Onderwijstechnologie/Ergonomie

Uit Wikibooks
Ga naar: navigatie, zoek
Inhoudsopgave onderwijstechnologie
Hoofdstukken
  1. ICT in het verleden
  2. Waarom onderwijstechnologie gebruiken?
  3. Doelgroepen in het gebruik van ICT
    1. ICT en jongeren
      1. ICT en sekse
    2. ICT en kansengroepen
    3. ICT in ontwikkelingslanden
    4. ICT en ouderen
      1. ICT en ouderen| De Verhalentafel
    5. ICT en kleuters
  4. Juridische basis en kwesties
  5. Inbedding van ICT in het onderwijs
    1. ICT-eindtermen
    2. Vakgerichte ICT
    3. Digitale leermaterialen
    4. Educatieve software, games, hardware en websites
    5. Elektronische leeromgevingen
    6. Actieve games
    7. Second Life
  6. Klastechnologie
    1. Presentatietips
    2. Videoprojectoren
    3. Digitale schoolborden
    4. Digitale schooltafels
    5. Digitaal toetsen
  7. ICT en afstandsonderwijs in het Vlaamse onderwijs
  8. ICT en beperkingen
    1. ICT en leerstoornissen
    2. ICT en 'doven en slechthorenden'
    3. ICT en mindervalide leerlingen
    4. ICT en laaggeletterden
  9. ICT aspecten
    1. Veiligheid online
    2. Computer onderhouden
    3. Ergonomie
  10. Voorbeelden onderwijstechnologische realisaties
  1. Bewegings-, energie- en lifestyle monitoring systeem
  2. Webhosting
  3. Computer anxiety
  4. Lexicon


wat is ergonomie[bewerken]

Ergos = werk

Nomos = de rede, de wet

→ arbeidsregelgeving 

→ optimaliseren van mens en werkomgeving

Ergonomie (ergos & nomos: mens & wet)[bewerken]

Ergonomie is de wetenschap die de interactie tussen de mens en de andere elementen van het systeem wil optimaliseren. Door bij te dragen aan het ontwerp en de analyse van werkplekken kan het welzijn van mens én van het totale systeem verbeteren.

Streefdoel:

 • Kwaliteiten en bekwaamheden optimaal benutten
 • Gebreken en beperkingen compenseren

loopt het soms mis?[bewerken]

• 30% van alle werknemers hebben overbelastingsproblemen (lage rug - nek - schouders - armen)

• 25% van alle medische kosten worden hieraan besteed + heel wat indirecte kosten (productieverlies, extra opleiding voor anderen, etc.)

• 30% van alle werknemers hebben stress

→ JA!

welke jobs[bewerken]

• Bouw, landbouw

• verzorgingssector: → alle sectoren waarin jobs zitten met overmatig manueel hanteren van lasten: heffen, tillen, duwen, trekken, dragen van lasten/patiënten


MAAR ook beeldschermwerk:

< 50% van de beroepsbevolking 

kenmerken[bewerken]

• zittend, weinig variatie

• statische houding nek/schouders

• dynamische houding pols/vingers

• weinig kracht

persoonlijke risicofactoren[bewerken]

• leeftijd/ervaring

• geslacht

• medische achtergrond

• fysieke fitheid

• psychologische kenmerken

• vrijetijdsactiviteiten

Ergonomie voor de computer[bewerken]

Inleiding[bewerken]

De computer ergonomie waakt erover dat we op een goede manier kunnen werken met een computer. Het gaat vooral over het ontwerpen en opstellen van:

• de stoel

• tafel

• monitor

• toetsenbord

• muis

• omgevingsfactoren.

Daarnaast zijn er ook speciale richtlijnen voor laptops.

Het is belangrijk leerlingen bewust te maken van een gezonde lichaamshouding tijdens het werken aan de computer. Dit in voorbereiding op een zittend beroep, dat duidelijk in de lift zit. In diezelfde lijn worden ook meer rugklachten ervaren. Zitten is namelijk meer belastend voor de rug dan staan. Het is dus interessant hierbij preventief te werken en de jongeren zo snel mogelijk de juiste houding en opstelling te onderwijzen.

