OpenOffice.org/Impress

Uit Wikibooks
Ga naar: navigatie, zoek

OpenOffice.org | Writer | Calc | Impress

Inleiding[bewerken]

OpenOffice.org Impress is het presentatieprogramma van OpenOffice.org. Met Impress kan je slides maken die je ondersteunen bij het geven van een toespraak. Met een beamer kan je de slides rechtstreeks weergeven. Je kan de slides ook afdrukken op transparant en weergeven met een overheadprojector.

Impress starten[bewerken]

Als je Impress start krijg je een wizard te zien. De autopiloot. De autopiloot helpt je bij het opzetten van je presentatie. Je kan de autopiloot op elk moment voltooien door te kiezen voor uitvoeren.

De werkruimte[bewerken]

De verschillende balken[bewerken]

  • De titelbalk: Helemaal bovenaan in de werkruimte bevindt zich de titelbalk. De titelbalk bevat de naam van het bestand, en knoppen om het het programma te minimaliseren, maximaliseren of te sluiten.
  • De menubalk: Hier vindt u in verschillende menu's alle opdrachten die u met Impress kan uitvoeren terug.
  • De werkbalk: Op de werkbalk vindt u knoppen met veel gebruikte functies. Als je de muis traag over de knoppen beweegt krijgt u een korte beschrijving te zien van de functies van de knoppen.
  • De objectbalk: Onder de werkbalk bevindt zich de objectenbalk. De knoppen op de objectenbalk zijn afhankelijk van waarmee u bezig bent. Als u met tekst bezig bent, dan vindt u in de objectenbalk knoppen om de tekst op te maken. Als u met figuren bezig bent, dan vindt u in de objectenbalk knoppen om figuren op te maken.
  • De werktuigbalk: De werktuigbalk bevindt zich links. Hij maakt een aantal werktuigen vlot toegankelijk d.m.v. knoppen.
  • De taakbalk: Helemaal onderaan de werkruimte bevindt zich de taakbalk. In de taakbalk vindt u extra informatie over het document.

Het werkvenster[bewerken]

Het grootste gedeelte van de werkruimte wordt ingenomen door het werkvenster. Het werkvenster heeft vijf weergaven. Je kan op twee manieren van weergave veranderen: 1. Door in het menu beeld bij werkvenster een nieuwe weergave te kiezen. 2. Door gebruik te maken van de weergaveknoppen. Deze zijn terug te vinden in de rechterbovenhoek van het werkvenster.

Dit zijn de vijf verschillende weergaven:

  • De tekeningmodus: Standaard wordt Impress geopend in de tekeningmodus. In de tekeningmodus werk je rechtstreeks op de dia.
  • De overzichtmodus: In de overzichtmodus krijg je een overzicht van de tekst die zich op de dia's bevinden.
  • De diamodus: De diamodus geeft een verkleinde weergave weer van de verschillende dia's.
  • De aantekeningmodus: De aantekeningmodus stelt je in staat om aantekeningen bij je presentatie op te slagen. Je kan deze aantekeningen dan afdrukken.
  • De modus folder: De modus folder stelt je in staat om verschillende dia's te schikken op een pagina die je dan kan afdrukken.

Snel op weg met Impress[bewerken]

Een presentatie bestaat uit een structuur. Deze structuur kan je best eerst ingeven. Dit doe je het snelst in de overzichtsmodus. Een nieuwe dia maak je door op enter te drukken. Inspringen doe je met de tab-toets. Zo kan je ondertitels op een dia maken. Als je klaar bent kan je terug een niveau hoger gaan met sbift-tab.

Als je de structuur van een presentatie hebt ingegeven, kan je de presentatie gaan opmaken. Dit doe je in de tekeningmodus. Je kan nu afbeeldingen toevoegen aan de dia's.

Je kan de presentatie weergeven door voor schermpresentatie te kiezen in het menu schermpresentatie.

De autopiloot[bewerken]

Dia's aanmaken[bewerken]

Dia's opmaken[bewerken]

Tekst invoeren[bewerken]

Tekst opmaken[bewerken]

De inhoud en de opmaak van een presentatie aanpassen[bewerken]

Een dia kan tekst en afbeeldingen bevatten.

Je kan tekst toevoegen in de overzichtsmodus. Je kan ook tekst rechtstreeks op een dia toevoegen. Dit doe je best met de tekst-knop in de werktuigbalk. Nadat je op de tekst-knop klikt verander de muis in een kruisje. Met dit kruisje kan je een tekstvak tekenen op een dia.

Nadat je tekst hebt toegevoegd, kan je deze gaan opmaken. Als je op de rand van een tekstvak klikt, kan je alle tekst in het tekstvak in één keer opmaken. Je kan ook een stuk tekst in een tekstvak selecteren en dan enkel dit stuk tekst opmaken.

De werkbalk bevat verschillende knoppen om tekst op te maken.

In het menu opmaak vind je nog meer mogelijkheden om tekst op te maken:

  • Standaard: Verwijderd alle opmaak van de geselecteerd tekst.
  • Tekst: Met tekst kan je kiezen hoe de tekst in een tekstvak wordt geplaatst (links, rechts, boven of onder). Met tekstanimatie kan je de tekst binnen een tekstvak laten bewegen.
  • Teken: Hier vind je ongeveer dezelfde mogelijkheden als op de werkbalk. Met schrifteffecten kan je tekst een kleur geven, onderlijnen of doorstrepen. Met positie kan je tekst verbreden, versmallen, verhogen (supscript) of verlagen (subscript).

