Onderwijstechnologie/Veiligheid online

Uit Wikibooks
Ga naar: navigatie, zoek
Inhoudsopgave onderwijstechnologie
Hoofdstukken
  1. ICT in het verleden
  2. Waarom onderwijstechnologie gebruiken?
  3. Doelgroepen in het gebruik van ICT
    1. ICT en jongeren
      1. ICT en sekse
    2. ICT en kansengroepen
    3. ICT in ontwikkelingslanden
    4. ICT en ouderen
      1. ICT en ouderen| De Verhalentafel
    5. ICT en kleuters
  4. Juridische basis en kwesties
  5. Inbedding van ICT in het onderwijs
    1. ICT-eindtermen
    2. Vakgerichte ICT
    3. Digitale leermaterialen
    4. Educatieve software, games, hardware en websites
    5. Elektronische leeromgevingen
    6. Actieve games
    7. Second Life
  6. Klastechnologie
    1. Presentatietips
    2. Videoprojectoren
    3. Digitale schoolborden
    4. Digitale schooltafels
    5. Digitaal toetsen
  7. ICT en afstandsonderwijs in het Vlaamse onderwijs
  8. ICT en beperkingen
    1. ICT en leerstoornissen
    2. ICT en 'doven en slechthorenden'
    3. ICT en mindervalide leerlingen
    4. ICT en laaggeletterden
  9. ICT aspecten
    1. Veiligheid online
    2. Computer onderhouden
    3. Ergonomie
  10. Voorbeelden onderwijstechnologische realisaties
  1. Bewegings-, energie- en lifestyle monitoring systeem
  2. Webhosting
  3. Computer anxiety
  4. Lexicon


Virussen[bewerken]

Wat is een virus?[bewerken]

Virussen zijn kleine softwareprogramma's die van de ene op de andere computer kunnen overspringen om de werking daarvan te verstoren. Het woord virus wordt ontleend aan de natuur van dergelijke programma's. Net als een 'levend' organisme dat ziekten (de computer doet raar) of zelfs dood (de computergegevens worden zwaar beschadigd) verspreidt, zal het zich op kosten van de gastheer (dat wil zeggen, de computer) vermenigvuldigen en opnieuw verspreiden. Afhankelijk van de aard zal het virus de software, hardware of bestanden van de computer beschadigen of niet.

De computer raakt meestal besmet door uitwisseling van bestanden via elektronische post, via bestanden die men van vrienden krijgt, via cd's, zip disks, diskettes, tapes, etc. Virussen worden het gemakkelijkst verspreid door bijlagen in e-mailberichten of expresberichten. Virussen kunnen vermomd zijn als bijlagen of grappige afbeeldingen, wenskaarten of geluids- en videobestanden. Daarom is het belangrijk dat er nooit een e-mailbijlage van een onbekende wordt geopend. Een e-mailbijlage van een bekende afzender moet enkel geopend worden indien men een bijlage verwacht en weet waarover het gaat. Een niet te onderschatten bron van besmetting is ook het gebruik van illegale kopieën van commerciële software. Virussen verspreiden zich ook via downloads op internet.

Als er zich eenmaal een virus op uw computer bevindt, is het voor alles zaak om dit te verwijderen teneinde verdere besmetting te voorkomen.

Types virussen[bewerken]

Men onderscheidt 3 hoofdtypen virussen:

  • Worm


Dit is een soort virus dat zelfstandig (ze hoeven niet mee te liften met een e-mail of een programma) op zoek gaat naar computers op het netwerk (internet of een ander netwerk) die het kan besmetten. Eerst neemt een worm bezit van de functies op de computer waarmee informatie of bestanden worden verzonden. Zit een worm eenmaal in uw systeem, dan kan hij zich van daaruit zelfstandig verspreiden. Wormen zijn virussen die uitdrukkelijk gebruik maken van 'voortplanting' om zo snel mogelijk zo veel mogelijk gastheren (computers) te besmetten. Een worm kan, bijvoorbeeld, kopieën van zichzelf sturen naar iedereen in uw e-mailadresboek, en als hun computers vervolgens hetzelfde doen, veroorzaakt dat een domino-effect van druk netwerkverkeer dat een bedrijfsnetwerk en zelfs heel het internet kan vertragen. Ze kunnen ook de geïnfecteerde computer schaden door bestanden te vernielen. Door de computer altijd up-to-date te houden, kan men zich wapenen tegen wormvirussen. Als er een nieuwe update is, moet die zo snel mogelijk geïnstalleerd worden.