Ergonomische richtlijnen[bewerken]

De stoel[bewerken]

De voornaamste functie van een stoel is het ondersteunen van de rug tijdens het zitten. De verschillende onderdelen van de stoel zijn hierbij essentieel.

Zithoogte[bewerken]

De wetgeving (K.B., 1993) verplicht voor beeldschermwerk een verstelbare bureaustoel. Het is de bedoeling dat de personen met de voeten plat op de grond kunnen rusten. Toch is het belangrijk de zithoogte af te stellen op de monitor, waardoor de hoogte van de tafel eveneens een rol speelt. Wanneer de tafel niet kan worden afgesteld, is hiervoor een voetensteun nodig. De klassieke bureaustoel heeft een vaste horizontale zitting. Vermits de stoel niet meebeweegt, zal de werknemer steeds vanuit de rug bewegen. Men wisselt namelijk verschillende taken en zitposities af. Dynamische bureaustoelen spelen hierop in.

Actieve taken zoals schrijven, typen en lezen op het scherm gebeuren vaak zonder rugsteun en in een voorwaartse zithouding.

Om dan een goede rugpositie te behouden, moeten de bovenbenen licht kunnen afhellen zodat de hoek tussen rug en bovenbenen voldoende groot blijft. Hiervoor moet de zithoogte wel hoger dan de knieholte worden ingesteld. Meer passieve taken zoals telefoneren, denken en communiceren, gebeuren meer achterwaarts. Een stoel die dan naar achteren kan kantelen zorgt voor ontspanning van de rug. Opdat de voeten hierbij steeds op de grond moeten blijven, zou de zithoogte bij deze taken niet hoger dan de knieholte mogen zijn. In een normaal patroon wisselen actieve en passieve taken elkaar af, wat een tussenoplossing nodig maakt. Wanneer echter een persoon eerder actief is, moet de zithoogte hoger zijn dan de knieholte. Als de persoon in kwestie eerder passieve taken uitvoert, is de optimale zithoogte op de hoogte van de knieholte.

De zitdiepte[bewerken]

Volgens het Koninklijk Besluit van 1993 is een bureaustoel met een niet verstelbare zitdiepte toegelaten. Wanneer een stoel wordt gebruikt door meerdere personen is deze zitdiepte het best gebaseerd op de kleinste gebruiker, zodat iedereen voldoende ruimte heeft in de kniekuil en onaangename druk wordt vermeden. Daar er in de knieholte bloedvaten en zenuwen gelegen zijn, kan langdurige druk aanleiding geven tot tintelingen. Echter, hoe meer de benen ondersteund worden, hoe lager de zitdruk. Om een optimale zitdiepte te bepalen, kan men een vuistruimte houden tussen de rand van de zitting en de benen.

De rugleuning[bewerken]

De hoogte van de rugleuning dient zo te worden ingesteld, dat de steun in de lage rug optimaal is. Een goede richtlijn is dat het meest uitstekende of bolle deel van de rugleuning vlak boven de broeksriem ondersteunt. Hier bevindt zich de holle kromming van de lage rug, die tijdens het zitten zo veel mogelijk bewaard dient te blijven. Bij de dynamische bureaustoelen kan de rugleuning naar achter inclineren, wat de belasting op de rug verlaagt. Wanneer het bewegingsmechanisme van de rugleuning los blijft staan, wordt de houdingsafwisseling gestimuleerd.

De armsteunen[bewerken]

Het is niet vereist om armsteunen te hebben. Vaak worden ze als hinderlijk beschouwd in plaats van nuttig. Indien men geen armsteunen heeft, is het belangrijk dat de armen kunnen rusten op de tafel.

