen).
  • Verdrag betreffende de verlening van Europese Octrooien (Europees Octrooiverdrag).

Het eerstvermelde verdrag heeft als doel om de vereiste formaliteiten en werkzaamheden van de octrooi-indieners te vergemakkelijken. Het Europees Octrooiverdrag daarentegen heeft een Europees octrooi tot stand gebracht waarvan de rechten ook zullen gelden over het grondgebied van alle door dit verdrag verbonden landen, uiteraard kan dit enkel op verzoek van de aanvrager!

Men zou zich de vraag kunnen stellen waarom er een octrooirecht bestaat en of de auteurswetten niet voldoende zijn? het antwoord is eigenlijk duidelijk: de toepassingsgebieden van beiden zijn verschillend!

  • Onder intellectuele rechten vallen de auteursrechten (zie supra). Deze intellectuele rechten genieten van een automatische bescherming van zodra de wettelijke voorwaarden vervuld zijn.
  • Onder de industriële eigendomsrechten situeert men het octrooirecht, merkenrecht en de bescherming van halfgeleiders. Industrieel eigendom wordt toegemeten op aanvraag en mits een aantal formaliteiten wordt vervuld.

Wat is een octrooi?[bewerken]

Een octrooi (ook wel gekend als patent) is een tijdelijk recht op een uitvinding verleend door de overheid. Indien de uitvinder van iets een octrooi bezit, kan hij iemand anders verbieden zijn werk te gebruiken of het gebruik daarvan toelaten indien er royalities of licentiegelden betaald worden. Het gebruik van een octrooi heeft een maatschappelijk doel. Enerzijds laat het de anderen toe om van de nieuwigheid op de markt gebruik te maken. Anderzijds stimuleert het de uitvinder of de houder van het octrooi om zijn werk te delen met anderen, al dan niet gekoppeld aan het betalen van licentiegelden.

Octrooi-eerbaarheidsvoorwaarden[bewerken]

  • Inhoudelijke voorwaarden

Inhoudelijke voorwaarden zijn de materiële vereisten. Er moet sprake zijn van:

1. een uitvinding, dus iets scheppen wat niet bestond en die uitvinding moet nieuw zijn. Zo is een ontdekking geen uitvinding omdat het al reeds bestond!
2. de uitvinding moet uitvinderswerkzaamheid vertonen.
3. de uitvinding moet industrieel toepasbaar zijn: je moet dus het bewijs kunnen leveren dat een octrooi nodig is en de zaak moet realiseerbaar zijn, dus alleen een gedachte is niet voldoende!
4. de uitvinding mag niet in strijd zijn met de openbare orde en de goede zeden (vb. bigamie, abortus,...).

Kan alles als een uitvinding beschouwd worden indien er aan de voorwaarden voldaan zijn? Het antwoord is: neen! Artikel 3 § 1 van de Belgische Octrooiwet somt immers een aantal zaken op die niet als een uitvinding in aanmerking kunnen komen: de ontdekkingen, theorieën en wiskundige methodes, de computerprogramma's,... De reden hiertoe is dat er meestal afzonderlijke wetgevingen bestaan over bijvoorbeeld de bescherming van computerprogamma's!

  • Formele voorwaarden

Om een octrooirecht te kunnen bezitten moet je naast de inhoudelijke voorwaarden ook voldoen aan een aantal formele voorwaarden:

1. je moet een aanvraag indienen.
2. je moet een volledige en duidelijk technische beschrijving geven.

De nietigheid van een uitvindingsoctrooi[bewerken]

Een octrooi kan enkel door een juridische procedure nietig worden verklaard in vier gevallen:

1. indien de uitvinding niet voldoet aan de materiële vormvoorwaarden.
2. indien er geen voldoende duidelijke en volledige omschrijving is.
3. indien het onderwerp niet gedekt is door de inhoud van de aanvraag.
4. wanneer de octrooihouder niet gerechtigd was om het octrooi te verkrijgen.

Deze wettelijke lijst is echter limitatief, zo zal er een gedeeltelijke beperking zijn van het octrooirecht indien de nietigheidsgrond het octrooi slecht gedeeltelijk aantast.

Referenties[bewerken]

  • Octrooiwet van 28 maart 1984, B.S. 9 maart 1985.
  • Wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten, B.S. 27 juli 1994.
  • Dirix Eric, Montangie Yves, Vanhees Hendrik, Handel- en economisch recht in hoofdlijnen,Intersentia, 2005, 479 p.

Bescherming van databanken[bewerken]

De bescherming aan de databanken wordt geregeld in een richtlijn van 11 maart 1996 betreffende de bescherming van databanken. Deze richtlijn voorziet in een juridische bescherming van databanken. Dit zowel via het auteursrecht als via een specifiek recht. Er is dus sprake van een tweevoudig beschermingssysteem.

Opdat een richtlijn in België toepasbaar zou zijn, moet het eerst omgezet worden in het Belgisch recht. De regels inzake de auteursrechtelijke bescherming werden opgenomen in de auteurswet van 10 juni 1994. De regels inzake de bescherming van het specifiek recht werden opgenomen in een afzonderlijke wet, namelijk de databankenwet van 31 augustus 1998 (geconsolideerde versie).

Wat is een databank?[bewerken]

Een databank is een verzameling van werken, gegevens of andere zelfstandige elementen, systematisch of methodisch geordend, en afzonderlijk met elektronische middelen of anderszins toegankelijk (art.2, 1° van de databankenwet).