  • Trojan


Trojans (Trojaanse Paarden) maken geen gebruik van een zwakke plek op een computer, maar van een zwakke plek in de computergebruiker. Trojans doen zich voor als een leuk programmaatje, een screensaver, een leuk filmpje, etc. Computergebruikers trappen erin en downloaden het bestand en besmetten zo hun eigen computer. Een programma besmet met een Trojan laat een programma in het werkgeheugen (RAM) achter dat zodra u verbinding maakt met het internet contact zoekt met een of meerdere centrale machines. Als dat is gebeurd, is het mogelijk uw computer van op afstand te controleren en/of de paswoorden van uw machine door te geven aan derden. Tegen Trojans kan men zich alleen wapenen door goed op te letten en niet alles meteen te geloven. Daarom dienen gratis programma's en andere software alleen uit betrouwbare bronnen gedownload te worden en moet er niet op 'OK' geklikt worden zonder te lezen wat er eigenlijk staat.

  • Mailvirussen


Dit zijn de 'ouderwetse' virussen die zichzelf als bijlage verspreiden via e-mail. Tijdens een besmetting kan er een mailserver automatisch geïnstalleerd worden, zodat er geen gebruik hoeft gemaakt te worden van een e-mailprogramma op de geïnfecteerde computer. Ook de mailserver van de internetprovider waar de besmette computer mee verbonden is, hoeft niet te worden gebruikt. Internetproviders controleren streng op dit soort virussen dus de kans is groot dat de berichten er direct zouden worden uitgefilterd als ze via de provider verstuurd zouden worden. Mailvirussen vervalsen het afzenderadres, vaak door adressen te gebruiken uit het adressenboek op de computer. Veel mailvirussen hebben als doel troep te maken en dit door mailservers en mailprogramma's te verstoppen en e-mail onbruikbaar te maken. Door een goede virusscanner te installeren en die altijd up-to-date te houden kan men zich wapenen tegen deze virussen. De meeste internetproviders filteren de virusmails er al uit. Bij sommige providers moet er daarvoor extra betaald worden.

  • Mobiele virussen


Ook voor mobiele telefoons bestaan er tegenwoordig virussen. Een echte doorbraak blijft echter uit, ondanks het feit dat gsm’s en smartphones aan het uitgroeien zijn tot volwaardige computers. Deze virussen kunnen enkel tussen twee apparaten met hetzelfde besturingssysteem worden overgedragen. Dus iedereen moet gelijkaardige telefoons hebben zodat er een virusepidemie uitbreekt.

De overdracht van deze mobiele virussen kan op drie manieren, via het internet, via bluetooth en via mms:

- Via het internet wordt het virus rechtstreeks gedownload van het internet en op die manier wordt de telefoon besmet. Hierbij gebeurt de overdracht niet van telefoon naar telefoon. Wat dus voor virussen een trage manier is om te besmetten.
- Met bluetooth zal er tussen telefoons contact worden gezocht. Indien er nu een besmette telefoon is die contact maakt via bluetooth, dan zal het virus zichzelf kopiëren naar de andere telefoon. Dit kan wel enkel op korte afstand, op grote afstand kan het virus zich niet verspreiden. Toch blijft het voor het virus een goede manier om snel te kunnen verspreiden.
- De laatste methode is via mms. Hierbij zorgt het virus ervoor dat de telefoon automatisch een mms verstuurt naar iedereen uit het netwerk van de eigenaar van de telefoon. In het mms zit in plaats van een filmpje of een foto een virus. Wanneer de ontvanger het mms dan opent om het zogezegde filmpje of foto te kunnen bekijken kan het virus zich verspreiden in de ontvanger zijn telefoon. Op zijn beurt zal er dan van zijn gsm opnieuw een virus worden verstuurd. Dit is dus de meeste efficiënte manier voor mobiele virussen om zich te verspreiden.