Zitballen[bewerken]

Op sommige scholen worden kinderen reeds gewend gemaakt met zitballen. De zitbal wordt daar gezien als alternatief voor een schoolstoel. De voordelen/nadelen van een zitbal zijn devolgende:

Open heuphoek

In zitballen zijn er verschillende maten. De grootte van een zitbal moet afgestemd zijn op je lichaamslengte. Wanneer het bekken hoger komt dan de knieën heb je juist gekozen. Op deze manier kunnen je bovenbenen afhangen en blijft de hoek tussen je rug en benen groter dan 90°. Wanneer dit het geval is spreekt men van een open heuphoek. Als je ideale grootte er net niet is dan neem je best een iets grotere maat die minder hard opgeblazen wordt.


Dynamisch zitten

Wanneer je op een zitbal zit ben je steeds in beweging. Dit zorgt ervoor dat het voedingsmechanisme in gang wordt gehouden, dit omdat er steeds kleine drukverschillen in de tussenwervels ontstaan. Er bestaan wieltjes om de bal gefixeerd te houden. Hiermee is het moeilijk om van houding te veranderen en gaat de voornaamste functie van de zitbal verloren.


Rugondersteuning

Normaal heeft een zitbal geen rugondersteuning maar er bestaan wel constructies die een rugleuning aanbieden. Het positieve hieraan is dat men kan uitrusten tegen de rugleuning maar het heeft wel als nadeel dat het dynamisch zitten verloren gaat.


Omgeving

Een zitbal kan je slechts gebruiken voor beperkte duur (ongeveer 2 uur per dag). Het is een goede afwisseling van een gewone stoel. Wat men niet mag vergeten is dat men op deze zitbal hoger zit en dat de computertafel ook hoger moet. Anders zal men vooroverbuigen en is het voordeel van de zitbal verdwenen.


Zitdrukverdeling

De zitbal levert een goede zitdrukverdeling dit omdat de bal gevuld is met lucht en dit zorgt ervoor dat het achterwerk goed gevolgd wordt.

De werktafel[bewerken]

De belangrijkste eigenschappen van een goede werktafel zijn:

• voldoende ruimte om te werken en te bewegen.

• een goede werkhoogte.

• een gelijkmatig werkblad dat lichtgekleurd is en mat.

Werkruimte[bewerken]

De hoeveelheid werkruimte wordt bepaald door de benodigde apparatuur, de ruimte om je armen te ondersteunen, de werkwijze, de afstand tot de monitor maar ook het extra materiaal (bv. handboeken, schriften, enz.) om te kunnen werken. Normaal gezien wordt een bladdiepte van 80 cm als optimaal beschouwd.

Werkhoogte[bewerken]

De juiste werkhoogte van de tafel is afhankelijk van de taken die moeten worden uitgevoerd. Wanneer er vooral administratief werk wordt uitgevoerd, komt de tafel best 3 tot 5 cm boven de ellebogen zodat de armen goed ondersteund zijn. Bij het typen is een opstelling die 2 cm lager is dan de ellebooghoogte, aanbevolen. Meestal worden beide gecombineerd zodat een compromishoogte aangewezen is.

Vermijd te moeten werken in een gedraaide positie van romp of nek. Zorg ervoor dat het beeldscherm en toetsenbord evenwijdig staan met je bekken.

Werkblad[bewerken]

Het is van groot belang dat je op een mat tafelblad kan werken zodat je geen last hebt van spiegelingen. Als je kiest voor een lichtgekleurd werkblad zorg je ervoor dat het contrast met je beeldscherm en andere materialen niet te groot is waardoor je je ogen minder belast.


De monitor[bewerken]

Een goede monitor is:

• instelbaar voor zowel kleur, contrast als helderheid.

• in hoogte aanpasbaar met de mogelijkheid om te kantelen.

• zonder vervelende trilling van het beeld

De bovenrand van de monitor van de computer bevindt zich, voor een goede positie van de nek, best op ooghoogte of tot 10cm eronder. Hierbij valt de bliklijn midden op het scherm.

Een andere opvatting baseert zich op de vermoeidheid van de ogen. Wanneer men recht voor zich uitkijkt, zullen de ogen reflexmatig focussen in de verte. Vermits de monitor hier nu tussen staat, zullen de ogen steeds moeten scherpstellen. Door het toetenbord lager te plaatsen en 60° achterwaarts te kantelen, zullen de ogen steeds neerwaarts kijken. Hierdoor zal het blootgestelde oogoppervlak afnemen en wordt er een groter oogbeschermend traanvolume afgescheiden. Deze positie is echter meer belastend voor de nekspieren en verhoogt de kans op een hinderlijke reflectie.