Uit deze definitie kunnen volgende 5 essentiële vereisten worden afgeleid voor de bescherming als databank:

1. Het moet gaan om een verzameling van werken, gegevens of andere afzonderlijke elementen. Elke databank, ongeacht of ze bestaat uit auteursrechtelijk materiaal of andere data (cijfers, naakte data,...) kan aanspraak maken op de wettelijke bescherming.

2. De verzameling moet bestaan uit zelfstandige elementen. De elementen moeten van elkaar gescheiden kunnen worden zonder dat daardoor de (muzikale, artistieke, literaire of andere) waarde wordt aangetast. Met andere woorden moeten de afzonderlijke elementen een op zich staande betekenis hebben, los van een geheel.

3. Zowel aan elektronische als aan niet elektronische databanken wordt bescherming verleend. Een voorbeeld van een niet-elektronische databank is een papieren telefoongids. Een voorbeeld van een elektronische databank is een online encyclopedie of een encyclopedie op cd-rom.

4. De werken en de gegevens die de databnk bevat dienen systematisch of methodisch geordend te zijn.

5. Een laatste vereiste is dat de werken, gegevens of elementen afzonderlijk toegankelijk moeten zijn ongeacht of dit met elektronische middelen of op andere wijze gebeurt.

De definitie is zeer veelomvattend en niet altijd even duidelijk. Het is aan de rechtspraak om haar verder uit te werken en om voor een éénvormige interpretatie te zorgen.

Specifiek recht (sui-generis recht) voor databanken[bewerken]

Dit recht wordt als een naburig recht gekwalificeerd (zie supra). Wat is nu het doel van een dergelijk sui-generis recht? Het doel is de investeringen te beschermen die door de producenten van databanken worden gedaan en die noodzakelijk zijn voor de verkrijging, de controle en de voorstelling van de inhoud van de databanken. Hieruit blijk dat enkel de INHOUD van de databanken beschermd wordt en niet de vorm! (zie auteurswet).

De investering wordt slechts beschermd indien het gaat om een substantiële investering (art.3 van de databankenwet). Alle mogelijke vormen van investering komen in aanmerking. De investering kan dus onder meer gebeuren in geld, tijd, moeite, energie of in een combinatie.

Tevens dient de investering betrekking te hebben op ofwel de verkrijging (= de opslag en verwerking van de gegevens), de controle of de presentatie van de inhoud van de databank. Indien de investering enkel betrekking zou hebben op de creatie van de gegevens, hoe duur en/of arbeidsintensief deze ook moge zijn, mag deze niet in aanmerking worden genomen en kan het sui-generis recht niet worden toegepast.

Het is aan de fabrikant om het bestaan van een substantiële investering te bewijzen.

Wie kan een producent van een databank zijn?[bewerken]

Natuurlijk personen evenals rechtspersonen kunnen het initiatief nemen tot en het risico dragen van de investeringen waardoor de databanken ontstaan zijn.

Welke rechten bezit de producent van een databank?[bewerken]

Artikel 4 van de wet op databanken geeft ons een antwoord: de producenten van databanken bezitten exclusieve vermogensrechten, namelijk het recht de opvraging en/of het hergebruik te verbieden van het geheel of van een in kwalitatief of kwantitatief opzicht substantieel deel van de inhoud van hun databanken. De opvraging is de permanente of tijdelijke overbrenging van de inhoud van een databank op een andere drager. Het hergebruik is elke vorm van het aan het publiek ter beschikking stellen van de inhoud van een databank, door verspreiding, verhuur,....Geheel of van een in kwalitatief of kwantitatief opzicht substantieel element betekent dat er geen bescherming is voor het opvragen/hergebruiken van individuele elementen die in een databank zijn opgenomen.

Wie is de rechtmatige gebruiker van een databank?[bewerken]

Dit is de persoon die opvragingen verricht en/of de databank hergebruikt op een wijze die door de producent van de databank of bij wet is toegestaan. Ook kan deze rechtmatige gebruiker een aantal handelingen stellen waarvoor de toestemming van de producent niet vereist is; bijvoorbeeld uitsluitend voor privé-gebruik een substantieel deel van de inhoud van een niet elektronische databank opvragen. Dit zijn uitzonderingen van dwingend recht.

Hoelang duurt een sui-generis recht?[bewerken]

Het begint vanaf het tijdstip waarop de fabricage van de databank voltooid is en verstrijkt 15 jaar na de datum van de voltooiing of na de datum waarop de databank voor het eerst ter beschikking van het publiek werd gesteld (art.6 databankenwet).

Telkens de producent kan aantonen dat hij substantiële wijzigingen aan de inhoud van de databank heeft aangebracht die getuigen van een nieuwe substantiële investering, gaat er een nieuwe beschermingstermijn in van 15 jaar voor de databnk in haar nieuwe vorm. Een voorbeeld van een nieuwe investering kan bijvoorbeeld bestaan in het doen van een belangrijke toevoeging.

Indien de producent dus blijft investeren in de verkrijging, controle of presentatie ervan, kan een databank genieten van een beschermingsduur die deze van het gewone auteursrecht overschrijdt.

Het sui-generis recht is een roerend recht, wat betekent dat het overgaat bij erfopvolging en vatbaar is voor een gehele of gedeeltelijke overdracht.

Referenties[bewerken]

  • Wet van 31 augustus 1998 houdende de omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken (Belgisch Staatsblad 14.11.1998)
  • Richtlijn van 11 maart 1996 betreffende de bescherming van databanken.
  • F. Gotzen & M-C Janssens, Wegwijs in het Intellectueel Eigendomsrecht, Vanden Broele, Brugge, 2009, p 79-87

 

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.