  • Andere virussen
    • Macrovirus: Dit virus wordt verspreid door bestanden met een macro erin. Voorbeelden zijn Worddocumenten.
    • Bootsectorvirus: Dit virus voegt gegevens toe aan het opstarten van een besturingssysteem. Op die manier kan het schrijven en kunnen bestanden worden aangetast.
    • Tijdbomvirus: Dit virus wordt pas actief op een bepaalde datum, vooral op 1 april of vrijdag de dertiende. De werking van zulke virussen verschilt, maar ze kunnen wel gegevens verwijderen.
    • Kaasschaafvirus: Dit virus verwijdert steeds delen van een programma, totdat het programma niet meer gebruikt kan worden.

Hoe weet ik of ik een virus heb?[bewerken]

Als u een besmet programma start, weet u misschien nog niet dat u een virus hebt opgelopen.
Aanwijzingen voor een mogelijke infectie van uw computer zijn:

- De computer wordt trager, loopt vast of start zichzelf telkens opnieuw op.
- Programma’s op de computer werken niet goed.
- Afdrukken werkt niet goed.
- Schrijven of schrijfstations zijn niet toegankelijk.
- Menu’s en dialoogvensters zijn vervormd.
- Er worden ongewone foutberichten weergegeven.

Deze verschijnselen wijzen erop dat uw computer besmet is met een virus. Toch kan er ook sprake zijn van een storing in de hardware of software die niets met een virus te maken heeft.

Tips om de computer virusvrij te houden[bewerken]

1. Installeer antivirussoftware.
2. Installeer patches (= beveiligingsupdates).
3. Maak regelmatig back-up’s (= een reservekopie van alle software en data op uw systeem).
4. Laat bijlagen in e-mails niet automatisch openen.
5. Opslagmedia (CD, USB, diskettes, …) na uitwisseling scannen.
6. Informeer uzelf over de nieuwste virusmeldingen.
7. Verspreid geen hoaxes (= e-mails waarin u gewaarschuwd wordt voor een onbestaand virus).
8. Open geen e-mails van verdachten.
9. Laat geen diskettes inzitten tijden het opstarten.
10. Download voorzichtig (enkel betrouwbare bronnen).

==Bronnen==
Bron(nen):

http://nl.wikipedia.org/wiki/Computervirus

http://www.wobotje.com/computervirus/

http://www.moederdegans.be/on_line_veiligheid.htm

http://www.microsoft.com/belux/nl/protect/computer/basics/virus.mspx

Spyware[bewerken]

Wat is Spyware?[bewerken]

Spyware is een soort "spionage-software" met vele verschillende gezichten. Het slaat verschillende gegevens over je computer, over je internetgebruik en dergelijke op en kan deze gegevens later via het internet doorsturen naar anderen. Deze gegevens kunnen e-mailadressen of de internetpagina's die je bezoekt zijn. Het kan dienen om je zo vaker naar commerciële websites te leiden, maar het kan ook veel verder gaan dan dat. De meer schadelijke variant van Spyware kan zo ver gaan dat paswoorden, inlognamen en zelfs creditcardnummers bijgehouden en doorgegeven worden.