Bij plaatsing van een bureau is het belangrijk dat de schermen loodrecht op het venster worden geplaatst zodat het licht zijwaarts invalt en reflecties worden vermeden. Een dergelijke hinderlijke reflectie zorgt voor een aanpassing in houding met alle gevolgen van dien.

Om een goede kijkafstand te bekomen, kan men het scherm op een armlengte van de persoon plaatsen. Die afstand is eveneens afhankelijk van de grootte van het scherm en de lettergrootte. Om ervoor te zorgen dat er bij een te klein lettertype niet voorover wordt gebogen, is het aangeraden het document te vergoten tot 120%. Op die manier wordt een goede leesbaarheid verzekerd. Indien men slecht kan lezen zullen de spieren van nek, schouder en ogen gespannen staan en zal men dit als hinderlijk ervaren.


Het klavier[bewerken]

Het toetsenbord wordt best op 15 cm van de rand van de tafel geplaatst. Met het vroegere computerscherm was de tafel niet altijd diep genoeg. Hierdoor was meer spierwerk nodig en werden schouders en nek extra belast. Het gewicht van de armen, één tiende van het lichaamsgewicht, werkte dan in op de wervelkolom. Bij het werken op een klassiek toetsenbord zullen de polsen zich in een onnatuurlijke positie bevinden (Serina et al, 1999). De handpalmen zijn volledig naar beneden gedraaid (pronatie) en de polsen staan in extensie. Deze houdingsafwijking zorgt er voor dat de carpale tunnel kleiner wordt en de spieren op een minder gunstige lengte werken. Bij dagdagelijks intensief typen kan dit op lange termijn overbelasting van de pols veroorzaken. Er zijn reeds toetsenborden op de markt waarbij een meer ergonomische houding wordt aangenomen (bv. ErgoLogic®). Wanneer je met een klassiek klavier werkt, hou je het best het toetsenbord zo plat mogelijk (klap de pootjes neer). Zo vermijd je eveneens een ongunstige werkhouding voor de pols.


De muis[bewerken]

Bij het gebruik van de muis wordt momenteel duchtig onderzoek gevoerd om het polsgewricht te kunnen ontlasten. Net als bij het toetsenbord, staat bij de klassieke muis de hand met de handpalm naar beneden (pronatie) en met de pols gestrekt (extensie). Hierdoor werken voornamelijk de kleine spiertjes in de pols. Langdurig spierwerk van de voorarm en extreme polsposities zijn de oorzaak van overbelasting (Keir et al., 1999). Er werd reeds een verticale muis in het leven geroepen. De hand rust hierbij in een meer natuurlijke houding en de bediening gebeurt door bewegingen van de hele arm. Deze positieve gevolgen werden bevestigd door onderzoek van Gustafsson & Hagberg (2003). Een andere tip is om met je pc-muis zo dicht mogelijk bij de schouder te werken, waardoor de inspanning voor de schouderspieren het laagst blijft. Tracht een ontspannen werkhouding te vinden om met je muis te werken. Eveneens is het aan te raden om vaker gebruik te maken van sneltoetsen omdat het gebruik van een toetsenbord minder belastend is.


Omgevingsfactoren[bewerken]

Naast de inrichting van de werkplek zijn factoren als verlichting, klimaat en geluid belangrijk om goed te kunnen werken met computers.

Verlichting[bewerken]

Door slechte verlichting krijgt men last van hinderlijke spiegelingen, slechte leesbaarheid van de monitor en vermoeidheid. Bij plaatsing van een bureau is het belangrijk dat de schermen loodrecht op het venster worden geplaatst zodat het licht zijwaarts invalt en reflecties worden vermeden. Een dergelijke hinderlijke reflectie zorgt voor een aanpassing in houding met alle gevolgen van dien. Ook moet je ervoor zorgen dat je monitor niet gehinderd word door kunstmatig licht. Met deze richtlijnen kan je de meeste klachten voorkomen.