Genummerde lijsten maken[bewerken]

Dia's verplaatsen, verwijderen of kopiëren[bewerken]

Als je dia's wilt verplaatsen verwijderen of kopiëren, ga je best naar de diamodus. Je kan van modus veranderen via beeld/werkvenster.

In diamodus krijg je een overzicht van alle dia's in je presentatie. Je kan de inhoud van de dia's niet veranderen in de diamodus .Je kan de dia's wel schikken.

In de diamodus kan je een dia makkelijk verplaatsen door deze te verslepen met de muis. Bij het slepen krijg je een zwarte lijn te zien tussen twee dia's. De lijn geeft aan waar de dia wordt tussengevoegd.

Met de delete toets op het toetsenbord kan je een dia verwijderen. Je kan ook meerdere dia's tegelijkertijd verwijderen door deze eerst te selecteren en dan op delete te drukken.

Als je de SHIFT-toets ingedrukt houdt, kan je meerdere dia's verwijderen door deze één voor één aan te klikken.

Als je in de diamodus met de rechtermuisknop op een dia klikt, kan je kiezen om deze te knippen of te kopiëren. Met de muis kan je ook verschillende dia's in één keer selecteren door een kader rond deze dia's te trekken.

Met de rechtermuisknop kan je één of meerdere dia's knippen of kopiëren. Je kan deze dia's achter een andere dia plakken door deze aan te klikken en met de rechtermuisknop te kiezen voor plakken.

Er is nog een manier om snel dia's te kopiëren. Als je bij het verslepen van een dia de CTRL-toets ingedrukt houdt, zullen de oorspronkelijke dia's niet verplaatst, maar gekopiëerd worden.

Ontwerpsjablonen gebruiken en toepassen[bewerken]

Beweging brengen in de presentatie[bewerken]

Diaovergangen[bewerken]

In het menu schermpresentatie kan je met het menu diawissel bepalen hoe een diaovergang moet plaatsvinden.

Je kan in het witte vak een effect kiezen. Als je dit effect wilt toepassen, mag je niet vergeten op toewijzen te klikken (het groene v-tje). Als je een effect hebt toegewezen, kan je een voorbeeld van de diawissel bekijken in het voorbeeldvenster. Klik in het voorbeeldvenster om het voorbeeld af te spelen.

Een diawissel kan gepaard gaan met een geluidje. Het geluidje kan je instellen op de extra-tab.

Effecten[bewerken]

Werken met grafieken[bewerken]

Een presentatie weergeven[bewerken]

Een presentatie exporteren[bewerken]

HTML[bewerken]

Je kan een presentatie opslaan onder de vorm van een website. Op die manier kan de presentatie op het internet bekeken worden.

Opgelet: Als je een presentatie opslaat als HTML-bestand gaan alle animaties en diawissels verloren.

Om een presentatie om te zetten naar HTML ga je als volgt te werk:

  • Kies in het bestandsmenu voor exporteren...
  • Kies waar je het HTML-bestand wilt opslaan, en kies een bestandsnaam.
  • Kies als bestandsformaat voor Web Page
  • Klik op opslaan.
  • Het HTML-export wizard verschijnt. Volg de wizard. Indien je niet weet goed weet welke optie je moet kiezen kan je altijd op voltooien klikken. Dan wordt een website met standaard instellingen aangemaakt.
  • Klik op voltooien aan het einde van de wizard.

Let op: Als je deze regels niet opvolgt zal het bestand verloren gaan!

Flash[bewerken]

Een Flash bestand (.swf) kan uitgevoerd worden met het programma Flash. Flash bestanden kunnen bijna op elke computer bekeken worden. De meeste webbrowsers kunnen dankzij een plugin Flash bestanden afspelen. Dankzij Flash kan een presentatie makkelijk op bijna elke computer bekeken worden.

Opgelet: Als je een presentatie opslaat als Flash-bestand gaan alle animaties en diawissels verloren.

Om een presentatie om te zetten naar Flash ga je als volgt te werk:

  • Kies in het bestandsmenu voor exporteren...
  • Kies waar je het Flash-bestand wilt opslaan, en kies een bestandsnaam.
  • Kies als bestandsformaat voor Macromedia Flash (SWF)
  • Klik op opslaan.

PDF[bewerken]

Het PDF formaat is een standaardformaat dat op de meeste computers bekeken kan worden. Met Impress kan je een presentatie opslaan als PDF-bestand, zodat ze door eender wie bekeken kan worden die beschikt over Acrobat Reader. Acrobat Reader is een gratis programma dat op de meeste computers standaard aanwezig is.

Opgelet: Als je een presentatie opslaat als PDF-bestand gaan alle animaties en diawissels verloren.

Om een presentatie om te zetten naar PDF ga je als volgt te werk:

  • Kies in het bestandsmenu voor als PDF exporteren...
  • Kies waar je het PDF-bestand wilt opslaan, en kies een bestandsnaam.
  • Klik op opslaan.
  • Nu verschijnt er een dialoogvenster waarin je kan kiezen hoe je PDF moet worden opgeslagen.
  • Kies bij compressie voor het juiste formaat.
  • Klik op exporteren.

Een presentatie op verschillende wijzen afdrukken[bewerken]

Animated GIFs maken met Impress[bewerken]

Werken met layers[bewerken]

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.