Hoe komt het op je computer terecht?[bewerken]

Het is een programma dat zich samen met andere software op de computer installeert, vaak zonder dat de gebruiker er iets van merkt. Dit kan gebeuren op de verschillende manieren:

  • De Spyware kan meekomen met andere software die men downloadt. Sommige programma's die men installeert, kunnen een Spyware-functie hebben. Deze functie installeert men dan gelijktijdig met de andere software zonder het op te merken. Het gaat dan meestal om gratis te downloaden software.
  • In andere gevallen staat er in de gebruikersovereenkomst dat er een component spyware in het programma zit. Software met licentie is dus niet noodzakelijk vrij van Spyware.
  • Dan is er nog een andere mogelijkheid. Spyware kan zelfs op je computer terecht komen door een site te bezoeken. Sommige sites bieden bijvoorbeeld modules aan om de site zogenaamd beter te bekijken. Terwijl je dan rustig de webpagina doorloopt, wordt er op de achtergrond spyware geïnstalleerd. In dit verband spreekt men vaak van pornosites, sites om illegaal MP3's, films of software te downloaden, maar andere mogelijkheden zijn zeker niet uitgesloten.

Wat kunnen aanwijzingen zijn voor Spyware op de computer?[bewerken]

Er zijn enkele aanwijzingen om Spyware te "ontdekken" op je computer. Maar net zoals voor de mogelijke aanwijzingen voor virussen hierboven, kunnen sommige elementen ook op andere problemen wijzen.

  • Als je computer erg instabiel is of zeer traag wordt, kan dit wijzen op actieve Spyware op je computer. Het is immers zo dat de Spyware gegevens moet inzamelen, opslaan en versturen. Hiervoor gebruikt het de computer, het belast je computer. Het kan niet alleen een invloed hebben op de snelheid van je computer, maar ook op je internetverbinding. Het internetverkeer neemt toe door het doorsturen van informatie en kan bijgevolg dus ook trager worden. Bovendien kunnen andere programma's ook beïnvloed worden door Spyware, waardoor ze wel eens durven vastlopen, net zoals heel de computer kan vastlopen door de grote belasting op het systeem.
  • Een andere indicatie is het regelmatig ontvangen van spam. Het is mogelijk dat Spyware je e-mailgegevens heeft doorgegeven aan een spammer. Deze laatste zal hier dan volop gebruik van maken, zowel van je adres als van je internetverbinding.
  • Ook als je internetbrowser soms eens "kuren" heeft, zou Spyware een mogelijke oorzaak kunnen zijn. Indien je startpagina opeens veranderd is, indien je vaak naar bepaalde sites geleid wordt die je niet wilt bezoeken, waar er vaak pop-up-vensters en banners verschijnen met ontelbare reclameboodschappen, zou Spyware hier wel eens aan de grondslag van kunnen liggen.

Deze drie voorgaande elementen zijn de meest belangrijke aanwijzingen. Er zijn er nog enkele andere, maar deze zijn nogal verregaand, bijvoorbeeld wanneer inloggegevens en dergelijke bekend zijn bij derden of wanneer je creditcard-rekeningen mysterieus hoog zijn. Je hebt dan hoogstwaarschijnlijk te maken met erg schadelijke spyware.

Hoe spyware op te sporen en te verwijderen?[bewerken]

Gewone antivirusprogramma's volstaan meestal niet om Spyware succesvol op te sporen. Gelukkig bestaan er andere programma's die er speciaal op voorzien zijn Spyware te vernietigen op je computer. Er zijn gratis programma's, maar ook betalende natuurlijk. We moeten ook een verschil maken tussen programma's die Spyware opsporen als het eenmaal op je computer zit en de programma's die eerder preventief werken en het systeem steeds in de gaten houden op zoek naar spyware. Deze laatste categorie komt tussen wanneer Spyware zich probeert te installeren.

Naast deze programma's zijn er echter ook een aantal "regels" om in acht te houden. Enkele wenken om veiliger met internet om te gaan zeg maar. In het voorgaande stukje over virussen staan al een heleboel tips. Die gaan we natuurlijk niet opnieuw hernemen. We kunnen er wel een aantal meer algemene aan toevoegen.