Klimaat[bewerken]

Door kou en tocht vergroten de risico’s voor RSI-klachten ("Repetitive Strain Injury"). Deze zorgen ervoor dat men werkt in een verkrampte houding. Het is dus belangrijk dat men werkplekken niet onder of nabij ventilatieroosters, airco’s of ramen zet.

Geluidshinder[bewerken]

Het grootste probleem met geluidshinder is dat de concentratie gestoord wordt. Dit zorgt niet enkel voor vergissingen maar ook voor spierspanning. Een oplossing voor dit probleem is duidelijk afspraken maken, hoofdtelefonen gebruiken of rustige hoekjes creëren.

Laptops[bewerken]

Een recent aandachtspunt zijn laptops. Omdat het scherm vast hangt aan het klavier, staat dit bijna altijd te laag. Hierdoor moeten we onze nek buigen en dit kan leiden tot klachten in de nek en rug tot zelfs hoofdpijn. Er bestaan hiervoor laptopsteunen die in hoogte regelbaar zijn en een goede hoogte verzekeren. Hiervoor is dan wel een apart toetsenbord en muis nodig. In Nederland is dit zelfs verplicht als men langer als twee uur per dag werkt op een laptop. Het is duidelijk dat laptops niet ergonomisch zijn behalve dan in hun draagbaarheid door het lage gewicht.

RSI-klachten[bewerken]

Als men toch deze aanbevelingen in de wind slaagt is de kans groot dat men met lichamelijke klachten te kampen krijgt. Repetitive Strain Injury (RSI) zijn aandoeningen van pezen en zenuwen vooral in de arm, hand, polsen en schouder. Ze worden veroorzaakt door langdurige eenzijdige of herhaaldelijke belasting. De term RSI wordt enkel gebruikt bij chronische pijn, hierbij is het niet nodig dat de pijn continu is. Een diagnose is bij ongeveer 10% van de gevallen mogelijk. Maar meestal kan er geen expliciete blessure geconstateerd worden. Vaak denkt men dat RSI veroorzaakt wordt door langdurig computerwerk. Maar een tweejarige onderzoek aan het VU Medisch Centrum in Amsterdam heeft aangetoond dat er geen relatie is tussen duur en de opgelopen letsels.

Fases[bewerken]

Er zijn drie fasen te onderscheiden:

Fase 1: Bij deze fase zijn de klachten plaatselijk en het gevolg van een lange periode van werken. Indien men stopt met werken zal de pijn dan ook snel verdwijnen.

Fase 2: Tijdens deze fase zijn de klachten er ook als men gestopt is met werken. Er is dus geen relatie tot de pijn en de werkzaamheden. De pijn straalt zich ook uit naar andere lichaamsdelen.

Fase 3: Nu zijn de klachten altijd aanwezig. Het verhindert dat men licht werk kan uitvoeren en/of zelfs gewone huishoudtaken worden problematisch.

Risicofactoren[bewerken]

Naast de werkplek en zithouding is de werkorganisatie een bekende risicofactor. Onder werkorganisatie verstaan we werktaken, werktijden en werkdruk.

Je moet dus opletten dat je:

• stress en een te hoge werkdruk vermijdt

• regelmatig pauzes inlast

• een goede houding hebt

• genoeg varieert in werktaken

Besluit[bewerken]

We kunnen dus stellen dat het langdurig werken aan de computer complicaties met zich kan meebrengen. Echter, door het invoeren van enkele kleine aanpassingen kunnen deze complicaties worden vermeden. Het is van groot belang kinderen en jongeren hierin te begeleiden om op die manier lichaamsproblemen te voorkomen. Wanneer er op school wordt gelet op voorgaande aspecten, zullen leerlingen dit automatisch meenemen naar het verdere leven. Uit een grootschalig onderzoek bleek dat wanneer mensen hierop worden bewust gemaakt, dit een vermindering in symptomen en een grotere werkefficiëntie met zich meebrengt.

Bronnen[bewerken]

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.