  • Je moet steeds kritisch blijven tegenover allerlei programma's. Een programma is niet noodzakelijk beter omdat veel mensen het downloaden bijvoorbeeld. Want als je even nadenkt, een veelgebruikt programma zal ook meer misbruik aantrekken.
  • Daarom kan het ook belangrijk zijn om alternatieven te vinden. Er zijn genoeg alternatieve programma's op de markt. Ook alternatieve besturingssystemen of een alternatieve browser kunnen vaak veel narigheid voorkomen.
  • En, tenslotte, als je goed geïnformeerd bent over mogelijke gevaren, zal je er hopelijk ook meer rekening mee kunnen houden en beter opletten.
==Bronnen==
Bron(nen):

http://www.xs4all.nl/veiligheid/spyware/

http://www.tiscali.nl/content/article/cmultspy/spyware_een_plaag_onder_plagen/473667.htm

http://www.virushelp.nl/spyware.htm

Identiteitsdiefstal[bewerken]

Een derde online gevaar is de identiteitsdiefstal.

Wat is identiteitsdiefstal?[bewerken]

Identiteitsdiefstal is een wereldwijd probleem waar iedere computergebruiker mee geconfronteerd kan worden. Omdat niemand gevrijwaard is van deze problematiek, komt het er voor iedere computergebruiker op aan, van dit probleem bewust te worden en een gezonde dosis wantrouwen ten berde te brengen, wanneer men het internet gebruikt, en zeker wanneer men persoonlijke gegevens op een website registreert.

Soorten identiteitsdiefstal[bewerken]

Criminelen die persoonlijke gegevens over hun slachtoffers van het internet plukken, kunnen deze informatie voor verschillende doeleinden gebruiken. Een aantal voorbeelden van misbruik van identiteitsgegevens zijn:

  • Commerciële identiteitsdiefstal: men neemt de identiteit van een andere persoon aan om bijvoorbeeld commerciële kredieten af te sluiten bij een bank.
  • Criminele identiteitsdiefstal: men kopieert de identiteit van het slachtoffer om in de hoedanigheid van die persoon criminele feiten te plegen.
  • Financiële identiteitsdiefstal: men steelt de financiële gegevens van het slachtoffer (nummers en codes van kredietkaarten) om geld van de bankrekening te halen of in naam van de gedupeerde aankopen te doen.
  • Medische identiteitsdiefstal: men neemt de identiteit van het slachtoffer aan om in zijn of haar naam medicijnen te verkrijgen of toegang te krijgen tot persoonlijke medische gegevens.
  • ...

Hoe gaat identiteitsdiefstal in zijn werk?[bewerken]

Bij identiteitsdiefstal maken criminelen gebruik van zogenaamde "keyloggers". Keyloggers zijn softwareprogramma's die op verborgen wijze in de computer van het slachtoffer geïmplementeerd worden (vb. via e-mail) en die de toetsaanslagen van de pc-gebruiker registreren, om zodoende wachtwoorden en andere persoonlijke informatie te registreren. Op deze manier halen criminelen alle informatie over hun slachtoffer binnen, en kunnen ze van zijn of haar gegevens gebruik maken om strafbare feiten te plegen.

Preventie[bewerken]

Meestal wordt het slachtoffer zich pas na een tijdje bewust van het feit dat zijn identiteit 'gestolen' is. Zo merkt men dit meestal pas op wanneer men bankafschriften raadpleegt en opmerkt dat men moet betalen voor aankopen die men nooit heeft gedaan.

Het komt er bijgevolg op neer dat men zich ten allen tijde moet trachten te beschermen tegen diefstal van persoonlijke gegevens op het internet.

Geef daarom nooit zomaar gegevens prijs op om het even welke website! Raadpleeg eerst de privacyverklaring of het protocol van de website aangaande de bescherming van gegevens. Zorg ervoor dat je pc ook regelmatig virusvrij wordt gemaakt.

Tot slot moet men er zich terdege van bewust zijn dat men, telkens men bank- of identiteitsgegevens op de computer intikt, het risico loopt dat deze ergens op de informatiesnelweg in verkeerde handen kunnen terechtkomen. Van zodra men anomaliteiten opmerkt, is aangifte doen bij de politie en desnoods bankkaarten laten blokkeren, een absolute must!

Er werden reeds enkele burgerlijke processen tegen internetdiefstal aangespannen. In februari 2008 werd daarenboven het eerste strafrechtelijke proces begonnen. De beklaagde was de vijfentwintigjarige informaticus F. M. die een valse website had opgericht in naam van de Marokkaanse prins Moulay Rachid, de broer van koning Mohammed VI.

Vervolgingen baten doorgaans echter weinig tot niets: eens (valse) gegevens op het internet zijn geplaatst, zijn ze erg moeilijk te verwijderen. Dat is te wijten aan de ‘cache’ van zoekmachines als Yahoo en Google. Die houden op vrij lange termijn vroegere versies van webpagina’s bij. Daarnaast wordt het internet geregeld opgeslagen in het online archief www.archive.org. Gewiste pagina’s kunnen dus in een handomdraai teruggevonden worden.

Slachtoffer? Leg klacht neer op www.ecops.be.

==Bronnen==
Bron(nen):

Meeus, Ronald (2008), ‘Identiteitsdiefstal op internet komt steeds vaker voor.’ De Morgen, 25 februari 2008, geraadpleegd via http://www.demorgen.be/dm/nl/991/Home/article/detail/183709/2008/02/25/Identiteitsdiefstal-op-internet-komt-steeds-vaker-voor.dhtml, op 18 december 2008.


ICT op school[bewerken]

Nadat elke mens (of leraar) weet hoe hij of zij virussen kan ontwijken, is het tijd voor ICT op school. Jongeren weten als geen ander hoe ze met internet kunnen werken. De vraag rijst echter: doen zij dat op een verantwoorde manier? Kunnen jongeren het kaf van het koren scheiden als het om betrouwbare of onbetrouwbare informatie gaat? Kunnen zij de intenties van sommige chatrooms goed inschatten? Op sommige vragen kunnen al heel wat leerlingen een goed antwoord formuleren, maar dat geldt niet voor elke leerling.

Alertheid, weerbaarheid en kritisch worden[bewerken]

De opdracht van de leerkracht voor ICT is simpel: zorg ervoor dat jongeren bewust worden van de mogelijke gevaren van het internet. Je praat met je leerlingen over hun ervaringen op het internet en schrijf de antwoorden van de leerlingen op. Dan formuleer je dit: alertheid, weerbaarheid en kritisch zijn. Weerbaar zijn betekent dat de leerling op zoek gaat naar antivirussen. Alertheid betekent goed op de hoede te zijn voor hackers en misbruikers die potentiële slachtoffers zoeken. Kritisch zijn houdt in dat de leerlingen zeer goed moeten weten welke informatie ze zoeken op het internet en waar. Zo moeten leerlingen beseffen dat ze op een commerciële website zitten (.com) of een 'neutrale' website (.org). Ook kunnen ze zien of de website persoonlijk is of dat het de website van een universiteit is. Zoek samen met de leerlingen op het internet en leer hen weerbaar, alert en kritisch te zijn.

Betrouwbare informatie[bewerken]

Jongeren kunnen soms los zijn in het geven van betrouwbare informatie. Een paar voorbeelden. Om jongeren weerbaar te maken voor het misbruik van internet zou er gepraat moeten worden over internet en seks. Heel wat jongeren weten niet waar de grens ligt, beseffen niet wat ze aan het doen zijn en kleden zich uit voor de webcam. Andere gevaren zijn de persoonlijke gegevens van de leerling en/of van iemand anders. Laat de leerlingen duidelijk maken dat ze niet zomaar gegevens van een kredietkaart kunnen doorgeven aan derden. Ook geldt dit voor de beveiliging van wachtwoord en e-mailadressen. Vele jongeren hebben de neiging om hun wachtwoord op het internet vrij te geven en/of maken van hun wachtwoord een gemakkelijke prooi voor anderen. Dit geldt ook voor e-mailadressen.

Pedagogische tips[bewerken]

Enkele opvoedkundige tips die de school en de leerkracht kunnen helpen om veilig internetgebruik te bevorderen.

- Houd het surfgedrag van je leerlingen in het oog. Waarschuw je leerlingen dat je hun surfgedrag kan nakijken.

- Kaart het gebrek aan objectiviteit en betrouwbaarheid van het internet aan in de les aan de hand van concrete voorbeelden.

- Adviseer je leerlingen om te praten over eventuele slechte ervaringen op het internet.

- Tracht als leerkracht goed op de hoogte te blijven van welke (gewelddadige) computerspelletjes er op de markt zijn. Dit kan bijvoorbeeld in computerwinkels, in tijdschriften en op het internet. Wie goed op de hoogte is, kan namelijk alternatieve spelletjes voorstellen die geen geweld bevatten. Leg ook uit waarom je bepaalde computerspelletjes te agressief vindt.

Technische tips[bewerken]

Enkele technische tips die de school en de leerkracht kunnen helpen om veilig internetgebruik te bevorderen.

- Men kan gebruik maken van een persoonlijke gebruikersnaam (login) voor elke leerling. Door dit systeem van ‘monitoring’ kunnen leerkrachten het surf- en emailgedrag van de leerling controleren.

- Om de inhoud te beveiligen kan je gebruik maken van filters. In de meeste zoekrobots staat er standaard een familiefilter aangevinkt om ongewenste inhoud (geweld, seks) tegen te houden. Bij de keuze voor de juiste filter zijn twee vragen belangrijk: welke filtermethode gebruikt het programma en is de Nederlandstalige vertaling van de oorspronkelijke trefwoorden goed? Merk wel op dat een filter slechts een gedeeltelijke beveiliging biedt, aangezien de filter eenvoudig kan worden omzeild. Er zijn wel enkele providers (verschaffers van internet) die abonnementen aanbieden voor een schone versie van internet.

Algemene tips leerkracht[bewerken]

- Geef nooit een e-mailadres door aan de leerlingen. Enkel als het gaat om een initiatief van de school, een wedstrijd,... dan gebruik je een apart e-mailadres. Vermijd dat jouw leerlingen jouw profielpagina van persoonlijke websites zien.

De Surf Safe-veiligheidstips van Childfocus[bewerken]

- Ik leg uit aan mijn ouders wat ik doe op het internet.

- Ik geef nooit zomaar mijn naam, adres, telefoonnummer of foto aan iemand die ik heb leren kennen via het net, zelfs als deze daarom vraagt.

- Mijn paswoord is strikt persoonlijk, ik verklap het aan niemand. Het is een beetje als de sleutel van mijn huis: ik geef ze niet aan gelijk wie.

- Als ik met iemand heb kennis gemaakt via het internet en "in het echt" wil ontmoeten, overleg ik eerst met mijn ouders.

- Ik beëindig elke communicatie en ik verwittig mijn ouders van zodra ik informatie ontvang, deelneem aan gesprekken of beelden tegenkom, waarbij ik me ongemakkelijk voel.

- Ik geloof niet alles wat ik zie en hoor op het internet; ik leer kritisch zijn.

- Wanneer ik via het internet communiceer, blijf ik altijd fatsoenlijk. Ik doe niets dat andere personen kan kwetsen of ongemakkelijk maakt.

==Bronnen==
Bron(nen):

http://www.childfocus.be

http://www.ond.vlaanderen.be/publicaties/?nr=306

Veilig Online. Tips voor veilig online ICT-gebruik op school. (2007)

http://www.ictopschool.net/software/veiligheid

http://www.schoolenveiligheid.nl

Test-Aankoop. Wat glipt er door de mazen van het net? Test van 18 internetfilters.Nr. 452, maart 2002, pp. 18 e.v.

Delver, B. (2006),Vet Veilig Internet

 

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.